Rechtspraak 1989-01-30
ECLI:NL:GHSGR:1989:1
uitspraak: 30 januari 1989 rolnummer 22-001068-88 parketnummer 10-007856-87 type 8000/EP HET GERECHTSHOF TE ‘s-GRAVENHAGE, achtste kamer, rechtdoende in hoger beroep in strafzaken; GEZIEN het op 11 mei 1988 door de arrondissementsrechtbank te Rotterdam gewezen vonnis, waarbij [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1958, wonende te [woonplaats], [adres], thans gedetineerd in het Huis van Bewaring te Rotterdam, ter zake van 1. “Doodslag, gevolgd van diefstal en gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en gemakkelijk te maken”, 2., 3. en 4. “Moord, meermalen gepleegd”, is veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf, met beslissingen omtrent inbeslaggenomen voorwerpen zoals nader in het vonnis omschreven; GEZIEN de stukken van het geding, waaronder de akte van hoger beroep van de verdachte; GELET op het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en het op 24 oktober 1988 en op 16 januari 1989 in hoger beroep gehouden onderzoek; GEHOORD de advocaat-generaal De Hoogh in zijn vordering het vonnis van de eerste rechter met aanvulling van gronden te bevestigen; GEHOORD de verdachte en zijn raadsman mr Th. de Roos, advocaat te Amsterdam; OVERWEGENDE, dat voormeld vonnis moet worden vernietigd omdat het zich daarmede niet verenigt; OVERWEGENDE, dat aan de verdachte is telastegelegd hetgeen daaromtrent is vermeld in de hierna ingevoegde fotocopieën van de inleidende dagvaarding en de vordering wijziging telastelegging; Telastelegging De verdachte wordt telastegelegd dat 1. hij tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans hij verdachte in of omstreeks de nacht van 10 op 11 september 1987, althans in september 1987 te Rotterdam opzettelijk en met voorbedachte rade [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, de verdachte en/of een of meer zijner mededaders hebben/heeft toen en daar opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg een kussen op het hoofd van voornoemde [slachtoffer 1] gedrukt en/of een aantal malen, althans een maal met een mes, althans met een scherp en/of puntig voorwerp in het lichaam (onder meer in of rond de hals en/of de hartstreek en/of de long(en)) van voornoemde [slachtoffer 1] gestoken en of daarmede de keel van die [slachtoffer 1] afgesneden, in ieder geval daarmede in het lichaam van die [slachtoffer 1] gestoken en/of gesneden, tengevolge van welk steken en/of snijden voornoemde [slachtoffer 1] is overleden; SUBSIDIAIR: zo terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen: dat hij tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans hij verdachte in of omstreeks de nacht van 10 op 11 september 1987, althans in september 1987 te Rotterdam opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, de verdachte en/of een of meer zijner mededaders hebben/heeft toen en daar opzettelijk een kussen op het hoofd van voornoemde [slachtoffer 1] gedrukt en/of met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp een aantal malen, althans een maal in het lichaam van voornoemde [slachtoffer 1] gestoken en/of daarmede de keel van die [slachtoffer 1] afgesneden, in ieder geval daarmede in het lichaam (onder meer in of rond de hals en/of de hartstreek en/of de long(en)) van die [slachtoffer 1] gestoken en/of gesneden, tengevolge van welk steken en/of snijden voornoemde [slachtoffer 1] is overleden welke doodslag is gevolgd, vergezeld of voorafgegaan van diefstal van geld en/of sieraden, welke diefstal hierin heeft bestaan dat hij tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans hij verdachte, toen daar met oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft/hebben weggenomen geld en/of sieraden, geheel of ten dele toebehorende aan genoemde [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in ieder geval aan een of meer anderen dan aan verdachte of een mededader(s), althans van enig strafbaar feit en gepleegd is met het oogmerk om de uitvoering van deze diefstal, althans van dat