Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag
2026-04-13
ECLI:NL:GHDHA:2026:574
Strafrecht
Hoger beroep
4,093 tokens
Volledig
ECLI:NL:GHDHA:2026:574 text/xml public 2026-05-01T13:08:47 2026-04-14 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Den Haag 2026-04-13 22-001468-24 Uitspraak Hoger beroep NL Den Haag Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:574 text/html public 2026-05-01T13:06:12 2026-05-01 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHDHA:2026:574 Gerechtshof Den Haag , 13-04-2026 / 22-001468-24 "Cyberkamer. Witwassen van zeer grote geldbedragen door het bouwen van een opslagplaats ('stashruimte'). Encrochat-verweren. Hof stelt vast dat rechter-commissaris in afwijking van bekendgemaakt kader verzoek tot gebruik van 26Lemont-dataset heeft beoordeeld en goedgekeurd en daarbij niet de maatstaf van proportionaliteit en subsidiariteit op juiste wijze heeft toegepast. Het geschonden belang betreft het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer dat aan de orde is bij het onderzoek aan grote gegevensverzamelingen waarin de persoonsgegevens zijn opgenomen van onder meer personen tegen wie op het moment van het vergaren van die gegevens (nog) niet een vermoeden van betrokkenheid bij een strafbaar feit bestaat en wellicht ook nimmer zal ontstaan. Beoordeling van het criterium dat bij het bepalen van de ernst van het vormverzuim mede betekenis dient te worden toegekend aan het verwijt dat aan politie en justitie kan worden gemaakt en aan de omstandigheid dat een vormverzuim zich bij herhaling blijkt voor te doen, maar ook aan de omstandigheid dat door politie en justitie al maatregelen zijn getroffen om (verdere) herhaling tegen te gaan. Het hof volstaat met de constatering van het verzuim. Uit de chatberichten van ver na de vermoedelijke bouwdatum van de stashruimte kan niet de wetenschap voorafgaand aan of tijdens het bouwen van de stashruimte worden afgeleid. Het dossier bevat bovendien enkele contra-indicaties voor de aanwezigheid van bedoelde wetenschap van verdachte ten tijde van het bouwen van de verborgen ruimte. Vrijspraak." Rolnummer: 22-001468-24 Parketnummer: 09-044372-22 Datum uitspraak: 13 april 2026 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Den Haag gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 19 april 2024 in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedatum] 1983, adres: [adres] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht. Procesgang In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken, waarvan 1 week voorwaardelijk met een proeftijd van 1 jaar. Voorts is beslist op de vordering van de benadeelde partij, zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep. Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: 1. hij op of omstreeks 13 mei 2020, te Zoetermeer, althans in Nederland, (van) een geldbedrag van in totaal 1458,85 euro, althans een of meer voorwerpen - de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel - heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat /die voorwerp(en) was/waren, en/of - heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden had(den) en/of - heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of - gebruik heeft gemaakt terwijl hij, verdachte, wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf; 2. hij op of omstreeks 13 mei 2020, te Kollum, gemeente Noardeast-Fryslân, althans in Nederland (van) een geldbedrag van in totaal 924 euro, althans een of meer voorwerpen - de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel - heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat /die voorwerp(en) was/waren, en/of - heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden had(den) en/of - heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of - gebruik heeft gemaakt terwijl hij, verdachte, wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf; 3. hij op of omstreeks 13 mei 2020, te Kruisland, gemeente Steenbergen, althans in Nederland (van) een een geldbedrag van in totaal 4939,96 euro, althans een of meer voorwerpen - de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel - heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat /die voorwerp(en) was/waren, en/of - heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden had(den) en/of - heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of - gebruik heeft gemaakt terwijl hij, verdachte, wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf; Vordering van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd. Het vonnis waarvan beroep De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het hof niet gebracht tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van de eerste rechter, met dien verstande dat het hof in het vonnis