Rechtspraak Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2017-12-19
ECLI:NL:GHSHE:2017:5731
ECLI:NL:GHSHE:2017:5731 text/xml public 2025-03-21T21:05:36 2017-12-19 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2017-12-19 200.165.890_01 Uitspraak Hoger beroep NL 's-Hertogenbosch Civiel recht Eerste aanleg: ECLI:NL:RBZWB:2014:7679 Cassatie: ECLI:NL:HR:2019:1293, Meerdere afhandelingswijzen Rechtspraak.nl IER 2018/16 met annotatie van E.H. Hoogenraad http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2017:5731 text/html public 2017-12-19T10:51:35 2017-12-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHSHE:2017:5731 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 19-12-2017 / 200.165.890_01 De Nederlandse Zuivelorganisatie (NZO) behartigt de belangen van zuivelproducenten. De vennootschap is een onderneming die plantaardige producten maakt die dienen als vervanging van zuivelproducten zoals melk, yoghurt en (kook)room. In Europese regelgeving is het gebruik van een aantal zuivelbenamingen, waaronder bijvoorbeeld de benamingen “melk”, “yoghurt” en “(kook)room”, beschermd. Deze benamingen mogen alleen worden gebruikt voor zuivelproducten. NZO is van oordeel dat de vennootschap handelt in strijd met deze Europese regelgeving door op de verpakkingen van haar producten en in haar advertenties beschermde zuivelbenamingen te gebruiken. Daarmee wekt de vennootschap volgens NZO de indruk dat haar plantaardige producten zuivelproducten zijn en creëert daarmee verwarring bij de consument. De zuivelindustrie lijdt daardoor schade. NZO vorderde in deze procedure dat aan de vennootschap een verbod werd opgelegd om op haar verpakkingen en in haar advertenties beschermde zuivelbenamingen te gebruiken. Het hof heeft geoordeeld dat uit de uitspraak van het Europese hof van Justitie d.d. 14 juni 2017 (Tofu Town) volgt dat het gebruik van de beschermde termen zoals melk, yoghurt en (kook)room niet is geoorloofd op verpakkingen of in advertenties voor niet-zuivelproducten als die beschermde termen worden gebruikt als naam of als aanduiding voor een niet-zuivelproduct. De vennootschap mag haar producten dus niet onder de namen “yoghurt”, “melk” of “(kook)room” op de markt brengen. De vennootschap mag op de verpakkingen van haar producten of in advertenties wel vermelden dat haar desserts een variatie zijn op yoghurt of als alternatief voor (kook)room kunnen worden gebruikt. In die laatste gevallen gebruikt ze weliswaar de termen “yoghurt” of “(kook)room”, maar de termen worden niet gebruikt als benaming of aanduiding voor haar producten. Een dergelijk gebruik valt niet onder het verbod van de Europese regelgeving. GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Afdeling civiel recht zaaknummer 200.165.890/01 arrest van 19 december 2017 in de zaak van Nederlandse Zuivelorganisatie , gevestigd te [vestigingsplaats] , appellante, hierna aan te duiden als NZO, advocaat: mr. K.Th.M. Stöpetie te Amsterdam, tegen [de vennootschap 1] , gevestigd te [vestigingsplaats] , geïntimeerde, hierna aan te duiden als [de vennootschap 1] , advocaat: mr. M.G. Lutje Beerenbroek te Amsterdam, op het bij exploot van dagvaarding van 26 januari 2015 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 5 november 2014, door de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, gewezen tussen NZO als eiser en [de vennootschap 1] als gedaagde. 1 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/268522/HA ZA 13-633) Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis. 2 Het geding in hoger beroep Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding in hoger beroep; de memorie van grieven tevens houdende wijziging van eis met producties; de memorie van antwoord met producties; het pleidooi, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd; de door NZO voorafgaand aan het pleidooi toegezonden producties (genummerd 33 en 34), die NZO bij het pleidooi in het geding heeft gebracht. Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg. 3 De beoordeling 3.1. In dit hoger beroep kan worden uitgegaan van de volgend [de vennootschap c.s.] te bevelen binnen dertig dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis een inzichtelijke opgaaf te doen van alle tijdschriften of andere media waarin de reclame-uiting is verschenen als omschreven in § 70 van de akte wijziging van eis, onder vermelding van het aantal plaatsingen per medium, en binnen deze termijn deze opgaaf te doen controleren door een Nederlandse registeraccountant en die opgaaf met het verslag van bevindingen van deze registeraccountant binnen de genoemde termijn te verstrekken aan de raadsman van NZO, op straffe van een onmiddellijk opeisbare en hoofdelijk, des dat de een betaald hebbende, de andere zal zijn bevrijd, te verbeuren dwangsom van € 1.000,- voor elke dag of gedeelte van een dag dat [de vennootschap c.s.] op enigerlei wijze in gebreke zouden blijven met de nakoming van dit bevel; F. [de vennootschap c.s.] hoofdelijk, des dat de een betaald hebbende, de andere zal zijn bevrijd, te veroordelen in de kosten van NZO ter zake van deze procedure, inclusief de daarop te vallen nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf zeven dagen na het in deze te wijzen vonnis. 3.2.2. [de vennootschap c.s.] hebben op haar beurt in eerste aanleg, in reconventie, gevorderd om voor recht te verklaren: A) dat [de vennootschap c.s.] rechtmatig jegens NZO handelen door op de verpakkingen en etiketteringen van haar producten gebruik te maken van de volgende omschrijvingen en termen als (onderdeel van de) wettelijke verkoopbenaming aangezien deze omschrijvingen en termen niet beschermd, noch misleidend zijn en er derhalve geen sprake is van strijd met art. 114 lid 1 jo art. III lid 1 van Bijlage XII bij Vo 1234/2007: a. “plantaardige variatie/variant/etc.” in combinatie met een zuivelbenaming (bijvoorbeeld: plantaardige variatie/variant op yoghurt of plantaardige yoghurtvariatie/yoghurtvariant); b. “sojavariatie/sojavariant/etc.’ in combinatie met een zuivelbenaming (bijvoorbeeld: sojavariatie/ sojavariant op yoghurt of soja-yoghurtvariatie/soja-yoghurtvariant); c. “variatie/variant/etc.” in combinatie met een zuivelbenaming (bijvoorbeeld: variatie/variant op yoghurt of yoghurtvariatie/yoghurtvariant); d. “inspiratie” in combinatie met een zuivelbenaming (bijvoorbeeld: inspiratie op yoghurt of yoghurtinspiratie); e. “zuivelvrij” in combinatie met een zuivelbenaming (bijvoorbeeld: zuivelvrije yoghurt); f. “geen” of enige andere ontkenning in combinatie met een zuivelbenaming (bijvoorbeeld: (dit is) geen yoghurt); g. “plantaardig” in combinatie met een zuivelbenaming (bijvoorbeeld: 100% plantaardige yoghurt); h. yoghurtculturen; i. mild; j. creamy/romig; k. zacht; l. naturel. B) dat [de vennootschap c.s.] rechtmatig jegens NZO handelen door op: 1. haar website voor Nederlandse consumenten ( [website] ); 2. de verpakkingen en etiketteringen van haar producten; 3. presentatie en reclame van haar producten; gebruik te maken van de volgende omschrijvingen en termen anders dan als (onderdeel van de) wettelijke verkoopbenaming, aangezien dit niet misleidend is en er derhalve geen sprake is van strijd met art. III lid 2 van Bijlage XII bij Vo 1234/2007: a. “plantaardige variatie/variant/etc.” in combinatie met een zuivelbenaming (bijvoorbeeld: plantaardige variatie/variant op yoghurt of plantaardige yoghurtvariatie/yoghurtvariant); b. “sojavariatie/sojavariant/etc.” in combinatie met een zuivelbenaming (bijvoorbeeld: sojavariatie/sojavariant op yoghurt of soja-yoghurtvariatie/soja-yoghurtvariant); c. “variatie/variant/etc.” in combinatie met een zuivelbenaming (bijvoorbeeld: variatie/variant op yoghurt of yoghurtvariatie/yoghurtvariant); d. “inspiratie” in combinatie met een zuivelbenaming (bijvoorbeeld: inspiratie op yoghurt of yoghurtinspiratie); e. “zuivelvrij” in combinatie met een zuivelbenaming (bijvoorbeeld: zuivelvrije yoghurt); f. “geen” of enige andere ontkenning in combinatie met een zuivelbenaming (bijvoorbeeld: (dit is) geen yoghurt); g. “te gebruiken/hanteren/etc. als” in comb a) om voor recht te verklaren dat [de vennootschap 1] jegens NZO en haar leden onrechtmatig heeft gehandeld door bij het in de handel brengen van haar (in de memorie van grieven beschreven) sojaproducten: zuivelbenamingen te gebruiken en/of deze te etiketteren, aan te prijzen en/of te presenteren, waarmee wordt aangegeven, geïmpliceerd of gesuggereerd dat deze producten zuivelproducten zijn; b) [de vennootschap 1] primair te verbieden binnen dertig dagen na betekening van dit arrest voor de duur van twee jaar in de Europese Unie zuivelbenamingen te gebruiken voor sojaproducten als bepaald in punt 5, eerste alinea van Deel III van Bijlage VII bij Verordening (EU) 1308/2013, dan wel subsidiair te verbieden de in de memorie van grieven genoemde zuivelbenamingen te gebruiken voor haar sojaproducten, op straffe van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 1.000,= voor elke dag of gedeelte van een dag dat [de vennootschap 