Rechtspraak Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2017-11-10
ECLI:NL:GHSHE:2017:4835
Afdeling strafrecht Parketnummer : 20-004299-13 Uitspraak : 10 november 2017 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 13 december 2013 in de strafzaak met parketnummer 03-702537-11 tegen: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , wonende te [woonplaats] , [adres 1] . Hoger beroep De verdachte en de officier van justitie hebben tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld. De officier van justitie heeft dit hoger beroep vóór aanvang van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep, te weten op 4 december 2015, weer rechtsgeldig ingetrokken. Ontvankelijkheid van het hoger beroep van de verdachte Het hoger beroep van de verdachte is onbeperkt ingesteld en richt zich aldus mede tegen de vrijspraak door de rechtbank van het onder 7 ten laste gelegde feit. Gelet op het bepaalde in artikel 404, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor een verdachte geen hoger beroep open van een vrijspraak. Het hof zal verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in zijn hoger beroep voor zover dit is gericht tegen deze vrijspraak. Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het beroepen vonnis dat aan het oordeel van het hof is onderworpen. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, het onder 1 tot en met 6 tenlastegelegde bewezen zal verklaren en verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf van 6 jaren, met aftrek van voorarrest, met teruggave van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen aan verdachte. De verdediging heeft verzocht het vonnis waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, te bevestigen, met uitzondering van de opgelegde straf. In plaats van de door de advocaat-generaal gevorderde straf heeft de verdediging gevraagd aan verdachte een taakstraf op te leggen van in totaal 1.440 uren (bestaande uit 240 uren per feit). Vonnis waarvan beroep Het hof kan zich op onderdelen niet met het beroepen vonnis verenigen. Om redenen van efficiëntie zal het hof evenwel het gehele vonnis vernietigen. Tenlastelegging Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg, voor zover in hoger beroep nog aan de orde - ten laste gelegd dat: 1:hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 14 juni 2011 in de gemeente Heerlen en/of in de gemeente Kerkrade, in elk geval in het arrondissement Maastricht en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, (telkens) (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende MDMA en/of tenamfetamine en/of N-ethyl-MDA en/of metamfetamine en/of brolamfetamine en/of amfetamine, zijnde MDMA en/of tenamfetamine en/of N-ethyl-MDA en/of metamfetamine en/of brolamfetamine en/of amfetamine (een) middel(en) als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I; 2:hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 14 juni 2011 in de gemeente Heerlen en/of in de gemeente Kerkrade, in elk geval in het arrondissement Maastricht en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad (een) hoeveelhe(i)d(en) tamine en/of amfetamine, in elk geval (een) hoeveelhe(i)d(en) van (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I en/of het voorbereiden en/of bevorderen van voornoemd(e) feit(en), van welke voornoemde organisatie hij, verdachte, leider of bestuurder was. De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat: 1: hij in de periode van 5 april 2011 tot en met 14 juni 2011 in de gemeente Heerlen en/of in de gemeente Kerkrade, meermalen, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht hoeveelheden van een materiaal bevattende MDMA en amfetamine, zijnde MDMA en amfetamine middelen als bedoeld in de bij die wet behorende lijst I; 2: hij in de periode van 1 januari 2011 tot en met 14 juni 2011 in de gemeente Heerlen en in de gemeente Kerkrade, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, opzettelijk heeft bereid en verwerkt en afgeleverd en vervoerd en opzettelijk aanwezig heeft gehad hoeveelheden van een materiaal bevattende MDMA en amfetamine, zijnde MDMA en amfetamine middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I; 3: hij op 15 juni 2011 in de gemeente Kerkrade, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 48 gram van een materiaal bevattende amfetamine, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I; 4: hij op 8 mei 2011 in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren van MDMA en/of amfetamine, zijnde MDMA en amfetamine middelen als vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen zwavelzuur en weegschalen en gripzakken voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en zijn, verdachtes, mededaders wisten dat die bestemd waren tot het plegen van die feiten; 5: hij op 15 juni 2011 in de gemeente Kerkrade, tezamen en in vereniging met een ander, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren MDMA en/of amfetamine, zijnde MDMA en amfetamine middelen als vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen cafeïne (in totaal ongeveer 60 kilogram) voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte en zijn, verdachtes, mededader wisten dat dat bestemd was tot het plegen van die feiten; 6: hij in de periode van 1 januari 2011 tot en met 15 juni 2011 in de gemeente Heerlen en in de gemeente Kerkrade, heeft deelgenomen aan een organisatie, te weten een samenwerkingsverband van een aantal natuurlijke personen, van welke organisatie onder meer deel uitmaakten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde en/of vierde en/of vijfde lid van de Opiumwet en/of als bedoeld in artikel 10a lid 1 van de Opiumwet, namelijk het buiten het grondgebied van Nederland brengen van MDMA en amfetamine, middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, en het voorbereiden en/of bevorderen van voornoemde feiten, van welke voornoemde organisatie hij, verdachte, leider was. Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken. Door het hof gebruikte bewijsmiddelen en bijzondere overwegingen omtrent het bewijs Het hof zal in navolging van de rechtbank eerst de Verder heeft [medeverdachte 6] verklaard: 'Begin januari 2011 ontmoette ik [verdachte] in café [café] . Ik ken hem al vanaf mijn jeugd. Hij vertelde dat een vriend van hem vrijkwam en tijdelijk onderdak zocht. Hij wist van mij dat de woning aan de [adres 2] leegstond. Hij vroeg mij of hij, [verdachte] , mijn woning tijdelijk mocht huren voor die vriend. Ik zei tegen hem dat ik dat goed vond mits er geen rare dingen in mijn huis zouden gebeuren. Ik bedoelde geen illegale activiteiten. [verdachte] verzekerde mij dat het puur was dat zijn vriend daar tijdelijk onderdak had. [verdachte] zou mij elke maand € 400,- betalen. Ik heb dat eenmaal, in februari, van [verdachte] gekregen. Ergens in januari 2011 heeft [verdachte] de beschikking gekregen over de sleutels van de woning. In maart 2011, rond carnaval, kreeg ik klachten van de onderbuurvrouw. Er was geluidsoverlast tot diep in de nacht. Meteen de dag erna heb ik contact met [verdachte] gezocht om hem te zeggen dat er klachten waren over de persoon die in mijn woning verbleef. Het sms'je over het geklaag van de buren had daar betrekking op. Ik ging met enige regelmaat naar de woning om post op te halen van de trap in het trappenhuis. Eind maart of begin april was ik weer eens daar en toen heb ik een kijkje in de woning genomen. In de keuken naast de pedaalemmer stonden twee of drie kartonnen dozen zonder etiket. Daar lagen vermoedelijk gebruikte plastic handschoenen. Ook lagen er witte plastic draagzakken. Naast het keukengedeelte lag op de vloerbedekking een witte waas. Die lag ook op het aanrechtblad en eigenlijk over het hele keukengedeelte. Ik schrok hier zo van dat ik meteen de woning heb verlaten. Ik was ervan overtuigd dat het niet pluis was, dat het illegale activiteiten betrof en dat het met verdovende middelen te maken had. Ik heb contact opgenomen met [verdachte] . Hij reageerde gelaten en hij zou ervoor zorgen dat het opgeruimd werd. Een paar dagen later zag ik dat het wel opgeruimd was, maar niet helemaal schoon. Zoals jullie de woning gisteren aantroffen, zo is zij achtergelaten door [verdachte] .' Omdat ik [verdachte] altijd in gezelschap zag van ene [medeverdachte 7] , heb ik [verdachte] een sms gestuurd waarin ik schreef dat ik hen beiden wilde zien. Dat is de sms van 19 maart 2011. 's Middags kwamen [medeverdachte 7] en [verdachte] en toen heb ik [verdachte] gezegd dat ik wilde dat hij die rotzooi uit mijn appartement zou halen en dat er werd schoongemaakt en ik wilde mijn sleutels terug. De politie heeft [medeverdachte 6] een foto getoond van [medeverdachte 7] . Daarover heeft hij gezegd: dat is inderdaad de [medeverdachte 7] die ik bedoel. Hij was altijd bij [verdachte] . Over de garageboxen heeft [medeverdachte 6] verklaard: op het moment dat [verdachte] vroeg of hij mijn woning kon huren, heeft hij ook gevraagd of hij van mijn garage gebruik mocht maken. Ik heb hem daarvoor de sleutels gegeven en die heb ik ook teruggekregen. Ik ben toen naar de garage gegaan en zag een blauwe jerrycan staan die niet van mij was en een doos met papiertjes en rotzooi. De politie heeft aan [medeverdachte 6] een foto getoond van dozen die inbeslaggenomen zijn op het adres [adres 7] te Kerkrade, waar [medeverdachte 3] en [verdachte] woonden. In reactie op die foto heeft [medeverdachte 6] verklaard dat deze soortgelijk zijn als de dozen die in de woning aan de [adres 2] stonden, alleen heeft hij daar geen etiketten op zien zitten. Zaakdossier 2 Dit dossier betreft het vermoeden van een productie- en opslaglocatie voor synthetische verdovende middelen op het adres [adres 8] te Heerlen. In mei 2011 heeft de politie (het onderzoeksteam Jaguar) al enige tijd het vermoeden dat de woning aan de [adres 8] te Heerlen, op welk adres [medeverdachte 8] staat ingeschreven , wordt gebruikt als productie- en opslaglocatie en dat onder anderen [verdachte] daarbij betrokken is. Men wil daar op korte termijn een doorzoeking doen. De districtsrecherche krijgt evenwel bericht dat een bewoner van [a Later die avond op 5 april 2011 ontvangt [verdachte] van de telefoon die bij [medeverdachte 2] in gebruik is een sms 'Hoi stuur me per sms de formules en de naam je weet wel waarvoor'. 