strafbare feit voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betra hij tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans hij verdachte in of omstreeks de nacht van 10 op 11 september 198?, althans in september 1987 te Rotterdam opzettelijk en met voorbedachte rade [slachtoffer 2] van het leven heeft beroofd, de verdachte en/of een of meer zijner mededaders hebben/heeft toen en daar opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg een kussen op het hoofd van voornoemde [slachtoffer 2] gedrukt en/of een aantal malen, althans een maal met een mes, althans met een scherp en/of puntig voorwerp in het lichaam (onder meer in of rond de hals en/of de hartstreek en/of de long(en)) van voornoemde [slachtoffer 2] gestoken en of daarmede de keel van die [slachtoffer 2] afgesneden, in ieder geval daarmede in het lichaam van die [slachtoffer 2] gestoken en of gesneden, tengevolge van welk steken en/of snijden voornoemde [slachtoffer 2] is overleden; SUBSIDIAIR: zo terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen: dat hij tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans hij verdachte in of omstreeks de nacht van 10 op 11 september 1987, althans in september 1987 te Rotterdam, opzettelijk [slachtoffer 2] van het leven heeft beroofd, de verdachte en of een of meer zijner mededaders hebben/heeft toen en daar opzettelijk een kussen op het hoofd van voornoemde [slachtoffer 2] gedrukt en/of met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp een aantal malen, althans een maal in het lichaam (onder meer in of rond de hals en/of de hartstreek en/of de long(en)) van die [slachtoffer 2] gestoken en/of daarmede de keel van die [slachtoffer 2] afgesneden, in ieder geval daarmede in het lichaam van die [slachtoffer 2] gestoken en/of gesneden, tengevolge van welk steken en/of snijden voornoemde [slachtoffer 2] is overleden,welke doodslag is gevolgd, vergezeld of voorafgegaan van diefstal van geld en/of sieraden, welke diefstal hierin heeft bestaan dat hij tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans hij verdachte, toen daar met oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft/hebben weggenomen geld en/of sieraden, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in ieder geval aan een of meer anderen dan aan verdachte of een mededader(s) en/of van moord en/of doodslag hierin bestaand dat hij verdachte tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans hij verdachte, toen en daar opzettelijk (en met voorbedachte rade) [slachtoffer 1] door messteken in het lichaam van die [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, althans van enig strafbaar feit en gepleegd is met het oogmerk om de uitvoering van deze diefstal en/of moord en/of doodslag, althans van dat strafbare feit voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of een of meer zijner mededaders van deze diefstal en/of moord en/of doodslag althans van dat strafbare feit hetzij straffeloosheid hetzij het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren MEER SUBSIDIAIR: zo terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen: dat hij tezamen en in vereniging met een of meer mededaders, althans hij verdachte in of omstreeks de nacht van 10 op 11 september 1987, althans in september 1987 te Rotterdam opzettelijk [slachtoffer 2] van het leven heeft beroofd, de verdachte en/of een of meer zijner mededaders hebben/heeft toen en daar opzettelijk een kussen op het hoofd van voornoemde [slachtoffer 2] gedrukt en/of een aantal malen, althans een maal met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp in het lichaam (onder meer in of rond de hals en/of de hartstreek en/of de long(en)) van voornoemde [slachtoffer 2] gestoken en/of daarmede de keel van die [slachtoffer 2] afgesneden, in ieder geval daarmede in het lichaam van die [slachtoffer 2] gestoken en/of gesneden, tengevolge van welk steken en/of snijden voornoemde [slachtoffer 2] is overleden; NOG MEER SUBSIDIAIR: zo terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen: dat hij in of om [slachtoffer 1] viel in de woonkamer in slaap. Omstreeks 01.00 uur ben ik naar beneden gegaan en heb ik ingevolge een vooraf gemaakte afspraak twee mannen de woning binnengelaten. Hun identiteit wens ik niet bekend te maken. Buiten het gezin [gezinsnaam] waren er dus drie mensen in het huis aanwezig. Op een gegeven moment zag ik [slachtoffer 1] bloedend gewond op de grond liggen. Ik voelde of hij nog leefde. Vervolgens is er enige tijd verlopen. Ik heb daarna gezien dat mevrouw [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] daar toen eveneens zijn gestoken met een mes. Ik heb bij alle slachtoffers steek- en/of snijwonden gezien. Ik heb de woning doorzocht. Ik heb een bedrag aan geld ter toeëigening weggenomen. Dat geld behoorde mij niet toe en ik had van niemand recht of toestemming gekregen dat geld weg te nemen en mij toe te eigenen. Ik begreep dat dit ook gold voor die andere twee personen. 2. Een als bijlage M28 hij het hoofdproces-verbaal gevoegd - en voor conform concept gewaarmerkt -proces-verbaal nr. 20.964/1987 d.d. 30 oktober 1987, opgemaakt op ambtsbelofte c.q. ambtseed en ondertekend door J. Burg en R. Aartsen, beiden hoofdagent-rechercheur van gemeentepolitie te Rotterdam, dat onder meer inhoudt - zakelijk weergegeven -: als de verklaring van de verdachte, op 29 oktober 1987 afgelegd tegenover de verbalisanten Burg en Aartsen: Op 10 september 1987 te 22.00 uur ging ik naar de woning van [slachtoffer 1] te Rotterdam. Het plan was dat ik geld te leen vroeg aan [slachtoffer 1]. Als [slachtoffer1] geen geld zou geven, zouden wij hem beroven nadat hij was geblinddoekt en vastgebonden. Ik vroeg [slachtoffer 1] geld te leen. Hij vertelde mij dat hij geen geld had. Toen [slachtoffer 1] diep in slaap was pakte ik een kussen en duwde dit op het hoofd van [slachtoffer 1]. [slachtoffer 1] werd direct wakker en verzette zich. Een andere man had een mes in zijn handen. Hij had dat mes meegenomen. Terwijl ik het kussen op [slachtoffer 1] hield stak een andere man met kracht zijn mes in de borst van [slachtoffer 1]. Hij bleef doorsteken. Het waren een heleboel steken. Nadat [slachtoffer 1] was gestoken voelde ik nog aan hem of hij leefde. Ik zei toen het Chinese spreekwoord: “Ongekookte rijst wordt gaar. Daarmee bedoel ik dat gedane zaken geen keer nemen. Een andere man zei dat [slachtoffer 2] dan ook naar dood moest, omdat zij getuige was en mij had gezien. We gingen naar de slaapkamer van mevrouw [slachtoffer 2]. In het bed lag [slachtoffer 2] en naast haar, haar dochter [slachtoffer 3]. Ik nam een kussen en drukte dat op het gezicht van mevrouw [slachtoffer 2]. Tegelijkertijd stak een andere man met het mes op [slachtoffer 2] in. Hij bleef op haar lichaam insteken. Hierna gingen wij het huis doorzoeken naar geld. Toen wij in de slaapkamer aan het zoeken waren werd [slachtoffer 3] wakker. Een andere man pakte een mes en liep naar [slachtoffer 3]. Hij zei dat het kind mij misschien had gezien. Hij stak [slachtoffer 3] dood. Vervolgens gingen we verder zoeken. Op een gegeven moment was ik aan het zoeken in het ledikant waarin de baby lag te slapen. De baby werd wakker en ging huilen. Ik pakte de baby met twee handen bij haar hoofd beet en hield haar mond zeer goed dicht. Ik legde een deken op de baby. Een andere man stak de baby dood. Wij gingen hierna verder met het doorzoeken van het huis. 3. Een als bijlage K7 bij het hoofdproces-verbaal gevoegd - en voor conform concept gewaarmerkt –proces-verbaal nr. 20.964/1987 d.d. 19 oktober 1987, opgemaakt op ambtsbelofte en ondertekend door J. Burg en W.F. van der Waal, beiden hoofdagent-rechercheur van gemeentepolitie te Rotterdam, dat onder meer inhoudt – zakelijk weergegeven -: als verklaring van [getuige], op 19 oktober 1987 afgelegd tegenover de verbalisanten Burg en Van der Waal: Toen ik omstreeks juli 1987 met [verdachte] sprak over een beroving zei hij mij letterlijk: “Desnoods zal ik ze allemaal dood maken, zodat er geen enkele getuige over is, dan ben ik overal van af”. 