1] op enigerlei wijze in gebreke zou blijven met de nakoming van dit verbod, tot een maximum van € 250.000,=; c) [de vennootschap 1] primair te verbieden binnen dertig dagen na betekening van dit arrest voor de duur van twee jaar in de Europese Unie haar sojaproducten te etiketteren, aan te prijzen en/of te presenteren, zodanig dat daarmee wordt aangegeven, geïmpliceerd of gesuggereerd dat deze producten zuivelproducten zijn als bepaald in punt 6, eerste alinea, van Deel III van Bijlage VII bij Verordening (EU) 1308/2013, dan wel subsidiair te verbieden de in het petitum onder a) sub ii) genoemde handelingen, op straffe van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 1.000,= voor elke dag of gedeelte van een dag dat [de vennootschap 1] op enigerlei wijze in gebreke zou blijven met de nakoming van dit verbod, tot een maximum van € 250.000,=; d) [de vennootschap 1] te veroordelen tot vergoeding van schade ten bedrage van € 1.000.000,= die NZO en haar leden door [de vennootschap 1] ’s onrechtmatig handelen hebben geleden, althans tot een door het Hof in goede justitie te bepalen schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente van dit arrest; e) [de vennootschap 1] te veroordelen in de kosten van de procedure in beide instanties, inclusief de daarop te vallen na-kosten. 3.4. Tegen de afwijzing door de rechtbank van de vorderingen in reconventie is door [de vennootschap 1] geen appel ingesteld, zodat het geschil in reconventie niet meer in hoger beroep aan de orde zal komen. [de vennootschap 1] .com is in hoger beroep geen partij meer in de procedure. Gezien de afwijzing door de rechtbank van het meer en anders gevorderde in eerste aanleg en de eiswijziging in appel spelen de door NZO in eerste aanleg ingestelde vorderingen om voor recht te verklaren dat [de vennootschap 1] de veroordeling in het vonnis van 30 mei 2011 heeft overtreden alsmede de vordering om opgave te doen van alle reclame-uitingen die [de vennootschap 1] heeft gedaan, (zie hiervoor in 3.2.1. onder D en E) geen rol meer. 3.5.1. Het gaat in hoger beroep, in de kern, om de beantwoording van de vraag of [de vennootschap 1] met de door haar gebruikte verpakkingen van diverse sojaproducten en de wijze waarop zij deze producten aan de consument presenteert, handelt in strijd met een aantal bepalingen die met ingang van 1 januari 2014 zijn opgenomen in Verordening (EU) nr. 1308/2013 en die tot 1 januari 2014 waren opgenomen in Verordening (EG) nr. 1234/2007. Deze verordeningen zijn gericht op een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten in de lidstaten van de EU en beogen, met inachtneming van de belangen van consumenten, onder meer het gebruik van specifieke benaming van melk- en zuivelproducten te reguleren en te beschermen bij het in de handel brengen van die producten. In de Verordening (EU) nr. 1308/2013 is daartoe onder meer, en voor zover hier van belang, het volgende bepaald: “Artikel 78 1. Naast de toepasselijke handelsnormen, in voorkomend geval, gelden de in bijlage VII opgenomen definities, aanduidingen en verkoopbenamingen voor In zijn meergenoemde arrest van 14 juni 2017 (Tofu Town) heeft het HvJEU met betrekking tot de uitleg van artikel 78, lid 2 en van bijlage VII, deel III uitgemaakt dat deze bepalingen aldus dienen te worden uitgelegd dat zij zich ertegen verzetten dat de benaming “melk” en de door deze verordening uitsluitend aan zuivelproducten voorbehouden benamingen, worden gebruikt om bij de afzet of in reclame een zuiver plantaardig product aan te duiden , zelfs indien die benamingen worden vervolledigd door verduidelijkende of beschrijvende aanvullingen die wijzen op de plantaardige oorsprong van het betrokken product. De uitzondering zoals die is opgenomen in deel III onder punt 5 in de tweede alinea geldt volgens het HvJEU alleen voor die producten die zijn opgenomen in het besluit van de Commissie van 20 december 2010 (besluit 2010/791/EU), zijnde het besluit tot vaststelling van de lijst van producten bedoeld in (thans) Bijlage VII, deel III onder punt 6, tweede alinea. Tussen partijen is niet in geschil dat deze uitzondering in deze zaak niet van toepassing is op de producten van [de vennootschap 1] . 3.6.2. Met inachtneming van deze uitleg door het HvJEU mag [de vennootschap 1] de benaming “melk” en de overige voorbehouden zuivelbenamingen (waarbij het gaat om de benamingen “yoghurt” en “room”) niet gebruiken als (verkoop)benaming van haar sojaproducten en mag zij deze voorbehouden zuivelbenamingen evenmin gebruiken om op enigerlei wijze haar producten aan te duiden . Daarbij maakt het niet uit of zij de voorbehouden benamingen gebruikt op de verpakkingen van haar producten of anderszins bij de afzet dan wel presentatie van die producten. 