'Ik zie je morgenvroeg' sms't [verdachte] terug. De volgende dag, op 6 april 2011, telefoneren [medeverdachte 2] en [verdachte] met elkaar om af te spreken wanneer [medeverdachte 2] bij [verdachte] langs zal komen die dag. Het wordt in de middag. Bij onderzoek blijkt dat op 6 april 2011 rond half vier in de middag op de laptop van [verdachte] is gezocht naar de formule van formamide. De politie relateert dat formamide nodig is bij de productie van amfetamine. In de avond van 6 april 2011 belt [verdachte] naar [medeverdachte 8] en vraagt hem of hij tijd heeft. Hij zegt: 'Luister he, als je daar dinges loopt he, loop daar eens naar binnen. Zie je op tafel zo'n plastic ding staan, zo'n kannetje?' [medeverdachte 8] antwoordt: 'Ja, twee stuks staan er, een lege en een groene met een groen etiket. Een lege, zeg maar, en een ander. Een met een grote dop en een kleine dop.' [verdachte] zegt dan: 'Met die grote dop, pak die eens op. Zou je mij een plezier kunnen doen? Zou je mij die kunnen brengen, als het gaat, naar mijn vriendin?' 'Ja, is goed man, is goed man,' zegt [medeverdachte 8] dan. [medeverdachte 8] heeft over dit afgeluisterde gesprek het volgende verklaard: 'Ik heb een kannetje, een doorzichtig potje met een kleine hoeveelheid vloeistof, naar [verdachte] in Kerkrade gebracht. Het stond op tafel in die slaapkamer. Ik weet dat het 'rotzooi' was. Alles wat op dat kamertje stond had te maken met 'rotzooi'. Daar bedoel ik drugs mee.' Op 11 april 2011 belt [verdachte] in de ochtend met [medeverdachte 1] , hij heeft hem nog nodig. [medeverdachte 1] moet werken van één tot zes. Om 17.00 uur die dag ziet men dat [verdachte] met ene [betrokkene 1] diens gelijknamige tabakswinkel binnengaat. Om 17. 30 uur gaat [verdachte] naar buiten, hij loopt te bellen en heeft een rood-geel gekleurde plastic zak met het opschrift 'snack' bij zich. Om 17.36 uur legt hij die tas in de kofferbak van een Toyota Aygo ( [kenteken 1] ), waarna hij met die auto wegrijdt. Een soortgelijke plastic zak is op 8 mei 2011 aangetroffen op de [adres 8] . Om 18.56 uur ontvangt [verdachte] een bericht op zijn telefoon van [medeverdachte 1] dat deze 10 minuten later zal zijn. Om 19.07 uur belt een Duitssprekende man – met het telefoonnummer dat aan de ' [bijnaam] ' wordt gekoppeld – naar [verdachte] met de vraag of hij zich in de dag vergist heeft? 'Nee,' zegt [verdachte] , 'vandaag', en hij gaat hem bellen. Om 19.09 uur volgt nog een gesprek tussen [verdachte] en de Duitssprekende man waarbij [verdachte] zegt dat 'die' tien minuten vertraging had. Om 19.10 uur belt [medeverdachte 1] naar [verdachte] om te zeggen dat hij er is. [verdachte] zegt: 'Dat weet ik, hij heeft mij gebeld.' Op 12 april 2011 belt [verdachte] naar [medeverdachte 1] . Hij vraagt of hij [medeverdachte 1] om kwart voor twee kan zien 'bij de [winkel 2] , bij de ek'. [medeverdachte 1] zegt dat het goed is. Ze zien elkaar daar. De observanten zien dat [verdachte] en [medeverdachte 3] om 13.40 uur bij de flat aan de [adres 8] naar buiten komen. [verdachte] draagt een witte draagzak. [medeverdachte 1] komt om 13.43 uur met zijn auto ter plaatse en parkeert die vóór de Toyota Aygo. [verdachte] pakt een blauwe bigshopper met witte strepen vanaf de bijrijdersplaats van de Aygo en legt die in de kofferbak van de auto van [medeverdachte 1] . Verbalisanten merken nog op dat een soortgelijk bigshopper op 15 juni 2011 bij [medeverdachte 11] is aangetroffen met amfetamine erin. Om 14 .08 uur zien de observanten dat de auto van [medeverdachte 1] de Nederlands-Duitse grens overgaat in Kerkrade. Op de [straat 3] in Aken, het is dan 14 .20 uur, verliezen de observanten de auto uit het oog. De verbalisanten verwijzen naar het aantreffen van een Actiontas met verdovende middelen in een garage aan de [straat 3] te Aken op 15 juni 2011, Uit een kassabon gedateerd 5 mei 2011, die is gevonden bij de doorzoeking van de woning aan de [adres 8] , blijkt van aankopen bij de [winkel 2] op 5 mei 2011. Op opgevraagde camerabeelden is te zien dat [medeverdachte 1] deze aankopen heeft gedaan. Het gaat om Actiontassen, verfrollers en bakjes. Deze goederen zijn ook (deels) aangetroffen bij de doorzoeking van de [adres 8] . De verbalisanten verwijzen in dit verband ook naar het aantreffen van amfetamine bij de eerdergenoemde [medeverdachte 11] op 14 juni 2011 en het onderzoek in Duitsland dat daarna is gevolgd. In dat onderzoek is getuige [getuige 1] gehoord. Zij heeft verklaard dat verfrollers werden gebruikt als camouflagemiddel bij de 10-kg-verf-emmers waarin de amfetamine werd gedaan. Op 6 mei 2011 belt [medeverdachte 1] tegen half 10 in de ochtend naar [verdachte] . Ze spreken af dat [medeverdachte 1] zich om 11 uur na zijn werk bij [verdachte] zal melden. Een uur later zien verbalisanten dat [verdachte] in een Toyota Aygo ( [kenteken 2] ) naar de bouwmarkt [bouwmarkt] in Kerkrade wordt gereden. Hij gaat daar naar binnen en komt naar buiten met drie of vier in elkaar geschoven, lege witte emmers. Daarna stapt hij weer in de auto. Om kwart voor 11 belt [medeverdachte 2] naar [verdachte] . Ze bespreken dat [verdachte] er nu heen gaat en dat [medeverdachte 2] het dan straks kan komen afhalen, dan kan [verdachte] het nu al in één keer doen. De verbalisanten zien dat de Toyota Aygo met daarin [verdachte] naar de [straat 5] in Heerlen rijdt. Daar zien de verbalisanten dat [verdachte] uit de auto stapt, de zojuist gekochte emmers uit de auto pakt en naar de achterzijde van het appartementencomplex [adres 8] [huisnummer] - [huisnummer] loopt en daar naar binnengaat. De auto van [medeverdachte 1] (Opel Corsa) staat geparkeerd op de [adres 8] , ter hoogte van het hetzelfde appartementencomplex. [verdachte] sms't even later naar een telefoon die op naam staat van ene [betrokkene 3] . Hij laat weten: 'Ik ben in heerleheide ben bezig tot 12 uur.' Verder maken ze een afspraak om te gaan lunchen. Iets na 12 uur zien de verbalisanten [medeverdachte 1] uit het appartementencomplex komen. Hij heeft een tas of een koffer bij zich, die hij in de kofferbak van zijn auto legt. Daarna rijdt hij weg. Een paar minuten later komt [verdachte] uit het appartementencomplex, terwijl hij loopt te bellen. Hij belt op dat moment weer met genoemde [betrokkene 3] . Deze zegt dat hij over 30 seconden bij de [winkel 2] zal zijn. [verdachte] is aan het lopen en [betrokkene 3] kan bij de rotonde stoppen. Verbalisanten zien dat [verdachte] op een straathoek blijft staan en daar wordt opgehaald door een man in een auto, genaamd [betrokkene 4] . Ze halen nog een andere man op en gaan daarna met zijn drieën een broodjeszaak in Heerlen binnen. Om half 1 belt [medeverdachte 2] naar [verdachte] . [medeverdachte 2] zal even langs komen. [verdachte] vertelt dat hij in een broodjeszaak in Heerlen is en dat hij om half 2 thuis is en op [medeverdachte 2] wacht. Om half 2 belt [medeverdachte 3] naar [verdachte] en zegt dat de oom er is. Om kwart voor 2 zien de verbalisanten dat [medeverdachte 1] uit de woning aan de [adres 7] te Kerkrade komt. [verdachte] komt ook naar buiten met twee vuilniszakken en hij legt die in de kofferbak van de auto van [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] rijdt daarop weg. Even na 2 uur die middag zien verbalisanten een Opel Meriva ( [kenteken 3] ) die geparkeerd wordt op de [adres 7] in Kerkrade. De bestuurder – [medeverdachte 2] – gaat nummer [huisnummer] binnen. Om kwart over 2 belt [verdachte] naar een man die [bijnaam medeverdachte 12] wordt genoemd. [verdachte] vraagt of [bijnaam medeverdachte 12] bij hem langs kan komen om op internet te kijken, want [bijnaam medeverdachte 12] weet dat precies. [verdachte] zegt dat die man al drie dagen iedere dag bij hem op bezoek is en dat hij niet altijd voor niks kan komen. Tegen half 12 die avond belt [bijnaam medeverdachte 12] naar [verdachte] . Ik denk dat hij ongeveer drie keer in de week bij mij was, maar ik weet het niet precies. Hij maakte gebruik van de eerste slaapkamer in mijn woning. Daar stond al die rotzooi. [verdachte] maakte volgens mij zijn shit in die woning, die drugs. Ik heb daar geen verstand van. Er is weleens iemand met hem meegekomen, ik weet zijn naam niet, maar die is eigenlijk alleen in het begin geweest. Dat was een jongeman van ongeveer 30 jaar, zwarte haren, ongeveer 1.83 m. lang. Een praatjesmaker. [verdachte] heeft volgens mij die spullen in februari voor het eerst gebracht. Ik heb toen hij met die spullen aankwam meteen 500 euro gekregen. Volgens mij heb ik dat 3 keer gekregen. Met de politie-inval had ik nog niet betaald gekregen, maar dat weet ik niet meer zeker.' Naar aanleiding van een telefoongesprek met [medeverdachte 7] , dat de verbalisant hem laat horen, verklaart [medeverdachte 8] : 'Dat is die jongen die in het begin bij mij geweest is. Ik weet zijn naam niet. [verdachte] was samen met hem naar mij toegekomen. Hij was eigenlijk degene die de spullen heeft