Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2023-05-25
ECLI:NL:GHSHE:2023:1733
Civiel recht; Personen- en familierecht
Hoger beroep
2,857 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
Team familie- en jeugdrecht
Uitspraak: 25 mei 2023
Zaaknummer: 200.316.021/01
Zaaknummer eerste aanleg: 9729293 OV VERZ 22-1889 en 9729320 OV VERZ 22-1890
in de zaak in hoger beroep van:
[de moeder]
,
wonende te [woonplaats] ,
verzoekster in hoger beroep,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat: mr. J.M. Molkenboer.
Als belanghebbenden in deze zaak worden aangemerkt:
[de rechthebbende]
, wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: [de rechthebbende] ;
[broer 1]
, wonende te [woonplaats] ,hierna te noemen: broer [broer 1] ;
[broer 2]
, wonende te [woonplaats] ,hierna te noemen: broer [broer 2] ;
[de vader]
, wonende te [woonplaats] ,hierna te noemen: de vader;
[de bewindvoerder]
, gevestigd te [woonplaats] ;hierna te noemen: de bewindvoerder;
[de mentor]
, gevestigd te [vestigingsplaats] ,hierna te noemen: de mentor.
Procesverloop
Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Tilburg, van 16 juni 2022, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.
Procesverloop
2.1.
Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 12 september 2022, heeft de moeder verzocht voormelde beschikking te vernietigen voor zover de moeder is ontslagen als bewindvoerder en mentor ten aanzien van [de rechthebbende] en voor zover de professionele bewindvoerder, respectievelijk mentor van [de rechthebbende] daarbij is benoemd.
2.2.
Er is geen verweerschrift ingekomen.
2.3.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 4 april 2023. Bij die gelegenheid zijn gehoord:
de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
[de rechthebbende] ;
de bewindvoerder, [de bewindvoerder] ;
de mentor, [de mentor] .
2.3.1.
Broer [broer 1] , broer [broer 2] en de vader zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet naar de mondelinge behandeling gekomen.
2.4.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:
het V-formulier met bijlagen van de advocaat van de moeder van 23 september 2022;
de door de advocaat van de moeder tijdens de mondelinge behandeling overgelegde pleitnotitie.
Feiten
3.1.
Bij beschikking van 13 juni 2018 heeft de kantonrechter in de rechtbank Zeeland-West-Brabant over de goederen die [de rechthebbende] (zullen) toebehoren bewind ingesteld en ten behoeve van [de rechthebbende] een mentorschap ingesteld, met benoeming van de moeder en broer [broer 1] tot bewindvoerders en mentoren.
3.2.
[de rechthebbende] woont bij de moeder.
3.3.
Bij de bestreden beschikking heeft de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant de moeder en [broer 1] met ingang van 17 juni 2022 ontslagen als bewindvoerder en mentor en respectievelijk [de bewindvoerder] tot bewindvoerder en [de mentor] tot mentor benoemd.
3.4.
De moeder kan zich met deze beslissing voor zover het haarzelf betreft niet verenigen en zij is hiervan in hoger beroep gekomen.
De standpunten
3.5.
De moeder voert in het beroepschrift, zoals aangevuld tijdens de mondelinge behandeling - samengevat - het volgende aan. [de rechthebbende] is gediagnosticeerd met autisme. Vanaf zijn tienerjaren tot 2021 verbleef hij bij [instantie] . Sindsdien verblijft hij bij de moeder en wordt hij door de moeder verzorgd. De moeder wordt hier niet bij begeleid en [de rechthebbende] gaat niet naar dagbesteding. Als het nodig is gaat de moeder met [de rechthebbende] naar de praktijkondersteuner en de huisarts. Als [de rechthebbende] op een gegeven moment meer zorg nodig heeft, kan de moeder contact opnemen met het Zorgkantoor. Ook kunnen vrienden, kennissen en familie hulp bieden als dat nodig is. Gelet op het feit dat de moeder verantwoordelijk is voor de dagelijkse verzorging van [de rechthebbende] , ligt het voor de hand dat zij ook het bewind en mentorschap op zich neemt. [broer 1] en [broer 2] zijn twee halfbroers van [de rechthebbende] en tevens zonen van de moeder. De vader is al geruime tijd buiten beeld. De moeder verzet zich niet tegen het ontslag van [broer 1] als bewindvoerder en mentor. De samenwerking met [broer 1] is niet meer nodig als de moeder alleen het bewind en mentorschap voor haar rekening neemt. Van misstanden is niet gebleken hetgeen onder meer blijkt uit de goedkeuring van de rekening en verantwoording over het jaar 2021. [de rechthebbende] wenst geen contact te hebben met de professionele bewindvoerder en mentor, hetgeen een adequate invulling van het mentorschap en de bewindvoering bemoeilijkt. Daarnaast verloopt de samenwerking tussen de moeder en de mentor en de bewindvoerder stroef. De moeder komt dat tot de constatering dat haar ontslag als bewindvoerder en mentor niet noodzakelijk was en dat de bestreden beslissing daarom dient te worden vernietigd.
3.6.
