Rechtspraak Gerechtshof Den Haag 2026-03-31
ECLI:NL:GHDHA:2026:543
GERECHTSHOF DEN HAAG Civiel recht Team Handel Zaaknummer hof : 200.338.259/01 Zaak- en rolnummer rechtbank : C/09/579469 / HA ZA 19/918 Arrest van 31 maart 2026 in de zaak van 1. [appellant 1] h.o.d.n. [Vof appellant 1] , voorheen in de dagvaarding aangeduid als [Vof appellant 1] B.V. , wonend in [woonplaats 2] , 2. Bascon Holding B.V. , gevestigd in Den Haag, 3. Bascon Constructies B.V., gevestigd in Den Haag, appellanten in principaal hoger beroep, geïntimeerden in incidenteel hoger beroep, advocaat: mr. M.A.D. Bol, kantoorhoudend in Rotterdam, tegen [geïntimeerde] , wonend in [woonplaats 1] , geïntimeerde in principaal hoger beroep, appellante in incidenteel hoger beroep, advocaat: mr. L.A. Uilkema, kantoorhoudend in Den Haag. Het hof noemt partijen hierna gezamenlijk [appellant c.s.] (de eenmanszaak wordt afzonderlijk aangeduid als [appellant 1] ) en [geïntimeerde] . 1 De zaak in het kort 1.1 [appellant 1] heeft werkzaamheden verricht aan een winkelpand onder het appartement van [geïntimeerde] . In het appartement van [geïntimeerde] zijn scheuren en verzakkingen ontstaan. De vraag is onder meer wie daarvoor aansprakelijk kan worden gehouden en hoe hoog de herstelkosten zijn. 1.2 De rechtbank heeft [appellant 1] veroordeeld tot betaling van € 65.169,91 en tot betaling van € 200,- per maand aan gederfde huurinkomsten totdat de schade is hersteld. 1.3 Het hof oordeelt in dit arrest dat [geïntimeerde] ontvankelijk is in haar vordering jegens [appellant 1] . Het hof beveelt [geïntimeerde] om schaderapporten van de verzekeraar over te leggen. 2 Procesverloop in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken: de dagvaarding van 21 februari 2024, waarmee [appellant c.s.] in hoger beroep is gekomen van de vonnissen van de rechtbank Den Haag van 11 december 2019, 23 september 2020, 13 juli 2022, 16 november 2022 en 22 november 2023; de memorie van grieven van [appellant c.s.] , met bijlagen; de memorie van antwoord tevens houdende incidenteel appel van [geïntimeerde] , met bijlagen; de memorie van antwoord in incidenteel appel van [appellant c.s.] met bijlagen; de bijlagen 7 tot en met 10 die [geïntimeerde] ter gelegenheid van de hierna te noemen mondelinge behandeling heeft overgelegd. 2.2 Op 19 januari 2026 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. De advocaten hebben de zaak toegelicht, mr. Uilkema aan de hand van pleitaantekeningen die zij heeft overgelegd. 3 Feitelijke achtergrond 3.1 [geïntimeerde] is eigenaresse van het appartement aan [adres 1] (hierna: het appartement). 3.2 [naam 1] (hierna: [naam 1] ) is eigenaar van het winkelpand gelegen aan [adres 2] . Dit winkelpand bevindt zich onder het appartement van [geïntimeerde] . 3.3 In oktober 2015 heeft [naam 1] opdracht gegeven aan [Vof appellant 1] om diverse werkzaamheden te verrichten in het winkelpand. [Vof appellant 1] was de eenmanszaak van [appellant 1] (hierna ook: [appellant 1] ). 3.4 In de door [Vof appellant 1] aan [naam 1] uitgebrachte offerte van 27 oktober 2015 is – voor zover van belang – het volgende vermeld: “Betreft: Offerte staalconstructie werk [adres 1] (…) Uitvoeren van een muurdoorbraak volgens tekening [naam 2] met werkno. 16048 getekend op 23-01-2015. Bovenligger HEB240 10460mm Onderligger HEB240 10460mm 3 kolommen HEB 240 4x onderslag tbv palen Onderstempelen In de werkplaats fabriceren Aanbrengen van staal (…) Totaal € 8.651,-” 3.5 Op 17 november 2015 zijn tijdens werkzaamheden in het winkelpand verzakkingen in het appartement geconstateerd en schade in/aan bouwmuren en tussenmuren (scheurvorming) van het appartement. Ook andere appartementen zijn hierbij beschadigd. 