neergezet. Volgens mij was hij de loopjongen van [verdachte] . Hij kwam ook het geld brengen. Hij had ook gezegd dat hij degene was die in mijn woning kwam. Ik heb hem een keer of vijf in mijn woning gezien. De eerste keer was het een auto vol. Daarna zag ik weleens als ik thuiskwam dat er weer spullen bij waren gekomen en een andere keer waren spullen weg. Ik heb nooit meegeholpen bij de productie of het vervoer van drugs. Hij heeft me weleens gevraagd hem weg te brengen, soms had hij weleens een plastic tas bij zich.' [medeverdachte 7] heeft onder meer verklaard: ' [verdachte] heeft 10.000 euro betaald voor mijn vader. Hij kende mijn vader en vond het sneu dat iedereen mijn vader liet zitten. [verdachte] deed dit van zijn geld.' Dan laten verbalisanten [medeverdachte 7] een telefoongesprek horen dat hij op 1 april 2011 voerde met [betrokkene 5] , de moeder van hun dochtertje. Hij zegt daarin onder meer, als het erover gaat wanneer hij [betrokkene 6] , hun dochtertje, kan komen halen: 'Ik kan nu heel vaak, want eh we zijn eh we zijn gesplitst, ik en [verdachte] . Ik heb nou de afdeling met de kleine autootjes en hij met de grote auto's. Er zijn teveel problemen.' [medeverdachte 7] verklaart over dat gesprek: 'Ik heb weleens dingen voor hem gedaan, maar ik heb nooit gereden. Ik heb weleens pillen moeten afgeven, tussen de 300 en 600 stuks. Die gaf hij me. Hij had ze van een plaats bij hem, denk ik. Ik heb ze onder andere afgeleverd bij de [winkel 2] bij Heerlerheide. Ik heb dat een paar keer gedaan en kreeg 100 euro voor 1.000 stuks. Ik ga nog geen vier jaar, volgens mij drie jaar, met [verdachte] om. Ik ben gewoon als loopjongen gebruikt. Mijn rol is eigenlijk dat ik sinds begin vorig jaar met hem ben omgegaan. Op een gegeven moment heb ik gezegd dat hij het maar moest uitzoeken met zijn strontzooi. Ik heb daarvoor wel met hem dingen klaargemaakt en afgegeven. Klaarmaken heb ik nooit gedaan. Ik hoefde alleen maar in te pakken, vacuümzuigen. Dat was steenvormig en pasta's. Dat was op de stashplaats, in Heerlerheide bij de [winkel 2] . Dat was een appartement in de buurt van de [winkel 2] . Die plaats hebben jullie al gepakt. De spullen in het appartement waren van [verdachte] . Ik ben daar niet vaak geweest, want dat was in de tijd dat ik veel conflicten met hem had. Ik heb daar speed ingepakt, pillen ingepakt, MDMA ingepakt. Alles wat [verdachte] heeft klaargemaakt, heb ik ingepakt. [verdachte] was meestal daar als ik daar was. Ik kwam binnen met een sleutel, van [verdachte] . Het adres was van een nichtje van [verdachte] of de vriend van dat nichtje. Die jongen kreeg daar 1.000 euro in de maand voor. Dat kreeg hij van [verdachte] of mij. We hebben die plaats gehad, ik denk vanaf januari dit jaar. Het zou kunnen dat het gaat om de [adres 8] in Heerlen. [verdachte] had altijd maar vijf liter speedolie, in methanolkannetjes. De spullen, zoals speedolie, pillen en MDMA, kwamen o Ze zijn toen naar 'het achterom' van die flat gereden, waar de zak werd opgehaald door [medeverdachte 1] , die zij als Ome [medeverdachte 1] aanduidt. Ome [medeverdachte 1] deed dat wel één keer per week. [medeverdachte 3] heeft verklaard dat ze [verdachte] ook wel vaker met grote witte emmers uit een kamertje in de [adres 8] heeft zien komen. Hij liep daar dan mee naar beneden en dan werden de emmers opgehaald door [medeverdachte 1] . Ze is misschien ook weleens met [verdachte] lege emmers naar de [adres 8] gaan brengen, die ze gekocht hadden bij [bouwmarkt] . Als aan [medeverdachte 3] de getuigenverklaringen worden voorgehouden waarin is verklaard over mensen die zwarte plastic zakken naar binnendroegen, verklaart ze dat ze zich kan herinneren dat ze een keer met [verdachte] daar naartoe is gereden en dat ze samen aankwamen met [medeverdachte 1] en dat ze toen samen naar boven zijn gegaan. [verdachte] had een sleutel van de woning. Zaakdossier 3 Dit dossier beschrijft het vermoeden van het hebben van een productie-/opslaglocatie van verdovende middelen op het adres [adres 10] te Heerlen, de woning van [medeverdachte 4] en [betrokkene 7] . Op 8 maart 2011 in de ochtend stuurt [medeverdachte 6] een sms-bericht naar [verdachte] met als inhoud: 'Zeg dat die zachtjes moet doen. De buren horen het en stellen vragen. Ik heb gezegd dat een vriend blijft logeren'. Op 14 maart 2011 stuurt [medeverdachte 6] een sms-bericht naar [verdachte] , waarin hij aangeeft dat hij een oplossing heeft. Op 28 maart 2011 belt [medeverdachte 6] met [verdachte] en vraagt hem: 'of hij nog iets van die jongen heeft gehoord'. [verdachte] zegt dan dat hij [medeverdachte 6] nog wel iets laat weten. Op 31 maart 2011 belt [medeverdachte 6] met [verdachte] . [verdachte] zegt tegen [medeverdachte 6] : 'je had me toch iets gezegd van die heksen daar dat moet snel'. [medeverdachte 6] zegt dat het geen probleem is en dat hij [verdachte] een sms met het adres zal sturen, waarop [verdachte] zegt dat maar niet te doen. Vervolgens spreken ze af voor de dag erna in de pauze om half een. Op 3 april 2011 sms't [medeverdachte 6] naar [verdachte] : 'Hij heeft die 2 laten na maken. Morgen vroeg heb ik ze'. Op 11 april 2011 om 05.52 uur sms't [verdachte] aan [medeverdachte 6] en vraagt hem aan die jongen te vragen: 'hoe laat ik langs kan komen bij hem', waarop [medeverdachte 6] om 08.17 uur naar [verdachte] sms't: 'vanaf half 9 is er niemand meer'. Op diezelfde dag om 10.43 uur belt [medeverdachte 6] naar [verdachte] en zegt: ' [huisnummer] '. [verdachte] zegt dan dat hij helemaal verkeerd is en dat hij [huisnummer] loopt te zoeken. [verdachte] zegt dat hij achterom is. [medeverdachte 6] zegt dat het een houten poort is en dat hij de sleutel helemaal diep erin moet steken. [verdachte] vraagt zich af of hij wel goed is. [medeverdachte 6] zegt dan dat de sleutel niet past als hij niet goed is. Als [verdachte] vervolgens zegt dat het anders is als waar hij de laatste keer was en dat het helemaal onderkomen is, zegt [medeverdachte 6] dat hij dan verkeerd is en dat [verdachte] volgens hem een straat verkeerd is. 'Je bent toch al daar geweest deze week' zegt [medeverdachte 6] . 'Ja' zegt [verdachte] 'daarom, ik snap het niet. Volgens mij ben ik te ver'. [medeverdachte 6] vertelt dan aan [verdachte] hoe hij moet lopen en als [verdachte] zegt dat hij de [straat 7] ziet, zegt [medeverdachte 6] dat hij dan niet goed is. Daarop is op de achtergrond te horen dat [verdachte] tegen iemand zegt: 'wacht even [medeverdachte 1] , ik ben helemaal verkeerd'. [verdachte] zegt dan dat hij voor de [adres 10] erin moet, hetgeen wordt bevestigd door [medeverdachte 6] . Op 11 april 2011 sms't [verdachte] naar [medeverdachte 6] met de mededeling dat [medeverdachte 6] tegen zijn vriend moet zeggen dat hij ( [verdachte] ) het geld morgen op de plank legt. Op 14 april 2011 belt [medeverdachte 6] met [verdachte] en zegt: 'we zijn naar beneden verhuisd'. Op 18 april 2011 belt [medeverdachte 2] met [verdach Hij heeft voorts verklaard dat hij, toen hij die witte waas in zijn woning zag, wist dat er iets niet in de haak was. Hij heeft dat verhaal verteld aan zijn collega [medeverdachte 4] , die woont op het adres [adres 10] te Heerlen. [medeverdachte 4] kwam een maand later naar hem toe en vroeg hem of hij hem in contact kon brengen met [verdachte] . Hierna heeft [medeverdachte 6] [verdachte] gebeld en heeft hem verteld dat een collega van hem bereid was om spullen voor [verdachte] thuis op te slaan, omdat hij in geldnood zat. Op enig moment werd hij door [verdachte] gebeld en [verdachte] zei toen dat het door zou gaan en dat het snel moest gebeuren. Hier ging het gesprek van 31 maart 2011 om 18. 30 uur over. [medeverdachte 6] vertelt desgevraagd dat met 'heksen' de [locatie] wordt bedoeld; dat is waar de [adres 10] ligt. [medeverdachte 6] vertelt dat hij daags erna met [verdachte] naar het adres van [medeverdachte 4] is gereden en dat ze achterom zijn gereden. [medeverdachte 4] had verteld dat de poort achterom open was. [verdachte] is toen via de poort achterom gegaan. Toen hij terug kwam bij de auto vroeg [verdachte] hem aan [medeverdachte 4] te vragen of hij een paar sleutels kon laten bijmaken voor [verdachte] , want hij wilde die locatie gaan gebruiken. [medeverdachte 6] heeft dat de volgende dag aan [medeverdachte 4] gevraagd. De vriendin van [medeverdachte 4] heeft die sleutels 's middags laten bijmaken. [verdachte] heeft ze dezelfde dag nog opgehaald bij haar. De dag daarna zei [medeverdachte 4] dat [verdachte] al geweest was en dat er emmers in zijn garage stonden. Naar aanleiding van een sms-bericht vertelt [medeverdachte 6] dat [verdachte] hem een sms'je had gestuurd waarin hij zei dat hij tegen die [medeverdachte 4] moest zeggen dat het geld op de plank lag. [medeverdachte 6] vertelt dat [verdachte] in de woning van [medeverdachte 4] was geweest en dat hij de kelder had gezien. [verdachte] zei dat daar meer mogelijk was, omdat die zo groot was. [medeverdachte 6] heeft dat tegen [medeverdachte 4] gezegd. Later vertelde [medeverdachte 4] hem dat ze de spullen van [verdachte] naar de kelder hadden verplaatst en dat heeft [medeverdachte 6] tegen [verdachte] gezegd in het telefoongesprek dat [medeverdachte 6] met [verdachte] op 14 april 2011 om 19.28 uur heeft gevoerd. [medeverdachte 4] heeft bij gelegenheid van zijn verhoor verklaard dat er begin april 2011 een onbekende man bij hem kwam. [medeverdachte 6] had gezegd dat hij iemand wist die hem € 500 per maand zou geven als hij twee emmers bij hem thuis zou bewaren. Hij begreep meteen dat het om verdovende middelen ging. Eerst is hij niet ingegaan op het aanbod, maar later was de geldnood zodanig dat het niet meer anders kon. [medeverdachte 6] zei toen dat hij met de man langs zou komen om te kijken. Ze zijn begin april geweest. Tien minuten, toen waren ze weer weg. Toen de man daarna kwam heeft [medeverdachte 4] de spullen, twee witte emmers en een blauwe sporttas, vanuit de auto van de man overgeladen in zijn eigen auto en die in de garage gezet. In de tas zaten flessen met doorzichtige vloeistof. Toen zijn bezoek weg was, heeft [medeverdachte 4] de spullen in de garage gezet. Enkele weken later hebben hij en [betrokkene 7] de spullen naar de kelder gebracht. [medeverdachte 6] had tegen hem gezegd dat er meer mogelijk was in de kelder. [medeverdachte 4] begreep toen dat zijn kelder geschikt was voor opslag van meer verdovende middelen dan tot dan toe daar gestald waren. Als hem een foto wordt getoond van [verdachte] (pag. 345) herkent hij die als de persoon die zich voorstelde als ' [naam 1] '. Hij vertelt dat hij één of twee keer € 500 betaald heeft gekregen en ook dat [betrokkene 7] twee setjes sleutels heeft laten namaken. [betrokkene 7] heeft verklaard dat een man, die zich voorstelde als ' [naam 1] ' dat spul bij hen thuis heeft gebracht en dat [medeverdachte 4] die spullen in de garage heeft gezet. Later heeft zij met [medeverdachte 4] de spullen in de kast in de k [medeverdachte 1] kwam, vrij snel nadat de winkel was beleverd, de hele voorraad opkopen. 