De bewindvoerder heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat het contact met de moeder moeizaam verloopt. Het is niet gelukt om contact te krijgen met [de rechthebbende] . De bewindvoerder heeft bij aanvang van het bewind wel met broer [broer 1] gesproken. Hij heeft aangegeven dat hij het gedurende zijn bewindvoering niet altijd eens was met de uitgaven die de moeder voor [de rechthebbende] deed. Hoewel de rekening en verantwoording over 2021 is goedgekeurd, waren de kosten gedurende dit jaar vrij hoog. [de rechthebbende] heeft nu een stabiel uitgavenpatroon en een ruime spaarrekening. Omdat [de rechthebbende] bij de moeder woont, heeft de bewindvoerder een regeling getroffen met de moeder waarbij een vast bedrag voor vaste lasten en boodschappen aan de moeder wordt uitgekeerd.
3.7.
Ook de mentor heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat het moeilijk was om contact te krijgen met de moeder. Via de advocaat van de moeder heeft de mentor een keer met de moeder afgesproken en [de rechthebbende] ontmoet. Er is vervolgens een huisbezoek afgesproken, maar de moeder heeft dit afgezegd. Het is lastig om uitvoering te geven aan het mentorschap als de moeder niet wenst mee te werken. De mentor maakt zich zorgen over de beperkte wereld van [de rechthebbende] . De komende periode wil de mentor onderzoek doen naar de hobby’s van [de rechthebbende] en dagbesteding voor hem zoeken. Daarnaast wil de mentor onderzoek doen naar een toekomstige woonplek voor [de rechthebbende] en hem op een wachtlijst plaatsen. Het is geenszins de bedoeling van de mentor om [de rechthebbende] bij de moeder weg te halen, maar het is goed om [de rechthebbende] voor te bereiden op de toekomst. De mentor benadrukt dat zij graag wil samenwerken met de moeder. De motivering van de beslissing
3.8.
Het hof komt tot de volgende beoordeling.
3.8.1.
Ingevolge artikel 1:448 lid 1 aanhef en sub e en lid 2 respectievelijk artikel 1:461 lid 1 aanhef en sub e en lid 2 BW kan de bewindvoerder respectievelijk de mentor door de kantonrechter ontslag worden verleend, hetzij op eigen verzoek, hetzij wegens gewichtige redenen of omdat hij niet meer voldoet aan de eisen om bewindvoerder respectievelijk mentor te kunnen worden, zulks op verzoek van de medebewindvoerder respectievelijk medementor of degene die gerechtigd is onderbewindstelling respectievelijk mentorschap te verzoeken als bedoeld in artikel 1:432, eerste en tweede lid respectievelijk artikel 1:451, eerste en tweede lid BW, dan wel ambtshalve.
3.8.2.
Uit de overgelegde stukken en het verhandelde tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat er zorgen bestaan over [de rechthebbende] . Er is geen informatie over zijn medische toestand overgelegd, maar op grond van de processtukken en het verhandelde tijdens de mondelinge behandeling staat voor het hof vast dat [de rechthebbende] niet voor zichzelf kan zorgen. De moeder is gesloten en weigert mee te werken met de bewindvoerder en de mentor. Zij heeft zelfstandig besloten [de rechthebbende] , die al sinds zijn vroege puberteit bij [instantie] woonde, naar huis te halen en voor hem te zorgen. Voor het hof is niet helemaal duidelijk hoe momenteel de familieverhoudingen zijn. Hoewel de moeder heeft aangegeven dat het contact met de broers van [de rechthebbende] is verbeterd, zijn de verhoudingen nog niet helemaal hersteld. Niet alleen de broers, maar ook de vader heeft zijn zorgen geuit over de relatie tussen de moeder en [de rechthebbende] .
Mentorschap
3.8.3.
[de rechthebbende] heeft vanwege zijn medische toestand het grootste deel van zijn leven bij [instantie] gewoond. Het is nog steeds onduidelijk welke leefomgeving het meest in zijn belang is. [de rechthebbende] heeft bij de moeder geen enkele vorm van dagbesteding en geen professionele hulpverlening om hem heen. De moeder werkt niet samen met de bewindvoerder en de mentor. Hieruit volgt dat het hof niet kan vaststellen dat de moeder de juiste beslissingen voor [de rechthebbende] neemt. Dat maakt dat er sprake is van een gewichtige reden om de moeder als mentor te ontslaan en dat het in het belang van [de rechthebbende] noodzakelijk is dat het mentorschap door een professionele mentor wordt uitgeoefend. Van overige concrete bezwaren tegen de professionele mentor is niet gebleken. De bestreden beschikking zal derhalve worden bekrachtigd.
Bewind
3.8.4.
Weliswaar heeft de kantonrechter de rekening en verantwoording over 2021 goedgekeurd, maar tevens is voldoende komen vast te staan dat er in het verleden ook (relatief) hoge uitgaven zijn geweest. Omdat nog onderzocht moet worden welke woonvorm, dagbesteding en zorg in het belang van [de rechthebbende] zijn en het onduidelijk is in hoeverre de moeder haar medewerking gaat verlenen aan dit onderzoek, acht het hof het in het belang van [de rechthebbende] dat ook het bewind voorlopig in handen blijft van een professional.
Conclusie
3.9.
Op grond van het voorgaande zal het hof de beschikking waarvan beroep bekrachtigen en de verzoeken van de moeder afwijzen.
Dictum
Het hof:
bekrachtigt de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Tilburg, van 16 juni 2022;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mrs. C.N.M. Antens, A.M. Bossink en E.M.C. Dumoulin en is in het openbaar uitgesproken door mr. E.M.C. Dumoulin op 25 mei 2023 in tegenwoordigheid van de griffier.