Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag
2026-04-21
ECLI:NL:GHDHA:2026:893
Civiel recht; Arbeidsrecht
Hoger beroep
18,819 tokens
Volledig
ECLI:NL:GHDHA:2026:893 text/xml public 2026-04-30T14:49:50 2026-04-22 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Den Haag 2026-04-21 200.353.364/01 Uitspraak Hoger beroep NL Den Haag Civiel recht; Arbeidsrecht Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2025:4231 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:893 text/html public 2026-04-30T14:48:09 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHDHA:2026:893 Gerechtshof Den Haag , 21-04-2026 / 200.353.364/01 Ontslag directeur. EVH door werkgever. Toekenning TV en BV. Hof stelt datum ontbinding op later tijdstip dan vastgesteld door kantonrechter, want geen aftrek proceduretijd wegens EVH werkgever. GERECHTSHOF DEN HAAG Civiel recht Team Handel zaaknummer: 200.353.364/01 zaaknummer rechtbank Rotterdam: 11339173 HA VERZ 24-73 beschikking van 21 april 2026 in de zaak van [appellante], wonende te [woonplaats], verzoekster in hoger beroep, hierna te noemen: [appellante], advocaat: Th.H.P. van den Kieboom te Utrecht, tegen Potatonext B.V., gevestigd te Oud-Beijerland, verweerster in hoger beroep, hierna te noemen: Potatonext, advocaat: mr. E.J.L. Mulderink te Breda. 1 De zaak in het kort De arbeidsovereenkomst met werknemer is op verzoek van werkgever door de kantonrechter ontbonden wegens verstoorde verhoudingen. Het ontslag was onder meer gebaseerd op een extern onderzoeksrapport. Het hof oordeelt dat het onderzoek onzorgvuldig en niet transparant was. Werkgever heeft vergaande beschuldigingen geuit en maatregelen genomen waardoor de positie van werknemer – die een managementpositie had – onherstelbaar is aangetast. In hoger beroep is het terugdraaien van het ontslag niet aan de orde, wel wordt het verzoek van werknemer om een billijke vergoeding toegewezen. Werkgever heeft ernstig verwijtbaar gehandeld. Het hof begroot de billijke vergoeding op een bedrag van € 80.000. 2 Procesverloop in hoger beroep 2.1. Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken: het beroepschrift van [appellante] van 4 april 2025 gericht tegen de beschikking van 8 januari 2025 van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam, locatie Dordrecht, (hierna: de bestreden beschikking), met producties A tot en met J, het verweerschrift van Potatonext met producties 1 tot en met 3, de aanvullende producties 29 tot en met 34 van [appellante], de op verzoek van het hof opgevraagde beschikking van 31 maart 2025 van de kantonrechter te Rotterdam in de zaak met zaaknummer 694784 HA RK 25-163 (van Potatonext tegen de heer [betrokkene]), de aanvullende productie van Potatonext (genaamd “verslag RvC 1 juli 2024”), en – op verzoek van het hof – een duidelijk leesbare kopie van productie 5 bij het verzoekschrift in eerste aanleg (“vertrouwelijk rapport van Hoek Consultants”). 2.2. De mondelinge behandeling van het hoger beroep heeft plaatsgehad op 3 november 2025. Bij die gelegenheid hebben beide genoemde advocaten het woord gevoerd aan de hand van pleitaantekeningen, die aan het procesdossier zijn toegevoegd. Van de mondelinge behandeling is een proces-verbaal opgemaakt. 3 Feitelijke achtergrond Met inachtneming van de feitenvaststelling door de kantonrechter en van hetgeen verder (als niet voldoende gemotiveerd weersproken) is komen vast te staan, kan in dit hoger beroep worden uitgegaan van het navolgende. 3.1. Potatonext is een onderneming in de aardappelindustrie voor consumenten. Zij is op 3 juli 2023 opgericht door een fusie van Agrico B.V., Leo de Kock B.V. en Nedato B.V. Er ontstond één bedrijf met circa 120 medewerkers. [appellante] was vanaf 1 september 2005 in dienst bij Leo de Kock B.V. Bij Potatonext ging zij de functie vervullen van titulair directeur (Chief commercial officer, CCO). Het laatstverdiende salaris van [appellante] bij Potatonext bedroeg € 9.518 bruto per maand, vermeerderd met in ieder geval vakantietoeslag, een dertiende maand en overige emolumenten. 3.2. [appellante] maakte samen met onder meer [betrokkene] (hierna: [betrokkene], statutair en algemeen directeur) onderdeel uit van de nieuwe directie van Potatonext. Daarnaast waren in het nieuwe managementteam werkzaam onder meer een financieel directeur en een operationeel manager. De directie rapporteerde aan de Raad van Commissarissen (RvC) en het coöperatiebestuur. 3.3. Op 15 mei 2024 is ‘ namens alle leden van de ondernemingsraad ’ (ondertekend door dhr. [naam]) een brief gestuurd aan de RvC, met – kort gezegd – bezwaren over het leiderschap van de directie, onder wie [appellante], en de mededeling dat als zaken niet zouden verbeteren, de zorg bestond dat een aantal waardevolle medewerkers overwoog om te vertrekken. 3.4. Potatonext heeft het onderzoeksbureau Hoek Consultants B.V. (hierna: Hoek Consultants) ingeschakeld om onderzoek te doen naar de omgangsvormen binnen het bedrijf, naar het vertrouwen van werknemers en het vertrek van werknemers vanuit het bedrijf. Hoek Consultants heeft voor haar onderzoek 19 werknemers van Potatonext geïnterviewd. Op basis van deze interviews heeft Hoek Consultants op 8 juni 2024 een vertrouwelijk onderzoeksrapport (hierna: het onderzoeksrapport) uitgebracht. 3.5. Naar aanleiding van het onderzoeksrapport heeft Potatonext op 17 juni 2024 advies gevraagd aan de ondernemingsraad over het voornemen om een derde tijdelijk te benoemen tot algemeen directeur, in de plaats van [betrokkene] (die nog wel statutair directeur zou blijven). Er is daarbij niet gesproken over (enige wijziging van) de functie van [appellante]. 3.6. [appellante] heeft zich op 19 juni 2024 ziekgemeld. Op diezelfde dag hebben ook twee andere leden van het managementteam zich ziekgemeld, namelijk [betrokkene] en de financieel directeur. 3.7. De kantonrechter heeft – op verzoek van Potatonext gedateerd 3 oktober 2024 – in de bestreden beschikking de arbeidsovereenkomst met [appellante] ontbonden op grond van verstoorde verhoudingen (als bedoeld in art. 7:669 lid 3 aanhef en onder g BW) met ingang van 1 maart 2025, onder toekenning van een transitievergoeding van € 11.741,06 bruto aan [appellante]. Het tegenverzoek van [appellante] tot toekenning van een billijke vergoeding van € 140.892,71 bruto (een jaarsalaris) wegens ernstig verwijtbaar handelen van Potatonext is afgewezen, evenals het verzoek van [appellante] tot toekenning van een bonus over het boekjaar 2023-2024. Ten slotte heeft de kantonrechter op verzoek van [appellante] voor recht verklaard dat zij niet gehouden is aan een concurrentiebeding tegenover Potatonext. De proceskosten zijn gecompenseerd tussen partijen. 4 Verzoek in hoger beroep 4.1. [appellante] komt tegen de bestreden beschikking op met vier grieven en een vermeerdering van haar verzoek; grief 1 ziet op de verzochte billijke vergoeding, grief 2 bestrijdt het oordeel van de kantonrechter dat de proceduretijd in mindering moet worden gebracht op de einddatum, grief 3 ziet op de afwijzing van de verzochte bonus over boekjaar 2023-2024 en grief 4 betreft de afwijzing van de proceskostenveroordeling van Potatonext. De vermeerdering van verzoek betreft de (her)berekening van het bruto salaris. 4.2.