4 Twee van deze wonden waren diepe snijwonden overdwars aan de hals; in deze wonden doorsnijding van onder meer strottehoofd, slokdarm, halsaders en linker halsslagader. Verscheidene van de steekwonden bevonden zich in de hartstreek waarbij de wand van het hart op tenminste vijf plaatsen was geperforeerd. Verder waren in verscheidene steekwonden scherprandige letsels van onder meer de rechter long, de rechter koepel van het middenrif, de lever en de maag opgeleverd. Het uiterlijk van de sub A. genoemde steek- en snijwonden had het uiterlijk van wonden zoals door steken met een mes kunnen worden opgeleverd. Zowel de diepe snijwonden aan de hals als de steekwonden in het hart konden op zich het intreden van de dood verklaren. Het intreden van de dood is het gevolg geweest van traumatische shock opgeleverd door bloedverlies en orgaan- en weefselbeschadiging. Conclusie: [slachtoffer 2], oud 32 jaren, had, verspreid aan het lichaam, 41 steek- en snijwonden opgelopen waarbij zeer ernstige verwondingen van onder meer halsstructuren, het hart, de rechter long, de lever en de maag waren opgeleverd. Het oplopen van de gebleken letsels heeft het intreden van de dood tot gevolg gehad. 7. Een als bijlage B16 bij het hoofdproces-verbaal gevoegd rapport nummer 87359/V069, d.d. 9 oktober 1987 opgemaakt door M. Voortman voornoemd, voor zover inhoudende: Op 12 september 1987, heeft ondergetekende, de uit- en inwendige schouwing verricht van het lijk van: [slachtoffer 3], geboren te Rotterdam op 8 augustus 1982, ten einde na te gaan de oorzaak van haar dood en hetgeen verder van belang mocht blijken. Het lijk van [slachtoffer 3] voornoemd, werd mij deskundige aangewezen en daarna overhandigd door J.R. van den Berg, hoofdagent van de gemeentepolitie te Rotterdam. Bij de sectie op het lijk van [slachtoffer 3], oud 5 jaren, is het navolgende gebleken:| A.1 Er was een diepe, dwarse, scherprandige wond overdwars aan de hals juist onder het strottehoofd. In deze wond waren alle belangrijke halsstructuren (slagaders, aders, zenuwen, luchtpijp en slokdarm) volledig gekliefd en de wond reikte op twee plaatsen in de halswervelkolom waarbij debovenste klieving tot in het ruggemergskanaal en tot in het voorste deel van het ruggemerg reikte.De sub A.1 beschreven verwondingen hadden het uiterlijk van een snijwond zoals met een scherp mes kan worden toegebracht en waarbij, gelet op de beschadiging van de halswervelkolom op twee plaatsen, meer dan één snijbeweging werd gemaakt. Het oplopen van deze wond heeft door gebleken bloedverlies en orgaan- en weefselbeschadiging het intreden van de dood tot gevolg gehad. Conclusie: [slachtoffer 3], oud 5 jaren, had verscheidene snij- en steekwonden opgelopen waarbij onder meer belangrijke halsstructuren en het voorste deel van het halsgedeelte van het ruggemerg waren gekliefd. Het oplopen van de gebleken letsels heeft het intreden van de dood tot gevolg gehad. 8. Een als bijlage B17 bij het hoofdproces-verbaal gevoegd rapport nummer 87361/V071, d.d. 13 oktober 1987 opgemaakt door M. Voortman voornoemd, voor zover inhoudende: Op 13 september 1987, heeft ondergetekende, de uit- en inwendige schouwing verricht van het lijk van [slachtoffer 4], geboren te Rotterdam op 27 juli 1987 (liet hof leest 24 juli 1987, zijnde hier sprake van een kennelijke verschrijving), ten einde na te gaan de oorzaak van haar dood en hetgeen verder van belang mocht blijken. Het lijk van [slachtoffer 4] voornoemd, werd mij deskundige aangewezen en daarna overhandigd door J.A. van den Berg, hoofdagent van de gemeentepolitie te Rotterdam. SamenvattingBij de sectie op het lijk van [slachtoffer 4], oud 6 weken, is het navolgende gebleken: B. Aan de hals werd een diepe snijwond en diepe steekwond aangetroffen met klieving van onder meer de luchtpijp, de slokdarm en de halsaders. C. Er waren kneus/schaafpiekjes van de huid aan het gelaat, vooral rond de neus en de mond. Er waren kneusplekjes beiderzijds zijwaarts in de huid van de