3 juni 2011 Op 2 juni 2011 om 14 .27 uur wordt [verdachte] gebeld door een Duitssprekende man die zegt: 'morgen een kwartier na 12 uur, dan weet je het'. Op 3 juni 2011 om 09.31 uur sms't [verdachte] naar [medeverdachte 1] : 'goeie morgen, kan je me baco brengen en een schoenendoos vandaag is 12.15'. Gezien wordt dat [medeverdachte 1] op 3 juni 2011 rond 11.15 uur spullen vanuit zijn woning in de kofferbak van zijn auto legt. Hij stapt in zijn auto en om 11.13 uur wordt de auto geparkeerd op de [straat 10] Kerkrade. [medeverdachte 1] neemt een zwarte vuilniszak uit de kofferbak en loopt de brandgang tussen de percelen [straat 10] [huisnummer] en [huisnummer] in. Rond 11.40 uur komt hij terug bij de auto en legt iets in de auto en gaat weer de brandgang in. Even later komt hij terug bij de auto en stapt in. De auto passeert rond 11.55 uur de grens met Duitsland op de [straat 1] te Kerkrade. Om 12. 14 uur parkeert [medeverdachte 1] zijn auto op de parkeerplaats van de Aldi aan de [straat 12] te Aken. Hij stapt uit, om even later samen met een onbekende man weer in de auto te stappen. De auto verlaat de parkeerplaats, rijdt een doodlopende straat in en stopt aan het einde van die straat. Om 12.18 uur komt de Opel van [medeverdachte 1] met daarin alleen [medeverdachte 1] weer uit de doodlopende straat gereden. Aan het einde van die doodlopende straat staat een Opel Combo met Duits kenteken [kenteken 5] . De man die eerder bij [medeverdachte 1] in de auto zat staat naast deze Opel Combo en in de Combo zit een onbekende man. De Opel Combo blijkt eigendom van een schilder te zijn. [medeverdachte 1] rijdt vervolgens via de [straat 10] te Kerkrade naar de [adres 7] in Kerkrade , zijnde het verblijfadres van verdachte [verdachte] . 7 juni 2011 Op 6 juni 2011 om 10.27 uur belt [verdachte] met een Duitssprekende man, die tegen [verdachte] zegt: 'morgen om 10 over 12 bij het stadion'. 'is goed' zegt [verdachte] . Op diezelfde dag om 18.06 uur stuurt [verdachte] een sms-bericht naar [medeverdachte 1] en vraagt hem of hij morgenvroeg om 11 uur drie flessen baco kan brengen. [medeverdachte 1] vraagt dan of het ook om half kan omdat hij tot 11 uur moet werken, waarop [verdachte] zegt dat dit geen probleem is. Op 7 juni 2011 rond 11.20 uur parkeert [medeverdachte 1] zijn auto op de [straat 10] te Kerkrade ter hoogte van de brandgang richting achterzijde [adres 11] . [medeverdachte 1] stapt uit en loopt met een gevulde AH-draagtas de brandgang in. En paar minuten later komt hij terug bij de auto, weer met een gevulde draagtas en stapt in. De auto stopt vervolgens om 11.26 uur bij het adres [adres 7] in Kerkrade, alwaar [medeverdachte 1] , met de gevulde blauwe draagtas van AH, naar binnen gaat. Vervolgens komt hij om 12.03 uur samen met [verdachte] uit de woning. [medeverdachte 1] heeft de tas dan weer bij zich. Beiden stappen in de auto van [medeverdachte 1] . De auto stopt om 12. 14 uur op de parkeerplaats van de [restaurant] aan de [straat 13] . [verdachte] stapt uit en loopt naar een VW-pick-up met Duits kenteken: [kenteken 6] . Hij heeft contact met een onbekende man om vervolgens om 12.17 uur weer in de auto bij [medeverdachte 1] te stappen. De auto van [medeverdachte 1] stopt om 12.35 uur op het [adres 13] in Heerlen ter hoogte van nr. [huisnummer] . [medeverdachte 1] gaat met een gevulde blauwe plastic blauwe tas de woning binnen. 8 juni 2011 Op 6 juni 2011 sms't [verdachte] naar [medeverdachte 1] dat [medeverdachte 1] woensdag om 8 uur bij Venlo in de buurt moet zijn, 'je weet wel'. [medeverdachte 1] vraagt dan nog of het de oude of nieuwe plaats moet zijn. Op 7 juni 2011 sms't [verdachte] met het Duitse nummer [telefoonnummer 4] . [verdachte] vraagt of het de oude of nieuwe plek is. De ander sms't: 'neue', waarop [verdachte] doorgeeft 'oke 8 uhr ist er da'. [verdachte] geeft dit vervolgens door aan [medeverdachte 1] . De dag erna vraagt [verdachte Op 8 juni 2011 wordt om 23.19 uur, nadat eerst [medeverdachte 3] een sms-bericht heeft ontvangen, door [medeverdachte 10] gebeld met [verdachte] . [medeverdachte 10] zegt tegen [verdachte] dat 'hij' al voor de deur staat en dat zij [verdachte] moest bellen. Daags erna vindt een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 10] en [verdachte] om 16.18 uur. [verdachte] zegt tegen de [medeverdachte 10] dat het een dag later wordt, niet op de zelfde tijd, maar twee uurtjes eerder. Dit omdat er 'hier een beetje zeik is'. In de avonduren belt [verdachte] weer naar [medeverdachte 10] en vraagt of 'dinge' bij haar is. [medeverdachte 10] antwoordt ontkennend, waarop [verdachte] aan haar vraagt of zij hem een bericht kan sturen 'dat die bij [verdachte] langs komt'. In de late avond van 9 juni 2011 en de vroege ochtend van 10 juni 2011 vindt sms-verkeer plaats tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] . [verdachte] vraagt aan [medeverdachte 1] om om half tien bij hem te zijn, waarop [medeverdachte 1] laat weten tot 11.00 uur te moeten werken. Vervolgens spreken ze af dat [medeverdachte 1] na zijn werk naar [verdachte] zal gaan. Rond 12.00 uur op 10 juni 2011 stuurt [verdachte] een sms-bericht aan een het Duitse nummer [telefoonnummer 6] , met als inhoud: '2urh ist er da', waarop als antwoord komt: 'Danke bis gleich'. Dit Duitse nummer blijkt in gebruik te zijn bij [medeverdachte 11] . Om 12.49 uur die dag krijgt [medeverdachte 3] via de sms de volgende opdracht van [verdachte] : 'sms ff op die goude na [letter] dat het een half uurtje later word staat onder [letter] '. Vervolgens wordt er vanaf een andere telefoon van [verdachte] een sms-bericht verstuurd naar het Duitse nummer [telefoonnummer 6] (van [medeverdachte 11] ) met als inhoud: 'Halbe stunde spater'. De auto van [medeverdachte 1] verplaatst zich van de [straat 15] in Kerkrade (deze straat staat haaks op de [adres 7] , zijnde de straat waar [verdachte] woont) naar de [straat 16] in Aken (zo rond 14 .33 uur) en vervolgens weer naar de [adres 7] te Kerkrade. Op 10, 11 en 12 juni 2011 vindt veelvuldig sms-verkeer plaats tussen de telefoon in gebruik bij [verdachte] enerzijds en de telefoon in gebruik bij [medeverdachte 11] of de telefoon in gebruik bij [medeverdachte 10] . Er wordt melding gemaakt van 'die Probe' en dat er genoeg van die te krijgen is. Verder worden er ontmoetingen afgesproken. Daadwerkelijke levering op 14 juni 2011 Op 13 juni 2011 om 17.15 uur belt [verdachte] met [medeverdachte 10] en vraagt of 'hij' thuis is. Als [medeverdachte 10] ontkennend antwoordt zegt [verdachte] tegen haar dat ze tegen hem moet zeggen dat hij morgen een bericht stuurt, dan doen ze het morgen gewoon. Twee, weet hij wel zegt [verdachte] . Vervolgens stuurt [verdachte] een sms naar [medeverdachte 1] en vraagt aan hem of hij morgen moet werken. Om 19.41 uur stuurt [verdachte] een sms naar [medeverdachte 11] en vraagt: 'morgen um 2uhr ist das oke', waarop [medeverdachte 11] antwoordt: 'ja, bitte'. [verdachte] sms't vervolgens: 'ich habe 19 oke', waarop [medeverdachte 11] antwoordt:'auch gut'. Rond 20.27 uur die dag stuurt [medeverdachte 1] een sms naar [verdachte] waarin hij kennelijk antwoordt op de vraag van [verdachte] die deze eerder die dag stelde, namelijk of [medeverdachte 1] morgen moest werken. [medeverdachte 1] sms't: 'Ja, tot 11 uur en van 4 tot 6 dus van 11 tot 4 ben ik vrij jongen'. Waarop [verdachte] rond 20.47 uur eerst antwoordt dat hij wel na het werk naar hem zal komen maar vervolgens vraagt of [medeverdachte 1] nu naar hem kan komen. Vervolgens verplaatst de auto van [medeverdachte 1] zich vanaf zijn woonadres ( [adres 13] ) naar het woonadres van [verdachte] ( [adres 7] ) waar hij rond 21.00 arriveert. Op 14 juni 2011 vindt er een observatie plaats op [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] gaat rond 12.28 uur de apotheek aan de [straat 17] in Heerlen binnen, komt om 12.39 uur naar buiten en heeft dan een plastic draagtas van Albert Heijn bij zich. Hij stapt in zijn auto en rij Om 14 .08 uur rijdt de Opel van [medeverdachte 1] op de [straat 1] te Kerkrade en om 14 .20 uur bevindt de Opel zich op de [straat 3] te Aken. [medeverdachte 3] heeft tegenover verbalisanten verklaard dat in de witte draagzak die [verdachte] bij zich droeg drugs zaten en dat die zak werd opgehaald door 'Ome [medeverdachte 1] '. Laatstgenoemde zou dat wel één keer per week doen. 13 mei 2011 Rond 12.12 uur is er sms contact tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] . Ze spreken af om half 2. Om 12.16 uur sms't [verdachte] naar [medeverdachte 2] en zegt hem dat hij [medeverdachte 5] moet bellen om te vragen waar hij is omdat hij daar staat. Om 12.15 uur wordt door de telefoon van [verdachte] de mast aan de [straat 19] te Kerkrade aangestraald. Dit is in de directe omgeving van de [adres 11] te Kerkrade, zijnde de straat waar [medeverdachte 5] woont. Dit is eveneens om 13. 