Volledig
ECLI:NL:GHDHA:2026:893 text/xml public 2026-04-30T14:49:50 2026-04-22 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Den Haag 2026-04-21 200.353.364/01 Uitspraak Hoger beroep NL Den Haag Civiel recht; Arbeidsrecht Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2025:4231 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:893 text/html public 2026-04-30T14:48:09 2026-04-30 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHDHA:2026:893 Gerechtshof Den Haag , 21-04-2026 / 200.353.364/01 Ontslag directeur. EVH door werkgever. Toekenning TV en BV. Hof stelt datum ontbinding op later tijdstip dan vastgesteld door kantonrechter, want geen aftrek proceduretijd wegens EVH werkgever. GERECHTSHOF DEN HAAG Civiel recht Team Handel zaaknummer: 200.353.364/01 zaaknummer rechtbank Rotterdam: 11339173 HA VERZ 24-73 beschikking van 21 april 2026 in de zaak van [appellante], wonende te [woonplaats], verzoekster in hoger beroep, hierna te noemen: [appellante], advocaat: Th.H.P. van den Kieboom te Utrecht, tegen Potatonext B.V., gevestigd te Oud-Beijerland, verweerster in hoger beroep, hierna te noemen: Potatonext, advocaat: mr. E.J.L. Mulderink te Breda. 1 De zaak in het kort De arbeidsovereenkomst met werknemer is op verzoek van werkgever door de kantonrechter ontbonden wegens verstoorde verhoudingen. Het ontslag was onder meer gebaseerd op een extern onderzoeksrapport. Het hof oordeelt dat het onderzoek onzorgvuldig en niet transparant was. Werkgever heeft vergaande beschuldigingen geuit en maatregelen genomen waardoor de positie van werknemer – die een managementpositie had – onherstelbaar is aangetast. In hoger beroep is het terugdraaien van het ontslag niet aan de orde, wel wordt het verzoek van werknemer om een billijke vergoeding toegewezen. Werkgever heeft ernstig verwijtbaar gehandeld. Het hof begroot de billijke vergoeding op een bedrag van € 80.000. 2 Procesverloop in hoger beroep 2.1. Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken: het beroepschrift van [appellante] van 4 april 2025 gericht tegen de beschikking van 8 januari 2025 van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam, locatie Dordrecht, (hierna: de bestreden beschikking), met producties A tot en met J, het verweerschrift van Potatonext met producties 1 tot en met 3, de aanvullende producties 29 tot en met 34 van [appellante], de op verzoek van het hof opgevraagde beschikking van 31 maart 2025 van de kantonrechter te Rotterdam in de zaak met zaaknummer 694784 HA RK 25-163 (van Potatonext tegen de heer [betrokkene]), de aanvullende productie van Potatonext (genaamd “verslag RvC 1 juli 2024”), en – op verzoek van het hof – een duidelijk leesbare kopie van productie 5 bij het verzoekschrift in eerste aanleg (“vertrouwelijk rapport van Hoek Consultants”). 2.2. De mondelinge behandeling van het hoger beroep heeft plaatsgehad op 3 november 2025. Bij die gelegenheid hebben beide genoemde advocaten het woord gevoerd aan de hand van pleitaantekeningen, die aan het procesdossier zijn toegevoegd. Van de mondelinge behandeling is een proces-verbaal opgemaakt. 3 Feitelijke achtergrond Met inachtneming van de feitenvaststelling door de kantonrechter en van hetgeen verder (als niet voldoende gemotiveerd weersproken) is komen vast te staan, kan in dit hoger beroep worden uitgegaan van het navolgende. 3.1. Potatonext is een onderneming in de aardappelindustrie voor consumenten. Zij is op 3 juli 2023 opgericht door een fusie van Agrico B.V., Leo de Kock B.V. en Nedato B.V. Er ontstond één bedrijf met circa 120 medewerkers. [appellante] was vanaf 1 september 2005 in dienst bij Leo de Kock B.V. Bij Potatonext ging zij de functie vervullen van titulair directeur (Chief commercial officer, CCO). Het laatstverdiende salaris van [appellante] bij Potatonext bedroeg € 9.518 bruto per maand, vermeerderd met in ieder geval vakantietoeslag, een dertiende maand en overige emolumenten. 3.2. [appellante] maakte samen met onder meer [betrokkene] (hierna: [betrokkene], statutair en algemeen directeur) onderdeel uit van de nieuwe directie van Potatonext. Daarnaast waren in het nieuwe managementteam werkzaam onder meer een financieel directeur en een operationeel manager. De directie rapporteerde aan de Raad van Commissarissen (RvC) en het coöperatiebestuur. 3.3. Op 15 mei 2024 is ‘ namens alle leden van de ondernemingsraad ’ (ondertekend door dhr. [naam]) een brief gestuurd aan de RvC, met – kort gezegd – bezwaren over het leiderschap van de directie, onder wie [appellante], en de mededeling dat als zaken niet zouden verbeteren, de zorg bestond dat een aantal waardevolle medewerkers overwoog om te vertrekken. 3.4. Potatonext heeft het onderzoeksbureau Hoek Consultants B.V. (hierna: Hoek Consultants) ingeschakeld om onderzoek te doen naar de omgangsvormen binnen het bedrijf, naar het vertrouwen van werknemers en het vertrek van werknemers vanuit het bedrijf. Hoek Consultants heeft voor haar onderzoek 19 werknemers van Potatonext geïnterviewd. Op basis van deze interviews heeft Hoek Consultants op 8 juni 2024 een vertrouwelijk onderzoeksrapport (hierna: het onderzoeksrapport) uitgebracht. 3.5. Naar aanleiding van het onderzoeksrapport heeft Potatonext op 17 juni 2024 advies gevraagd aan de ondernemingsraad over het voornemen om een derde tijdelijk te benoemen tot algemeen directeur, in de plaats van [betrokkene] (die nog wel statutair directeur zou blijven). Er is daarbij niet gesproken over (enige wijziging van) de functie van [appellante]. 3.6. [appellante] heeft zich op 19 juni 2024 ziekgemeld. Op diezelfde dag hebben ook twee andere leden van het managementteam zich ziekgemeld, namelijk [betrokkene] en de financieel directeur. 3.7. De kantonrechter heeft – op verzoek van Potatonext gedateerd 3 oktober 2024 – in de bestreden beschikking de arbeidsovereenkomst met [appellante] ontbonden op grond van verstoorde verhoudingen (als bedoeld in art. 7:669 lid 3 aanhef en onder g BW) met ingang van 1 maart 2025, onder toekenning van een transitievergoeding van € 11.741,06 bruto aan [appellante]. Het tegenverzoek van [appellante] tot toekenning van een billijke vergoeding van € 140.892,71 bruto (een jaarsalaris) wegens ernstig verwijtbaar handelen van Potatonext is afgewezen, evenals het verzoek van [appellante] tot toekenning van een bonus over het boekjaar 2023-2024. Ten slotte heeft de kantonrechter op verzoek van [appellante] voor recht verklaard dat zij niet gehouden is aan een concurrentiebeding tegenover Potatonext. De proceskosten zijn gecompenseerd tussen partijen. 4 Verzoek in hoger beroep 4.1. [appellante] komt tegen de bestreden beschikking op met vier grieven en een vermeerdering van haar verzoek; grief 1 ziet op de verzochte billijke vergoeding, grief 2 bestrijdt het oordeel van de kantonrechter dat de proceduretijd in mindering moet worden gebracht op de einddatum, grief 3 ziet op de afwijzing van de verzochte bonus over boekjaar 2023-2024 en grief 4 betreft de afwijzing van de proceskostenveroordeling van Potatonext. De vermeerdering van verzoek betreft de (her)berekening van het bruto salaris. 4.2.
Volledig
De grieven strekken ertoe dat het hof de bestreden beschikking zal vernietigen en – kort samengevat – bij uitvoerbaar bij voorraad verklaarde beschikking, na vermeerdering van verzoek: de arbeidsovereenkomst zal ontbinden per 1 juni 2025 met de verplichting tot doorbetaling van het salaris, de vakantietoeslag en vakantiedagen, en overige emolumenten tot aan 1 juni 2025, Potatonext zal veroordelen om aan [appellante] een transitievergoeding te betalen op basis van een bruto maandsalaris € 12.093,29 (inclusief indexatie); Potatonext zal veroordelen aan [appellante] een billijke vergoeding te betalen van €145.119,50 bruto (inclusief indexatie), en subsidiair vier maanden brutosalaris van in totaal € 48.373,16; Potatonext zal veroordelen tot betaling van de wettelijke rente over de hiervoor genoemde bedragen vanaf de 15e dag na dagtekening van de beschikking; Potatonext zal veroordelen de bonus over het boekjaar 2023-2024 uit te betalen van € 9.700 bruto, en de bonus over de periode 1 augustus 2024 tot aan de einddatum uit te betalen (de pro rata berekende bonus over voornoemd bedrag), subsidiair deze in goede justitie vast zal stellen; Potatonext zal veroordelen in de kosten van beide instanties, inclusief de nakosten. 4.3. Potatonext heeft de grieven gemotiveerd weersproken en het hof verzocht alle verzoeken, inclusief de vermeerdering van verzoeken, af te wijzen. 4.4. Het hof zal – voor zover nodig – de stellingen en verweren van partijen hierna bespreken. 5 Beoordeling in hoger beroep Omvang hoger beroep 5.1. Het hof stelt vast dat partijen geen grieven hebben gericht tegen de ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van verstoorde verhoudingen (g-grond), de toekenning van de transitievergoeding (wél is de hoogte ervan in geschil) en de verklaring voor recht dat [appellante] niet is gebonden aan een concurrentiebeding, zodat dit deel van de bestreden beschikking in hoger beroep niet voorligt. 5.2. In dit hoger beroep moet dus worden aangenomen dat er een redelijke grond voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst bestond, gelegen in de verstoorde arbeidsverhouding tussen partijen (de g-grond); waarbij eveneens vaststaat dat geen sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten van [appellante] (de e-grond). Grief 1 – ernstige verwijtbaarheid Potatonext – billijke vergoeding? 5.3. De vraag die in dit hoger beroep voorligt is of Potatonext ernstig verwijtbaar heeft gehandeld tegenover [appellante], zoals zij betoogt, zodanig dat Potatonext een billijke vergoeding is verschuldigd. 5.4. Bij de beantwoording van die vraag stelt het hof het volgende voorop. Uit de parlementaire geschiedenis van de Wet werk en zekerheid (Wwz) blijkt dat voor het aannemen van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever op grond waarvan de werknemer aanspraak kan maken op een billijke vergoeding (naast de transitievergoeding) een hoge drempel geldt. Daarvoor is alleen aanleiding in uitzonderlijke gevallen, waarin evident is dat het tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst leidende handelen of nalaten van de werkgever als ernstig verwijtbaar moet worden aangemerkt. De parlementaire geschiedenis noemt onder andere als voorbeeld dat een werkgever grovelijk de verplichtingen niet nakomt die voortvloeien uit de arbeidsovereenkomst en er als gevolg daarvan een verstoorde verhouding ontstaat, of als er als gevolg van laakbaar gedrag van de werkgever een verstoorde arbeidsrelatie is ontstaan en de rechter concludeert dat er geen andere optie is dan ontslag (Kamerstukken II 2013-2014, 33 818, nr. 3, p. 34). Ter beoordeling staan de feiten en omstandigheden tot aan de ontbindingsdatum, 1 maart 2025. 5.5. [appellante] maakt aan Potatonext de navolgende concrete verwijten en stelt dat daaruit voortvloeit dat de verstoorde verhouding – nagenoeg volledig – het gevolg is van de ernstig verwijtbare handelwijze van Potatonext: i) Potatonext heeft te veel waarde gehecht aan het onderzoek door Hoek Consultants, dat onzorgvuldig en niet transparant was. ii) Potatonext heeft ernstige beschuldigingen geuit tegen [appellante] zonder deugdelijke feitelijke onderbouwing. iii) Potatonext heeft het beginsel van hoor en wederhoor geschonden door [appellante] niet te horen nadat het onderzoek van Hoek Consultants was afgerond. iv) Potatonext heeft vergaande maatregelen getroffen en gecommuniceerd die de positie van [appellante] onherstelbaar hebben aangetast. v) Potatonext heeft [appellante] nimmer concreet op haar functioneren aangesproken, niet onderzocht of hierin verbetering mogelijk was en ook geen initiatief genomen om de relatie met [appellante] te herstellen of haar gedrag te laten verbeteren. 