3.6.3. Anders dan NZO aanvoert, brengt deze uitleg naar het oordeel van het hof niet mee dat het [de vennootschap 1] in het geheel niet is toegestaan om op haar verpakkingen dan wel anderszins bij de presentatie van haar producten de benamingen “melk”, “yoghurt” en “room” (dan wel enige andere voorbehouden zuivelbenaming) op enigerlei wijze te gebruiken. Zulk gebruik is immers alleen niet toegestaan als benaming of als aanduiding van haar sojaproducten. Indien de voorbehouden zuivelbenamingen door [de vennootschap 1] op een andere wijze worden gebruikt, is dat gebruik volgens het HvJEU in zijn arrest van 14 juni 2017 (Tofu Town) niet – als zodanig en zonder meer – in strijd met de bepalingen van Verordening (EU) nr. 1308/2013. 3.7. In het licht van het vorenstaande oordeelt het hof als volgt met betrekking tot het gebruik van voorbehouden zuivelbenamingen door [de vennootschap 1] voor de door NZO genoemde sojaproducten. - Schep-yofu en [product] 3.7.1. Volgens NZO handelt [de vennootschap 1] bij het in de handel brengen van haar producten schep-yofu en [product] in strijd met bijlage VII, deel III onder punt 5, door onder meer op haar verpakkingen en op haar websites de benamingen i) “yoghurtvariatie”, “variatie op yoghurt”, respectievelijk ii) “plantaardige yoghurtvariatie”, “plantaardige variatie op yoghurt” te gebruiken (mvg, grief 4.1. onder 88 en grief 4.2. onder 153). [de vennootschap 1] betwist dat zij op deze wijze handelt in strijd met de betreffende bepaling omdat zij de voorbehouden zuivelbenaming “yoghurt” niet gebruikt als benaming of aanduiding van haar sojaproducten. Met [de vennootschap 1] is het hof van oordeel dat haar gebruik van de woordcombinatie “(plantaardige) variatie op yoghurt” en “(plantaardige) yoghurtvariatie” niet ertoe strekt de voorbehouden zuivelbenaming “yoghurt” te gebruiken als benaming dan wel als aanduiding van de betreffende sojaproducten, maar dat het is bedoeld om tot uitdrukking te brengen dat haar sojaproducten een plantaardig alternatief vormt voor het dierlijk melkproduct “yoghurt”. Dit gebruik is volgens het hof om die reden niet in strijd met het bepaalde in bijlage VII, deel III onder punt 5 dan wel bijlage XII, artikel III, punt 1 van de Verordening (EG) nr. 1234/2007. 3.7.2. Met inachtneming van het vorenoverwogene geldt naar het oordeel van het ho Ten overvloede overweegt het hof dat uit hetgeen hiervoor is overwogen omtrent de strekking van het bepaalde in bijlage VII, deel III onder de punten 1 tot en met 5, volgt dat de stelling van NZO, dat op grond van deze bepalingen ieder gebruik van de voorbehouden zuivelbenamingen voor niet-zuivelproducten zou zijn verboden (ook indien de zuivelbenamingen niet worden gebruikt als benaming of aanduiding voor een niet-zuivelproduct) niet juist is en daarom door het hof niet wordt gevolgd. 3.7.7. Het gebruik van de term “kookroom” in de zinsnede “die op dezelfde manier als kookroom gebruikt kan worden” in productie 6 (pag. 35) (inl. dagv.) is niet in strijd met Bijlage VII, deel III onder punt 5, omdat in deze zinsnede het product niet als ‘room’ wordt aangeduid. Datzelfde geldt mutatis mutandis voor het gebruik van de zinsnede “te gebruiken als kookroom” zoals vermeld op de verpakking overgelegd als productie 15 (bij inl. dagv.) zijdens NZO. 3.7.8. Ten aanzien van het gebruik van de overige hiervoor in rov. 3.7.3. onder ii) tot en met vii) weergegeven bewoordingen waarin het woord “room” zelfstandig dan wel als samenstelling (in een woordcombinatie) wordt gebruikt, geldt dat de voorbehouden benaming “room” noch op de verpakkingen noch in de advertenties in de bijgevoegde producties waarnaar wordt verwezen, wordt gebruikt als benaming van het product dan wel anderszins om het product als “room” aan te duiden. Om die reden is het gebruik van de term “room” dat [de vennootschap 1] in die producties maakt, niet in strijd met het bepaalde in bijlage VII, deel III onder punt 5. De term “zuivel” (rov. 3.7.3. onder iv) is zelf geen voorbehouden benaming, zodat de aanduiding van [de vennootschap 1] ’s Cuisine als “plantaardige zuivel” niet, reeds als zodanig en zonder meer, in strijd is met het bepaalde in bijlage VII, deel III onder punt 5. Ook het gebruik van de term “crème de la crème” is niet in strijd met die bepalingen, nu (voor de Nederlandse markt) de term “crème” geen voorbehouden benaming is in de zin van bijlage VII, deel III onder punt 2. - [de vennootschap 1] ’s sojadranken 3.7.9. Ten aanzien van haar sojadranken handelt [de vennootschap 1] naar het oordeel van NZO in strijd met het bepaalde in bijlage VII, deel III onder punt 5 door het gebruik ten aanzien van die dranken van de voorbehouden zuivelbenamingen i) melkschap, ii) vrij van zuivel, iii) zuivelvrije variatie op melk en iv) alternatief voor zuivel (mvg, grief 4.4. onder nummer 203). Hieromtrent geldt het volgende. 