Rechtspraak Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2017-11-17
ECLI:NL:GHSHE:2017:5209
Afdeling strafrecht Parketnummer : 20-002966-15 Uitspraak : 17 november 2017 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 15 september 2015 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 03-702835-12 en 03-279950-11, tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1981, wonende te [adres] . Hoger beroep De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het beroepen vonnis zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende: de verdachte ter zake de onder parketnummer 03-702835-12 onder 1, eerste cumulatief/alternatief, ten laste gelegde verduistering van geld dat een ambtenaar in diens bediening onder zich heeft zal vrijspreken en de onder dat parketnummer onder 1, tweede cumulatief/alternatief, ten laste gelegde oplichting en het onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde bewezen zal verklaren; het onder parketnummer 03-279950-11 onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen zal verklaren; de verdachte zal veroordelen tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met een proeftijd van 2 jaren en tot een taakstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest; de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] (voorheen [benadeelde 1] ) hoofdelijk zal toewijzen tot een bedrag van € 157.882,23, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel; de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] zal toewijzen tot het in eerste aanleg toegewezen bedrag van € 3.917,18, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel; de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3] zal toewijzen tot het in eerste aanleg toegewezen bedrag van € 6.390,66, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel; de inbeslaggenomen klapper met bankbescheiden zal teruggeven aan de verdachte. De verdediging heeft: ten aanzien van het onder parketnummer 03-702835-12 onder 1 ten laste gelegde vrijspraak bepleit, voor zover betrekking hebbend op de overboekingen naar de bankrekeningen van [betrokkene] voor een totaalbedrag van € 73.000,00 en voor zover betrekking hebbend op het onderdeel medeplegen; ten aanzien het onder parketnummer 03-702835-12 onder 2 ten laste gelegde bepleit dat sprake is van een voortgezette handeling met het onder dat parketnummer onder 1 ten laste gelegde en voorts dat geen sprake is van medeplegen; zich ten aanzien van het onder parketnummer 03-702835-12 onder 3 ten laste gelegde gerefereerd aan het oordeel van het hof, met dien verstande dat is bepleit dat geen sprake is van medeplegen; ten aanzien van het onder parketnummer 03-702835-12 onder 4 ten laste gelegde gewezen op de bekennende verklaring van de verdachte en opgemerkt dat de verhuurder niet is benadeeld; ten aanzien van de onder parketnummer 03-279950-11 onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten bepleit dat tussen beide feiten sprake is van een voortgezette handeling; een verweer gevoerd met betrekking tot de straf en zich geschaard achter de door de advocaat-generaal gevorderde strafoplegging; ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1] (voorheen [benadeelde 1] ) betoogd dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vordering tot schadevergoeding; zich ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] niet verzet tegen toewijzing van € 3.917,18; zich ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3] niet verzet tegen toewijzing van € 6.390,66 en betoogd dat de vordering voor het overige zal worden afgewezen; ten aanzien van alle vorderingen van de benadeelde partijen betoo Tenlastelegging Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep - ten laste gelegd dat: Parketnummer 03-702835-12: 1.zij in of omstreeks de periode van 1 september 2009 tot en met 30 november 2011, in de gemeente Sittard-Geleen en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (meermalen) als (tijdelijk) medewerker met enige openbare dienst voortdurend of tijdelijk belast bij [benadeelde 1] ( [benadeelde 1] ), opzettelijk geld dat zij in haar bediening onder zich had heeft verduisterd, hebbende zij, verdachte, en/of haar mededader(s), (telkens) opzettelijk een of meerdere (gro(o)t(e)) geldbedrag(en) (tot een totaalbedrag van € 176.250,00) van [benadeelde 1] , welk geld zij, verdachte, anders dan door misdrijf, immers uit hoofde van haar bediening