Rechtspraak Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2000-06-14
ECLI:NL:GHSHE:2000:AA6411
ECLI:NL:GHSHE:2000:AA6411 text/xml public 2025-03-22T06:35:11 2013-04-04 Raad voor de Rechtspraak nl AA6411 Gerechtshof 's-Hertogenbosch 2000-06-14 94/02935 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Bestuursrecht; Belastingrecht Rechtspraak.nl V-N 2000/41.1.5 NTFR 2000/1015 met annotatie van dr. A. van Dongen http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2000:AA6411 text/html public 2013-04-04T16:05:31 2001-07-04 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHSHE:2000:AA6411 Gerechtshof 's-Hertogenbosch , 14-06-2000 / 94/02935 - BELASTINGKAMER Nr. 94/02935 HET GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH U I T S P R A A K Uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, tweede meervoudige Belastingkamer, op het beroep van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid XXX B.V. statutair gevestigd te E tegen de uitspraak van het Hoofd van de eenheid grote ondernemingen te E van de rijksbelastingdienst (hierna: de Inspecteur) op haar bezwaarschrift betreffende de haar opgelegde naheffingsaanslag in de omzetbelasting over het tijdvak 1 oktober 1992 tot en met 31 oktober 1992, aanslagnummer 00.000.00.0000. 1. Ontstaan en loop van het geding De vorenvermelde naheffingsaanslag is opgelegd tot een bedrag van fl. 50.000,= aan enkelvoudige belasting, zonder verhoging. Na tijdig door belanghebbende daartegen gemaakt bezwaar heeft de Inspecteur deze naheffingsaanslag bij de bestreden uitspraak gehandhaafd. Belanghebbende is tegen die uitspraak tijdig en op regelmatige wijze in beroep gekomen bij het Hof. Ter zake van dit beroep heeft de Griffier van belanghebbende een recht geheven van fl. 75,=. De Inspecteur heeft het beroep bij vertoogschrift bestreden. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden in raadkamer ter zitting van het Hof van 10 juni 1997. Aldaar zijn toen verschenen en gehoord de gemachtigde van belanghebbende de heer J, verbonden aan het kantoor te E van Accountantskantoor Q B.V., tot bijstand vergezeld van de heer mr.R, jurist bij de gemeente E, en de heer P, directeur van de na te melden uitvoeringsregeling R E (hierna: URE), alsmede, namens de Inspecteur, de heer F, vergezeld van de heer L, beiden verbonden aan de vorengenoemde eenheid van de rijksbelastingdienst. Partijen hebben te dezer zitting elk een pleitnota voorgedragen en exemplaren daarvan overgelegd aan het Hof en aan hun wederpartij. Belanghebbende heeft geen bezwaar gemaakt tegen het overleggen van de bij de pleitnota van de Inspecteur behorende bijlagen. Belanghebbende heeft te dezer zitting, zonder bezwaar van de Inspecteur, afschriften overgelegd van de Gemeenschappelijke regeling reinigingstaken E en van het financieel jaarverslag over het jaar 1995 van URE. Het Hof rekent alle vorenvermelde stukken, waaronder met name de beide pleitnota's, tot de stukken van het geding. 2. Vaststaande feiten Op grond van de stukken van het geding en de gedeeltelijk hiervan afwijkende verklaringen van partijen ter zitting staat tussen partijen het volgende vast. 2.1. Belanghebbende is opgericht bij notariële akte van 12 juni 1991. Zij stelt zich blijkens haar statuten ten doel: "a. het met daartoe geschikt materieel verwijderen van alle mogelijke afvalstoffen, daaronder begrepen het ophalen, afvoeren, opslaan, vernietigen en/of (verder) verwerken hiervan; b. het (laten) verrichten van reinigings- en ontsmettingsdiensten, daaronder begrepen het daartoe met geschikt materieel schoonmaken en schoonhouden van wegen, kolken, riolen en/of dergelijke, het sneeuwruimen, de gladheidsbestrijding, het ontsmetten van verontreinigingen en het bestrijden van plaagdieren; c. het transporteren en doen transporteren van alle soorten containers en containersystemen, en zulks ten behoeve van alle mogelijke doelstellingen; d. al hetgeen met het voorgaande verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn doch steeds in het kader van de gemeenschappelijke regeling met de