5.6. Bij de beoordeling van deze verwijten stelt het hof het volgende voorop. Niet in geschil is dat de nieuwe directie van de gefuseerde bedrijven, onder wie [appellante], een behoorlijke taakstelling mee kreeg. Met name de locatie Oud-Beijerland bevond zich op dat moment in een problematische situatie, niet alleen operationeel (er was sprake van een vervuilde productielocatie en gebrekkig gebouw) en financieel (er werden verliezen geleden en er was gebrekkig voorraadbeheer), maar ook de onderlinge samenwerking en cohesie was ondermaats. Zowel Potatonext als [appellante] beschrijven in hun stukken dat er bij de start van het nieuwe directieteam weinig vertrouwen was onder werknemers in elkaar, dat er een uitstroom van mensen was en een slechte personeelsadministratie. 5.7. Vast staat dus dat er problemen waren die moesten worden aangepakt door een stevige directie. [appellante] heeft toegelicht dat zij samen met de directie een ‘hands on’ aanpak heeft willen uitdragen op de locatie Oud-Beijerland door problemen daadwerkelijk aan te pakken. Die leiderschapsstijl paste, zo heeft ook Potatonext erkend, goed bij de bedrijfscultuur van Leo de Kock B.V. waar [appellante] vóór die tijd werkzaam was, maar werd bij een deel van het personeel op de locatie Oud-Beijerland als moeilijk ervaren. Potatonext heeft op haar beurt uitgelegd dat de nieuwe directie ook te maken kreeg met het coöperatiebestuur, dat samen met de RvC toezicht hield op het reilen en zeilen van de nieuwe directie. Binnen een coöperatie is de stem en inspraak vanuit de leden van groot belang; dit was een nieuwe dimensie voor het directieteam en vergde een andere vorm van samenwerken. (i) Het onderzoek door Hoek Consultants was onzorgvuldig en niet transparant. 5.8. Het hof is van oordeel dat het onderzoek van Hoek Consultants op meerdere onderdelen te wensen overlaat. Dit wordt hierna toegelicht. 5.8.1. Volgens het onderzoeksrapport moesten de volgende aandachtspunten worden onderzocht (zie pag. 2 van het onderzoeksrapport): “ Omgangsvormen, hoe ga je met elkaar om; Medewerkers missen vertrouwen en vrijheid om te werken; Zorgen over het vertrek van diverse mensen op korte termijn en daarmee verlies van kennis en relaties”. Het onderzoek was blijkens deze aandachtspunten dus een cultuuronderzoek en geen persoonsgericht onderzoek, zoals ook is bevestigd in de schriftelijke verklaring van Hoek Consultants (prod. 3 bij verweerschrift in hoger beroep): “ Het doel van dit onderzoek is niet persoonsgericht, maar expliciet cultuurgericht. (…) Cultuuronderzoek richt zich op het geheel van gedeelde opvattingen en gedragingen en niet op individuele prestaties of gedragingen. (…) Het is belangrijk om hierbij te benadrukken dat dit onderzoek geen beoordeling bevat van individuele personen. Er zijn dan ook geen namen genoemd, noch is er sprake geweest van hoor en wederhoor. (…) ”. Niettemin, zo concludeert het hof, heeft het uitgevoerde cultuuronderzoek door Hoek Consultants opvallend veel kenmerken van een persoonsgericht onderzoek (gekregen). Het onderzoeksrapport sluit immers af met de conclusie dat “ de directie (…) het cultuuraspect veronachtzaamt . (…) Medewerkers delen dat dit stressniveau (…) eerder vergroot wordt door volharding in eigen leiderschapsstijl (…) met name de medewerkers van de beoogde locatie zich onveilig voelen. (…) bij beide directeuren wordt aangegeven dat de stijl van communiceren intens, directief en in sommige gevallen als grensoverschrijdend wordt ervaren.”.
Volledig
De grieven strekken ertoe dat het hof de bestreden beschikking zal vernietigen en – kort samengevat – bij uitvoerbaar bij voorraad verklaarde beschikking, na vermeerdering van verzoek: de arbeidsovereenkomst zal ontbinden per 1 juni 2025 met de verplichting tot doorbetaling van het salaris, de vakantietoeslag en vakantiedagen, en overige emolumenten tot aan 1 juni 2025, Potatonext zal veroordelen om aan [appellante] een transitievergoeding te betalen op basis van een bruto maandsalaris € 12.093,29 (inclusief indexatie); Potatonext zal veroordelen aan [appellante] een billijke vergoeding te betalen van €145.119,50 bruto (inclusief indexatie), en subsidiair vier maanden brutosalaris van in totaal € 48.373,16; Potatonext zal veroordelen tot betaling van de wettelijke rente over de hiervoor genoemde bedragen vanaf de 15e dag na dagtekening van de beschikking; Potatonext zal veroordelen de bonus over het boekjaar 2023-2024 uit te betalen van € 9.700 bruto, en de bonus over de periode 1 augustus 2024 tot aan de einddatum uit te betalen (de pro rata berekende bonus over voornoemd bedrag), subsidiair deze in goede justitie vast zal stellen; Potatonext zal veroordelen in de kosten van beide instanties, inclusief de nakosten. 4.3. Potatonext heeft de grieven gemotiveerd weersproken en het hof verzocht alle verzoeken, inclusief de vermeerdering van verzoeken, af te wijzen. 4.4. Het hof zal – voor zover nodig – de stellingen en verweren van partijen hierna bespreken. 5 Beoordeling in hoger beroep Omvang hoger beroep 5.1. Het hof stelt vast dat partijen geen grieven hebben gericht tegen de ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van verstoorde verhoudingen (g-grond), de toekenning van de transitievergoeding (wél is de hoogte ervan in geschil) en de verklaring voor recht dat [appellante] niet is gebonden aan een concurrentiebeding, zodat dit deel van de bestreden beschikking in hoger beroep niet voorligt. 5.2. In dit hoger beroep moet dus worden aangenomen dat er een redelijke grond voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst bestond, gelegen in de verstoorde arbeidsverhouding tussen partijen (de g-grond); waarbij eveneens vaststaat dat geen sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten van [appellante] (de e-grond). Grief 1 – ernstige verwijtbaarheid Potatonext – billijke vergoeding? 5.3. De vraag die in dit hoger beroep voorligt is of Potatonext ernstig verwijtbaar heeft gehandeld tegenover [appellante], zoals zij betoogt, zodanig dat Potatonext een billijke vergoeding is verschuldigd. 5.4. Bij de beantwoording van die vraag stelt het hof het volgende voorop. Uit de parlementaire geschiedenis van de Wet werk en zekerheid (Wwz) blijkt dat voor het aannemen van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever op grond waarvan de werknemer aanspraak kan maken op een billijke vergoeding (naast de transitievergoeding) een hoge drempel geldt. Daarvoor is alleen aanleiding in uitzonderlijke gevallen, waarin evident is dat het tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst leidende handelen of nalaten van de werkgever als ernstig verwijtbaar moet worden aangemerkt. De parlementaire geschiedenis noemt onder andere als voorbeeld dat een werkgever grovelijk de verplichtingen niet nakomt die voortvloeien uit de arbeidsovereenkomst en er als gevolg daarvan een verstoorde verhouding ontstaat, of als er als gevolg van laakbaar gedrag van de werkgever een verstoorde arbeidsrelatie is ontstaan en de rechter concludeert dat er geen andere optie is dan ontslag (Kamerstukken II 2013-2014, 33 818, nr. 3, p. 34). Ter beoordeling staan de feiten en omstandigheden tot aan de ontbindingsdatum, 1 maart 2025. 5.5. [appellante] maakt aan Potatonext de navolgende concrete verwijten en stelt dat daaruit voortvloeit dat de verstoorde verhouding – nagenoeg volledig – het gevolg is van de ernstig verwijtbare handelwijze van Potatonext: i) Potatonext heeft te veel waarde gehecht aan het onderzoek door Hoek Consultants, dat onzorgvuldig en niet transparant was. ii) Potatonext heeft ernstige beschuldigingen geuit tegen [appellante] zonder deugdelijke feitelijke onderbouwing. iii) Potatonext heeft het beginsel van hoor en wederhoor geschonden door [appellante] niet te horen nadat het onderzoek van Hoek Consultants was afgerond. iv) Potatonext heeft vergaande maatregelen getroffen en gecommuniceerd die de positie van [appellante] onherstelbaar hebben aangetast. v) Potatonext heeft [appellante] nimmer concreet op haar functioneren aangesproken, niet onderzocht of hierin verbetering mogelijk was en ook geen initiatief genomen om de relatie met [appellante] te herstellen of haar gedrag te laten verbeteren. 5.6. Bij de beoordeling van deze verwijten stelt het hof het volgende voorop. Niet in geschil is dat de nieuwe directie van de gefuseerde bedrijven, onder wie [appellante], een behoorlijke taakstelling mee kreeg. Met name de locatie Oud-Beijerland bevond zich op dat moment in een problematische situatie, niet alleen operationeel (er was sprake van een vervuilde productielocatie en gebrekkig gebouw) en financieel (er werden verliezen geleden en er was gebrekkig voorraadbeheer), maar ook de onderlinge samenwerking en cohesie was ondermaats. Zowel Potatonext als [appellante] beschrijven in hun stukken dat er bij de start van het nieuwe directieteam weinig vertrouwen was onder werknemers in elkaar, dat er een uitstroom van mensen was en een slechte personeelsadministratie. 5.7. Vast staat dus dat er problemen waren die moesten worden aangepakt door een stevige directie. [appellante] heeft toegelicht dat zij samen met de directie een ‘hands on’ aanpak heeft willen uitdragen op de locatie Oud-Beijerland door problemen daadwerkelijk aan te pakken. Die leiderschapsstijl paste, zo heeft ook Potatonext erkend, goed bij de bedrijfscultuur van Leo de Kock B.V. waar [appellante] vóór die tijd werkzaam was, maar werd bij een deel van het personeel op de locatie Oud-Beijerland als moeilijk ervaren. Potatonext heeft op haar beurt uitgelegd dat de nieuwe directie ook te maken kreeg met het coöperatiebestuur, dat samen met de RvC toezicht hield op het reilen en zeilen van de nieuwe directie. Binnen een coöperatie is de stem en inspraak vanuit de leden van groot belang; dit was een nieuwe dimensie voor het directieteam en vergde een andere vorm van samenwerken. (i) Het onderzoek door Hoek Consultants was onzorgvuldig en niet transparant. 5.8. Het hof is van oordeel dat het onderzoek van Hoek Consultants op meerdere onderdelen te wensen overlaat. Dit wordt hierna toegelicht. 5.8.1. Volgens het onderzoeksrapport moesten de volgende aandachtspunten worden onderzocht (zie pag. 2 van het onderzoeksrapport): “ Omgangsvormen, hoe ga je met elkaar om; Medewerkers missen vertrouwen en vrijheid om te werken; Zorgen over het vertrek van diverse mensen op korte termijn en daarmee verlies van kennis en relaties”. Het onderzoek was blijkens deze aandachtspunten dus een cultuuronderzoek en geen persoonsgericht onderzoek, zoals ook is bevestigd in de schriftelijke verklaring van Hoek Consultants (prod. 3 bij verweerschrift in hoger beroep): “ Het doel van dit onderzoek is niet persoonsgericht, maar expliciet cultuurgericht. (…) Cultuuronderzoek richt zich op het geheel van gedeelde opvattingen en gedragingen en niet op individuele prestaties of gedragingen. (…) Het is belangrijk om hierbij te benadrukken dat dit onderzoek geen beoordeling bevat van individuele personen. Er zijn dan ook geen namen genoemd, noch is er sprake geweest van hoor en wederhoor. (…) ”. Niettemin, zo concludeert het hof, heeft het uitgevoerde cultuuronderzoek door Hoek Consultants opvallend veel kenmerken van een persoonsgericht onderzoek (gekregen). Het onderzoeksrapport sluit immers af met de conclusie dat “ de directie (…) het cultuuraspect veronachtzaamt . (…) Medewerkers delen dat dit stressniveau (…) eerder vergroot wordt door volharding in eigen leiderschapsstijl (…) met name de medewerkers van de beoogde locatie zich onveilig voelen. (…) bij beide directeuren wordt aangegeven dat de stijl van communiceren intens, directief en in sommige gevallen als grensoverschrijdend wordt ervaren.”.