42 uur het geval. De auto van [medeverdachte 1] bevindt zich om 14 . 14 uur in de [straat 3] in Aken en is ongeveer een half uur later in de [adres 7] in Kerkrade, zijnde de straat waar [verdachte] woont. Later op die dag, rond 15.27 uur sms't [verdachte] naar [medeverdachte 1] : 'rij maar, hoe laat ben je bij hem'. [medeverdachte 1] antwoordt niet, maar rond 15.31 uur belt [verdachte] met [medeverdachte 1] en zegt: 'kwart over vier, is dat goed?', hetgeen door [medeverdachte 1] wordt bevestigd. Tussen 16.32 uur en 16.36 uur bevindt de auto van [medeverdachte 1] zich op de [straat 16] te Aken. 14 mei 2011 Op 13 mei 2011 om 17.16 uur belt [medeverdachte 1] met [verdachte] en vraagt of [verdachte] de dag erna om 1 uur thuis is. [verdachte] zegt dan: 'oh ja, hij had nog wat gevraagd, dat klopt.' [verdachte] zegt vervolgens dat hij daar voor de twee schoenendozen zal zorgen, waarop [medeverdachte 1] zegt dat hij dan de dag erna om 1 uur bij [verdachte] zal zijn. Op 14 mei 2011 is de auto van [medeverdachte 1] tussen 12.48 uur en 13.08 uur in de [adres 7] in Kerkrade. Vervolgens rijdt de auto richting Duitsland en is tussen 13.44 uur en 14 .08 uur op de [straat 16] in Aken om vervolgens weer terug te gaan naar de [adres 7] in Kerkrade, alwaar hij rond 14 .21 uur arriveert. 17 mei 2011 Vanaf 11.17 uur sms't [verdachte] naar [medeverdachte 1] en dirigeert hem naar ' [letter] ' met '3 paar schoenendoosjes' op 'een nieuwe plaats' 'Om 2 uur'. De auto van [medeverdachte 1] bevindt zich op 13.23 uur op het [adres 13] te Heerlen (het woonadres van [medeverdachte 1] ) en rijdt vervolgens richting Duitsland. Tussen 13.15 uur en 13.55 uur bevindt de auto zich op de [straat 16] te Aken om volgens weer terug te gaan naar Nederland. Om 14 .13 uur is de auto weer in op de [adres 13] te Heerlen. Zaakdossier 7 In het zaakdossier 7, dat uit een dossier met 9 bijlagen bestaat, wordt het onderzoek beschreven betreffende de deelneming aan een criminele organisatie. Dit feit is tenlastegelegd bij (onder andere) [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 5] en [medeverdachte 2] . Volgens de verbalisant [verbalisant 1] zijn in dit zaakdossier als verdachte van de criminele organisatie slechts de verdachten opgenomen ten aanzien van wie het vermoeden bestaat dat het kernleden van de criminele organisatie waren. Het betreft (onder andere) de verdachten [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . Voor deze verdachten, maar ook voor anderen, die niet als kernleden werden gezien, wordt voor het bewijs vanuit zaakdossier 7 verwezen naar de zaakdossiers 1 t/m 6. De criminele organisatie wordt de 'organisatie [verdachte] ' genoemd, omdat in het zaakdossier 7 ervan wordt uitgegaan dat [verdachte] als leider van deze organisatie fungeerde. Zaakdossier 7 is beperkt tot vermelding van hetgeen de verbalisant als algemene kenmerken van de criminele organisatie en daarmee ook als kenmerken van de 'organisatie [verdachte] ' beschouwt. Als doel van deze criminele organisatie wordt genoemd het produceren van en de handel in (synthetische) drugs. Voor de betreffende feiten zelf wordt voor zowe Het adres [adres 10] te Heerlen was de woning van [medeverdachte 4] en zijn vrouw [betrokkene 7] . Op 15 juni 2011 werden op dit adres verdovende middelen en grondstoffen voor de vervaardiging van verdovende middelen aangetroffen. Over dit adres wordt vooral gerelateerd in zaakdossier 3. [medeverdachte 4] heeft onder andere verklaard dat hij wist waar [verdachte] mee bezig was. 'Elk normaal denkend mens weet dat als iemand je € 500,- per maand biedt om dat spul bij jou thuis te zetten dat dit om verdovende middelen gaat. (…) Ik begreep meteen dat het om verdovende middelen ging'. Over het adres [adres 8] te Heerlen wordt opgemerkt dat op dit adres op 8 mei 2011 verdovende middelen en grondstoffen bestemd voor de vervaardiging van verdovende middelen werden aangetroffen. In een krat werd een allesdrager met het adres [adres 19] aangetroffen. [adres 8] te Heerlen was het GBA-adres van [medeverdachte 8] . In zaakdossier 2 is dit adres als productlocatie van verdovende middelen besproken. [medeverdachte 7] heeft over wat op dit adres gebeurde gezegd: 'het klaarmaken van speed en vervolgens het afwegen, inpakken en sealen in plastic zakken. Het klaarmaken gebeurde door [verdachte] en het afwegen, inpakken en sealen door mij. Dat was dus in de periode van januari dit jaar tot maart dus zo'n drie maanden'. Het adres [adres 11] te Kerkrade was de woning van [medeverdachte 5] en zijn vrouw [betrokkene 12] . Op 15 juni 2011 werden op dit adres verdovende middelen en grondstoffen voor de vervaardiging van verdovende middelen aangetroffen. Over dit adres wordt vooral gerelateerd in zaakdossier 4. [medeverdachte 3] heeft verklaard dat zij denkt dat [verdachte] speed maakte in de [adres 11] . Ze bracht hem ernaar toe en haalde hem weer op. Eerder maakte [verdachte] speed in de [adres 8] . Het adres [adres 17] te Heerlen was de woning van [medeverdachte 7] . In het zaakdossier 7 wordt een tapgesprek van 29 maart 2011 tussen [verdachte] en [medeverdachte 7] aangehaald, waarin [medeverdachte 7] zegt: 'we gaan zo beginnen' en een verklaring van [getuige 6] : 'Die [medeverdachte 7] verkoopt drugs en kookt die in een pan in zijn woning'. Voertuiggebruik In het zaakdossier 7 wordt opgemerkt dat criminele organisaties onder andere van huurauto's gebruik maken om te voorkomen dat de gebruikte auto's te gemakkelijk te relateren zijn aan de criminele organisatie en dat de voertuigen via de voordeelsontneming worden ontnomen. Als huurauto's van de criminele organisatie [verdachte] worden genoemd een Toyota Aygo met opschrift Bo-Rent en kenteken [kenteken 1] en een andere Toyota Aygo met het kenteken [kenteken 2] . Deze auto's zijn gehuurd door [medeverdachte 3] en wel die met het kenteken [kenteken 1] in de periodes 8 december 2010 t/m 7 januari 2011 en van 21 maart 2011 t/m 18 april 2011 en de die met het kenteken [kenteken 2] in de periodes 21 januari 2011 t/m 4 februari 2011 en van 29 april 2011 t/m 9 mei 2011. Op 8 april 2011 wordt de Toyota met het kenteken [kenteken 1] bij het verhuurbedrijf Bo-Rent gezien. [medeverdachte 3] en [verdachte] lopen Bo-Rent binnen, komen weer naar buiten en vertrekken met de Toyota, met [medeverdachte 3] als bestuurster en [verdachte] als bijrijder. Vervolgens wordt vermeld dat het vermoeden bestaat dat op 12 april 2011 vanuit de [adres 8] te Heerlen een partij verdovende middelen in Duitsland bij [medeverdachte 11] is afgeleverd, waarvoor wordt verwezen naar de zaakdossiers 2 en 5. Gelet op de navolgende observatie zouden de genoemde verdovende middelen met de Toyota Aygo met het kenteken [kenteken 1] zijn vervoerd. Op 12 april 2011 verlaten [verdachte] en [medeverdachte 3] het pand [adres 8] [huisnummer] t/m [huisnummer] te Heerlen. [verdachte] heeft een witte draagzak bij zich. Zij stappen in een rode Toyota Aygo, met het kenteken [kenteken 1] en vertrekken. Kort daarop stopt deze auto op de [straat 5] te Heerlen, ter hoogte van de winkel ' [winkel 2] '. Een minuut later rijdt een zwarte Opel Corsa met het kenteke Telefoonprotocol van de criminele organisatie Als kenmerk van de criminele organisatie wordt in zaakdossier 7 genoemd de wijze waarop telefoons worden gebruikt. Inleidend wordt opgemerkt dat bekend is dat vanwege explosiegevaar bij de productie van synthetische drugs telefoons worden uitgezet of niet meegenomen. Een andere reden om telefoons niet mee te nemen zou zijn te voorkomen dat ze afgeluisterd en getraceerd kunnen worden. [verdachte] had vier telefoons besteld, waaruit de microfoon en de speaker uitgebouwd moesten worden, zodat geen stem was te horen. In twee telefoons die op de [adres 7] te Kerkrade, het verblijfadres van [verdachte] , werden aangetroffen en in twee telefoons die op het [adres 13] te Heerlen, het woonadres van [medeverdachte 1] , aanwezig waren, zat geen microfoon. In een tapgesprek van 3 mei 2011 met [betrokkene 13] zegt [verdachte] dat hij vier toestellen met kaartjes wil en dat [betrokkene 13] bij drie het ding eruit moet halen. In een sms van [verdachte] aan [betrokkene 13] van enkele uren later staat: 'Nee je begrijpt het niet mic en speaker?' en in een volgende sms van een halve minuut later: 'Als ze maar geen stem horen'. Op 6 mei 2011 belt [verdachte] met [betrokkene 13] . [verdachte] zegt dat hij niet hoort wanneer hij een berichtje krijgt. [betrokkene 13] zegt dat hij die dingen eruit heeft gehaald en dat hij anders de speaker weer erin zet. In enkele aangehaalde tapgesprekken tussen [verdachte] en [medeverdachte 7] zegt [verdachte] dat [medeverdachte 7] bepaalde telefoons moet gebruiken. In een tapgesprek tussen [betrokkene 14] en [verdachte] op 9 juni 2011 zegt [betrokkene 14] : 'Het nummer dat die hier hebben van jou, die [naam 2] die [naam 3] … moet je weggooien, gebruik die niet meer'. Cryptisch taalgebruik Onder het tussenkopje 