3.7.10. In dit verband stelt het hof het volgende voorop. Hoewel in de woordcombinatie ‘melkschap’ het woord ‘melk’ als samenstellend deel voorkomt, is het woord als geheel geen benaming van (een soort) ‘melk’, maar daarentegen de benaming van een (soort) ‘schap’. De term ‘melkschap’ valt om die reden dan ook niet reeds als zodanig en zonder meer onder het verbod van het gebruik van de benaming ‘melk’ zoals bepaald in bijlage VII, deel III onder punt 1. Verder heeft te gelden dat met het gebruik van het woord ‘melkschap’ op de wijze zoals dat gebeurt in de producties 13 en 24 (waarnaar NZO in dit verband heeft verwezen) [de vennootschap 1] haar sojadranken niet voorziet van de benaming ‘melk’ dan wel als ‘melk’ aanduidt. [de vennootschap 1] handelt derhalve door het gebruik van deze termen niet in strijd met het bepaalde in bijlage VII, deel III onder punt 5. 3.7.11. De benaming ‘zuivel” is, zoals hiervóór is overwogen, geen voorbehouden benaming in de zin van bijlage VII, deel III onder punt 1 en punt 2. Door het gebruik van deze term op haar verpakking (productie 16) dan wel op haar websites (productie 7, pag. 12 en 70) handelt [de vennootschap 1] niet, reeds als zodanig en zonder meer, in strijd met het bepaalde in bijlage VII, deel III onder punt 5. 3.7.12. Door het gebruik op haar websites van de benaming ‘melk’ in de bewoordingen “zuivelvrije variatie op melk” (productie 7, pag. 9 en 67) wordt de voorbehouden zuivelbenaming “melk” door [de vennootsch Met inachtneming van deze afbeeldingen oordeelt het hof als volgt omtrent de hiervoor weergegeven stellingen van NZO. i. i) Een bekerverpakking dan wel een kartonnen verpakking als hier bedoeld, betreft een gangbare verpakking die - anders dan NZO lijkt te suggereren - niet is voorbehouden aan yoghurt of andere zuivelproducten. Dergelijke verpakkingen vormen - gelet op de aard van het te verpakken product - een praktische wijze van verpakken die algemeen gebruikelijk is voor diverse (levens)middelen. Het gebruik van deze verpakking is op zichzelf dan ook niet in strijd met het bepaalde in bijlage VII, deel III onder punt 6. ii) De omstandigheid dat op de verpakking van zuivelproducten een (gras)groene kleur wordt gebruikt, brengt op zichzelf niet mee dat het gebruik van een (gras)groene kleur zonder meer wordt geassocieerd met dierlijke zuivelproducten en om die reden aan zuivelproducenten is voorbehouden. Daarnaast refereren de groene bladeren op de verpakking van het sojaproduct aan de plantaardige oorsprong van het sojaproduct gezien de tekst “plantaardig SOYA” die staat vermeld in het meest in het oog springende groene blaadje op de voorzijde van de verpakking. Met deze groene bladeren, op zich en in samenhang bezien met de verdere (con)tekst op de verpakking, wordt naar het oordeel van het hof dan ook niet de indruk gewekt dat het product een dierlijk zuivelproduct (yoghurt) is. Dat een sojablad donkergroen is in plaats van grasgroen, maakt het vorenstaande niet anders. iii) Het feit dat de sojaproducten schep- en schenk-yofu in een witte kleur worden afgebeeld, stemt voldoende overeen met de kleur die deze producten in werkelijkheid hebben, terwijl enig verschil in kleurnuances tussen de producten en de afbeelding daarvan op de verpakking niet alleen vanuit commercieel oogpunt gerechtvaardigd is, en daarmee ook niet, reeds als zodanig en zonder meer, de indruk wordt gewekt dat het (soja)product een zuivelproduct is. Een witte kleur wordt immers - anders dan NZO suggereert - niet (enkel) geassocieerd met zuivelproducten en is derhalve evenmin, bij uitsluiting, voorbehouden aan verpakkingen van (dierlijke) zuivelproducten. iv) Het woord “naturel” wordt volgens gangbaar spraak- en taalgebruik gedefinieerd als “zijn natuurlijke kleur of samenstelling hebbend, onvermengd, puur”. Het betreft daarmee een algemeen gebruikelijke term die, zoals [de vennootschap 1] onbetwist heeft gesteld, wordt gebruikt ten