Volledig
Potatonext heeft onduidelijkheid laten bestaan over welke waarborgen door Hoek Consultants zijn gegeven of toegezegd aan degenen die (uiteindelijk) onderwerp van onderzoek waren, onder wie [appellante]. 5.8.2. Dit klemt temeer omdat het (voor [appellante], evenmin als voor het hof) niet mogelijk is gebleken om het onderzoeksrapport en de daarin opgenomen conclusies inhoudelijk op juistheid te controleren. Vast staat dat totaal 19 werknemers, leden van directie en de Raad van Commissarissen op basis van anonimiteit zijn geïnterviewd. Zij hebben ook een online vragenlijst ingevuld. Volgens Potatonext zijn deze werknemers willekeurig gekozen, en niet – zoals [appellante] betoogt – (grotendeels) door de ondernemingsraad en het bestuur voorgedragen. Potatonext heeft op dat punt in ieder geval onweersproken aangevoerd dat er nog aanvullende interviews zijn afgenomen van twee werknemers op verzoek van [betrokkene]. Wat hier ook van zij, het doet niet af aan het feit dat bij het onderzoeksrapport geen verslagen van de afgenomen interviews zijn gevoegd. In het verzoekschrift in eerste aanleg heeft Potatonext onder randnummer 28 weliswaar een aantal citaten uit de onderliggende interviews opgenomen, maar hieruit kan het hof nog steeds niet afleiden in welke context die verklaringen zijn gedaan, laat staan dat duidelijk is welke werknemer van Potatonext welke uitlating heeft gedaan terwijl bovendien een aantal van die verklaringen zien op een ander directielid dan [appellante] (namelijk [betrokkene]). 5.8.3. Het onderzoeksrapport spreekt in zeer algemene termen over beelden en ervaringen, en is weinig concreet; er worden in het rapport geen specifieke gedragingen van [appellante] genoemd of feitelijke situaties beschreven waarbij zij betrokken is geweest. Dit klemt temeer omdat het hof in de beschikbare tekst van het onderzoeksrapport zelf leest dat de mate waarin werknemers vertrouwen ervaren van hun leidinggevende(n) behoorlijk verschillend is, en er “ een zeer uiteenlopende visie is op dit thema” . Het is onduidelijk gebleven hoeveel werknemers welke soort ervaring hebben gehad (en met wie precies); er was geen algemeen overeenstemmend beeld. Zo schrijft het onderzoeksrapport over het onderwerp omgangsvormen en communicatie dat “ sommige medewerkers” voorbeelden van onprettige communicatie vanuit de directie ervaren, en er wordt “ diverse malen verteld” dat de relatie tussen directieleden verder gaat dat een puur zakelijke relatie. Over het thema vertrouwen in de toekomst staat vermeld dat “ een behoorlijk aantal medewerkers ” zo ontevreden is dat zij nadenken over ander werk. Bovendien wordt slechts in heel algemene termen gesproken over ‘de directie’ en wordt geen helder onderscheid gemaakt tussen de gedragingen van de verschillende directieleden. (ii) Potatonext heeft ernstige beschuldigingen geuit tegen [appellante] zonder deugdelijke feitelijke onderbouwing 5.9. Ten tweede is het hof van oordeel dat Potatonext op basis van het (ondeugdelijke) onderzoeksrapport van Hoek Consultants ernstige beschuldigingen heeft geuit aan het adres van [appellante], terwijl een voldoende concrete en feitelijke onderbouwing ontbrak. Dit betreft ook ongefundeerde verwijten, bijvoorbeeld dat [appellante] een seksuele relatie zou onderhouden met [betrokkene]. Enkel op basis van de overgelegde schriftelijke verklaringen en het onderzoeksrapport kan niet worden vastgesteld dat [appellante] zich grensoverschrijdend heeft gedragen; zij heeft stellig betwist dat zij een relatie met [betrokkene] had en het rapport biedt onvoldoende aanknopingspunten om aan te nemen dat zij anderszins zich ongepast heeft gedragen op de werkvloer. (iii) Potatonext heeft het beginsel van hoor en wederhoor geschonden 5.10. [appellante] stelt verder terecht dat Potatonext niet duidelijk heeft gemaakt wanneer de gestelde verontrustende signalen zijn geuit, of wat de inhoud en strekking hiervan was, evenmin wie deze signalen heeft afgegeven en in hoeverre deze serieus genomen moesten worden (of dat het ‘roddels’ waren). 5.10.1. Het hof overweegt op dit punt dat Potatonext weliswaar tijdens vergaderingen tussen de RvC en de directie signalen over onvrede en onrust bij medewerkers heeft geuit. Maar Potatonext heeft onvoldoende duidelijk met [appellante] zelf gecommuniceerd over haar leiderschapsstijl of manier van werken. Potatonext is hierover niet met [appellante] individueel in gesprek gegaan om te horen of zij zich herkende in bepaalde signalen over háár handelen, en hoe zij dit wenste te verbeteren. De keuze van Potatonext is geweest om uitsluitend plenair in de algehele directie haar zorgpunten te bespreken. 5.10.2. Vervolgens heeft de RvC een opdracht verstrekt aan Hoek Consultants om een cultuurgericht onderzoek te verrichten, maar hiervan is [appellante] als directielid niet vooraf in kennis gesteld. Evenmin had zij kennis van, laat staan inspraak in de wijze waarop dit onderzoek zou worden verricht en zou worden teruggekoppeld. Nadien is [appellante] ook niet in de gelegenheid gesteld om te reageren op de resultaten van het onderzoek, zodat van hoor en wederhoor in het kader van het onderzoek geen sprake is geweest. [appellante] is naar eigen zeggen door [betrokkene] (mondeling) in kennis gesteld van de resultaten van het onderzoeksrapport op 17 juni 2024; zij heeft via e-mail de adviesaanvraag aan de ondernemingsraad gezien. Maar er heeft geen hoor en wederhoor plaatsgehad met betrekking tot het rapport van Hoek Consultants zelf en de conclusies die daarin zijn getrokken. Niet door Hoek Consultants en niet door Potatonext. Potatonext heeft nog betoogd dat [appellante] zelf heeft bijgedragen aan het feit dat geen hoor en wederhoor heeft plaatsgehad omdat zij zich ziekgemeld heeft, maar het hof is van oordeel dat Potatonext ook in die situatie meer had moeten doen dan zij gedaan heeft om [appellante] over de onderzoeksresultaten te (laten) horen. (iv) Potatonext heeft vergaande maatregelen getroffen – en gecommuniceerd – die de positie van [appellante] onherstelbaar hebben aangetast 5.11. Potatonext is vervolgens overgegaan tot vergaande en ingrijpende maatregelen die de positie van [appellante] onherstelbaar hebben aangetast. 5.11.1. Het onderzoeksrapport besluit met het advies om een gedelegeerde vanuit de RvC of een interim directeur aan te stellen. Potatonext heeft de ondernemingsraad op 17 juni 2024 om advies gevraagd op dit punt en de ondernemingsraad heeft vervolgens positief geadviseerd. [appellante] is van het voornemen om een interim directeur te benoemen niet op de hoogte gebracht, laat staan dat haar om advies gevraagd is. Met de benoeming van de interim directeur werd [betrokkene] feitelijk uit zijn functie als algemeen directeur gezet. 5.11.2. Bij brief van 26 juni 2024 heeft de interim-directeur vervolgens aan de gehele organisatie van Potatonext meegedeeld dat hij was benoemd tot nieuwe algemeen directeur en dat de komende periode zou worden gekeken naar “ de samenstelling van de directieportefeuilles ”. In een e-mail van 18 juli 2024 schrijft de interim-directeur aan enkele medewerkers van Potatonext dat [appellante] niet meer terugkeert in haar functie bij Potatonext: “ Ik begreep dat (…) [appellante] onderdeel is van jullie bestuur en een technische commissie. Wellicht goed om elkaar daarover te spreken daar (…) [appellante] en (…) [betrokkene] niet meer terugkeren bij PN”. [appellante] is vooraf niet op de hoogte gebracht van de verzending van dat bericht. 5.11.3. Nu er feitelijk een interim-bestuurder boven de zittende directie werd geplaatst (en niet ernaast), leek ook [appellante] – zonder enige toelichting – uit haar directiefunctie te zijn gezet, althans daarin beperkt. Potatonext is al met al naar aanleiding van het onderzoeksrapport vrijwel direct, zonder nader onderzoek te doen, zonder [appellante] de gelegenheid te bieden zich tegen de inhoud en aanbevelingen van het onderzoeksrapport te verweren en zonder haar te horen over de voorgenomen maatregelen, overgegaan tot zeer ingrijpende maatregelen. (v) Potatonext heeft geen initiatief genomen om de relatie met [appellante] te herstellen of haar gedrag te laten verbeteren. 5.12.
