Rechtspraak Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2014-12-23
ECLI:NL:GHSHE:2014:5468
Civiel recht
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH Afdeling civiel recht zaaknummer HD 200.118.558/01 arrest van 23 december 2014 in de zaak van [appellant] , wonende te [woonplaats], appellant, advocaat: mr. M.M.F. Starmans te Heerlen, tegen Enexis B.V., gevestigd te [vestigingsplaats], geïntimeerde, advocaat: mr. G.E.M.C. Reinartz te Eindhoven, als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 4 maart 2014 in het hoger beroep van het door de kantonrechter van de rechtbank Maastricht, locatie Heerlen, onder rolnummer 12-86, zaaknummer 458241, gewezen vonnis van 15 augustus 2012. 6Het verloop van de procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: - het tussenarrest van 4 maart 2014; - de memorie na niet gehouden enquête van Enexis, met producties; - de antwoordmemorie na niet gehouden enquête van [appellant], met producties. 7De verdere beoordeling 7.1. Bij genoemd tussenarrest heeft het hof Enexis opgedragen te bewijzen dat de gasmeter regelmatig is gekanteld en dat het gasverbruik daardoor niet meer correct is geregistreerd. Iedere verdere beslissing is aangehouden. 7.2. Bij memorie na niet gehouden enquête heeft Enexis kort gezegd het volgende gesteld: dat zij, mede gelet op de bij de memorie overgelegde producties 4, 5 en 6, bewezen heeft dat [appellant] herhaaldelijk de gasmeter uit de beugels heeft gehaald; dat zij de bewijsopdracht kennelijk niet juist begrepen heeft voor zover de bewijsopdracht was bedoeld om te bewijzen dat het telwerk van een gasmeter het verbruik niet correct registreert als de gasmeter niet recht hangt en dat zij daarvan alsnog c.q. wederom (deskundigen) getuigenbewijs aanbiedt. 7.3. Bij antwoordmemorie na niet gehouden enquête heeft [appellant] kort gezegd onder verwijzing naar de daarbij overgelegde producties 8 en 9 zijn stelling gehandhaafd dat de gasmeter één keer uit de beugels gehaald is en dat hij niet met de gasmeter heeft gefraudeerd. 7.4. Het hof overweegt als volgt. 7.4.1. Niet eerder dan bij de memories na niet gehouden enquête zijn door partijen hierna te noemen en te bespreken producties in het geding gebracht, mede op grond waarvan het hof Enexis niet zal toelaten tot nadere bewijslevering, maar in deze zaak een eindbeslissing zal geven. 7.4.2. In de toelichting van grief III stelt [appellant] dat de gasmeter scheef stond omdat ene “[X.]” deze los wilde halen om er een buis achter te plaatsen, waarna de gasmeter meteen weer is bevestigd. Volgens [appellant] blijkt een en ander ook uit de als productie 2 bij de memorie van grieven overgelegde foto (hierna: foto A). Omdat volgens Enexis in haar memorie na niet gehouden enquête het eerste cijfer van de op foto A getoonde stand niet duidelijk is, heeft [appellant] als productie 9 bij zijn antwoordmemorie na niet gehouden enquête een uitvergroting van de op foto A zichtbare gasmeterstand (37.790 m3) overgelegd (foto B). Daarbij heeft [appellant] gesteld dat foto A is genomen in de periode nadat het vonnis van 15 augustus 2012 waarvan beroep was gewezen. 7.4.3. Enexis heeft als productie 5 bij memorie na niet gehouden enquête een volgens haar op 3 december 2010 gemaakte foto van de op die datum bij [appellant] aanwezige gasmeter (stand: 34.952 m3) overgelegd (foto C). Bij vergelijking van foto A met foto C constateert het hof dat het nummer van de gasmeter ([nummer]) op beide foto’s identiek is. Ook in de periode na 3 december 2013 worden de meterstanden geleidelijk hoger dan de stand per die datum, hetgeen erop wijst dat de gasmeter niet vervangen is. Terwijl op de op 3 december 2010 genomen foto C links boven op de gasmeter nog een enigszins gecorrodeerde koperen (aan- of afvoer)buis zichtbaar is, toont foto A op diezelfde plek een nieuw ogend aansluitstuk van kunststof met daarboven een klein stukje buis van hetzelfde materiaal. 