waarvan beroep de hierna te vermelden aanvullingen aanbrengt. Aanvulling van de bewijsoverweging Net als in eerste aanleg, is door de raadsman in hoger beroep primair aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat het de verdachte was die de ten laste gelegde feiten heeft begaan. De verdachte heeft verklaard dat zijn bankrekening, pasje en pincode buiten zijn weten om door een ander zijn misbruikt om de geldbedragen wit te wassen. De verdachte was op het moment van kasopname in Amsterdam en er zijn geen camerabeelden waaruit blijkt dat dit anders was. Wegens gebrek aan voldoende bewijs, dient de verdachte volgens de raadsman te worden vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten. Het hof overweegt hieromtrent als volgt. Op basis van het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep gaat het hof uit van de volgende feiten en omstandigheden. Naar aanleiding van WhatsApp-berichtjes die de aangevers ontvingen van – door hen verondersteld – ‘hun kinderen’, maakten zij de tenlastegelegde bedragen over naar een bankrekeningnummer dat aan de verdachte toebehoorde. Vrijwel direct nadat de betreffende bedragen naar dit rekeningnummer waren overgemaakt, werden bedragen (van soortgelijke grootte) van de rekening opgenomen bij een pinautomaat in Den Haag. Uit de in het dossier opgenomen bankafschriften en de tijdsgegevens over de geldopnames blijkt dat er steeds slechts luttele minuten zaten tussen de storting van het geld op de rekening van de verdachte en de geldopname bij de geldautomaat. Gelet op deze korte intervallen tussen het moment van storten en het moment van geldopname, moet degene die gepind heeft, hebben geweten dat er kort tevoren niet alleen bedragen op die rekening gestort waren maar ook op de hoogte zijn geweest van de grootte van de bedragen die vervolgens werden opgenomen en daarmee dus exacte beschikking over/inzicht in de ‘real time’ bankrekeninggegevens hebben gehad. Het beschikken over de pinpas van de verdachte is daarvoor niet voldoende. De bedragen zijn voorts opgenomen met de pinpas en de pincode van de verdachte. Gelet op het voorgaande, blijkt dat de verdachte in ieder geval beschikking heeft gehad over het geld – ook al was dat steeds heel kort – en dat het de verdachte is die de bedragen vervolgens heeft opgenomen. De verdachte heeft immers zelf verklaard dat alleen hij en zijn ex-vrouw beschikten over zijn pincode.
Volledig
ECLI:NL:GHDHA:2026:574 text/xml public 2026-05-01T13:08:47 2026-04-14 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Den Haag 2026-04-13 22-001468-24 Uitspraak Hoger beroep NL Den Haag Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2026:574 text/html public 2026-05-01T13:06:12 2026-05-01 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHDHA:2026:574 Gerechtshof Den Haag , 13-04-2026 / 22-001468-24 "Cyberkamer. Witwassen van zeer grote geldbedragen door het bouwen van een opslagplaats ('stashruimte'). Encrochat-verweren. Hof stelt vast dat rechter-commissaris in afwijking van bekendgemaakt kader verzoek tot gebruik van 26Lemont-dataset heeft beoordeeld en goedgekeurd en daarbij niet de maatstaf van proportionaliteit en subsidiariteit op juiste wijze heeft toegepast. Het geschonden belang betreft het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer dat aan de orde is bij het onderzoek aan grote gegevensverzamelingen waarin de persoonsgegevens zijn opgenomen van onder meer personen tegen wie op het moment van het vergaren van die gegevens (nog) niet een vermoeden van betrokkenheid bij een strafbaar feit bestaat en wellicht ook nimmer zal ontstaan. Beoordeling van het criterium dat bij het bepalen van de ernst van het vormverzuim mede betekenis dient te worden toegekend aan het verwijt dat aan politie en justitie kan worden gemaakt en aan de omstandigheid dat een vormverzuim zich bij herhaling blijkt voor te doen, maar ook aan de omstandigheid dat door politie en justitie al maatregelen zijn getroffen om (verdere) herhaling tegen te gaan. Het hof volstaat met de constatering van het verzuim. Uit de chatberichten van ver na de vermoedelijke bouwdatum van de stashruimte kan niet de wetenschap voorafgaand aan of tijdens het bouwen van de stashruimte worden afgeleid. Het dossier bevat bovendien enkele contra-indicaties voor de aanwezigheid van bedoelde wetenschap van verdachte ten tijde van het bouwen van de verborgen ruimte. Vrijspraak." Rolnummer: 22-001468-24 Parketnummer: 09-044372-22 Datum uitspraak: 13 april 2026 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Den Haag gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 19 april 2024 in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedatum] 1983, adres: [adres] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht. Procesgang In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken, waarvan 1 week voorwaardelijk met een proeftijd van 1 jaar. Voorts is beslist op de vordering van de benadeelde partij, zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep. Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: 1. hij op of omstreeks 13 mei 2020, te Zoetermeer, althans in Nederland, (van) een geldbedrag van in totaal 1458,85 euro, althans een of meer voorwerpen - de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel - heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat /die voorwerp(en) was/waren, en/of - heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden had(den) en/of - heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of - gebruik heeft gemaakt terwijl hij, verdachte, wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf; 2. hij op of omstreeks 13 mei 2020, te Kollum, gemeente Noardeast-Fryslân, althans in Nederland (van) een geldbedrag van in totaal 924 euro, althans een of meer voorwerpen - de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel - heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat /die voorwerp(en) was/waren, en/of - heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden had(den) en/of - heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of - gebruik heeft gemaakt terwijl hij, verdachte, wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf; 3. hij op of omstreeks 13 mei 2020, te Kruisland, gemeente Steenbergen, althans in Nederland (van) een een geldbedrag van in totaal 4939,96 euro, althans een of meer voorwerpen - de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel - heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat /die voorwerp(en) was/waren, en/of - heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden had(den) en/of - heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of - gebruik heeft gemaakt terwijl hij, verdachte, wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat dat/die voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf; Vordering van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd. Het vonnis waarvan beroep De behandeling van de zaak in hoger beroep heeft het hof niet gebracht tot andere beschouwingen en beslissingen dan die van de eerste rechter, met dien verstande dat het hof in het vonnis waarvan beroep de hierna te vermelden aanvullingen aanbrengt. Aanvulling van de bewijsoverweging Net als in eerste aanleg, is door de raadsman in hoger beroep primair aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat het de verdachte was die de ten laste gelegde feiten heeft begaan. De verdachte heeft verklaard dat zijn bankrekening, pasje en pincode buiten zijn weten om door een ander zijn misbruikt om de geldbedragen wit te wassen. De verdachte was op het moment van kasopname in Amsterdam en er zijn geen camerabeelden waaruit blijkt dat dit anders was. Wegens gebrek aan voldoende bewijs, dient de verdachte volgens de raadsman te worden vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten. Het hof overweegt hieromtrent als volgt. Op basis van het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep gaat het hof uit van de volgende feiten en omstandigheden. Naar aanleiding van WhatsApp-berichtjes die de aangevers ontvingen van – door hen verondersteld – ‘hun kinderen’, maakten zij de tenlastegelegde bedragen over naar een bankrekeningnummer dat aan de verdachte toebehoorde. Vrijwel direct nadat de betreffende bedragen naar dit rekeningnummer waren overgemaakt, werden bedragen (van soortgelijke grootte) van de rekening opgenomen bij een pinautomaat in Den Haag. Uit de in het dossier opgenomen bankafschriften en de tijdsgegevens over de geldopnames blijkt dat er steeds slechts luttele minuten zaten tussen de storting van het geld op de rekening van de verdachte en de geldopname bij de geldautomaat. Gelet op deze korte intervallen tussen het moment van storten en het moment van geldopname, moet degene die gepind heeft, hebben geweten dat er kort tevoren niet alleen bedragen op die rekening gestort waren maar ook op de hoogte zijn geweest van de grootte van de bedragen die vervolgens werden opgenomen en daarmee dus exacte beschikking over/inzicht in de ‘real time’ bankrekeninggegevens hebben gehad. Het beschikken over de pinpas van de verdachte is daarvoor niet voldoende. De bedragen zijn voorts opgenomen met de pinpas en de pincode van de verdachte. Gelet op het voorgaande, blijkt dat de verdachte in ieder geval beschikking heeft gehad over het geld – ook al was dat steeds heel kort – en dat het de verdachte is die de bedragen vervolgens heeft opgenomen. De verdachte heeft immers zelf verklaard dat alleen hij en zijn ex-vrouw beschikten over zijn pincode.