als (tijdelijk) medewerker met enige openbare dienst voortdurend of tijdelijk belast bij [benadeelde 1] , onder zich had, zich wederrechtelijk heeft toegeëigend door dit geld (telkens) over te (laten) maken naar de bankrekening(en) van zichzelf en/of haar mededader(s) en/of een of meer andere (aan verdachte gelieerde) perso(o)n(en) die niet tot genoemd(e) geldbedrag(en) gerechtigd was/waren en/of zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 september 2009 tot en met 30 november 2011 in de gemeente Sittard-Geleen en/of (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [benadeelde 1] ( [benadeelde 1] ), heeft bewogen tot de afgifte van een of meerdere (gro(o)t(e)) geldbedrag(en) (tot een totaalbedrag van € 176.250,00), hebbende verdachte en/of haar mededader(s) (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid (telkens) een of meer aanvra(a)g(en) voor (een) subsidieregeling(en) ter verkrijging van subsidie in het kader van de Tijdelijke subsidieregeling maatwerkadviezen voor woningen en/of de Tijdelijke stimuleringsregeling energiebesparende voorzieningen aan woningen valselijk opgemaakt en/of vervalst, bestaande die valsheid/vervalsing onder meer uit het valselijk op naam van een of meer al dan niet gefingeerde perso(o)n(en)en/of bedrij(f)(ven) en/of vereniging(en) opmaken en/of ondertekenen van een of meer subsidieaanvraagformulier(en) en/of het valselijk opmaken van een of meer factu(u)r(en)/kwitantie(s) van een of meer (bouw)bedrij(f)(ven) ter onderbouwing van die subsidieaanvra(a)g(en) en/of het mogelijk maken en/of regelen dat vorenbedoelde (valse en/of vervalste) geschrift(en) in de administratie van [benadeelde 1] werd(en) opgenomen en/of werd(en) verwerkt en/of het (vervolgens) valselijk een of meer besluit(en) tot verlening en vaststelling van subsidie opmaken (gebaseerd op genoemde valse subsidieaanvra(a)g(en)) en/of mogelijk maken en/of regelen dat (een) dergelijk(e) besluit(en) werd(en) opgemaakt en/of in de administratie van [benadeelde 1] werd(en) opgenomen en/of verwerkt en/of het in het (computer) (administratie)systeem van [benadeelde 1] namen van (een) (al dan niet gefingeerde) (niet subsidiegerechtigde) perso(o)n(en) en/of bedrijf/bedrijven en/of vereniging(en) inbrengen en/of (een) geldbedrag(en) (aan subsidie) inbrengen en/of (een) bankrekeningnummer(s) inbrengen waarop dat/die geldbedrag(en) (als subsidie) moest(en) worden gestort en/of hebbende verdachte en/of haar mededader(s) (vervolgens) (op basis van voornoemd(e) vals(e) subsidieverlening(en) wederrechtelijk subsidiegeld(en) (laten) uitbetalen op een of meer bankrekening(en) van haar, verdachte en/of haar mededader(s) en/of een of meer andere (aan verdachte gelieerde) perso(o)n(en) die niet tot genoemd(e) geldbedrag(en) gere 291-293); - een geldbedrag van € 750,00 (dossier p. 291-293); verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, althans van een hoeveelheid geld gebruik gemaakt, terwijl zij (telkens) wist dat (dit) (deze) geld(bedragen) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was (waren) uit enig misdrijf; 4.zij op of omstreeks 7 november 2011 in de gemeente Sittard-Geleen, althans in Nederland een werkgeversverklaring - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft verdachte valselijk een werkgeversverklaring (gedateerd 7 november 2011) opgemaakt waarin onder andere - in strijd met de waarheid - was vermeld dat zij, verdachte, sedert 1 augustus 2009 voor onbepaalde tijd of in vaste dienst werkzaam was voor het [benadeelde 1] , zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; Parketnummer 03-279950-11: 1.zij in of omstreeks de periode van 7 oktober 2008 tot 7 juni 2010 in de gemeente Stein, althans in Nederland, meermalen althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft afgeleverd en/of voorhanden gehad (een) vals(e) of vervalst(e) loonstrook en/of een arbeidsovereenkomst en/of een (kopie)paspoort en/of een (SNS)-internet-bankafschrift en/of een verzekeringsovereenkomst en/of (een) krediet-aanvraagformulier(en) - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - terwijl zij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat dit/die geschrift(en) bestemd was/waren voor gebruik als ware het/zij (telkens) echt en onvervalst, bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat de oorspronkelijke adres- en/of persoonsgegevens op voornoemd(e) geschrift(en) is/zijn vervangen door