7.4.4. Als productie 6 bij memorie na niet gehouden enquête heeft Enexis een overzicht van de gasmeterstanden op het pand [adres 1] te [woonplaats] in de periode 29 augustus 2000 tot en met 21 augustus 2013 (gasmeterstand 38.245 m3) overgelegd. De gasmeterstand op 31 augustus 2012 bedroeg 37.066 m3. De gasmeterstanden tot 15 augustus 2002 laat het hof buiten beschouwing, omdat op het overzicht is vermeld dat [appellant] pas vanaf die datum (gasmeterstand 27.219 m3) als verbruiker van gas in dat pand staat geregistreerd. Het hof heeft aan de hand van genoemd overzicht telkens het gasverbruik door Van Es in de (jaar)periode augustus 2002 tot augustus 2003 enz. tot en met de (jaar)periode augustus 2012 tot augustus 2013 (in totaal 11 perioden) berekend. In de periode augustus 2010 tot augustus 2011 – het jaar waarin op 3 december 2010 de hennepkwekerij bij [appellant] is aangetroffen – bedroeg het gasverbruik 1.699 m3. In de overige tien jaarperioden schommelde het gasverbruik tussen 767 m3 (2008/2009) en 1.184 m3 (2012/2013). 7.4.5. Uit het voorgaande trekt het hof de volgende conclusies. a. Anders dan Enexis in randnummer 23 van de conclusie van repliek heeft gesteld en door de kantonrechter in rechtsoverweging 2.1 onder n van het vonnis waarvan beroep als tussen partijen vaststaand feit heeft overgenomen, is niet komen vast te staan dat Enexis op of kort na 3 december 2010 de gasmeter zelf bij [appellant] heeft vervangen; b. [appellant] heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat foto A – waarop, verduidelijkt door foto B, een gasmeterstand 37.790 m3 zichtbaar is – enige tijd na de datum (15 augustus 2012) waarop het vonnis waarvan beroep is gewezen, maar vóór augustus 2013, is genomen. c. Van al het in de elf jaren van augustus 2002 tot augustus 2013 geregistreerd gasverbruik ligt het verbruik in de periode augustus 2010 tot augustus 2011 (1.699 m3), het jaar waarin sprake was van een hennepkwekerij bij [appellant] die op 3 december 2010 werd ontdekt, duidelijk boven het gebruikelijke gasverbruik (tussen 767 m3 en 1.184 m3 per jaar) in de andere jaren. Hoewel niet geheel kan worden uitgesloten dat in het pand van [appellant] in de jaarperiode augustus 2010 tot augustus 2011 door toedoen van fraude met de gasmeter nóg meer gas is verbruikt dan is geregistreerd, vormt het in genoemd jaar aanmerkelijk hogere gasverbruik dan gebruikelijk een duidelijke contra-indicatie voor de stelling van Enexis dat in dat jaar door de fraude met de gasmeter meer gas is verbruikt dan is geregistreerd. In ieder geval zijn onvoldoende aanknopingspunten komen vast te staan die bruikbaar zouden kunnen zijn om de omvang van eventueel niet-geregistreerd gasverbruik in de periode tot 3 december 2010 te kunnen begroten. 7.4.6. Het voorgaande brengt mee dat aan de schadevordering van Enexis voor zover deze betrekking heeft op fraude met de gasmeter bij [appellant] de grondslag is komen te ontvallen. Grief XII slaagt alsnog voor zover deze ziet op de gasmeter, omdat niet is komen vast te staan dat door of onder de verantwoordelijkheid van [appellant] gas is afgenomen dat niet door de gasmeter is geregistreerd. In zoverre corrigeert het hof zijn duidelijke verschrijving in rechtsoverweging 4.22.1. van het tussenarrest waar wel staat dat grief XII (voor zover deze ziet op de gasmeter) slaagt maar onmiskenbaar blijkt dat dit alleen het geval is als vaststaat dat de meter gekanteld is.