Volledig
Potatonext heeft onduidelijkheid laten bestaan over welke waarborgen door Hoek Consultants zijn gegeven of toegezegd aan degenen die (uiteindelijk) onderwerp van onderzoek waren, onder wie [appellante]. 5.8.2. Dit klemt temeer omdat het (voor [appellante], evenmin als voor het hof) niet mogelijk is gebleken om het onderzoeksrapport en de daarin opgenomen conclusies inhoudelijk op juistheid te controleren. Vast staat dat totaal 19 werknemers, leden van directie en de Raad van Commissarissen op basis van anonimiteit zijn geïnterviewd. Zij hebben ook een online vragenlijst ingevuld. Volgens Potatonext zijn deze werknemers willekeurig gekozen, en niet – zoals [appellante] betoogt – (grotendeels) door de ondernemingsraad en het bestuur voorgedragen. Potatonext heeft op dat punt in ieder geval onweersproken aangevoerd dat er nog aanvullende interviews zijn afgenomen van twee werknemers op verzoek van [betrokkene]. Wat hier ook van zij, het doet niet af aan het feit dat bij het onderzoeksrapport geen verslagen van de afgenomen interviews zijn gevoegd. In het verzoekschrift in eerste aanleg heeft Potatonext onder randnummer 28 weliswaar een aantal citaten uit de onderliggende interviews opgenomen, maar hieruit kan het hof nog steeds niet afleiden in welke context die verklaringen zijn gedaan, laat staan dat duidelijk is welke werknemer van Potatonext welke uitlating heeft gedaan terwijl bovendien een aantal van die verklaringen zien op een ander directielid dan [appellante] (namelijk [betrokkene]). 5.8.3. Het onderzoeksrapport spreekt in zeer algemene termen over beelden en ervaringen, en is weinig concreet; er worden in het rapport geen specifieke gedragingen van [appellante] genoemd of feitelijke situaties beschreven waarbij zij betrokken is geweest. Dit klemt temeer omdat het hof in de beschikbare tekst van het onderzoeksrapport zelf leest dat de mate waarin werknemers vertrouwen ervaren van hun leidinggevende(n) behoorlijk verschillend is, en er “ een zeer uiteenlopende visie is op dit thema” . Het is onduidelijk gebleven hoeveel werknemers welke soort ervaring hebben gehad (en met wie precies); er was geen algemeen overeenstemmend beeld. Zo schrijft het onderzoeksrapport over het onderwerp omgangsvormen en communicatie dat “ sommige medewerkers” voorbeelden van onprettige communicatie vanuit de directie ervaren, en er wordt “ diverse malen verteld” dat de relatie tussen directieleden verder gaat dat een puur zakelijke relatie. Over het thema vertrouwen in de toekomst staat vermeld dat “ een behoorlijk aantal medewerkers ” zo ontevreden is dat zij nadenken over ander werk. Bovendien wordt slechts in heel algemene termen gesproken over ‘de directie’ en wordt geen helder onderscheid gemaakt tussen de gedragingen van de verschillende directieleden. (ii) Potatonext heeft ernstige beschuldigingen geuit tegen [appellante] zonder deugdelijke feitelijke onderbouwing 5.9. Ten tweede is het hof van oordeel dat Potatonext op basis van het (ondeugdelijke) onderzoeksrapport van Hoek Consultants ernstige beschuldigingen heeft geuit aan het adres van [appellante], terwijl een voldoende concrete en feitelijke onderbouwing ontbrak. Dit betreft ook ongefundeerde verwijten, bijvoorbeeld dat [appellante] een seksuele relatie zou onderhouden met [betrokkene]. Enkel op basis van de overgelegde schriftelijke verklaringen en het onderzoeksrapport kan niet worden vastgesteld dat [appellante] zich grensoverschrijdend heeft gedragen; zij heeft stellig betwist dat zij een relatie met [betrokkene] had en het rapport biedt onvoldoende aanknopingspunten om aan te nemen dat zij anderszins zich ongepast heeft gedragen op de werkvloer. (iii) Potatonext heeft het beginsel van hoor en wederhoor geschonden 5.10. [appellante] stelt verder terecht dat Potatonext niet duidelijk heeft gemaakt wanneer de gestelde verontrustende signalen zijn geuit, of wat de inhoud en strekking hiervan was, evenmin wie deze signalen heeft afgegeven en in hoeverre deze serieus genomen moesten worden (of dat het ‘roddels’ waren). 5.10.1. Het hof overweegt op dit punt dat Potatonext weliswaar tijdens vergaderingen tussen de RvC en de directie signalen over onvrede en onrust bij medewerkers heeft geuit. Maar Potatonext heeft onvoldoende duidelijk met [appellante] zelf gecommuniceerd over haar leiderschapsstijl of manier van werken. Potatonext is hierover niet met [appellante] individueel in gesprek gegaan om te horen of zij zich herkende in bepaalde signalen over háár handelen, en hoe zij dit wenste te verbeteren. De keuze van Potatonext is geweest om uitsluitend plenair in de algehele directie haar zorgpunten te bespreken. 5.10.2. Vervolgens heeft de RvC een opdracht verstrekt aan Hoek Consultants om een cultuurgericht onderzoek te verrichten, maar hiervan is [appellante] als directielid niet vooraf in kennis gesteld. Evenmin had zij kennis van, laat staan inspraak in de wijze waarop dit onderzoek zou worden verricht en zou worden teruggekoppeld. Nadien is [appellante] ook niet in de gelegenheid gesteld om te reageren op de resultaten van het onderzoek, zodat van hoor en wederhoor in het kader van het onderzoek geen sprake is geweest. [appellante] is naar eigen zeggen door [betrokkene] (mondeling) in kennis gesteld van de resultaten van het onderzoeksrapport op 17 juni 2024; zij heeft via e-mail de adviesaanvraag aan de ondernemingsraad gezien. Maar er heeft geen hoor en wederhoor plaatsgehad met betrekking tot het rapport van Hoek Consultants zelf en de conclusies die daarin zijn getrokken. Niet door Hoek Consultants en niet door Potatonext. Potatonext heeft nog betoogd dat [appellante] zelf heeft bijgedragen aan het feit dat geen hoor en wederhoor heeft plaatsgehad omdat zij zich ziekgemeld heeft, maar het hof is van oordeel dat Potatonext ook in die situatie meer had moeten doen dan zij gedaan heeft om [appellante] over de onderzoeksresultaten te (laten) horen. (iv) Potatonext heeft vergaande maatregelen getroffen – en gecommuniceerd – die de positie van [appellante] onherstelbaar hebben aangetast 5.11. Potatonext is vervolgens overgegaan tot vergaande en ingrijpende maatregelen die de positie van [appellante] onherstelbaar hebben aangetast. 5.11.1. Het onderzoeksrapport besluit met het advies om een gedelegeerde vanuit de RvC of een interim directeur aan te stellen. Potatonext heeft de ondernemingsraad op 17 juni 2024 om advies gevraagd op dit punt en de ondernemingsraad heeft vervolgens positief geadviseerd. [appellante] is van het voornemen om een interim directeur te benoemen niet op de hoogte gebracht, laat staan dat haar om advies gevraagd is. Met de benoeming van de interim directeur werd [betrokkene] feitelijk uit zijn functie als algemeen directeur gezet. 5.11.2. Bij brief van 26 juni 2024 heeft de interim-directeur vervolgens aan de gehele organisatie van Potatonext meegedeeld dat hij was benoemd tot nieuwe algemeen directeur en dat de komende periode zou worden gekeken naar “ de samenstelling van de directieportefeuilles ”. In een e-mail van 18 juli 2024 schrijft de interim-directeur aan enkele medewerkers van Potatonext dat [appellante] niet meer terugkeert in haar functie bij Potatonext: “ Ik begreep dat (…) [appellante] onderdeel is van jullie bestuur en een technische commissie. Wellicht goed om elkaar daarover te spreken daar (…) [appellante] en (…) [betrokkene] niet meer terugkeren bij PN”. [appellante] is vooraf niet op de hoogte gebracht van de verzending van dat bericht. 5.11.3. Nu er feitelijk een interim-bestuurder boven de zittende directie werd geplaatst (en niet ernaast), leek ook [appellante] – zonder enige toelichting – uit haar directiefunctie te zijn gezet, althans daarin beperkt. Potatonext is al met al naar aanleiding van het onderzoeksrapport vrijwel direct, zonder nader onderzoek te doen, zonder [appellante] de gelegenheid te bieden zich tegen de inhoud en aanbevelingen van het onderzoeksrapport te verweren en zonder haar te horen over de voorgenomen maatregelen, overgegaan tot zeer ingrijpende maatregelen. (v) Potatonext heeft geen initiatief genomen om de relatie met [appellante] te herstellen of haar gedrag te laten verbeteren. 5.12.
