Rechtspraak 1995-11-10
ECLI:NL:GHSGR:1995:AA4582
GERECHTSHOF TE 's-GRAVENHAGE, derde meervoudige belastingkamer. 10 november 1995 nummer 94/0307 UITSPRAAK op het beroep van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid X Holding B.V., gevestigd te Z, betreffende na te noemen aan belanghebbende door de Inspecteur, het hoofd van de eenheid Particulieren/Ondernemingen van de Belastingdienst, opgelegde aanslag in de vennootschapsbelasting. 1. Aanslag en bezwaar Aan belanghebbende is voor het jaar 1991 een aanslag in de vennootschapsbelasting opgelegd naar een belastbaar bedrag van f 17.770. 2. Loop van het geding 2.1. Belanghebbende heeft met schriftelijke toestemming van de Inspecteur op de voet van artikel 26, lid 4, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, zoals die bepaling vóór 1 januari 1994 luidde, tegen de bovenvermelde aanslag rechtstreeks beroep ingesteld bij het Hof. Door de griffier is van belanghebbende een griffierecht geheven van f 75. De Inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend. 2.2. Belanghebbende heeft vervolgens een conclusie van repliek ingezonden, waarop de Inspecteur heeft gereageerd met een conclusie van dupliek. 2.3. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad in raadkamer ter zitting van het Gerechtshof van 8 september 1995, gehouden te 's-Gravenhage. Aldaar zijn verschenen de gemachtigde van belanghebbende A, belastingadviseur te P, en B namens de Inspecteur. 2.4. De gemachtigde van belanghebbende heeft ter zitting een pleitnota overgelegd en voorgedragen waarvan de inhoud als hier ingelast moet worden aangemerkt. 3. Vaststaande feiten Op grond van de stukken van het geding en het ter zitting verhandelde is, als tussen partijen niet in geschil, dan wel door een van hen gesteld en door de wederpartij niet of niet voldoende weersproken, het volgende komen vast te staan: 3.1. Op 27 en 28 december 1979 koopt de rechtsvoorganger van belanghebbende, C B.V. i.o., 50 percent van het geplaatste aandelenkapitaal van "D" B.V. te P (hierna: D) voor in totaal een bedrag van f 368.000. 3.2. Op 23 mei 1980 wordt belanghebbende onder de naam C B.V. opgericht. Het geplaatste en gestorte kapitaal bedraagt bij oprichting f 35.000, bestaande uit 350 aandelen van elk f 100 nominaal. Enig aandeelhouder en directeur van de vennootschap is E. 3.3. Op 11 juni 1980 koopt D 50 percent van haar geplaatste aandelenkapitaal van F in. Als gevolg van deze inkoop bezit belanghebbende alle uitstaande aandelen van D. 3.4. Vervolgens plaatst D in 1980 nominaal ƒ 10.000 aandelen bij haar enige aandeelhouder, belanghebbende. Hierop wordt door belanghebbende f 10.000 gestort. In totaal zijn dan 70 aandelen D van nominaal f 500 elk in het bezit van belanghebbende. Voor de verkrijging van die aandelen heeft belanghebbende dus f 378.000 opgeofferd. 3.5. Op 31 december 1981 hebben belanghebbende en G Holding B.V. besloten een overeenkomst van ruiling met elkaar aan te gaan, in die zin dat belanghebbende 50 percent van het aandelenkapitaal in D in ruil overdraagt aan G Holding B.V., waartegenover laatstgenoemde 50 percent van het aandelenkapitaal in H B.V. (hierna: H) in ruil overdraagt aan belanghebbende, terwijl G Holding B.V. aan belanghebbende een toegift betaalt van ƒ 850.000, te weten het verschil tussen f 1.050.000 (50 percent van de waarde van alle aandelen D) en f 200.000 (50 percent van de waarde van alle aandelen H). 3.6. Op 31 december 1981 wordt opgericht de vennootschap I Holding B.V. Bij oprichting worden 1.000 aandelen van elk f 1.000 nominaal geplaatst. Belanghebbende en G Holding B.V. nemen ieder voor 50 percent deel. Belanghebbende voldoet aan haar stortingsverplichting door inbreng van de aandelen in haar twee deelnemingen, D en H. G Holding B.V. voldoet op dezelfde wijze aan haar stortingsverplichting. Daarna bezitten belanghebbende en G Holding B.V. ieder 50 percent van de geplaatste aandelen I Holding B.V, welke vennootschap op haar beurt 100 percent van de geplaatste aandelen D en 100 percent van de geplaatste aandelen H bezit. Het verschil t