Rechtspraak Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2017-11-16
ECLI:NL:GHSHE:2017:4906
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Team belastingrecht meervoudige Belastingkamer kenmerk: 16/03910 Uitspraak op het hoger beroep van [belanghebbende] , gevestigd te [vestigingsplaats] , hierna: belanghebbende, tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland (hierna: de Rechtbank) van 18 september 2014, nummer LEE 13/282 in het geding tussen belanghebbende, en de inspecteur van de Belastingdienst , hierna: de Inspecteur, betreffende na te noemen beschikking. 1 Ontstaan en loop van het geding 1.1. De Inspecteur heeft belanghebbende bij beschikking van 6 maart 2012 meegedeeld dat zij met ingang van 1 juli 2012 niet langer wordt aangemerkt als een Algemeen Nut Beogende Instelling (hierna: ANBI) in de zin van artikel 5b van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR). 1.2. Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de beschikking. De Inspecteur heeft bij uitspraak het bezwaar ongegrond verklaard en de beschikking gehandhaafd. 1.3 Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij de Rechtbank. De Rechtbank heeft het beroep bij uitspraak van 18 september 2014 ongegrond verklaard. 1.4. Tegen de uitspraak van de Rechtbank heeft belanghebbende hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Ter zake van dit hoger beroep heeft de griffier van belanghebbende een griffierecht geheven van € 497. Bij zijn uitspraak van 15 september 2015, nr. 14/01142, heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden de uitspraak van de Rechtbank bevestigd. 1.5. Op het beroep in cassatie van belanghebbende heeft de Hoge Raad bij arrest van 25 november 2016, nr. 15/04990, het beroep in cassatie gegrond verklaard, de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch (hierna: het Hof) voor een onderzoek van de zaak in volle omvang met inachtneming van het arrest (hierna: het verwijzingsarrest). 1.6. Belanghebbende heeft, daartoe in de gelegenheid gesteld door het Hof, bij brief van 15 februari 2017, geconcludeerd naar aanleiding van het verwijzingsarrest. De Inspecteur is vervolgens door het Hof in de gelegenheid gesteld schriftelijk te reageren op het verwijzingsarrest en op de conclusie van belanghebbende, hetgeen hij heeft gedaan bij zijn conclusie na verwijzing van 17 maart 2017. Belanghebbende heeft bij brief van 21 september 2017 een stuk genaamd “nadere toelichting conclusie na verwijzing” ingediend. Afschriften van voormelde stukken zijn aan de wederpartij verstrekt. 1.7. De zitting heeft plaatsgehad op 6 oktober 2017 te ‘s-Hertogenbosch. Daarbij zijn verschenen en gehoord [A] , als de gemachtigde van belanghebbende, bijgestaan door [B] en [C] , alsmede [D] namens de Inspecteur, bijgestaan door [E] en mevrouw [F] . 1.8. Het Hof heeft aan het slot van de zitting het onderzoek gesloten. 1.9. Van de zitting is een proces-verbaal opgemaakt, dat in afschrift aan partijen is verzonden. 2 Feiten 2.1. De Hoge Raad is bij de beoordeling van het cassatieberoep van het volgende uitgegaan: “2.1.1. Belanghebbendes doel luidt volgens artikel 2 van haar statuten: "1. De stichting heeft ten doel: het scheppen van mogelijkheden voor minimaal vierhonderd personen om gezamenlijk tweemaal per dag het TM- (HR: Transcendente Meditatie) en TM-sidhiprogramma, zoals geleerd door [H] Mahesh Yogi, te beoefenen, om op deze wijze een zodanige invloed uit te oefenen op het collectieve bewustzijn van de Nederlandse bevolking, dat negatieve tendenzen gaan verdwijnen en worden omgebogen in positieve ontwikkelingen. 