Volledig
Ten slotte is het hof van oordeel dat Potatonext onvoldoende heeft onderbouwd dat zij [appellante] voorafgaand aan het onderzoek door Hoek Consultants daadwerkelijk op haar gedrag heeft aangesproken en – in het verlengde daarvan – [appellante] in de gelegenheid heeft gesteld om haar gedrag te verbeteren. 5.12.1. De gestelde pogingen van de RvC om [appellante] tijdig ‘bij te sturen’, zoals beschreven in de overgelegde verklaringen van de RvC bij het verweerschrift in hoger beroep (prod. 1 en 2), zijn van onvoldoende gewicht; het hof verwijst ook naar hetgeen hiervoor is overwogen in rov. 5.10. Uit de verklaringen van de RvC volgt veeleer dat binnen de nieuwe organisatie een juiste samenwerkingsvorm moest worden gevonden tussen de coöperatie (met een belangrijke stem voor de leden) en de nieuwe directie – inspraak van de leden was een nieuw fenomeen –, en het soepel laten verlopen van het fusieproces. In november 2024 is in samenwerking met [appellante] en de RvC nog een document opgesteld over normen en waarden. En ook al waren er soms stevige en stroeve gesprekken tussen de RvC en de directie, waaronder [appellante]; deze gesprekken zijn kennelijk goed genoeg verlopen, en [appellante] is niet concreet en individueel aangesproken op haar gedrag en leiderschapsstijl. 5.12.2. Ook na het onderzoek door Hoek Consultants heeft Potatonext aan [appellante] geen gelegenheid geboden om haar gedrag aan te passen. Potatonext heeft immers slechts negen dagen nadat het onderzoeksrapport van Hoek Consultants was uitgebracht het voornemen richting de ondernemingsraad geuit om de directie te vervangen met (in ieder geval) een interim-directeur. Na haar ziekmelding had Potatonext op enig moment in gesprek met [appellante] kunnen gaan, eventueel onder leiding van een mediator; enige poging tot herstel van de verhoudingen van de kant van Potatonext heeft nooit plaatsgehad. Tussenconclusie: ernstige verwijtbaarheid van Potatonext 5.13. Het hof komt op basis van het voorgaande, in onderling verband en samenhang, tot het oordeel dat de handelwijze van Potatonext tegenover [appellante] als werknemer ernstig verwijtbaar is. Potatonext heeft op meerdere momenten uiterst onzorgvuldig gehandeld, op verschillende momenten het basisbeginsel van hoor en wederhoor geschonden en [appellante] niet de gelegenheid geboden naar aanleiding van de geuite kritiek het gesprek met Potatonext aan te gaan en de samenwerking (inclusief haar eigen gedrag en/of aandeel) te verbeteren. De verstoorde arbeidsverhouding – en daarmee de ontbinding van de arbeidsovereenkomst - tussen partijen is voor het overgrote deel het gevolg van de handelwijze van Potatonext. Billijke vergoeding 5.14. Het ernstig verwijtbaar handelen van Potatonext rechtvaardigt de toekenning van een billijke vergoeding aan [appellante]. Bij de begroting van de billijke vergoeding gaat het erom dat de werknemer wordt gecompenseerd voor het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. De rechter kan hierbij rekening houden met de gevolgen van het ontslag voor zover deze zijn toe te rekenen aan het aan de werkgever van het ontslag te maken verwijt. De Hoge Raad heeft in dat verband een niet-limitatieve lijst van gezichtspunten geformuleerd voor de begroting van de billijke vergoeding. Het uitgangspunt is dat de rechter de billijke vergoeding moet bepalen op een wijze die, en op het niveau dat, aansluit bij, de uitzonderlijke omstandigheden van het geval. De billijke vergoeding heeft geen specifiek punitief karakter. Het gaat er uiteindelijk om dat de werknemer wordt gecompenseerd voor het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. 5.14.1. [appellante] heeft verzocht om toekenning van een billijke vergoeding ter hoogte van een gewogen jaarsalaris, althans om een vergoeding zoals die aan [betrokkene] is toegekend (vier maandsalarissen). Door de gang van zaken is er een knik gekomen in haar carrière. [appellante] voert aan dat zij tijd nodig zal hebben om een nieuwe baan met een vergelijkbaar salaris te vinden. Voorts betoogt zij dat zij immateriële schade heeft geleden – zonder hieraan overigens een bedrag te verbinden – door de onterechte beschuldigingen die Potatonext jegens haar heeft geuit en voert zij aan pensioenschade te hebben geleden. 5.14.2. Als onweersproken staat vast dat [appellante] is gevraagd om mede de directie te voeren over drie samengevoegde bedrijven in 2023 met als perspectief om de arbeidsrelatie op lange termijn voort te zetten. Het hof stelt vast dat [appellante] een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd had. [appellante] had reeds een lange en succesvolle carrière bij (een van de fusiepartners van) Potatonext. Door het ernstig verwijtbaar handelen van Potatonext is aan [appellante] de mogelijkheid ontnomen om zich verder te ontwikkelen in haar functie van directielid, wat voor haar een aanzienlijke carrièresprong inhield. Onder een deel van de medewerkers was onvrede over de wijze van leidinggeven door – onder meer – [appellante]. Of een eventueel in te zetten verbetertraject succesvol zou zijn geweest en [appellante] vervolgens nog jaren in een directiefunctie bij Potatonext zou zijn aangebleven staat niet vast en zou mede hebben afgehangen van de houding, mogelijkheden en inzet van [appellante]. 5.14.3. Gebleken is dat [appellante] sinds november 2025 een arbeidsovereenkomst heeft voor bepaalde tijd in de functie van interim directeur. Daaraan voorafgaand heeft [appellante] vanaf maart 2025 enkele maanden 2 à 3 dagen per week als zelfstandige gewerkt. Het hof gaat ervan uit dat [appellante] in staat is om binnen afzienbare termijn een vaste aanstelling met vergelijkbare arbeidsvoorwaarden te vinden. [appellante] beschikt immers over een behoorlijke hoeveelheid werkervaring, een goed netwerk en is niet (meer) gebonden aan een concurrentiebeding. Ten slotte heeft [appellante] onweersproken aangevoerd dat zij pensioenschade lijdt; Potatonext betaalde op maandbasis een bijdrage van circa € 225,- plus circa € 860,- voor aanvullend pensioen bij Centraal Beheer als pensioenpremie. [appellante] betaalde geen eigen bijdrage voor deze pensioenvoorziening. 5.14.4. Al deze omstandigheden in aanmerking nemende, acht het hof een billijke vergoeding van € 80.000 bruto passend. De wettelijke rente over de billijke vergoeding wordt toegewezen vanaf veertien dagen na dagtekening van deze beschikking. 5.15. Het hof heeft Potatonext tijdens de mondelinge behandeling in de gelegenheid gesteld, indien het hof aan [appellante] een billijke vergoeding toekent, om het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst in te trekken (conform artikel 7:686a lid 6 BW). Potatonext heeft het hof desgevraagd meegedeeld hiervan geen gebruik te willen maken. Grief 2 5.16. De kantonrechter heeft bij het einde van de arbeidsovereenkomst ten onrechte de proceduretijd in mindering gebracht op de ontbindingsdatum en geen rekening gehouden met de opzegtermijn van twee maanden. De proceduretijd strekt niet in mindering op de opzegtermijn, nu sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van Potatonext (artikel 7:671b lid 9 onder a BW). Grief 2 slaagt; het hof zal bepalen dat de einddatum van de arbeidsovereenkomst 1 juni 2025 is met bepaling dat Potatonext gehouden is om het salaris, vakantietoeslag en vakantiedagen, alsmede overige emolumenten door te betalen aan [appellante] tot aan 1 juni 2025. Grief 3 en vermeerdering verzoek 5.17. Niet in geschil is dat het salaris van [appellante] per 1 mei 2024 met terugwerkende kracht vanaf 1 oktober 2023 is verhoogd naar € 9.518,- bruto per maand. Dat dit een besluit is geweest van [betrokkene], doet hieraan niet af, zoals Potatonext lijkt te betogen. Evenmin volgt het hof Potatonext in haar stelling (nr. 33 van de spreekaantekeningen in eerste aanleg) dat zou zijn afgesproken dat bij deze salarisaanpassing de bonus zou komen te vervallen en daarvoor in ruil een 13e maand werd toegekend. Dit heeft Potatonext niet nader onderbouwd en blijkt ook overigens nergens uit. 5.17.1.