'Cryptisch taalgebruik' wordt erop gewezen dat uit eerdere onderzoeken bekend is dat in het kader van de handel in verdovende middelen versluierd taalgebruik wordt gebezigd. Zo zou de mogelijke betekenis van 'Baco' methanol zijn. In een gesprek tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] van 20 mei 2011 wordt over het meenemen van 'baco' gesproken. In een gesprek tussen beiden van 24 mei 2011 over het halen van 'baco'. Uit onderzoek is gebleken dat de auto van [medeverdachte 1] op dezelfde dag in de buurt van een winkel is gestopt, waar hij meermalen methanol heeft gekocht. De mogelijke betekenis van 'schoenendoos' zou verdovende middelen zijn. Hiertoe wordt erop gewezen dat 220 flacons met vloeibare MDMA in een schoenendoos verpakt waren. In tapgesprekken tussen en sms in de periode van 13 t/m 3 juni 2011 van respectievelijk de verdachten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 7] en [verdachte] wordt gesproken van 'een doosje droppen', 'nog even schoenen regelen', 'twee schoenendozen', 'en schoenendozen', '3 paar schoenendoosjes', 'een schoenendoos'. De mogelijke betekenis van 'auto' zou een partij verdovende middelen zijn. In een tapgesprek zegt [medeverdachte 7] dat hij en [verdachte] gesplitst zijn en hij nou de afdeling met de kleine autootjes heeft en hij die met de grote auto's. De mogelijke betekenis van 'foto' zou een monster/voorbeeld van een partij verdovende middelen zijn. In verschillende aangehaalde tapgesprekken en sms van of aan [verdachte] in de periode van 2 februari t/m 31 mei 21011 wordt gesproken over foto's. De mogelijke betekenis van 'papieren' zou geld zijn. In aangehaalde tapgesprekken in de periode van 15 maart t/m 13 juni 2011 waaraan [verdachte] deelgenomen heeft, wordt gesproken van 'stuur gewoon effe, aantal papieren door', 'jij komt gewoon zo met de papieren', 'die jongen zit me geld eh papieren', 'dan krijg ik morgen de papieren wel'. Conclusies Met betrekking tot feit 1: Aan [verdachte] wordt onder 1 verweten dat hij – kort gezegd – tezamen met anderen verdovende middelen buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht. Op de uitvoer van verdovende middelen zien in het bijzonder de zaakdossiers 5 en 6. Zaakdossier 5 betreft de verdenk Voor zover aan [verdachte] onder feit 2 ten laste is gelegd dat hij verdovende middelen heeft geproduceerd en verwerkt in Heerlen, ziet dat op de productielocatie aan de [adres 8] in die plaats; de woning van [medeverdachte 8] . Met de rechtbank acht het hof op basis van wat hiervoor met betrekking tot zaakdossier 2 is vermeld wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] daar verdovende middelen, te weten amfetamine en MDMA, heeft geproduceerd en verwerkt. Het hof concludeert in navolging van de rechtbank dat [verdachte] de [verdachte] is over wie [medeverdachte 8] verklaart. Zo blijkt bijvoorbeeld uit de mastgegevens bij de afgeluisterde telefoongesprekken dat [verdachte] regelmatig in de buurt van de [adres 8] is als hij telefoneert. Hij wordt ook meermalen, onder meer met [medeverdachte 7] en [medeverdachte 1] , gezien bij de flat van [medeverdachte 8] . Verder komt [verdachte] uit Kerkrade en zijn (toenmalige) vriendin heet [medeverdachte 3] ( [medeverdachte 3] ). Naast productie en verwerking vindt het hof ook bewezen dat [verdachte] verdovende middelen opzettelijk heeft afgeleverd, vervoerd en aanwezig gehad. Bij de observaties is gezien dat gevulde tassen of emmers in een auto werden gelegd die daarna wegreed en ook de buren van [medeverdachte 8] hebben verklaard dat te hebben gezien. Weliswaar is niet telkens vastgesteld wat in de tassen of emmers zat, maar gelet op de inhoud van het dossier is naar het oordeel van het hof wettig en overtuigend komen vast te staan dat de verdovende middelen die waren geproduceerd en verwerk t op de locatie [adres 8] in Heerlen op die manier werden vervoerd en afgeleverd. [verdachte] heeft zich, zo blijkt uit de verklaringen van [medeverdachte 8] en [medeverdachte 7] en de processen-verbaal in het kader van de doorzoeking – op deze locatie tezamen met [medeverdachte 7] beziggehouden met de productie en verwerking van de amfetamine en MDMA. Het vervoeren gebeurde, zo blijkt uit de observaties, vooral door [medeverdachte 1] , maar ook [medeverdachte 7] heeft verklaard weleens wat te hebben afgeleverd bij de [winkel 2] . Dat betekent dat sprake is van medeplegen. Het hof acht evenals de rechtbank bewezen dat de productielocatie aan de [adres 8] bij [verdachte] en [medeverdachte 7] in gebruik is geweest in de periode van medio januari 2011 tot 8 mei 2011. Immers, de eerste, geregistreerde telefonische contacten tussen [verdachte] en [medeverdachte 8] / [medeverdachte 9] dateren van 19 januari 2011 en de productielocatie is ontmanteld bij de doorzoeking op 8 mei 2011. Met de rechtbank concludeert het hof uit hetgeen hiervoor met betrekking tot zaakdossier 3 is vermeld dat [medeverdachte 4] zijn woning, waar hij samen met zijn vrouw en kind verbleef, voor geld ter beschikking heeft gesteld aan [verdachte] , zodat [verdachte] hier goederen kon stallen die betrekking hadden op de productie van synthetische drugs. Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat [medeverdachte 4] alles wat in de woning [adres 10] in Heerlen aan verdovende middelen, dan wel grondstoffen is aangetroffen opzettelijk aanwezig heeft gehad in de periode van 1 april 2011, de dag nadat [medeverdachte 6] met [verdachte] heeft gebeld over een nieuwe locatie, tot en met de dag van de doorzoeking, 15 juni 2011. Wat is aangetroffen was van [verdachte] , zodat sprake is van medeplegen. Daarmee is feit 2 voor zover betrekking hebbende op het aanwezig hebben in de [adres 10] te Heerlen wettig en overtuigend bewezen. Het hof concludeert evenals de rechtbank uit hetgeen hiervoor met betrekking tot zaakdossier 4 is vermeld dat [medeverdachte 5] zijn woning ter beschikking heeft gesteld aan [verdachte] en de zijnen, om aldaar amfetamine te bereiden of te verwerken. Dat er ook daadwerkelijk een deel van het productieproces plaatsvond blijkt uit de verschillende sms-berichten die tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] werden verstuurd (bijvoorbeeld op 17 mei 2011, op 20 mei 2011 en 3 juni 2011), waarin [medeverdachte 1] wordt opgedra [verdachte] heeft verklaard dat de drie dozen, inhoudende cafeïne, aan hem toebehoren. [medeverdachte 3] heeft verklaard dat zij de woning aan de [adres 7] te Kerkrade samen met haar zoontje bewoonde. Ook haar (toenmalige) vriend [verdachte] sliep wel eens bij haar. Zij heeft verder verklaard dat [verdachte] verkeerde dingen deed. Hij hield zich bezig met drugs. Het hof stelt met de rechtbank vast dat [verdachte] coffeïne in de schuur bij de woning van zijn toenmalige vriendin, [medeverdachte 3] , aanwezig heeft gehad. Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] op de dag van de doorzoeking chemicaliën aanwezig heeft gehad die bij de productie en verwerking van synthetische drugs van pas komen. In de tenlastelegging staat in plaats van coffeïne de term cafeïne genoemd. Het is een feit van algemene bekendheid dat cafeïne een andere benaming is voor coffeïne. Nu de coffeïne in de schuur van [medeverdachte 3] werd aangetroffen, de coffeïne zich daarmee in haar machtssfeer bevond, zij geacht kan worden wetenschap te hebben van hetgeen in de schuur van haar woning aanwezig was omdat zij daartoe vrijelijk toegang had en zij bovendien op de hoogte was van de praktijken van [verdachte] , kan zij als medepleger worden aangemerkt. [verdachte] en [medeverdachte 3] hebben daarmee voorbereidingshandelingen getroffen teneinde MDMA dan wel amfetamine te bereiden, bewerken en verwerken. Dat het voorbereidingsproces betrekking had op de productie van MDMA en amfetamine leidt het hof in navolging van de rechtbank af uit de bevindingen uit de verschillende zaakdossiers. Met betrekking tot feit 6: Aan [verdachte] wordt onder 6 verweten dat hij heeft deelgenomen aan een organisatie die tot oogmerk had – kort gezegd – het plegen van misdrijven als bedoeld in de Opiumwet. Het feit, de deelneming aan (de voorbereiding van) georganiseerde illegale productie van drugs en drugshandel, is strafbaar gesteld in artikel 11a van de Opiumwet. Dat artikel is een zogenaamde specialis van artikel 140 Wetboek van Strafrecht, zodat de bij dat artikel behorende jurisprudentie ook van toepassing is op artikel 11a van de Opiumwet. Behalve minimaal een van de hierboven genoemde 'criminele doelstellingen', waarop het oogmerk van de organisatie moet zijn gericht, zijn de vereiste kenmerken van een dergelijke organisatie dat een bepaald gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband met een bepaalde organisatiegraad bestaat. Kenmerken hiervan kunnen bijvoorbeeld zijn dat er gemeenschappelijke regels bestaan, een bepaalde mate van hiërarchie, of sturing van de leden van de organisatie. Voor het bewijs van deelneming aan een dergelijke organisatie is niet vereist dat de betrokkene heeft samengewerkt met alle andere deelnemers, noch dat hij alle deelnemers kende. Ook behoeft het samenwerkingsverband niet steeds uit dezelfde personen te bestaan. Verder is voor bewijs van deelname aan een criminele organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven niet vereist dat betrokkene zelf deelneemt aan de misdrijven die de organisatie pleegt, noch dat hij opzet heeft of weet heeft van de concrete misdrijven die de organisatie pleegt. De betrokkene moet wel in het algemeen weten dat de organisatie tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven. Voor het bewijs van dit feit is nodig dat bewezen kan worden dat een criminele organisatie zoals tenlastegelegd heeft bestaan en dat [verdachte] daaraan opzettelijk heeft deelgenomen. Het hof acht met de rechtbank bewezen dat [verdachte] in de periode van 1 januari 2011 tot en met 15 juni 2011 heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, waarvan onder meer [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] deel hebben uitgemaakt. De organisatie had tot oogmerk het uitvoeren, bereiden en verwerken van MDMA en amfetamine. Het hof overweegt daartoe het volgende. Hierboven heeft het hof wettig en overtuigend bewezen geacht dat [verdachte] , telkens samen met and Het onder 3 bewezen verklaarde levert op: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod. Het onder 4 bewezen verklaarde levert op: medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit. Het onder 5 bewezen verklaarde levert op: medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit. Het onder 6 bewezen verklaarde levert op: als leider deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10, derde, vierde of vijfde lid, en 10a, eerste lid, van de Opiumwet. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Strafbaarheid van de verdachte Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde. Op te leggen straf De verdediging heeft verzocht aan verdachte een taakstraf op te leggen van in totaal 1.440 uren (bestaande uit 240 uren per feit). De raadsman heeft daartoe – zeer kort samengevat – het volgende aangevoerd. Verdachte heeft in hoger beroep zijn proceshouding gewijzigd; hij heeft zijn verantwoordelijkheid genomen en heeft zonder enig voorbehoud de feiten bekend waarvoor de rechtbank hem heeft veroordeeld. Ten tijde van het begaan van deze feiten was bij verdachte sprake van een gokverslaving en min of meer een verslaving aan drugs. Inmiddels is hij van beide af. Hij heeft zijn leven weer op de rails. Hij is al geruime tijd niet meer met politie en justitie in aanraking gekomen, hij is onlangs vader geworden van een dochtertje en binnenkort gaat hij aan het werk. Indien verdachte gevangenisstraf zou krijgen, komt hij in de gevangenis met criminelen in aanraking en bestaat de kans dat hij terugvalt in zijn oude gedrag. Gelet op het vorenstaande is een taakstraf meer op zijn plaats. De duur daarvan wordt niet beperkt door de samenloopbepaling van art. 57 Sr., zodat een taakstraf van in totaal 1.440, zijnde 240 uren per feit, mogelijk is, aldus de verdediging. Het hof overweegt hieromtrent als volgt. Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Verdachte heeft zich gedurende ruim zes maanden schuldig gemaakt aan overtredingen van de Opiumwet. Verdachte was de leider van een organisatie die zich bezighield met de productie van synthetische drugs. Verdachte heeft daar kwetsbare mensen bij betrokken. Binnen de organisatie werd gebruik gemaakt van verschillende opslag- en productieplaatsen. Verdachte heeft daarnaast samen met anderen drugstransporten naar Duitsland gefaciliteerd. Het ging daarbij om een groot aantal kilo's. Ook had verdachte harddrugs voorhanden. Het is een feit van algemene bekendheid dat harddrugs grote gevaren opleveren voor de gezondheid van gebruikers. Bovendien gaat de handel in en het gebruik van verdovende middelen gepaard met verschillende vormen van overlast en criminaliteit, waardoor de samenleving ernstige schade wordt berokkend. Daarnaast is het grensoverschrijdende transport van verdovende middelen een groot probleem. Dat geldt in het bijzonder voor de regio Zuid-Limburg. Als gevolg van de geografische ligging tussen België en Duitsland, is transport vanuit deze regio naar het buitenland relatief gemakkelijk te doen. Omdat de prijsverschillen tusse Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) jaren . Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: - nr. 5: tas, Prada Milano (goednummer 1943420); - nr. 8: gsm, Nokia 1616-2 (goednummer 1943433); - nr. 9: gsm, Nokia 1280 (goednummer 1943435); - nr. 10: sieradendoos, brons (goednummer 1943436); - nr. 11: 8 sleutels (goednummer 1943437); - nr. 12: diverse goederen, te weten een pil, vitaminen, pen, zakdoek en twee kaartjes (goednummer 1943440). Aldus gewezen door mr. J.T.F.M. van Krieken, voorzitter, mr. A.M.G. Smit en mr. B. Stapert, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. I. Kroes, griffier, en op 10 november 2017 ter openbare terechtzitting uitgesproken. Mr. Stapert is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen. In de hiernavolgende bewijsmiddelen wordt - tenzij anders vermeld - verwezen naar pagina's uit het einddossier van de politie Limburg-Zuid, proces-verbaalnummer 2011064828, sluitingsdatum 18 januari 2012, met als bijlagen in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en/of andere geschriften, voorzien van de doorgenummerde pagina's 1 tot en met 2971. Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 6] d.d. 28 juni 2011, p. 455. Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 6] d.d. 28 juni 2011, p. 456 (gebruik telefoonnummer) en het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 6] , p. 460 (stemherkenning). Stamproces-verbaal d.d. 18 februari 2012, p. 697. Stamproces-verbaal d.d. 18 februari 2012, p. 697. Stamproces-verbaal d.d. 18 februari 2012, p. 698. Stamproces-verbaal d.d. 18 februari 2012, p. 699. Stamproces-verbaal d.d. 18 februari 2012, p. 700. Stamproces-verbaal d.d. 18 februari 2012, p. 701. Stamproces-verbaal d.d. 18 februari 2012, p. 702. Stamproces-verbaal d.d. 18 februari 2012, p. 692 en het proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 december 2011, p. 2527 e.v. Proces-verbaal van kennisgeving van inbeslagneming d.d. 28 juni 2011, p. 2545, het geschrift, te weten de aanvraag NFI-rapportage, d.d. 29 juni 2011, p. 2553 en het geschrift, te weten de NFI-rapportage, d.d. 20 juli 2011 p. 2556. Proces-verbaal van kennisgeving van inbeslagneming d.d. 28 juni 2011, p. 2545, het geschrift, te weten de aanvraag NFI-rapportage, d.d. 29 juni 2011, p. 2553 en het geschrift, te weten de NFI-rapportage, d.d. 20 juli 2011 p. 2556. Proces-verbaal kennisgeving van inbeslagneming d.d. 28 juni 2011, p. 2544, het geschrift, te weten de aanvraag NFI-rapportage, d.d. 29 juni 2011, p. 2553 en het geschrift, te weten de NFI-rapportage, d.d. 20 juli 2011 p. 2556. Proces-verbaal van kennisgeving van inbeslagneming d.d. 28 juni 2011, p. 2546, het geschrift, te weten de aanvraag NFI-rapportage, d.d. 29 juni 2011, p. 2553 en het geschrift, te weten de NFI-rapportage, d.d. 20 juli 2011 p. 2556. Proces-verbaal kennisgeving van inbeslagneming d.d. 28 juni 2011, p. 2545, Proces-verbaal van kennisgeving van inbeslagneming d.d. 28 juni 2011, p. 2546, het geschrift, te weten de aanvraag NFI-rapportage, d.d. 29 juni 2011, p. 2552 en het geschrift, te weten de NFI-rapportage, d.d. 20 juli 2011 p. 2556. Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 6] d.d. 30 juni 2011, p. 472 en 473. Proces-verbaal kennisgeving van inbeslagneming d.d. 22 december 2011, p. 2591, het geschrift, te weten de aanvra 18 januari 2012, p. 792. Proces-verbaal observatie d.d. 9 mei 2011, p. 1115. Proces-verbaal observatie d.d. 9 mei 2011, p. 1116. Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 793. Proces-verbaal observatie d.d. 9 mei 2011, p. 1116. Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 793. Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 794. Proces-verbaal observatie d.d. 9 mei 2011, p. 1117. Proces van observatie d.d. 9 mei 2011, p. 1117 en het stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 793. Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 794. Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 795. Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 795. Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 796. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 18 juli 2011, p. 1123 en 1124. Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 798. Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 798. Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 799. Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 799. Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 799. Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 803. Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 804. Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 805. Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 804. Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 805 tot en met 807. Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 807. Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 808. Proces-verbaal kennisgeving van inbeslagneming d.d. 9 mei 2011, p. 936, het geschrift, te weten de aanvraag NFI-rapportage, d.d. 30 mei 2011, p. 2789 en het geschrift, te weten de NFI-rapportage, d.d. 2 augustus 2011, p. 2794. Proces-verbaal kennisgeving van inbeslagneming d.d. 9 mei 2011, p. 932 (2.700 gram), 937 (1.550 gram), het geschrift, te weten de aanvraag NFI-rapportage, d.d. 30 mei 2011, p. 2789 en het geschrift, te weten de NFI-rapportage, d.d. 2 augustus 2011, p. 2794. Proces-verbaal kennisgeving van inbeslagneming d.d. 9 mei 2011, p. 934, het geschrift, te weten de aanvraag NFI-rapportage, d.d. 30 mei 2011, p. 2789 en het geschrift, te weten de NFI-rapportage, d.d. 2 augustus 2011, p. 2794. Proces-verbaal kennisgeving van inbeslagneming d.d. 9 mei 2011, p. 940, 941, 944, 946 en 947, het geschrift, te weten de aanvraag NFI-rapportage, d.d. 30 mei 2011, p. 2789 en het geschrift, te weten de NFI-rapportage, d.d. 2 augustus 2011, p. 2794 en 2795. Proces-verbaal kennisgeving van inbeslagneming d.d. 9 mei 2011, p. 948, het geschrift, te weten de aanvraag NFI-rapportage, d.d. 30 mei 2011, p. 2789 en het geschrift, te weten de NFI-rapportage, d.d. 2 augustus 2011, p. 2795. Proces-verbaal kennisgeving van inbeslagneming d.d. 9 mei 2011, p. 935, het geschrift, te weten de aanvraag NFI-rapportage, d.d. 30 mei 2011, p. 2789 en het geschrift, te weten de NFI-rapportage, d.d. 2 augustus 2011, p. 2794. Proces-verbaal kennisgeving van inbeslagneming d.d. 9 mei 2011, p. 929, 938 en 940. Proces-verbaal kennisgeving van inbeslagneming d.d. 9 mei 2011, p. 933 en 942. Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 8] d.d. 19 juli 2011, p. 607 tot en met 609. Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 8] d.d. 19 juli 2011, p. 610 en 611. Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 8] d.d. 19 juli 2011, p. 613. Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 7] d.d. 7 juli 2011, p. 564. Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 7] d.d. 7 juli 2011, p. 567. Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 7] d.d. 7 juli 2011, p. 569 tot en met 573. Bijlage bij proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] d.d. 9 mei 2011, p. 1012. Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 811. Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] d.d. 9 mei 2011, p. 1009 en 1010. Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3] d.d. 9 mei 2011, p. 1013 en 1014. Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 4] d.d. 9 mei 2011, p. 1015. Stamproces-verbaal d.d. 18 januari 2012, p. 810. Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] d.d. 18 juni 2011, p. 130 tot en met 133, 138 en 1 Stamproces-verbaal einddossier zaak 4 d.d. 18 januari 2012, p. 1211. Stamproces-verbaal einddossier zaak 4 d.d. 18 januari 2012, p. 1212. Stamproces-verbaal einddossier zaak 4 d.d. 18 januari 2012, p. 1212. Stam pv einddossier zaak 4, p. 1212 Proces-verbaal, Gerechtelijk arrondissement, Gerechtelijk arrondissement Tongeren, Lokale Politie 5385, Noordoost Limburg, p. 2926, 2935. Stamproces-verbaal einddossier zaak 4 d.d. 18 januari 2012, p. 1219. Stamproces-verbaal einddossier zaak 4 d.d. 18 januari 2012, p. 1218. Proces-verbaal observatie [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] d.d. 6 juni 2011, p. 1264 Proces-verbaal observatie [verdachte] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] d.d. 6 juni 2011, p. 1265 Stamproces-verbaal einddossier zaak 4 d.d. 18 januari 2012, p. 1220. Stamproces-verbaal einddossier zaak 4 d.d. 18 januari 2012, p. 1220 en 1221. Proces-verbaal aanhouding van [verdachte] d.d. 15 juni 2011, p. 69 en het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 3] d.d. 15 juni 2011, p. 109 Stamproces-verbaal einddossier zaak 4 d.d. 18 januari 2012, p. 1222. Stamproces-verbaal einddossier zaak 4 d.d. 18 januari 2012, p. 1221. Proces-verbaal observatie [medeverdachte 1] d.d. 8 juni 2011, p. 1274 Proces-verbaal observatie [medeverdachte 1] d.d. 8 juni 2011, p. 1275 Proces-verbaal observatie [medeverdachte 1] d.d. 8 juni 2011, p. 1276 Stamproces-verbaal einddossier zaak 4 d.d. 18 januari 2012, p. 1225. Stamproces-verbaal einddossier zaak 4 d.d. 18 januari 2012, p. 1226. Stamproces-verbaal einddossier zaak 4 d.d. 18 januari 2012, p. 1227. Stamproces-verbaal einddossier zaak 4 d.d. 18 januari 2012, p. 1228. Proces-verbaal observatie [medeverdachte 1] d.d. 15 juni 2011, p. 1268 Proces-verbaal observatie [medeverdachte 1] d.d. 15 juni 2011, p. 1269 Proces-verbaal observatie [medeverdachte 1] , p. 1270 en het stamproces-verbaal einddossier zaak 4 d.d. 18 januari 2012, p. 1225. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 december 2011, 2277, het proces-verbaal van kennisgeving van inbeslagneming d.d. 15 juni 2011, p. 2300 en 2301, het geschrift, te weten de NFI-aanvraag, d.d. 29 juli 2011, p. 2338, het geschrift, te weten de NFI-aanvraag d.d. 23 juni 2011, p. 2330, het geschrift, te weten het NFI-rapport d.d. 17 augustus 2011, p. 2335 en het geschrift, te weten het NFI-rapport, d.d. 19 augustus 2011, p. 2341. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 december 2011, 2277, het geschrift, te weten de NFI-aanvraag d.d. 23 juni 2011, p. 2330 en het geschrift, te weten het NFI-rapport d.d. 17 augustus 2011, p. 2335. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 december 2011, 2277, het geschrift, te weten de NFI-aanvraag d.d. 23 juni 2011, p. 2330, het geschrift, te weten de NFI-aanvraag, d.d. 29 juli 2011, p. 2338, het geschrift, te weten het NFI-rapport d.d. 17 augustus 2011, p. 2335 en het geschrift, te weten het NFI-rapport, d.d. 19 augustus 2011, p. 2341. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 december 2011, 2277, het geschrift, te weten de NFI-aanvraag d.d. 23 juni 2011, p. 2330 en het geschrift, te weten het NFI-rapport d.d. 17 augustus 2011, p. 2335. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 december 2011, 2278, het geschrift, te weten de NFI-aanvraag, d.d. 29 juli 2011, p. 2338 en het geschrift, te weten het NFI-rapport, d.d. 19 augustus 2011, p. 2341. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 december 2011, 2278, het geschrift, te weten de NFI-aanvraag d.d. 23 juni 2011, p. 2330 en het geschrift, te weten het NFI-rapport d.d. 17 augustus 2011, p. 2335. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 december 2011, 2278 en het proces-verbaal m.b.t. MMC testen d.d. 13 juli 2011, p. 2314. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 december 2011, 2278. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 december 2011, 2278, het geschrift, te weten de NFI-aanvraag d.d. 23 juni 2011, p. 2330 en het geschrift, te weten het NFI-rapport d.d. 17 augustus 2011, p. 2335. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 december 2011, 2278 en 2279. Proces-verbaal van verhoor v Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1734. Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1736. Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1719. Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1720. Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1725. Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1725 en 1726. Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1729 en 1730. Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1730. Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1730 en 1731. Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1731. Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1733. Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1733. Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1731. Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1732. Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1734. Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1734. Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1736 en 1737. Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1699. Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1700. Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1700 en 1701. Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1701. Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1701. Feit van algemene bekendheid: [letters kenteken] = [plaats] Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1705. Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1705 en 1706. Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1703. Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1707. Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1710. Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1712. Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1713 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1714 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1715 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1715 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1716 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1716 Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1740 en het proces-verbaal m.b.t. telefoontoestellen zonder microfoon d.d. 2 januari 2012, p. 1846 tot en met 1849. Proces-verbaal m.b.t. telefoontoestellen zonder microfoon d.d. 2 januari 2012, p. 1849. Proces-verbaal m.b.t. telefoontoestellen zonder microfoon d.d. 2 januari 2012, . 1846 tot en met 1849. Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1742 en -1743. Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1745. Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1747. Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1749 en 1750. Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1750. Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1751 en 1754. Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1754 en 1755. Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1756 en 1758. Stamproces-verbaal zaakdossier 7 d.d. 18 januari 2012, p. 1760 en 1763. Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagname, adres: [adres 7] Kerkrade, pagina 1970, 1971 en 1976. Proces-verbaal kennisgeving van inbeslagneming d.d. 15 juni 2011, pagina 2026 en het geschrift, te weten de NFI aanvraag, d.d. 23 juni 2011, pagina 2157. Het geschrift, te weten het rapport van het NFI, d.d. 22 juli 2011, pagina 2160. Proces-verbaal van derde verhoor verdachte [medeverdachte 3] d.d. 16 juni 2011, pagina 124. Proces-verbaal van eerste verhoor verdachte [medeverdachte 3] d.d. 15 juni 2011, pagina 108 en 109. Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagname, adres: [adres 7] Kerkrade, pagina 1970, 1971 en 1976. Proces-verbaal kennisgeving van inbeslagneming d.d. 15 juni 2011, pagina 2032 en het geschrift, te