2. De stichting tracht haar doel onder meer te verwezenlijken door: A) projecten te ontwikkelen, die bovengenoemde doelstellingen doen realiseren, zoals: a. woongelegenheid voor een dergelijke groep; b. huisvesting om het gezamenlijke meditatieprogramma te beoefenen; c. werkgelegenheid; d. het voorwaarden scheppen voor onderwijs op basis van de systematische ontwikkeling van het bewustzijn voor de betrokkenen; e. het voorwaarden scheppen voor mogelijkheden voor recreatie en gezondheidsz In de periode 2011 tot en met 2015 zien de uitgaven die belanghebbende heeft gedaan op administratie- en bureaukosten, promotiekosten en bijdragen. Deze uitgaven heeft belanghebbende gefinancierd met voormelde inkomsten en door in te teren op haar vermogen. Uit de stukken van het geding blijkt dat belanghebbende over de jaren 2009 tot en met 2015 de volgende inkomsten heeft genoten en de volgende uitgaven gedaan: 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 totaal BATEN Rentebaten € 5.245 € 3.646 € 3.608 € 3.487 € 3.844 € 2.268 € 2.165 € 24.263 Vrijwillige bijdragen bewoners [woonwijk] ; Donaties en overige baten € 1.600 € 1.828 € 2.033 € 1.928 € 1.227 € 675 € - € 9.291 € 5.845 € 5.474 € 5.641 € 5.415 € 5.071 € 2.943 €2 165 € 33.554 LASTEN a. Administratie- en bureaukosten € -3.740 € -6.661 € -5.098 € -7.525 € -5.347 € -1.617 € -128 € -30.116 b. Promotie ( [woonwijk] Nieuws / films) € -5.000 € -3.013 € -919 € -1.021 € -5.558 €-3.607 € -19.118 Verstrekte bijdragen ten behoeve van: c. TM-cursus € -350 € -350 d. Grafisch ontwerp logo [G] € -1.041 € -1.041 e. Inrichting centrum / vrouwenvleugel € -500 € -3.971 € -4.471 f. Gemeenschapsactiviteiten [woonwijk] € -445 € -110 € -555 g. Kunstwerk 25-jarig bestaan [woonwijk] € -1.190 € -1.798 € -2.988 h. 1/3 kosten ontwikkeling website [woonwijk] .nl € -2.500 € -2.500 i. Groep 8 film € -150 € -150 j. Tour [M] € -300 € -300 k. Sidhicursus € -5.250 € -5.250 l. Stichting [H] € -4.000 € -4.000 € 6.135 € 18.931 € 10.611 € 8.444 € 6.818 € 7.175 € 8.985 € 70.839 RESULTAAT € -290 € -13.457 € -4.970 € -3.029 € -1.747 € -4.232 € -6.820 € -37.285 2.6.2. De administratie- en bureaukosten omvatten naast de administratiekosten ook de bankkosten, kosten voor kantoorbenodigdheden, kosten voor samenstellen van de jaarrekening, kosten voor onderhoud van de website, kopieerkosten, portokosten en kosten ter zake van het inwinnen van juridisch en fiscaal advies en dergelijke. 3 Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen 3.1. In geschil is of de Inspecteur terecht de status van ANBI van belanghebbende heeft ingetrokken. Tussen partijen is niet (langer) in geschil is dat belanghebbende volgens haar statutaire doelstelling uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen nut beoogt in de zin van artikel 5b, lid 1, AWR Het geschil spitst zich toe op het antwoord op de vraag of belanghebbendes feitelijke activiteiten voor tenminste 90 percent rechtstreeks erop zijn gericht enig in artikel 5b, lid 3, AWR bedoeld algemeen nut te dienen. 3.2. Belanghebbende is van mening dat deze vraag bevestigend moet worden beantwoord. De Inspecteur is de tegenovergestelde opvatting toegedaan. 3.3. Partijen doen hun standpunten in de procedure na verwijzing steunen op de gronden welke daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken, van al welke stukken de inhoud als hier ingevoegd moet worden aangemerkt. Voor hetgeen hieraan ter zitting is toegevoegd, wordt verwezen naar het van deze zitting opgemaakte proces-verbaal. 3.4. Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank en van de uitspraak op bezwaar en tot vernietiging van de beschikking van 6 maart 2012. De Inspecteur concludeert tot bevestiging van de uitspraak van de Rechtbank. 4 Gronden Ten aanzien van het geschil 4.1. In het verwijzingsarrest heeft de Hoge Raad geoordeeld dat artikel 5b, lid 1, aanhef en letter a, onder 1°, AWR onder meer vereist dat de desbetreffende instelling uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen nut beoogt. Een instelling beoogt het algemeen nut als kan worden vastgesteld dat haar werkzaamheden rechtstreeks erop zijn gericht enig algemeen nut als bedoeld in artikel 5b, lid 3, AWR te dienen. Daarbij moet niet slechts worden gelet op de statutaire doelstelling van de instelling, maar ook op haar feitelijke werkzaamheden. 