aanzien van diverse levensmiddelen. Derhalve geldt ook hier, dat het woord “naturel” niet zonder meer wordt geassocieerd met zuivelproducten, zodat daarmee niet de indruk wordt gewekt dat het om een zuivelproduct (yoghurt) gaat. Datzelfde geldt voor de bewoordingen “mild”, “zacht” en “romig”. Deze verwijzen naar de kenmerkende structuur en textuur van het product, hetgeen niet alleen voor zuivelproducten geldt. Ook indien deze bewoordingen worden gebruikt in combinatie met de term yoghurtvariatie, handelt [de vennootschap 1] naar het oordeel van het hof niet, reeds als zodanig en zonder meer, in strijd met bijlage VII, deel III onder punt 6. Datzelfde geldt mutatis mutandis voor het gebruik van het woord “creamy” in de benaming van het product “ [product] ” (vii). v) De term “yoghurtschap” refereert slechts aan de plek in de winkel of supermarkt waar het product is geplaatst. De plaatsing van het onderhavige sojaproduct in het “yoghurtschap” ligt voor de hand, nu dit sojaproduct een alternatief vormt voor yoghurt. Hierdoor wordt bij de consument niet reeds als zodanig en zonder meer de indruk gewekt dat het gaat om een zuivelproduct (yoghurt). Datzelfde geldt ten aanzien van de stelling van NZO dat [de vennootschap 1] het product “ [product] ” presenteert in de categorieën “yoghurt” en “zuivel/zuiveldranken” (viii). vi) De omstandigheid dat op de voorzijde van de verpakking van de schep-yofu slechts is vermeld [de vennootschap 1] Naturel, zonder dat een eigen productnaam is gegeven, brengt evenmin mee dat wordt gehandeld in st i) de benaming “creamy” gebruikt in de naam van het product “Luchtig (Aeré) & Creamy”, waardoor het product de zuivelbenaming cream bevat en welke benaming in de verdere context een roomassociatie oproept; ii) voor het product een identieke kartonnen verpakking gebruikt als voor (slag)room wordt gebruikt; iii) een voor (slag)room gangbare opmaak en kleurstelling van deze verpakking gebruikt (een combinatie van wit en lichtblauw); iv) de afbeelding gebruikt van een zuivelwit product, terwijl het sojaproduct een vaalwitte/beige kleur heeft; v) dit product niet een voor de consument duidelijke eigen product- of soortnaam geeft; vi) voor room typerende aanduidingen gebruikt, zoals “naturel”, “mild”, “zacht” en “romig”, al dan niet in combinatie met de aanduiding “room” en vii) dezelfde kleurcodering gebruikt als voor zuivel, te weten: blauw voor het “volle” product en lichtblauw voor de “light” versie. 3.9.6 Met betrekking tot de omstandigheden genoemd in rov. 3.9.5 onder i) tot en met vi) geldt dat deze ieder op zichzelf genomen en in hun onderlinge samenhang bezien niet (reeds) als zodanig en zonder meer leiden tot het oordeel dat [de vennootschap 1] handelt in strijd met het bepaalde in bijlage VII, deel III onder punt 6. Daartoe verwijst het hof naar hetgeen zij hierboven in rov. 3.9.2 heeft geoordeeld ten aanzien van de gelijkluidende argumenten met betrekking tot de schep- en schenk-yofu. Ook de omstandigheid dat [de vennootschap 1] voor het “volle” product een blauwe kleur gebruikt en voor de “light” versie een lichtblauwe kleur (vii), brengt op zichzelf (nog) niet mee dat [de vennootschap 1] handelt in strijd met bijlage VII, deel III onder punt 6. Dat de verschillende variaties van een product, ook waar het de energiewaarde ervan betreft, met verschillende kleuren worden aangeduid, is in de voedingsbranche niet ongebruikelijk en niet bij uitsluiting voorbehouden voor (dierlijke) zuivelproducten. De stelling van NZO dat de kleuren licht- en donkerblauw voor de aanduiding van magere respectievelijk volle producten bij de consument uitsluitend de associatie met zuivelproducten oproept, acht het hof tegenover de (gemotiveerde) betwisting van [de vennootschap 1] niet voldoende (nader) onderbouwd. 3.9.7. Met inachtneming van de door NZO gestelde feiten en omstandigheden in onderlinge samenhang met de in het geding gebrachte afbeeldingen van de producten [de vennootschap 1] ’s Cuisine en Luchtig (Aere) & Creamy, is het hof van oordeel dat [de vennootschap 1] voor wat betreft de wijze van verpakken en de presentatie van genoemde (soja)producten niet, als zodanig en zonder meer, impliceert dan wel suggereert dat haar betreffende producten (dierlijke) zuivelproducten zijn. - [de vennootschap 1] ’s sojadranken 3.9.8. Met betrekking tot het product [de vennootschap 1] sojadrinks geldt eveneens volgens NZO dat [de vennootschap 1] in strijd handelt met het bepaalde in Bijlage VII, deel III onder punt 6 door dit product