Volledig
Ten slotte is het hof van oordeel dat Potatonext onvoldoende heeft onderbouwd dat zij [appellante] voorafgaand aan het onderzoek door Hoek Consultants daadwerkelijk op haar gedrag heeft aangesproken en – in het verlengde daarvan – [appellante] in de gelegenheid heeft gesteld om haar gedrag te verbeteren. 5.12.1. De gestelde pogingen van de RvC om [appellante] tijdig ‘bij te sturen’, zoals beschreven in de overgelegde verklaringen van de RvC bij het verweerschrift in hoger beroep (prod. 1 en 2), zijn van onvoldoende gewicht; het hof verwijst ook naar hetgeen hiervoor is overwogen in rov. 5.10. Uit de verklaringen van de RvC volgt veeleer dat binnen de nieuwe organisatie een juiste samenwerkingsvorm moest worden gevonden tussen de coöperatie (met een belangrijke stem voor de leden) en de nieuwe directie – inspraak van de leden was een nieuw fenomeen –, en het soepel laten verlopen van het fusieproces. In november 2024 is in samenwerking met [appellante] en de RvC nog een document opgesteld over normen en waarden. En ook al waren er soms stevige en stroeve gesprekken tussen de RvC en de directie, waaronder [appellante]; deze gesprekken zijn kennelijk goed genoeg verlopen, en [appellante] is niet concreet en individueel aangesproken op haar gedrag en leiderschapsstijl. 5.12.2. Ook na het onderzoek door Hoek Consultants heeft Potatonext aan [appellante] geen gelegenheid geboden om haar gedrag aan te passen. Potatonext heeft immers slechts negen dagen nadat het onderzoeksrapport van Hoek Consultants was uitgebracht het voornemen richting de ondernemingsraad geuit om de directie te vervangen met (in ieder geval) een interim-directeur. Na haar ziekmelding had Potatonext op enig moment in gesprek met [appellante] kunnen gaan, eventueel onder leiding van een mediator; enige poging tot herstel van de verhoudingen van de kant van Potatonext heeft nooit plaatsgehad. Tussenconclusie: ernstige verwijtbaarheid van Potatonext 5.13. Het hof komt op basis van het voorgaande, in onderling verband en samenhang, tot het oordeel dat de handelwijze van Potatonext tegenover [appellante] als werknemer ernstig verwijtbaar is. Potatonext heeft op meerdere momenten uiterst onzorgvuldig gehandeld, op verschillende momenten het basisbeginsel van hoor en wederhoor geschonden en [appellante] niet de gelegenheid geboden naar aanleiding van de geuite kritiek het gesprek met Potatonext aan te gaan en de samenwerking (inclusief haar eigen gedrag en/of aandeel) te verbeteren. De verstoorde arbeidsverhouding – en daarmee de ontbinding van de arbeidsovereenkomst - tussen partijen is voor het overgrote deel het gevolg van de handelwijze van Potatonext. Billijke vergoeding 5.14. Het ernstig verwijtbaar handelen van Potatonext rechtvaardigt de toekenning van een billijke vergoeding aan [appellante]. Bij de begroting van de billijke vergoeding gaat het erom dat de werknemer wordt gecompenseerd voor het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. De rechter kan hierbij rekening houden met de gevolgen van het ontslag voor zover deze zijn toe te rekenen aan het aan de werkgever van het ontslag te maken verwijt. De Hoge Raad heeft in dat verband een niet-limitatieve lijst van gezichtspunten geformuleerd voor de begroting van de billijke vergoeding. Het uitgangspunt is dat de rechter de billijke vergoeding moet bepalen op een wijze die, en op het niveau dat, aansluit bij, de uitzonderlijke omstandigheden van het geval. De billijke vergoeding heeft geen specifiek punitief karakter. Het gaat er uiteindelijk om dat de werknemer wordt gecompenseerd voor het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. 5.14.1. [appellante] heeft verzocht om toekenning van een billijke vergoeding ter hoogte van een gewogen jaarsalaris, althans om een vergoeding zoals die aan [betrokkene] is toegekend (vier maandsalarissen). Door de gang van zaken is er een knik gekomen in haar carrière. [appellante] voert aan dat zij tijd nodig zal hebben om een nieuwe baan met een vergelijkbaar salaris te vinden. Voorts betoogt zij dat zij immateriële schade heeft geleden – zonder hieraan overigens een bedrag te verbinden – door de onterechte beschuldigingen die Potatonext jegens haar heeft geuit en voert zij aan pensioenschade te hebben geleden. 5.14.2. Als onweersproken staat vast dat [appellante] is gevraagd om mede de directie te voeren over drie samengevoegde bedrijven in 2023 met als perspectief om de arbeidsrelatie op lange termijn voort te zetten. Het hof stelt vast dat [appellante] een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd had. [appellante] had reeds een lange en succesvolle carrière bij (een van de fusiepartners van) Potatonext. Door het ernstig verwijtbaar handelen van Potatonext is aan [appellante] de mogelijkheid ontnomen om zich verder te ontwikkelen in haar functie van directielid, wat voor haar een aanzienlijke carrièresprong inhield. Onder een deel van de medewerkers was onvrede over de wijze van leidinggeven door – onder meer – [appellante]. Of een eventueel in te zetten verbetertraject succesvol zou zijn geweest en [appellante] vervolgens nog jaren in een directiefunctie bij Potatonext zou zijn aangebleven staat niet vast en zou mede hebben afgehangen van de houding, mogelijkheden en inzet van [appellante]. 5.14.3. Gebleken is dat [appellante] sinds november 2025 een arbeidsovereenkomst heeft voor bepaalde tijd in de functie van interim directeur. Daaraan voorafgaand heeft [appellante] vanaf maart 2025 enkele maanden 2 à 3 dagen per week als zelfstandige gewerkt. Het hof gaat ervan uit dat [appellante] in staat is om binnen afzienbare termijn een vaste aanstelling met vergelijkbare arbeidsvoorwaarden te vinden. [appellante] beschikt immers over een behoorlijke hoeveelheid werkervaring, een goed netwerk en is niet (meer) gebonden aan een concurrentiebeding. Ten slotte heeft [appellante] onweersproken aangevoerd dat zij pensioenschade lijdt; Potatonext betaalde op maandbasis een bijdrage van circa € 225,- plus circa € 860,- voor aanvullend pensioen bij Centraal Beheer als pensioenpremie. [appellante] betaalde geen eigen bijdrage voor deze pensioenvoorziening. 5.14.4. Al deze omstandigheden in aanmerking nemende, acht het hof een billijke vergoeding van € 80.000 bruto passend. De wettelijke rente over de billijke vergoeding wordt toegewezen vanaf veertien dagen na dagtekening van deze beschikking. 5.15. Het hof heeft Potatonext tijdens de mondelinge behandeling in de gelegenheid gesteld, indien het hof aan [appellante] een billijke vergoeding toekent, om het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst in te trekken (conform artikel 7:686a lid 6 BW). Potatonext heeft het hof desgevraagd meegedeeld hiervan geen gebruik te willen maken. Grief 2 5.16. De kantonrechter heeft bij het einde van de arbeidsovereenkomst ten onrechte de proceduretijd in mindering gebracht op de ontbindingsdatum en geen rekening gehouden met de opzegtermijn van twee maanden. De proceduretijd strekt niet in mindering op de opzegtermijn, nu sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van Potatonext (artikel 7:671b lid 9 onder a BW). Grief 2 slaagt; het hof zal bepalen dat de einddatum van de arbeidsovereenkomst 1 juni 2025 is met bepaling dat Potatonext gehouden is om het salaris, vakantietoeslag en vakantiedagen, alsmede overige emolumenten door te betalen aan [appellante] tot aan 1 juni 2025. Grief 3 en vermeerdering verzoek 5.17. Niet in geschil is dat het salaris van [appellante] per 1 mei 2024 met terugwerkende kracht vanaf 1 oktober 2023 is verhoogd naar € 9.518,- bruto per maand. Dat dit een besluit is geweest van [betrokkene], doet hieraan niet af, zoals Potatonext lijkt te betogen. Evenmin volgt het hof Potatonext in haar stelling (nr. 33 van de spreekaantekeningen in eerste aanleg) dat zou zijn afgesproken dat bij deze salarisaanpassing de bonus zou komen te vervallen en daarvoor in ruil een 13e maand werd toegekend. Dit heeft Potatonext niet nader onderbouwd en blijkt ook overigens nergens uit. 5.17.1.
Volledig
[appellante] heeft verzocht om (1) uitbetaling van een bedrag van € 9.700,- aan bonus over het boekjaar 2023-2024 dat tot 1 augustus 2024 liep, en (2) een pro rata berekende bonus over het boekjaar 2024 vanaf 1 augustus 2024 tot aan de einddatum van 1 juni 2025. Zij heeft aangevoerd dat zij in alle jaren dat zij werkzaam is – vanaf 2005 – altijd een bonus heeft ontvangen en Potatonext is uit hoofde van goed werkgeverschap gehouden om deze bonus aan haar te betalen. 5.17.2. Het hof volgt [appellante] in haar standpunt. Onweersproken staat vast dat [appellante] over de afgelopen jaren bij Leo de Kock B.V. steeds een bonus heeft ontvangen: over 2021 ontving [appellante] een (netto) bonus ad € 3.218, over 2022 een bedrag ad € 3.970 (netto) en over 2023 een bedrag ad € 4.850 (netto). Potatonext heeft verder de berekening van het gevraagde bonusbedrag niet gemotiveerd betwist, en zij zal dan ook worden veroordeeld tot betaling van de bonus over het jaar 2023-2024 van € 9.700,-. 5.17.3. Daarnaast wordt Potatonext veroordeeld om aan [appellante] met ingang van 1 augustus 2024 het bruto maandsalaris inclusief bonus te voldoen van € 11.741,06 bruto. [appellante] heeft toegelicht dat indien de nettobedragen worden gebruteerd, zij gemiddeld per maand een bedrag ad € 668,77 bruto aan bonus heeft ontvangen. De nettobedragen zijn in een rekensom verdubbeld om tot een brutobedrag te komen. Om die reden komt [appellante] per 1 augustus 2024 op een totaal bruto maandsalaris van € 11.741,06 (namelijk het gewogen bruto maandsalaris van € 9.518,- maal 1,1633 (8,33 % vakantietoeslag en 8% dertiende maand) plus een bedrag aan bonus van € 668,77. Ook deze berekening en toelichting is door Potatonext niet gemotiveerd weersproken. 