andere gegevens; 2.zij in of omstreeks de periode van 7 oktober 2008 tot 7 juni 2010 in de gemeente Stein, althans in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgre(e)p(en) en/of door een samenweefsel van verdichtsels [benadeelde 3] en/of [benadeelde 2] en/of [benadeelde 10] heeft bewogen tot de afgifte van (een)geldsom(men), in elk geval van enig goed, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid ten behoeve van (een) kredietaanvra(a)g(en) een vals/vervalst (SNS-)internetbankafschrift en/of een valse/vervalste loonstrook en/of een valse/vervalste arbeidsovereenkomst (Ictopus) en/of een valse/vervalste verzekeringsovereenkomst overgelegd en/of valse/vervalste adres- en/of persoonsgegevens vermeld en/of een valse/vervalste handtekening geplaatst op het/de krediet-aanvraagformulier(en) en/of een vals e-mailadres heeft gebruikt/vermeld, waardoor [benadeelde 3] en/of [benadeelde 2] en/of [benadeelde 10] werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte; De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. Het hof begrijpt de tenlastelegging onder parketnummer 03-279950-11, gelet op de samenhang tussen de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, aldus dat bij feit 2 is bedoeld ten laste te leggen “vals/ vervalst (SNS-)internetbankafschrift en/of een valse/ vervalste loonstrook en/of een valse/ vervalste arbeidsovereenkomst (Ictopus) en/of een valse/ vervalste verzekeringsovereenkomst overgelegd en/of valse/ vervalste adres- en/of persoonsgegevens vermeld en/of een valse/ vervalste handtekening geplaatst op het/de krediet-aanvraagformulier(en)”. Het hof leest de tenlastelegging in die zin verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Vrijspraken Het hof is met de advocaat-generaal van oordeel dat voor de onder parketnummer 03-702835-12 onder 1, eerste cumulatief/alternatief, ten laste gelegde verduistering van geld dat een ambtenaar in diens bediening onder zich heeft, onvoldoende wettig en overtuigend bewijs i besluiten tot verlening en vaststelling van subsidie in het kader van de Tijdelijke subsidieregeling maatwerkadviezen voor woningen en/of de Tijdelijke stimuleringsregeling energiebesparende voorzieningen aan woningen - elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft verdachte valselijk ad a: aanvragen ter verkrijging van subsidie in het kader van de Tijdelijke subsidieregeling maatwerkadviezen voor woningen en/of de Tijdelijke stimuleringsregeling energiebesparende voorzieningen aan woningen opgemaakt, welke valsheid onder andere hierin bestond dat die aanvra(a)g(en) door haar, verdachte, valselijk in naam van een of meer al dan niet gefingeerd(e) pers(o)n(en) en/of bedrij(f)(ven) en/of vereniging(en) werden opgemaakt en/of dat deze aanvragen (vervolgens) valselijk door haar, verdachte, werden voorzien van een handtekening welke handtekening moest doorgaan voor die van de in de aanvragen genoemde al dan niet fictieve aanvrager(s) en/of ad b: facturen/kwitanties van (bouw)bedrijven wegens beweerdelijk door deze (bouw)bedrijven verrichte werkzaamheden opgemaakt (ter onderbouwing van voornoemde subsidieaanvragen), zulks terwijl genoemde werkzaamheden in werkelijkheid niet waren verricht en/of ad c: besluiten tot verlening en vaststelling van subsidie in het kader van de Tijdelijke subsidieregeling maatwerkadviezen voor woningen en/of de Tijdelijke stimuleringsregeling energiebesparende voorzieningen aan woningen opgemaakt, welke valsheid onder andere hierin bestond dat deze besluiten waren gebaseerd op een of meer valse aanvragen en/of valse facturen/kwitanties van (bouw)bedrijven, zulks telkens met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; 3.zij in de periode van 1 september 2009 tot en met 30 november 2011 in de gemeente Stein van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft zij, verdachte, meermalen telkens geldbedragen (tot een totaalbedrag van € 58.950,00) te weten: - een geldbedrag van € 200,00 van [benadeelde 4] ; - een geldbedrag van € 8.000,00 van [benadeelde 5] ; - een geldbedrag van € 200,00 van [benadeelde 6] ; - een geldbedrag van € 15.000,00 van [benadeelde 7] ; - een geldbedrag van € 3.000,00 van [benadeelde 8] ; - een geldbedrag van € 3.000,00; - een geldbedrag van € 2.800,00; - een geldbedrag van € 3.000,00; - een geldbedrag van € 2.000,00; - een geldbedrag van € 3.000,00; - een geldbedrag van € 3.000,00; - een geldbedrag van € 