te etiketteren, aan te prijzen en te presenteren als een soort melkproduct (grief 4.4., nummer 203 onder b). Daartoe voert NZO aan dat [de vennootschap 1] : i. i) identieke kartonnen verpakkingen gebruikt als die voor melk worden gebruikt; ii) een voor melk gangbare kleurstelling van dit kartonnen pak gebruikt, te weten voornamelijk een combinatie van wit, blauw en groen; iii) op de verpakking een afbeelding plaatst van een zuivelwit product, terwijl het sojaproduct een vaalwitte/beige kleur heeft, en op de verpakking grasgroene plaatjes afbeeldt, terwijl sojabladeren donkergroen zijn; iv) dezelfde kleurcodering gebruikt als voor zuivel, te weten: blauw voor het “volle” product en lichtblauw voor de “light” versie; v) het product niet een voor de consument duidelijke eigen product- of soortnaam geeft; vi) de sojadrink naast melk in het koelvak plaatst en dit schap in de reclame “melkschap” noemt en vii) op de verpakking van de lang houdbare sojadrink de Nederlandse vlag afbeeldt op dezelfde plaats waar de consume - [de vennootschap 1] ’s sojadesserts 3.9.11. Met betrekking tot het product [de vennootschap 1] sojadesserts geldt eveneens volgens NZO dat [de vennootschap 1] in strijd handelt met het bepaalde in bijlage VII, deel III onder punt 6 door dit product te etiketteren, aan te prijzen en te presenteren als een soort zuivelproduct (grief 4.5., nummer 218 onder b). Daartoe voert NZO aan dat [de vennootschap 1] : i) gebruik maakt van identieke kartonnen verpakkingen als voor vla worden gebruikt; ii) het woord “romig” gebruikt; iii) het woord “creamy” gebruikt. 3.9.12. Met betrekking tot de omstandigheden genoemd in rov. 3.9.11 onder i) tot en met iii) geldt dat deze ieder op zichzelf genomen en in hun onderlinge samenhang bezien niet leiden tot het oordeel dat [de vennootschap 1] handelt in strijd met het bepaalde in bijlage VII, deel III onder punt 6. Daartoe verwijst het hof naar hetgeen zij hierboven in rov. 3.9.2 heeft geoordeeld ten aanzien van de gelijkluidende argumenten met betrekking tot de schep- en schenk-yofu. Tussenconclusie 3.9.13. Op grond van het vorenoverwogene komt het hof tot de slotsom dat de grieven 4.2 en 4.4 slagen voor wat betreft de wijze van presenteren in de advertenties van de producten [product] (prod. 13, pag. 1 bij inl dagv.) en [de vennootschap 1] ’s sojadrank (prod. 13, pag. 2 bij inl. dagv.) en de grieven 4.1 tot en met 4.5 voor het overige falen. Het beroepen vonnis van de rechtbank zal in zoverre worden vernietigd, waarna het hof opnieuw rechtdoende zal beslissen als in het dictum vermeld. De grieven 1 tot en met 3 3.10.1 In de grieven 1 tot en met 3 formuleert NZO een aantal klachten van algemene aard tegen het vonnis van de rechtbank met betrekking tot de toepassing van de geldende regelgeving (grieven 1 en 3) en met betrekking tot de weergave van de stellingen van NZO door de rechtbank (grief 2). 3.10.2. Met grief 1 betoogt NZO, zakelijk weergegeven, dat de rechtbank de toepasselijke (Europese) regelgeving niet volledig in haar beoordeling heeft betrokken en dat zij bovendien is uitgegaan van een onjuiste Nederlandse vertaling van die regelgeving. Met grief 3 betoogt NZO, zakelijk weergegeven, dat de rechtbank de aard en inhoud van de toepasselijke Europese regelgeving heeft miskend en dat zij daardoor tot een verkeerde toepassing van die regelgeving is overgegaan. In het bijzonder zou de rechtbank hebben miskend dat het gebruik van de voorbehouden zuivelbenamingen ten aanzien van niet-zuivelproducten nimmer is toegestaan en dat dit een ‘harde regel’ betreft. Dit betekent volgens NZO niet alleen dat het gebruik van de voorbehouden zuivelbenamingen door [de vennootschap 1] als aanduiding of als benaming van haar sojaproducten niet is toegestaan, maar ook dat al het overige gebruik door [de vennootschap 1] van de voorbehouden zuivelbenamingen met betrekking tot haar sojaproducten niet is toegestaan. Al hetgeen door NZO in de toelichting op de grieven 1 en 3 is gesteld omtrent de uitleg en toepassing van die Europese regelgeving, leidt naar het oordeel van het hof niet tot een andere beoordeling en beantwoording van de vraag of [de vennootschap 1] ten aanzien van de door NZO genoemde producten die regelgeving heeft overtreden. Reden waarom de grieven 1 en 3 wegens het ontbreken van zelfstandige betekenis hier verder onbesproken kunnen blijven. 