5.17.4. De door [appellante] gevraagde indexatie van het salaris van 3% met ingang van 1 januari 2025 wijst het hof eveneens toe; dit komt op een bruto maandsalaris van € 11.741,06 x 1,03 = € 12.093,29. Vast staat dat Potatonext ook tegenover [betrokkene] deze indexatie heeft toegepast – conform het vonnis in de zaak [betrokkene] en niet bij wijze van minnelijke regeling, zoals zij nog heeft gesuggereerd – en het hof ziet niet in op welke gronden [appellante] geen indexatie zou toekomen. Potatonext heeft daartoe in ieder geval geen overtuigend standpunt aangedragen. Het hof zal Potatonext dan ook veroordelen tot betaling van de transitievergoeding op basis van een bruto maandsalaris van € 12.093,29. Conclusie en proceskosten 5.18. De uitkomst is dat het hoger beroep van [appellante] grotendeels slaagt en dat de bestreden beschikking zal worden vernietigd, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen. Het hof zal alsnog een billijke vergoeding toekennen van € 80.000 bruto, de einddatum van de arbeidsovereenkomst bepalen op 1 juni 2025, het maandsalaris tot 1 januari 2025 vaststellen op € 11.741,06 bruto en per 1 januari 2025 op € 12.093,29 bruto (inclusief indexatie), en Potatonext veroordelen tot betaling van de gevraagde bonus van € 9.700 aan [appellante] en de transitievergoeding op basis van het geïndexeerde salaris van € 12.093,29. De bestreden beschikking zal, voor zover aan het hof voorgelegd, voor het overige worden bekrachtigd. 5.19. Het bewijsaanbod van Potatonext wordt verworpen, omdat het onvoldoende specifiek is; Potatonext heeft onvoldoende duidelijk gemaakt welke concrete, en ter zake dienende, stellingen zij zou willen bewijzen. Het hof zal Potatonext als de in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de proceskosten van het hoger beroep en in de kosten van de procedure bij de kantonrechter. De kosten zullen worden berekend volgens het gebruikelijke liquidatietarief. 5.20. De proceskosten bij de kantonrechter aan de zijde van [appellante] worden begroot op € 814,- aan salaris advocaat. 5.21. De proceskosten in het hoger beroep aan de zijde van [appellante] worden begroot op: griffierecht € 362,- salaris advocaat € 2.580,- (2 punten × tarief II) nakosten € 178,- (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 3.120,- 6 Beslissing Het hof: 6.1. vernietigt de bestreden beschikking voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen; en opnieuw rechtdoende : 6.2. bepaalt de einddatum van de arbeidsovereenkomst op 1 juni 2025, met bepaling dat Potatonext gehouden is om het salaris, vakantietoeslag en vakantiedagen, alsmede overige emolumenten door te betalen aan [appellante] tot aan 1 juni 2025, en met dien verstande dat het maandsalaris tot 1 januari 2025 € 11.741,06 bruto bedraagt, en per 1 januari 2025 een bedrag van € 12.093,29 bruto; 6.3. veroordeelt Potatonext om aan [appellante] te betalen een billijke vergoeding van € 80.000 bruto, vermeerderd met de wettelijke rente indien Potatonext dit bedrag niet binnen veertien dagen na deze beschikking heeft betaald; 6.4. veroordeelt Potatonext om aan [appellante], onder aftrek van hetgeen Potatonext terzake reeds heeft betaald, een transitievergoeding te betalen op basis van een maandsalaris van € 12.093,29 bruto, vermeerderd met de wettelijke rente indien Potatonext dit bedrag niet binnen veertien dagen na deze beschikking heeft betaald; 6.5. veroordeelt Potatonext om aan [appellante] de bonus over het boekjaar 2023-2024 uit te betalen van € 9.700 bruto; 6.6. veroordeelt Potatonext in de kosten van de procedure in eerste aanleg aan de zijde van [appellante] begroot op € 814,-; 6.7. bekrachtigt de bestreden beschikking voor het overige; 6.8. veroordeelt Potatonext in de kosten van de procedure in het hoger beroep, aan de zijde van [appellante] begroot op € 3.120,-; 6.9. bepaalt dat als Potatonext niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en deze beschikking vervolgens wordt betekend, Potatonext de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 92,-; 6.10. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad; 6.11. wijst af wat in hoger beroep meer of anders is gevraagd. Deze beschikking is gegeven door mrs. M.J. van Cleef-Metsaars, E.I. Mentink en M.B. Kerkhof en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 april 2026 in aanwezigheid van de griffier. HR 30 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1187 (New Hairstyle), HR 8 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:878 (Zinzia) en HR 30 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2218 (Service Now).
Volledig
[appellante] heeft verzocht om (1) uitbetaling van een bedrag van € 9.700,- aan bonus over het boekjaar 2023-2024 dat tot 1 augustus 2024 liep, en (2) een pro rata berekende bonus over het boekjaar 2024 vanaf 1 augustus 2024 tot aan de einddatum van 1 juni 2025. Zij heeft aangevoerd dat zij in alle jaren dat zij werkzaam is – vanaf 2005 – altijd een bonus heeft ontvangen en Potatonext is uit hoofde van goed werkgeverschap gehouden om deze bonus aan haar te betalen. 5.17.2. Het hof volgt [appellante] in haar standpunt. Onweersproken staat vast dat [appellante] over de afgelopen jaren bij Leo de Kock B.V. steeds een bonus heeft ontvangen: over 2021 ontving [appellante] een (netto) bonus ad € 3.218, over 2022 een bedrag ad € 3.970 (netto) en over 2023 een bedrag ad € 4.850 (netto). Potatonext heeft verder de berekening van het gevraagde bonusbedrag niet gemotiveerd betwist, en zij zal dan ook worden veroordeeld tot betaling van de bonus over het jaar 2023-2024 van € 9.700,-. 5.17.3. Daarnaast wordt Potatonext veroordeeld om aan [appellante] met ingang van 1 augustus 2024 het bruto maandsalaris inclusief bonus te voldoen van € 11.741,06 bruto. [appellante] heeft toegelicht dat indien de nettobedragen worden gebruteerd, zij gemiddeld per maand een bedrag ad € 668,77 bruto aan bonus heeft ontvangen. De nettobedragen zijn in een rekensom verdubbeld om tot een brutobedrag te komen. Om die reden komt [appellante] per 1 augustus 2024 op een totaal bruto maandsalaris van € 11.741,06 (namelijk het gewogen bruto maandsalaris van € 9.518,- maal 1,1633 (8,33 % vakantietoeslag en 8% dertiende maand) plus een bedrag aan bonus van € 668,77. Ook deze berekening en toelichting is door Potatonext niet gemotiveerd weersproken. 5.17.4. De door [appellante] gevraagde indexatie van het salaris van 3% met ingang van 1 januari 2025 wijst het hof eveneens toe; dit komt op een bruto maandsalaris van € 11.741,06 x 1,03 = € 12.093,29. Vast staat dat Potatonext ook tegenover [betrokkene] deze indexatie heeft toegepast – conform het vonnis in de zaak [betrokkene] en niet bij wijze van minnelijke regeling, zoals zij nog heeft gesuggereerd – en het hof ziet niet in op welke gronden [appellante] geen indexatie zou toekomen. Potatonext heeft daartoe in ieder geval geen overtuigend standpunt aangedragen. Het hof zal Potatonext dan ook veroordelen tot betaling van de transitievergoeding op basis van een bruto maandsalaris van € 12.093,29. Conclusie en proceskosten 5.18. De uitkomst is dat het hoger beroep van [appellante] grotendeels slaagt en dat de bestreden beschikking zal worden vernietigd, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen. Het hof zal alsnog een billijke vergoeding toekennen van € 80.000 bruto, de einddatum van de arbeidsovereenkomst bepalen op 1 juni 2025, het maandsalaris tot 1 januari 2025 vaststellen op € 11.741,06 bruto en per 1 januari 2025 op € 12.093,29 bruto (inclusief indexatie), en Potatonext veroordelen tot betaling van de gevraagde bonus van € 9.700 aan [appellante] en de transitievergoeding op basis van het geïndexeerde salaris van € 12.093,29. De bestreden beschikking zal, voor zover aan het hof voorgelegd, voor het overige worden bekrachtigd. 5.19. Het bewijsaanbod van Potatonext wordt verworpen, omdat het onvoldoende specifiek is; Potatonext heeft onvoldoende duidelijk gemaakt welke concrete, en ter zake dienende, stellingen zij zou willen bewijzen. Het hof zal Potatonext als de in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de proceskosten van het hoger beroep en in de kosten van de procedure bij de kantonrechter. De kosten zullen worden berekend volgens het gebruikelijke liquidatietarief. 5.20. De proceskosten bij de kantonrechter aan de zijde van [appellante] worden begroot op € 814,- aan salaris advocaat. 5.21. De proceskosten in het hoger beroep aan de zijde van [appellante] worden begroot op: griffierecht € 362,- salaris advocaat € 2.580,- (2 punten × tarief II) nakosten € 178,- (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 3.120,- 6 Beslissing Het hof: 6.1. vernietigt de bestreden beschikking voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen; en opnieuw rechtdoende : 6.2. bepaalt de einddatum van de arbeidsovereenkomst op 1 juni 2025, met bepaling dat Potatonext gehouden is om het salaris, vakantietoeslag en vakantiedagen, alsmede overige emolumenten door te betalen aan [appellante] tot aan 1 juni 2025, en met dien verstande dat het maandsalaris tot 1 januari 2025 € 11.741,06 bruto bedraagt, en per 1 januari 2025 een bedrag van € 12.093,29 bruto; 6.3. veroordeelt Potatonext om aan [appellante] te betalen een billijke vergoeding van € 80.000 bruto, vermeerderd met de wettelijke rente indien Potatonext dit bedrag niet binnen veertien dagen na deze beschikking heeft betaald; 6.4. veroordeelt Potatonext om aan [appellante], onder aftrek van hetgeen Potatonext terzake reeds heeft betaald, een transitievergoeding te betalen op basis van een maandsalaris van € 12.093,29 bruto, vermeerderd met de wettelijke rente indien Potatonext dit bedrag niet binnen veertien dagen na deze beschikking heeft betaald; 6.5. veroordeelt Potatonext om aan [appellante] de bonus over het boekjaar 2023-2024 uit te betalen van € 9.700 bruto; 6.6. veroordeelt Potatonext in de kosten van de procedure in eerste aanleg aan de zijde van [appellante] begroot op € 814,-; 6.7. bekrachtigt de bestreden beschikking voor het overige; 6.8. veroordeelt Potatonext in de kosten van de procedure in het hoger beroep, aan de zijde van [appellante] begroot op € 3.120,-; 6.9. bepaalt dat als Potatonext niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en deze beschikking vervolgens wordt betekend, Potatonext de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 92,-; 6.10. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad; 6.11. wijst af wat in hoger beroep meer of anders is gevraagd. Deze beschikking is gegeven door mrs. M.J. van Cleef-Metsaars, E.I. Mentink en M.B. Kerkhof en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 april 2026 in aanwezigheid van de griffier. HR 30 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1187 (New Hairstyle), HR 8 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:878 (Zinzia) en HR 30 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2218 (Service Now).