3.000,00; - een geldbedrag van € 6.000,00; - een geldbedrag van € 6.000,00; - een geldbedrag van € 750,00; verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, terwijl zij telkens wist dat deze geldbedragen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was waren uit enig misdrijf; 4.zij op 7 november 2011 in de gemeente Sittard-Geleen een werkgeversverklaring - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - heeft vervalst, immers heeft verdachte valselijk een werkgeversverklaring (gedateerd 7 november 2011) opgemaakt waarin onder andere - in strijd met de waarheid - was vermeld dat zij, verdachte, sedert 1 augustus 2009 voor onbepaalde tijd of in vaste dienst werkzaam was voor het [benadeelde 1] , zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; Parketnummer 03-279950-11: 1.zij in of omstreeks de periode van 7 oktober 2008 tot 7 juni 2010 in de gemeente Stein meermalen opzettelijk heeft afgeleverd en voorhanden gehad een valse of vervalste loonstrook en/of een arbeidsovereenkomst en/of een (SNS)-internetbankafschrift en/of een krediet-aanvraagformulier - elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - terwijl zij wist dat die geschriften bestemd waren voor gebruik als ware zij echt en onvervalst, bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat de oorspronkelijke adres- en/of persoonsgegevens op voornoemd Verdachte heeft op 10 september 2014, nadat zij was gewezen op haar verschoningsrecht, als getuige verklaard dat er een keer een bedrag aan [betrokkene] door haar is uitbetaald en dat zij degene is geweest die het bedrag van € 6000,00 heeft gefiatteerd. Gelet op bovenstaande bevindingen en de voornoemde verklaring van verdachte, in onderlinge samenhang beschouwd, is het hof van oordeel dat verdachte degene is geweest die zich schuldig heeft gemaakt aan het door middel van oplichtingsmiddelen en valsheid in geschrift door aangever laten uitkeren van het subsidiebedrag van € 6000,00 op één van de twee rekeningen van [betrokkene] . Ten aanzien van de vijf overboekingen tot een totaalbedrag van € 67.000,00: Op hetzelfde rekeningnummer van [betrokkene] , [rekeningnummer 1] , werden op respectievelijk 19 oktober 2010, 5 november 2010, 19 november 2010 en 30 december 2010 bedragen bijgeschreven, ten laste van aangever, tot een totaal van € 55.000,00 (p. 1070-1072). Op een ander rekeningnummer van [betrokkene] werd op 25 oktober 2010 een bedrag bijgeschreven, ten laste van aangever, van € 12.000,00 (p. 1176). De vijf dossiers zijn telkens in het systeem gezet door [naam 2] (aangifte, in combinatie met p. 174-178). Als aanvrager is telkens de [naam 1] vermeld. De dossiers zijn in het archief niet terug te vinden. Verdachte heeft bekend dat haar accountnaam [naam 2] was. Verdachte is op 20 juni 2012 door de politie geconfronteerd met schermafdrukken die betrekking hebben op overboekingen van in totaal € 55.000,00 op rekeningnummer [rekeningnummer 1] van [betrokkene] . In antwoord op de vraag waarom het geld is overgemaakt naar die rekening heeft zij verklaard dat die € 55.000,00 zijn overgemaakt naar Giel (het hof begrijpt: [betrokkene] ) (p. 295). Verdachte is in hetzelfde verhoor vervolgens geconfronteerd met de € 12.000,00 die is overgemaakt op een andere rekening van [betrokkene] . Zij heeft verklaard dat zij ongetwijfeld het rekeningnummer van [betrokkene] gekoppeld zal hebben aan de [naam 1] en dat zij heeft gezorgd dat het mogelijk was dat het geld overgeboekt zou worden (p. 295). Met de rechtbank acht het hof het onverklaarbaar dat van vijf subsidieaanvragen aan [betrokkene] geen onderliggende stukken in het archief zijn teruggevonden. De door de raadsman geschetste mogelijkheid dat deze stukken zijn zoekgeraakt schuift het hof als onaannemelijk terzijde, temeer nu van de aanvragen die verdachte heeft bekend te hebben vervalst/valselijk te hebben opgemaakt ten behoeve van onder meer uitkeringen aan zichzelf en haar toenmalige partner [benadeelde 7] , eveneens geen onderliggende stukken in het archief zijn gevonden. Daar komt bij dat op grond van het onderzoek ter terechtzitting kan worden vastgesteld dat op de dagen dat een subsidieaanvraag ten behoeve van [betrokkene] (aanmaakdata 15 oktober 2010, 3 november 2010, 16 november 2010, 27 december 2010 en 20 oktober 2010, p. 174-178) werd gedaan, in vier van de vijf gevallen eveneens een subsidieaanvraag ten behoeve van verdachte werd gedaan (20 oktober 