ECLI:NL:GHSHE:2014:4527
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Afdeling civiel recht
Uitspraak : 30 oktober 2014
Zaaknummer : HV 200.156.601/01
Zaaknummer eerste aanleg : C/01/13/573 FT RK 14-1109
in de zaak in hoger beroep van:
[appellant],
wonende te [woonplaats],
appellant,
hierna te noemen: [appellant],
advocaat: mr. G.M.C. Plompen te Eindhoven.
2.1 Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 26 september 2014, heeft appellant verzocht voormeld vonnis te vernietigen en het inleidend verzoek alsnog toe te wijzen, inhoudende dat het faillissement wordt opgeheven en [appellant] wordt toegelaten tot de schuldsaneringsregeling.
2.2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 22 oktober 2014. Bij die gelegenheid is [appellant] gehoord, bijgestaan door mr. Plompen.
Nadat het hof [appellant] erop heeft gewezen dat – zo zijn verzoek al op tijd is ontvangen – uit HR 14 oktober 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT6856 blijkt dat een schuldenaar wiens faillietverklaring op de voet van artikel 242 Fw is uitgesproken niet kan worden ontvangen in een op artikel 15b Fw gebaseerd verzoek, zulks mede gezien de in artikel 247a FW vervatte regeling, en voorts niet blijkt van het doorlopen van enig minnelijk traject, heeft het hof [appellant] en mr. Plompen in de gelegenheid gesteld te overleggen. Na hervatting van de mondelinge behandeling hebben [appellant] en mr. Plompen verklaard dat het hoger beroep van [appellant] wordt ingetrokken.
Het hof begrijpt uit genoemde mededeling ter zitting in hoger beroep dat [appellant] zijn grieven tegen het vonnis waarvan beroep niet langer handhaaft. Dit brengt mee dat het verzoek in hoger beroep dient te worden afgewezen.
4 De uitspraak
Het hof:
wijst af het verzoek in hoger beroep tegen voormeld vonnis.
Dit arrest is gewezen door mrs. R.R.M. de Moor, P.J.M. Bongaarts en Th.A. Pouw en in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2014.