hals. Er waren vlekkige b OVERWEGENDE, dat de gebezigde bewijsmiddelen grond opleveren voor de navolgende vaststellingen en gevolgtrekkingen: - verdachte heeft samen met twee anderen (wier identiteit hij niet heeft willen onthullen) een roofoverval beraamd op [slachtoffer 1], waarbij het in de bedoeling lag om [slachtoffer 1] te blinddoeken en te binden, teneinde daarna ongestoord op zoek te kunnen gaan naar weg te nemen geld en/of goederen;- ter uitvoering van dit plan heeft de verdachte in de nacht van 10 op 11 september 1987 die twee mannen in de woning van [slachtoffer 1] toegelaten;- vervolgens heeft de verdachte met één van hen [slachtoffer 1] van het leven beroofd toen hun aanvankelijke opzet om hem te blinddoeken en te binden klaarblijkelijk niet slaagde;- deze doodslag is begaan om de voorgenomen diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken;- verdachte en beide andere mannen kwamen daarna in onderling beraad tot de conclusie dat mogelijke getuigen - hetgeen het hof verstaat als alle personen die hen hij de verwezenlijking van de voorgenomen diefstal (betrapping op heterdaad daaronder begrepen) op enigerlei wijze in de weg zouden staan - uit de weg geruimd moesten worden;- dit besluit komt overeen met het reeds omstreeks juli 1987 bij de beraming van een eerdere - niet uitgevoerde - beroving door de verdachte uitgesproken voornemen;- vervolgens hebben de verdachte en beide andere mannen, nadat [slachtoffer 1] van het leven was beroofd, nog enige tijd gewacht met het uitvoeren van dit besluit;- onder deze omstandigheden moeten de in de telastelegging onder 2, 3 en 4, telkens primair omschreven handelingen worden aangemerkt als te zijn begaan na kalm beraad en rustig overleg;- ingevolge dit tevoren genomen besluit heeft de verdachte vervolgens samen met één van beide mannen (hetzij steeds dezelfde, hetzij telkens een andere) daadwerkelijk mevrouw [slachtoffer 2] (feit 2) en [slachtoffer 4] (feit 4) om het leven gebracht;- ten aanzien van deze slachtoffers heeft de verdachte zich derhalve schuldig gemaakt aan het tezamen en in vereniging met een ander plegen van moord;- het hof merkt hierbij nog op dat [slachtoffer 2] moest sterven omdat zij de verdachte had gezien en mitsdien nadien zou kunnen optreden als een hem belastende getuige;- met betrekking tot [slachtoffer 4] gaat dit argument niet op, aangezien deze op grond van haar leeftijd (ongeveer 6 weken) geen reële bedreiging als getuige kon vormen; het hof gaat er echter van uit dat ook haar doodvonnis getekend was op het moment dat zij begon te huilen waardoor zij mogelijkerwijs de aandacht van omwonenden had kunnen trekken; het voorkomen hiervan moet geacht worden mede deel te hebben uitgemaakt van het door de verdachte en beide andere mannen genomen besluit;- één van beide door de verdachte binnengelaten mannen heeft [slachtoffer 3] van het leven beroofd (feit 3), zulks omdat zij de verdachte mogelijkerwijs had herkend toen zij wakker werd; - weliswaar was de verdachte in dit geval niet lijfelijk betrokken bij de levensberovende handelingen, doch niettemin behoort hij naar het oordeel van het hof te worden aangemerkt als “medepleger” van de moord op [slachtoffer 3]; daarbij heeft het hof het volgende in aanmerking genomen:= verdachte had (zoals reeds is overwogen) al tevoren het voornemen om mogelijke getuigen te doden en hij heeft dit voornemen besproken met degenen die hij in de woning van de familie [gezinsnaam] heeft binnengelaten, welk plan zich toen heeft omgezet in een weloverwogen besluit;= tussen de verdachte en de beide andere mannen bestond bij de uitvoering van dit besluit een zeer nauwe samenwerking die op niets anders was gericht dan op een zo compleet en grondig mogelijke verwezenlijking van de genomen beslissing;= onder deze omstandigheden kan de toevallige factor dat de verdachte ten aanzien van [slachtoffer 3] geen handeling heeft verricht die rechtstreeks heeft bijgedragen aan haar dood, niet afdoen aan zijn aansprakelijkheid als “medepleger” van