2010 (p. 504), 15 oktober 2010 (p. 505), 16 november 2010 (p. 507), 3 november 2010 (p. 508)). Deze fictieve dossiers werden bovendien kort na elkaar aangemaakt onder de codering die gekoppeld was aan het account van verdachte, [naam 2] . Ten aanzien van de subsidieaanvraag die op 27 december 2010 is gedaan ten behoeve van [betrokkene] kan worden vastgesteld dat op diezelfde dag een subsidieaanvraag door verdachte ten behoeve van haar toenmalige partner [benadeelde 7] werd gedaan (p. 179). De overboekingen van de gefingeerde geldbedragen ten behoeve van [betrokkene] vonden ook op dezelfde dagen plaats als de overboekingen aan verdachte en [benadeelde 7] . Het hof acht het, mede gelet op de korte tijdsspanne tussen die mutaties, onaannemelijk dat een ander, die ook beschikte over de inlogcode en het password van verdachte, de mutaties ten behoeve van [betrokkene] zou hebben doorgevoerd. Daar komt bij dat verdachte ten overstaan van d Bovendien heeft verdachte eerder [benadeelde 2] en [benadeelde 3] opgelicht door met valse/vervalste documenten kredieten aan te vragen en zo geldsommen te ontvangen, en heeft zij zich schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift door op basis van valse/vervalste documenten kredieten af te sluiten op naam van haar buurvrouw en daarvan zelf het geld op te strijken. Door aldus te handelen heeft verdachte slechts oog gehad voor eigen geldelijk gewin, geen respect getoond voor het eigendomsrecht van anderen en forse financiële schade toegebracht aan de gedupeerden en aan de maatschappij en bovendien het vertrouwen in de betalingsmarkt geschaad. Het hof acht de wijze waarop verdachte de feiten heeft gepleegd buitengewoon geraffineerd en neemt daarbij mede in aanmerking dat verdachte keer op keer heeft gefraudeerd en dat verdachte niet uit eigen beweging is gestopt. Zij heeft het vertrouwen dat in haar mocht worden gesteld door haar buurvrouw en haar werkgever beschaamd. Het hof neemt verdachte dit alles zeer kwalijk. Ten aanzien van de persoon van verdachte heeft het hof in het bijzonder gelet op: de inhoud van het haar betreffende uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 12 september 2017; het reclasseringsadvies van Reclassering Nederland d.d. 16 januari 2013; de overige persoonlijke omstandigheden van verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken. Volgens de landelijke oriëntatiepunten straftoemeting, waarin het gebruikelijke rechterlijke straftoemetingsbeleid zijn neerslag heeft gevonden, wordt bij fraude met een benadelingsbedrag van € 125.000 tot € 250.000 als indicatie een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 9 tot 12 maanden gegeven. In het voordeel van verdachte heeft het hof rekening gehouden met de omstandigheid dat verdachte ten aanzien van de meeste ten laste gelegde feiten openheid van zaken heeft gegeven en heeft laten blijken het laakbare van haar handelen in te zien. Daarnaast weegt het hof mee dat zij blijkens het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep alleen de intensieve zorg draagt over haar zoon, die kampt met PDD-NOS. Voorts weegt het hof de ouderdom van de feiten mee en dat verdachte na eind 2011 zich niet opnieuw schuldig heeft gemaakt aan soortgelijke feiten. Alle omstandigheden afwegende acht het hof -zonder rekening te houden met de overschrijding van de redelijke termijn- een grotendeels voorwaardelijke vrijheidsbenemende straf, alsmede een taakstraf voor de duur van 240 uren, met aftrek van voorarrest, in beginsel passend en geboden. Redelijke termijn Een verdachte heeft op grond van artikel 6, eerste lid, van het Europees verdrag voor de rechten van de mens (EVRM) recht op een openbare behandeling van zijn zaak binnen een redelijke termijn. Deze waarborg strekt er toe te voorkomen dat een verdachte langer dan redelijk is onder de dreiging van een strafvervolging zou moeten leven. Deze termijn vangt aan op het moment dat vanwege de Staat jegens verdachte een handeling is verricht waaruit verdachte heeft opgemaakt en redelijkerwijs heeft kunnen opmaken dat het openbaar ministerie het ernstig voornemen had tegen verdachte een strafvervolging in te stellen. De redelijkheid van de duur van een strafzaak is afhankelijk van onder meer de ingewikkeldheid van de zaak, de invloed van de verdediging op het procesverloop en de wijze waarop door de bevoegde autoriteiten is behandeld. Wat betreft de berechting van de