4.2. De Hoge Raad heeft de zaak verwezen voor een onderzoek in volle omvang. De Hoge Raad heeft er Een overzicht van de uitgaven en bestedingen van belanghebbende is hiervoor weergegeven in onderdeel 2.6.1 (hierna het uitgavenoverzicht). Onderzocht moet worden of de feitelijke werkzaamheden en daarmee samenhangende uitgaven van belanghebbende rechtstreeks erop zijn gericht enig algemeen nut als bedoeld in artikel 5b, lid 3, AWR te dienen, met andere woorden: of de feitelijke activiteiten van belanghebbende niet wezenlijk afwijken van de statutaire activiteiten. 4.8. Ten aanzien van de administratie- en bureaukosten (onderdeel a van het uitgavenoverzicht; in totaal € 30.116) heeft belanghebbende gesteld dat deze beheerskosten noodzakelijk zijn om belanghebbende in stand te houden en dus een middel zijn waarmee haar statutaire doelstelling wordt gediend. De Inspecteur heeft zulks onvoldoende gemotiveerd weersproken. Hij heeft zich evenmin op het standpunt gesteld dat de beheerskosten van belanghebbende niet in redelijke verhouding staan tot de bestedingen ten behoeve van het doel van de stichting. Een en ander leidt tot de conclusie dat het bepaalde in artikel 1a, lid 1, onderdeel g, van de Uitvoeringsregeling AWR niet aan het behoud van de ANBI-status in de weg staat. 4.9.1. Ten aanzien van de promotiekosten (onderdeel b van het uitgavenoverzicht; in totaal € 19.118) heeft belanghebbende gesteld dat zij de gemeenschappelijke meditatie promoot door middel van bijdragen aan promotiemateriaal en aan de uitgave van het blad [woonwijk-nieuws] . Zij tracht op deze wijze transcendente meditatie meer onder de aandacht te brengen teneinde personen aan te moedigen om deel te nemen aan de activiteiten van het [woonwijk] . 4.9.2. Onderdeel h van het uitgavenoverzicht behelst een bijdrage ad € 2.500 voor het ontwikkelen van een website. Op deze website is onder andere informatie te vinden over het [woonwijk] , locaties waar transcendente meditatie gezamenlijk kan worden beoefend, TM- en TM-Sidha-leraressen en het programma voor transcendente meditatie. 4.9.3. Gelet op artikel 2, lid 2, onderdeel B van belanghebbendes statuten behoort tot belanghebbendes doelstelling het verrichten van activiteiten waarbij informatie wordt verstrekt over belanghebbendes doelstelling. 4.9.4. De Inspecteur heeft onvoldoende weersproken waarom de hiervoor vermelde feitelijke werkzaamheden niet zouden passen binnen de statutaire doelstelling van belanghebbende. Zonder nadere toelichting, die niet is gegeven, valt niet in te zien waarom voormelde bijdragen ten behoeve van de promotie van de gemeenschappelijke meditatie en het [woonwijk] en het ontwikkelen van vorenbedoelde website niet onder belanghebbendes ruim geformuleerde doelstelling valt. 4.9.5. Dit leidt tot de conclusie dat deze feitelijke activiteiten vallen binnen de in artikel 2 van belanghebbendes statuten formuleerde algemeen nut beogende doelstelling en statutaire activiteiten en daarmee dat deze feitelijke activiteiten rechtstreeks erop zijn gericht enig in artikel 5b, lid 3, AWR bedoeld algemeen nut te dienen. 4.10.1. Ten aanzien van de bijdrage ad € 350 voor TM-cursus (onderdeel c van het uitgavenoverzicht) heeft de Inspecteur erkend dat deze bijdrage is gedaan conform belanghebbendes statutaire doelstelling. Van deze uitgave is derhalve niet in geschil dat die rechtstreeks erop is gericht enig in artikel 5b, lid 3, AWR bedoeld algemeen nut te dienen. 4.10.2. Belanghebbende heeft gemotiveerd betoogd dat de uitgaven ad in totaal € 5.250 voor de sidhicursus (onderdeel k van het uitgavenoverzicht) volledig zijn gedaan in lijn met en gericht op het bereiken van belanghebbendes statutaire doelstelling. Weliswaar zijn met deze bijdragen eveneens de belangen van minderbedeelde deelnemers gediend, maar deze belangen zijn, aldus belanghebbende, ondergeschikt aan het hogere doel waarnaar belanghebbende streeft. 