die gezamenlijk beraa hij tezamen en in vereniging met een ander in de nacht van 10 op 11 september 1987 te Rotterdam opzettelijk en met voorbedachte rade [slachtoffer 4] van het leven heeft beroofd: de verdachte en zijn mededader hebben toen en daar opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg een deken op het hoofd van voornoemde [slachtoffer 4] gedrukt en met de handen met kracht gewelddadig op de hals en de mond en de neus gedrukt en met een mes in het lichaam (rond de hals) van voornoemde [slachtoffer 4] gestoken en daarmede de keel van die [slachtoffer 4] afgesneden tengevolge van welk drukken en/of snijden en steken voornoemde [slachtoffer 4] is overleden; OVERWEGENDE, dat tot die beslissing reden geven de feiten en de omstandigheden in die bewijsmiddelen vervat; OVERWEGENDE, dat het hof niet bewezen acht hetgeen aan de verdachte meer of anders is telastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard; OVERWEGENDE, dat het bewezenverklaarde oplevert de misdrijven: 1. “ Medeplegen van doodslag gevolgd van diefstal door twee of meer verenigde personen en gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden of gemakkelijk te maken’, strafbaar gesteld bij de artikelen 288 junctis 311 en 47 van het Wetboek van Strafrecht, 2., 3. en 4. “Medeplegen van moord, meermalen gepleegd, telkens strafbaar gesteld bij de artikelen 289 juncto 47 van het Wetboek van Strafrecht; OVERWEGENDE, dat de verdachte deswege strafbaar is; OVERWEGENDE, dat na te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de aard van de feiten en de omstandigheden waaronder zij zijn begaan en met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte gelijk van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep is gebleken; OVERWEGENDE, in het bijzonder met betrekking tot de strafoplegging: dat de verdachte een roofoverval heeft opgezet waarbij van tevoren het gebruik van geweld was ingecalculeerd;dat de verdachte in het kader van een eerder beraamde overval reeds te kennen had gegeven niet terug te schrikken voor het om het leven brengen van mogelijke getuigen;dat, nadat de verdachte [slachtoffer 1] tevergeefs om geld had gevraagd, deze op gruwelijke wijze door vele messteken is gedood;dat daarna, volgens daartoe genomen besluit, de echtgenote en de kinderen een meisje van 5 jaar en een baby van ongeveer 6 weken eveneens op een afgrijselijke manier om het leven zijn gebracht;dat verdachte zich niet heeft ontzien zijn slachtoffers in de slaap te overvallen.dat de verdachte zich hij het nastreven van eigen belangen niet heeft laten weerhouden over het hoogste rechtsgoed, het leven van andere mensen te beschikken;dat deze feiten niet alleen de familie, de vrienden en de Chinese gemeenschap in Nederland hebben geschokt, doch ook de Nederlandse samenleving ernstig in beroering hebben gebracht;dat het hof op grond van het vorenoverwogene van oordeel is dat uitsluitend een levenslange gevangenisstraf te dezen passend en noodzakelijk is;dat het hof hierbij aantekent dat het noch in het op 28 maart 1988 door W.K.J. Hassing, psychiater bij het Pieter Baan Centrum omtrent de verdachte uitgebrachte rapport, noch in het overigens ter terechtzitting verhandelde aanwijzingen heeft gevonden in de richting van een verminderde mate van verwijtbaarheid die deswege zouden kunnen of dienen te leiden tot de oplegging van een lagere straf dan de met de ernst der feiten corresponderende levenslange gevangenisstraf; GEZIEN mede de artikelen 57 en 310 van het Wetboek van Strafrecht; RECHTDOENDE IN HOGER BEROEP: VERNIETIGT het vonnis waarvan hoger beroep; VERKLAART niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1. primair is telastegelegd; SPREEKT hem daarvan vrij; VERKLAART bewezen hetgeen hierboven bewezen is geacht; VERKLAART de feiten strafbaar als opleverende de hierboven gekwalificeerde misdrijven; VERKLAART de verdachte deswege strafbaar; VEROORDEELT ter zake van de bewezenverklaarde en gekwalificeerde misdrijven de verdachte tot LEVENSLANGE gevang