zaak in eerste aanleg heeft als uitgangspunt te gelden dat de behandeling van de zaak ter terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaren nadat de op zijn redelijkheid te beoordelen termijn is aangevangen. Naar het oordeel van het hof moet de op zijn redelijkheid te beoordelen termijn in deze zaak worden gerekend vanaf de datum van verdachtes inverzekeringstelling, te weten 7 juni 2010 (parketnummer 03-279950-11) en 19 juni 2012 (parketnummer 03-702835-12). De behandeling van de zaak in eerste aanleg is afgerond met een e Dit bedrag zal het hof in mindering brengen op de gevorderde € 176.250,00. Verdachte en haar mededaders zijn naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht. De mededaders zijn slechts mede aansprakelijk voor die gedeeltes van de schade waarbij zij zijn betrokken. De vordering is toewijsbaar tot een bedrag van € 157.072,23. Voor het overige dient de vordering van de benadeelde partij te worden afgewezen. Schadevergoedingsmaatregel De verdediging heeft bepleit verdachte geen schadevergoedingsmaatregel op te leggen. Het hof overweegt als volgt. Het hof houdt rekening met de omstandigheid dat verdachte het totale schadebedrag gelet op haar persoonlijke omstandigheden, zoals gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep, in relatie tot haar te verwachten toekomstige verdiencapaciteit, naar verwachting niet zal kunnen vergoeden, zodat voor het hof op voorhand vaststaat dat in het geval het hof een schadevergoedingsmaatregel zou opleggen, dit slechts en zonder meer zal leiden tot het in de toekomst ten uitvoer leggen van de vervangende hechtenis, terwijl het hof bij de strafoplegging vrijheidsbeneming heeft willen voorkomen. Gelet hierop is het hof met de raadsman van oordeel dat oplegging van de schadevergoedingsmaatregel onder deze omstandigheden onredelijk is. Hierbij betrekt het hof mede dat [benadeelde 1] een professionele marktdeelnemer is waarvoor het, gelet op de omvang van en de organisatie binnen de [benadeelde 1] , niet belastend zal zijn het toegewezen schadebedrag zelf te incasseren bij verdachte. Mitsdien zal het hof geen schadevergoedingsmaatregel opleggen. Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] De benadeelde partij [benadeelde 2] heeft in eerste aanleg een vordering ingesteld, strekkende tot schadevergoeding tot een bedrag van € 3.918,00. Deze vordering is bij vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 3.917,18, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De benadeelde partij heeft de vordering in hoger beroep gehandhaafd. Derhalve is de vordering in hoger beroep opnieuw aan de orde. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [benadeelde 2] als gevolg van verdachtes onder 2 (parketnummer 03-279950-11) bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden. Blijkens de bij het voegingsformulier gevoegde brief d.d. 14 februari 2012 stelt het hof vast dat [benadeelde 2] op 24 februari 2009 € 18.060,50 aan verdachte heeft overgemaakt. Volgens [benadeelde 2] is van het rechtstreeks aan verdachte uitbetaalde bedrag ad € 18.060,50 een bedrag van € 14.143,22 op 16 maart 2009 teruggevorderd. Het resterende schadebedrag bedraagt mitsdien € 3.917,28. Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht, zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is. Voor het overige dient de vordering van de benadeelde partij te worden afgewezen. Schadevergoedingsmaatregel De verdediging heeft betoogd geen schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Het hof overweegt als volgt. Het hof houdt rekening met de omstandigheid dat verdachte het totale schadebedrag gelet op haar persoonlijke omstandigheden, zoals gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep, in relatie tot haar te verwachten toekomstige verdiencapaciteit, mede gelet op de betalingsverplichtingen jegens de overige benadeelde partijen in de onderhavige strafzaak, mogelijk niet zal kunnen vergoeden, zodat de kans bestaat dat in het geval het hof een schadevergoedingsmaatregel zou opleggen, dit zal leiden tot het in de toekomst ten uitvoer leggen van de vervangende hechtenis, terwijl het hof bij de strafoplegging vrijheidsbeneming heeft willen voorkomen. Gelet hierop is het hof, met de raadsman, van oordeel dat oplegging van de schadevergoedingsmaatregel onder deze omstandigheden onredelijk is. Hierbij betrekt het hof mede dat [benadeelde 2] een professionele ma