Rechtspraak 1997-08-08
ECLI:NL:GHSGR:1997:AA4415
GERECHTSHOF TE 's-GRAVENHAGE derde meervoudige belastingkamer 8 augustus 1997 nummer 95/2598 UITSPRAAK op het beroep van X te Z tegen de uitspraak van de Inspecteur, het hoofd van de eenheid P van de Belastingdienst, betreffende na te noemen navorderingsaanslag. 1. Primitieve aanslag en navorderingsaanslag Aan belanghebbende is voor het jaar 1992 een primitieve aanslag in de inkomstenbelasting opgelegd naar een belastbaar inkomen van ƒ 145.438 en een belastingvrije som van ƒ 5.225. Daarna heeft de Inspecteur belanghebbende over dit jaar een navorderingsaanslag opgelegd naar een belastbaar inkomen van ƒ 305.438 en een belastingvrije som als voormeld. De nagevorderde belasting bedraagt ƒ 96.000 over welk bedrag geen verhoging is toegepast. Deze navorderingsaanslag is bij de bestreden uitspraak gehandhaafd. 2. Loop van het geding Belanghebbende is van de bovenvermelde uitspraak in beroep gekomen bij het Hof. In verband daarmede is door de griffier van belanghebbende een griffierecht geheven van ƒ 75. De Inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend. Belanghebbende heeft vervolgens een conclusie van repliek ingezonden, waarop de Inspecteur heeft gereageerd met een conclusie van dupliek. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad in raadkamer ter zitting van het Gerechtshof van 30 oktober 1996, gehouden te 's-Gravenhage. Aldaar zijn verschenen belanghebbendes gemachtigde, alsmede de Inspecteur. Partijen hebben ter zitting ieder een pleitnota voorgedragen en overgelegd, waarvan de inhoud als hier ingelast moet worden aangemerkt. 3. Vaststaande feiten Op grond van de stukken van het geding en het ter zitting verhandelde is, als tussen partijen niet in geschil, dan wel door een van hen gesteld en door de wederpartij niet of niet voldoende weersproken, het navolgende komen vast te staan: 3.1. Belanghebbende was tot 29 december 1986 houder van 12 aandelen C in het aandelenkapitaal van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid U B.V. (hierna: de vennootschap). Het totale geplaatste aandelenkapitaal in de vennootschap bestond tot 31 december 1986 uit 12 aandelen A, 12 aandelen B, 12 aandelen C en 3728 aandelen D, elk van ƒ 1.000 nominaal. De aandelen A en B werden tot 29 december 1986 gehouden door respectievelijk AX en BX. De aandelen D werden tot 31 december 1986 gehouden door S B.V., waarvan de aandelen middellijk werden gehouden door AX en BX. 3.2. Alle aandelen A, B, C en D in de vennootschap waren volgestort. 3.3. Op 29 december 1986 zijn de aandelen A en B verkocht aan belanghebbende. 3.4. Bij akte van statutenwijziging d.d. 31 december 1986 is het onderscheid tussen de geplaatste aandelen A, B en C opgeheven. Bovendien zijn op 31 december 1986 aan belanghebbende 4 aandelen, elk aandeel nominaal groot ƒ 1.000, uitgegeven tegen een koers van 100% en onder de verplichting voor belanghebbende deze aandelen vol te storten in contanten per de datum van uitgifte. 3.5. Voorts zijn bij de onder 3.4 genoemde akte de coupures van alle 3728 geplaatste aandelen D verkleind tot nihil, omtrent welke coupure-verkleining blijkens de notulen van het verhandelde in de op 24 oktober 1986 gehouden algemene vergadering van aandeelhouders van de vennootschap is besloten "dat gelijktijdig: 1. wordt overgegaan tot verkleining van de coupure van elk aandeel D met een bedrag, per aandeel groot ƒ 61,17, welk bedrag op elk aandeel D wordt afgestempeld ter delging van het door de vennootschap geleden gecumuleerde verlies, in totaal ƒ 228.016,76 groot; door het afrondingsverschil ontstaat een agioreserve, groot ƒ 25,--; 2. wordt overgegaan tot een verdere verkleining van de coupure van alle aandelen D met een bedrag van ƒ 473,83 per aandeel D, welke coupure-verkleining niet tot terugbetaling op aandelen D, noch tot afstempeling wegens geleden verliezen strekt; door toepassing van het vorenstaande wordt aan de sub b 1 bedoelde agioreserve een bedrag toegevoegd, groot ƒ 1.766.438,24; 3. wordt overgegaan tot terugbetaling van een be