4.10.3. Zonder nadere toelichting, die door de Inspecteur niet is gegeven, valt niet in te zien waarom de bijdragen uitgaven ad € 350 wel en die van € 5.250 niet zou zijn gedaan conform de st Belanghebbende heeft gesteld dat deze bijdragen vallen binnen de statutaire activiteit van artikel 2, lid 2, onderdeel A, sub d, te weten het scheppen van voorwaarden voor onderwijs op basis van de systematische ontwikkeling van het bewustzijn voor de betrokkenen. 4.12.2. Met betrekking tot een bedrag van € 150 dat in 2013 als bijdrage is verstrekt voor het maken van een film, gemaakt door groep 8 van de basisschool (onderdeel i van het uitgavenoverzicht), heeft belanghebbende gesteld zij deze bijdrage heeft gedaan op grond van de hiervoor vermelde statutaire activiteit en dat zij in dat kader incidenteel een bijdrage aan de basisschool verstrekt. 4.12.3. De Inspecteur heeft onvoldoende feiten en/of omstandigheden gesteld die kunnen leiden tot het oordeel dat de bijdragen niet bijdragen of hebben kunnen bijdragen aan het verwezenlijken van voormelde doelstelling van belanghebbende. 4.12.3. Dit leidt tot eenzelfde conclusie als hiervoor onder 4.9.5 weergegeven. 4.13.1. Ten aanzien van de bijdragen aan de gemeenschapsactiviteiten in het [woonwijk] ten bedrage van € 445 en € 110 (onderdeel f van het uitgavenoverzicht) heeft belanghebbende aangevoerd dat deze uitgaven zijn te scharen onder de statutaire activiteiten zoals opgesomd in artikel 2, lid 2, onderdeel A, sub e van de statuten. 4.13.2. Ten aanzien van de bijdrage ad € 4.000 aan de stichting [H] (onderdeel l van het uitgavenoverzicht) heeft de Inspecteur in zijn brief van 30 januari 2012 geciteerd uit informatie die hij aantrof op de website van belanghebbende, waaronder – voor zover van belang de volgende passage: “ Tenslotte mag niet onvermeld blijven dat het dorp de mogelijkheid biedt gebruik te maken van een eigen gezondheidszorg in de vorm van de [H] . Deze gezondheidszorg is gebaseerd op de zeer oude holistische, vedische kennis. Men heeft ook de mogelijkheid een reinigingskuur te volgen in de [HH] kliniek van het dorp.” 4.13.3. Belanghebbende heeft erop gewezen dat het scheppen van voorwaarden voor mogelijkheden voor gezondheidszorg eveneens valt onder haar statutaire - het algemeen nut beogende - in artikel 2, lid 2, onderdeel A, sub e van de statuten opgesomde activiteit. 4.13.4. Belanghebbende heeft ten aanzien van deze beide feitelijke activiteiten gesteld dat het bieden van recreatie en gezondheidszorg tot de randvoorwaarden behoort die het samenwonen in het [woonwijk] bevordert en derhalve rechtstreeks gericht is op het bereiken van haar statutaire doelstelling. Voorts bestrijdt zij de opmerking van de Inspecteur dat puur sprake is van het bieden van ontspanning en gezellig verkeer. 4.13.5. De Inspecteur heeft geen feiten en/of omstandigheden gesteld die kunnen leiden tot het oordeel dat deze feitelijke activiteiten vallen buiten de statutaire activiteiten van belanghebbende. 4.13.6. Dit leidt tot eenzelfde conclusie als hiervoor onder 4.9.5 weergegeven. 4.14. Het vorenoverwogene leidt tot de conclusie dat belanghebbendes feitelijke activiteiten voor tenminste 90 percent rechtstreeks erop zijn gericht enig in artikel 5b, lid 3, AWR bedoeld algemeen nut te dienen. In het midden kan blijven of de bijdrage aan de tournee van [M] ad € 300 (onderdeel j van het uitgavenoverzicht) eveneens rechtstreeks erop is gericht enig in artikel 5b, lid 3, AWR bedoeld algemeen nut te dienen. Slotsom 4.15. Het gelijk is aan belanghebbende. De uitspraak van de Rechtbank dient te worden vernietigd. Doende wat de Rechtbank had behoren te doen, zal het Hof het beroep gegrond verklaren, de uitspraak op bezwaar en de onder 1.1 vermelde beschikking van 6 maart 2012 vernietigen. Ten aanzien van het griffierecht 4.16. Nu de uitspraak van de Rechtbank wordt vernietigd, dient de Inspecteur aan belanghebbende het door haar ter zake van de behandeling van het beroep bij de Rechtbank en het hoger beroep bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden betaalde griffierecht ten bedrage van € 310 respectievelijk € 493, in totaal € 803, te vergoeden. Ten aanzien van de proceskosten 4.17. Aangezien het door