Rechtspraak Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2017-12-05
ECLI:NL:GHSHE:2017:5384
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Afdeling civiel recht zaaknummer 200.208.585/01 arrest van 5 december 2017 in de zaak van [de vennootschap] , gevestigd te [vestigingsplaats] , appellante, hierna aan te duiden als [appellante] , advocaat: mr. J. Van Zinderen te Utrecht, tegen 1 [geïntimeerde 1] , wonende te [woonplaats] , 2. [geïntimeerde 2] , wonende te [woonplaats] , geïntimeerden, hierna gezamenlijk in enkelvoud aan te duiden als [geintimeerden] , advocaat: mr. C.A. Gobbens te Breda, als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 4 april 2017 in het hoger beroep van het door de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda onder zaaknummer 5129349 CV EXPL 16-3534 gewezen vonnis van 21 september 2016 (hersteld bij vonnis van 26 oktober 2016). 5 Het verloop van de procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenarrest van 4 april 2017; het proces-verbaal van de comparitie van partijen van 4 mei 2017; het H-16 formulier van mr. Gobbens van 22 mei 2017; de memorie na comparitie; de antwoordmemorie na comparitie. 6 De beoordeling 6.1. Ter comparitie van 4 mei 2017 zijn partijen ter beëindiging van de onderhavige procedure het navolgende overeengekomen: - partij [appellante] zal ieder jaar de Thujahaag, die het voorwerp van het geschil in deze procedure is, terugsnoeien tot een hoogte van maximaal 4,5 meter, gemeten vanaf de voet van de Thujahaag; - partij [geintimeerden] zullen ervoor zorgen dat de over de erfgrens hangende takken van alle bomen die worden genoemd in het beroepen vonnis onder rechtsoverweging 3.14, gemeten vanaf de voet van de Thujahaag, tot een hoogte van 7,5 meter zullen worden verwijderd en verwijderd gehouden; - partijen zullen er voor zorgen dat zij ieder uiterlijk 1 juli 2017 voor de eerste keer aan bovenstaande verplichtingen gevolg hebben gegeven; - partijen dragen ieder de eigen proceskosten; - partijen verlenen elkaar ten aanzien van de overige geschilpunten in deze procedure in eerste aanleg dan wel in hoger beroep over en weer finale kwijting; - partijen zullen medewerking verlenen aan royement van deze procedure. Deze vaststellingsovereenkomst is in het proces-verbaal van de comparitie van partijen neergelegd. 6.2.1. Na verwijzing naar de rol voor doorhaling van de procedure heeft [geintimeerden] niet, zoals was overeengekomen, doorhaling gevraagd. Bij memorie na gehouden comparitie vordert [geintimeerden] voor recht te verklaren: - dat de vaststellingsovereenkomst zoals neergelegd in het proces-verbaal van comparitie van partijen van 4 mei 2017 geheel is vernietigd, althans in ieder geval is vernietigd voor wat betreft de bepaling dat partij [appellante] ieder jaar de Thujahaag, die het voorwerp van het geschil in deze procedure is, zal terugsnoeien tot een hoogte van maximaal 4,5 meter, gemeten vanaf de voet van de Thujahaag; - althans deze vaststellingsovereenkomst geheel, althans in ieder geval voor wat betreft de bepaling dat partij [appellante] ieder jaar de Thujahaag, die het voorwerp van het geschil in deze procedure is, zal terugsnoeien tot een hoogte van maximaal 4,5 meter, gemeten vanaf de voet van de Thujahaag, te vernietigen. 6.2.2. Ter onderbouwing van deze vorderingen voert [geintimeerden] het volgende aan. Ter comparitie heeft [appellante] meerdere malen aangegeven dat de Thujahaag op dat moment ongeveer 4,5 meter hoog was. Op basis van deze mededeling heeft [geintimeerden] ingestemd met de overeengekomen hoogte van 4,5 meter, dit in de veronderstelling dat ook daadwerkelijk de op dat moment bestaande hoogte betrof. Gebleken is dat de hoogte van de Thujahaag op 4 mei 2017 ‘slechts’ ongeveer 3,5 meter betrof. De onjuiste voorstelling van zaken is te wijten aan de foutieve inlichting van de zijde van [appellante] , althans schending van haar plicht om [geintimeerden] in te lichten. [appellante] wist dat de bestaande hoogte van de Thujahaag voor [geintimeerden] bepalend was, daar is ter comparitie uitdrukkelijk over gesproken. Zou [geintime