gemeente E en/of andere overheidsinstellingen. De vennootschap streeft naar realisatie van deze doelstellingen In geschil is het antwoord op de vraag of belanghebbende omzetbelasting verschuldigd is over de bedragen welke zij in verband met haar werkzaamheden van URE ontvangt. Belanghebbende beantwoordt deze vraag ontkennend. Primair is zij van mening dat zij geen ondernemer is in de zin van artikel 7, eerste lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: de Wet) omdat zij haar activiteiten niet zelfstandig in het economische verkeer verricht. Subsidiair is belanghebbende van mening dat zij over de door haar van URE ontvangen bedragen geen omzetbelasting is verschuldigd omdat sprake is van de omslag van voor gemene rekening gemaakte kosten. De Inspecteur, daarentegen, beantwoordt de bovengenoemde vraag in bevestigende zin. Hij meent dat belanghebbende ondernemer is in de zin van artikel 7, eerste lid, van de Wet, terwijl zijns inziens de door belanghebbende van URE ontvangen bedragen niet de omslag vormen van voor gemene rekening gemaakte kosten. 3.2. Partijen doen hun evenvermelde standpunten steunen op de gronden welke daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken, waaronder de door elk van hen ter zitting voorgedragen en overgelegde pleitnota's, van al welke stukken de inhoud als hier ingevoegd moet worden aangemerkt. Ter zitting hebben zij hieraan nog het volgende, zakelijk weergegeven, toegevoegd. 3.2.1. Belanghebbende - Belanghebbende maakt gebruik van de kennis en de "know how" van haar moedermaatschappij, de Y Groep B.V.. Daarom factureert laatstgenoemde vennootschap een fee ter grootte van 10% van de kosten aan belanghebbende. In dat percentage is een vergoeding begrepen voor de werkzaamheden van de directeur van URE, die op de loonlijst staat van de Y Groep B.V.. - De vergoeding van kosten aan belanghebbende is neergelegd in een bestuursbesluit van URE. Een en ander komt hierop neer dat op basis van de begroting van URE maandelijks een bedrag wordt overgemaakt aan belanghebbende. In dat bedrag is ook de eerdergenoemde 10% begrepen welke belanghebbende aan de Y Groep B.V. verschuldigd is. De uitkering van deze 10% aan belanghebbende berust eveneens op een bestuursbesluit van URE. - Er bestaat geen fiscale eenheid in de zin van de omzetbelasting noch in de zin van de vennootschapsbelasting tussen belanghebbende en de Y Groep B.V.. - Geen aanspraak wordt gemaakt op vergoeding van proceskosten. 3.2.2. De Inspecteur - Geen aanspraak wordt gemaakt op vergoeding van proceskosten. 3.3. Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de bestreden uitspraak en van de naheffingsaanslag, terwijl de Inspecteur concludeert tot bevestiging van de bestreden uitspraak. 4. Beoordeling van het geschil 4.1. Ingevolge artikel 7, eerste lid, van de Wet, zoals deze bepaling moet worden uitgelegd in het licht van artikel 4 van de Zesde richtlijn betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting -Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag (77/388/EEG; hierna: de Zesde richtlijn), wordt ieder die zelfstandig economische activiteiten verricht, aangemerkt als ondernemer. Uit het bepaalde in artikel 4, vierde lid, van de Zesde richtlijn -voor zover te dezen van belang- blijkt dat de in het eerste lid van deze bepaling gebezigde term "zelfstandig" personen uitsluit van de belastingheffing, voor zover deze enige juridische band hebben waaruit een verhouding van ondergeschiktheid ontstaat ten aanzien van de arbeids- en bezoldigingsvoorwaarden en de verantwoordelijkheid van de werkgever. 4.2. Belanghebbende is een privaatrechtelijke rechtspersoon en is als zodanig te onderscheiden van het, op de voet van artikel 8, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, eveneens rechtspersoonlijkheid bezittende openbaar lichaam URE. Uit de onder 2.5 tot en met 2.9 weergegeven feiten leidt het Hof af dat de (reinigings)werkzaamheden in het kader van de gemeenschappelijke regeling feitelijk zijn verricht door belanghebbende, in opdracht van URE. 4.3. Ter zake va