Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2022-12-13
ECLI:NL:GHSHE:2022:4481
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Hoger beroep
2,365 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.300.384/02
arrest van 13 december 2022
in de zaak van
[appellant]
,
wonende te [woonplaats] ,
appellant,
hierna aan te duiden als [appellant] ,
advocaat: mr. P.A. Visser te Rotterdam,
tegen
Autosale B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerde,
hierna aan te duiden als Autosale,
advocaat: mr. P.L.M.F. Roosendaal te Oss,
op het bij exploot van dagvaarding van 18 september 2021 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 15 juli 2021, door de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, gewezen tussen [appellant] als eiser en Autosale als gedaagde.
Procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding in hoger beroep;
de memorie van grieven van 21 december 2021 met één productie en met uitbreiding van de grondslag voor de vordering;
de memorie van antwoord van 1 februari 2022 met twee producties;
de mondelinge behandeling van 28 november 2022, waarbij de raadsman van Autosale spreekaantekeningen heeft overgelegd.
Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.
Beoordeling
3.1.
In dit hoger beroep kan worden uitgegaan van de volgende feiten.
Op 12 mei 2020 heeft [appellant] van Autosale een gebruikte auto gekocht en geleverd gekregen, merk Ford, type S-Max 2.0 STCI, datum eerste toelating [datum] , kilometerstand 231.710, voor de daarvoor te betalen prijs van € 7.900,=.
Bij de verkoop van de auto bevond zich daarin een onderhoudskaartje waarop was vermeld dat een volgende onderhoudsbeurt diende plaats te vinden bij 243.000 kilometer of vóór datum [datum 2] . Hoewel aangeboden door Autosale, heeft [appellant] afgezien van werkzaamheden voor het rijklaar maken van de auto of het uitvoeren van een onderhoudsbeurt.
Op 28 mei 2020 is de auto stilgevallen en afgesleept. [appellant] had toen bijna 2.000 kilometer met de auto gereden. Bij onderzoek door Autosale is gebleken dat de motor door gebrek aan smering vastgelopen was.
3.2.1.
In de onderhavige procedure vordert [appellant] na wijziging van eis – zakelijk weergegeven – de ontbinding van de koopovereenkomst en vergoeding van de geleden schade, door hem gesteld op € 12.946,50 plus p.m. Aan deze vordering heeft [appellant] aanvankelijk ten grondslag gelegd dat de auto bij aflevering niet heeft voldaan aan de overeenkomst en dat Autosale niet bereid is gebleken het geconstateerde gebrek kosteloos te herstellen, zodat Autosale in verzuim is geraakt, de overeenkomst ontbonden dient te worden en Autosale aansprakelijk is voor de als gevolg van het tekortschieten door Autosale geleden schade. Ter zitting in eerste aanleg heeft [appellant] (ook) een beroep gedaan op dwaling, zo blijkt uit het vonnis van de kantonechter.
3.2.2.
Autosale heeft als verweer gevoerd dat van non-conformiteit (of een wilsgebrek, zoals dwaling) geen sprake is geweest.
3.2.3.
In het bestreden vonnis heeft de kantonrechter de vordering van [appellant] afgewezen en [appellant] in de proceskosten veroordeeld. De kantonrechter heeft geoordeeld dat de enkele omstandigheid dat de motor na 2.000 kilometer defect is geraakt niet de conclusie rechtvaardigt dat deze bij aflevering niet in een goede staat verkeerde en, voorts, dat niet is gesteld of gebleken dat sprake is geweest van een onjuiste voorstelling van zaken die aan Autosale kan worden toegerekend.
3.3.
[appellant] heeft in hoger beroep vier grieven aangevoerd en heeft geconcludeerd tot vernietiging van het beroepen vonnis en – zakelijk weergegeven – tot het alsnog toewijzen van zijn vorderingen.
3.4.
In hoger beroep heeft [appellant] de grondslag voor zijn vorderingen in zoverre aangevuld, dat hij deze nu ook baseert op de stellingname dat Autosale in de nakoming van haar verkopersverplichtingen tekort is geschoten door een non-conforme auto te leveren. Of de kantonrechter daar in eerste aanleg ook (ambtshalve) over had moeten oordelen, zoals betoogd met grief I, is niet meer relevant, nu [appellant] deze grondslag in hoger beroep alsnog heeft aangevoerd. Overigens merkt het hof op dat de kantonrechter wel degelijk heeft geoordeeld over de conformiteit van de auto door in r.o. 4.3. te overwegen dat aan de omstandigheid dat de motor het na 2.000 kilometer heeft begeven bij gebrek aan voldoende olie niet de gevolgtrekking kan worden verbonden dat de auto op het moment van aankoop niet in goede staat verkeerde.