3.10.3 Ook ten aanzien van grief 2 geldt dat NZO geen belang heeft bij een behandeling hiervan. Of de rechtbank die feitelijke stellingen al dan niet juist heeft weergeven (zoals NZO in de toelichting van grief 2 betoogt), leidt in appel niet tot een andere uitkomst. De vorderingen onder a) tot en met c) 3.11.1. Hetgeen hiervoor met betrekking tot de grieven 1 tot en met 4 is geoordeeld, leidt tot het volgende voor wat betreft de door NZO onder a) tot en met c) ingestelde vorderingen. In navolging van de rechtbank acht het hof toewijsbaar de vordering (als vermeld in het petitum onder a.i) om voor recht te verklaren dat [de vennootschap 1] jegens NZO en haar Omtrent dit een en ander oordeelt het hof als volgt. 3.12.3. Voor zover NZO ten behoeve van leden op grond van procesvolmacht een schadevergoeding vordert, overweegt het hof als volgt. Een procespartij kan op eigen naam een vordering (ten behoeve) van een derde instellen, indien die derde daartoe last heeft gegeven aan de procespartij. In dat geval is de procespartij niet gehouden om in de dagvaarding of anderszins te vermelden dat hij ter behartiging van de belangen van een ander optreedt. Eerst indien het verweer van de wederpartij daartoe aanleiding geeft, zal de lasthebber dienen te stellen en zo nodig te bewijzen dat hij uit hoofde van lastgeving bevoegd is om op eigen naam ten behoeve van de rechthebbende(n) op te treden (HR 26 november 2004, NJ 2005/41 LJN: AP9665). Nu [de vennootschap 1] in het geding in eerste aanleg niet het verweer heeft gevoerd dat NZO niet bevoegd was om in rechte vergoeding te vorderen van de door haar leden geleden schade, heeft de rechtbank de vordering tot vergoeding van schade ten onrechte op de door haar in rov. 3.4.29 genoemde gronden afgewezen. NZO heeft in hoger beroep (alsnog) aangevoerd dat zij over een procesvolmacht beschikt en heeft, voorafgaand aan het pleidooi, een kopie van een procesvolmacht overgelegd waaruit volgens haar volgt dat zij door 13 in die volmacht genoemde leden de bevoegdheid heeft gekregen om de door die leden geleden schade in rechte te vorderen. [de vennootschap 1] heeft het bestaan en de rechtsgeldigheid van deze (proces)volmacht niet dan wel onvoldoende (gemotiveerd) betwist. Uit de tekst van de in het geding gebrachte (proces)volmacht blijkt dat deze volmacht is verstrekt voor de procedure, thans aanhangig bij dit hof onder nummer 200.165.890/01. Daarmee volgt uit de volmacht voldoende duidelijk dat zij (mede) betrekking heeft op de vordering tot vergoeding van schade zoals die in onderhavige procedure is ingesteld. Dat de volmacht niet gedateerd is en dat in de volmacht als wederpartij [de vennootschap 2] wordt genoemd in plaats van [de vennootschap 1] (zoals door [de vennootschap 1] is aangevoerd, pleitnota nr. 35 onder i en onder iv) is onvoldoende om het bestaan en/of de geldigheid van deze volmacht te betwisten. De omstandigheid dat de procesvolmacht namens de daarin genoemde leden is ondertekend door de advocaat van NZO brengt op zichzelf evenmin mee dat de volmacht niet geldig zou zijn. Nu [de vennootschap 1] niet (voldoende) gemotiveerd heeft betwist dat de advocaat van NZO bevoegd was tot het ondertekenen van deze procesvolmacht namens de daarin genoemde leden van NZO, hoefde NZO geen schriftelijke volmachten te overleggen waaruit kan worden afgeleid dat de advocaat van NZO door de leden was gemachtigd om namens hen de procesvolmacht te ondertekenen. In aanmerking nemende dat de advocaat van een procespartij op zijn woord kan worden geloofd, brengt het vorenstaande naar het oordeel van het hof mee dat NZO op grond van de overgelegde (proces)volmacht bevoegd is om namens haar leden vergoeding te vorderen van de door hen geleden schade. 3.12.4. De schade van haar leden bestaat volgens NZO uit winstderving die de die leden hebben geleden door het onrechtmatig handelen van [de vennootschap 1] . Omdat de volledige schade van NZO en haar leden niet nauwkeurig kan worden vastgesteld, dient deze schade volgens NZO op de voet van artikel 6:104 BW te worden begroot op het bedrag van de winst die [de vennootschap 1] door haar onrechtmatig handelen heeft genoten. Die kan worden gesteld op een bedrag van € 100.000,00 per jaar, zodat NZO over de periode vanaf 2006 recht heeft op een schadevergoeding van € 1.000.000,00. [de vennootschap 1] heeft betwist dat NZO (en haar leden) de door NZO gestelde schade hebben geleden. 3.12.5. Hetgeen NZO in onderhavige procedure heeft gesteld omtrent de door haarzelf en de door haar leden geleden schade, is onvoldoende om die schade thans te (kunnen) begroten. Het hof acht de mogelijkheid dat er (vermogens)schade is geleden door N