3.5.
Het hof zal de overige grieven gezamenlijk bespreken.
Beoordeeld dient te worden of er sprake is van non-conformiteit als bedoeld in artikel 7:17 BW.
Nu [appellant] zich op de rechtsgevolgen van zijn stellingen beroept, rust de stelplicht en, bij een voldoende gemotiveerde betwisting, de bewijslast van die stellingen op hem.
Uit artikel 7:17 lid 2 BW volgt dat een zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt indien zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. Verder bepaalt artikel 7:17 lid 2 BW, voor zover relevant, dat de koper mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor normaal gebruik daarvan nodig zijn. Voor een auto houdt dat in dat men daarmee moet kunnen rijden/aan het verkeer deelnemen, zo niet, dan is mogelijk sprake van non-conformiteit. Op grond van artikel 7:17 lid 5 BW is evenwel geen sprake van non-conformiteit indien de koper ten tijde van het sluiten van de koopovereenkomst met het gebrek bekend was dan wel redelijkerwijs bekend kon zijn. Dat betekent dat op koper een onderzoeksplicht kan rusten. Omdat de koop van de auto door [appellant] een consumentenkoop betreft, geldt dat deze onderzoeksplicht restrictief moet worden uitgelegd.
Artikel 7:18 lid 2 BW luidde tot 27 april 2022 als volgt:
Bij een consumentenkoop wordt vermoed dat de zaak bij aflevering niet aan de overeenkomst heeft beantwoord, indien de afwijking van het overeengekomene zich binnen een termijn van zes maanden na aflevering openbaart, tenzij de aard van de zaak of de aard van de afwijking zich daartegen verzet.
3.6.
[appellant] heeft gesteld dat de oorzaak van de schade te wijten is aan geen of te weinig olie in de motor, waardoor deze is stilgevallen. Autosale heeft daartegen aangevoerd dat het op de weg van [appellant] had gelegen om het oliepeil te controleren, nu hier sprake is van een 10 jaar oude auto met veel kilometers op de teller. [appellant] heeft na de aflevering daarmee ruim 1.900 kilometer gereden voordat de auto stilviel. Autosale heeft er verder op gewezen dat op het onderhoudskaartje stond dat de auto een onderhoudsbeurt moest hebben vóór 20 april 2020 (welke datum al verstreken was toen [appellant] kocht), maar dat [appellant] de aangeboden onderhoudsbeurt c.q. afleverbeurt heeft geweigerd, en evenmin in een later stadium zelf de olie heeft gecontroleerd en/of bijgevuld.
3.7.
Onweersproken is dat zich in de auto bij de verkoop (op 12 mei 2020) een kaartje (door [appellant] zelf als prod. 8 bij inleidende dagvaarding overgelegd) bevond waarop stond vermeld dat de auto of bij 243.000 kilometer of vóór 8 april 2020 een onderhoudsbeurt moest krijgen. Onweersproken is dat bij de verkoop over het uitvoeren van een onderhoudsbeurt is gesproken en dat [appellant] ervan heeft afgezien om Autosale die beurt te laten uitvoeren. Voor zover [appellant] bij inleidende dagvaarding nog aanvoert dat kosten voor het rijklaar maken bij de koopsom waren inbegrepen, is dat door Autosale betwist, is die betwisting niet, althans niet gemotiveerd weersproken en volgt dat ook niet uit de factuur die bij aankoop is opgesteld, waarop onder opmerkingen is vermeld “Zonder afleverpakket zonder garantie zo mee vanwege hoge km stand en laagste internet prijs met hoorbaar knoek geluid, auto is op brug geweest klang heeft auto geinspecteerd”. Dat [appellant] vervolgens na aflevering geen onderhoud heeft laten uitvoeren en het oliepeil niet heeft gecontroleerd, zoals Autosale schreef op 26 juni 2020 is eveneens niet weersproken.
3.8.
Aldus is door [appellant] onvoldoende gesteld om te kunnen oordelen dat de auto bij aflevering niet de eigenschappen bezat die [appellant] mocht verwachten bij een 10 jaar oude auto met ruim 230.000 kilometer op de teller.
Toen vervolgens binnen een maand na aflevering de auto stilviel met een defecte motor, volgt weliswaar uit het bepaalde in artikel 7:18, lid 2 BW (oud) een wettelijk vermoeden dat de auto bij aflevering een gebrek heeft vertoond, maar dat vermoeden kan door de verkoper worden weerlegd.