3.6 Voordat het incident plaatsvond, was als gevolg van door een andere aannemer in mei 2015 in het winkelpand uitgevoerde werkzaamheden een lichte zetting en scheurvorming van een stuclaag ontstaan naast de voordeur van het appartement. 3.7 Per brief van 18 december 2015 heeft [geïntimeerde] [Vof appellant 1] aansprakelijk gesteld v Helaas is blijkbaar bij het verwijderen van de betreffende bouwmuur tijdelijk de bovengelegen muren niet goed ondersteund waardoor alle bovengelegen muren en scheidingswanden lichtelijk zijn verzakt. Conclusie 1. de reële verwachting is dat de bestaande zettingen zijn gestabiliseerd, zodat herstel van de schade in de bovenwoning uitgevoerd kan gaan worden. Aangeraden verbeteringen verwijderen vloerbedekking in woonkamer en gang/hal verwijderen noodzakelijke vloerhout. Onderwiggen tot waterpas van de vloerbalken. Vloerhout monteren Gezien de verzakte tegels in de badkamer zal ook deze vloer gedeeltelijk of geheel verwijderd dienen te worden en tevens enkele gescheurd tegels op de wanden vervangen. In de nodige vertrekken waar zettingen in wanden en langs plafond zijn ontstaan verwijderen behang c.q. wandafwerking. De grote scheuren in de woonkamer wapenen, en wel als volgt. o Vanaf plafond gerekend, de scheuren ca 50 cm overlappend naar links en rechts geheel 5 a 6 cm diep inslijpen( ca om de 30 cm hoogte) o In deze geslepen sleuven een rvs wapeningstaaf aanbrengen en de sleuven weer dichten met specie. o De scheuren wapenen met stuukgaas en stuken. o Alle kleine zettingen gehele huis uitkrappen, zo nodig wapenen met stuukgaas en stuken. o In overleg met eigenares opnieuw behangen. Hierna alle vloerbedekking (laminaat e.d.) terug aanbrengen en zo nodig aanhelen als bestaand. Inde badkamer ondervloer( beton?) terug aanbrengen, afdeklaag aanbrengen, zonodig kimband aanbrengen en vloer opnieuw betegelen en afdoend waar nodig kitten Betegeling op wanden afdoend herstellen. Entreedeur kozijn op bevestiging nazien en zo nodig herstellen Entreedeur goed gang- en sluitbaar maken. Kosten opgaaf Alle kosten worden geheel ingeschat op ca € 11.225,--,-- excl. BTW” 3.11 Bij e-mail van 5 maart 2016 heeft [appellant 1] aan [geïntimeerde] onder meer het volgende meegedeeld: “Naar aanleiding van onze bezoek aan uw cliënte zijn wij tot de conclusie gekomen dat de schade alleen aan de muur gelegen boven de staalconstructie waar wij werkzaamheden hebben verricht is veroorzaakt door ons. De schade aan de overige muren zijn niet door ons veroorzaakt of door derden die onder onze verantwoordelijkheid hebben gewerkt. Wij wijzen dan ook alle aansprakelijkheid af wat betreft de schades anders dan die door ons veroorzaakt. Zie uw eigen schade rapport bij foto 15 op pagina 12 daar staat: “Opmerking. Gedeelte winkel reeds afgebouwd, constructie achterplafond niet meer zichtbaar, ten tijde van deze verbouwing is de schade in de bovenwoning in de overige vertrekken ontstaan.” Kortom, de expertise bureau die u heeft ingeschakeld concludeert hetzelfde wat wij u al reeds kenbaar hebben gemaakt. Wij verzoeken u en uw cliente deze schade te verhalen op de aannemersbedrijf die voorheen werkzaamheden heeft verricht en de schade heeft veroorzaakt en niet op ons. Wij hebben mevrouw aangeboden om de schade welke door ons is veroorzaakt te herstellen kosteloos. Echter tot op heden heeft zij niet gereageerd op onze voorstel.” 3.12 Op 24 augustus 2016 heeft [naam bedrijf 1] een deformatiemeting in het appartement van [geïntimeerde] uitgevoerd en heeft naar aanleiding van die meting gerapporteerd dat de gebreken in hevigheid zijn toegenomen: onder meer zijn de scheuren groter en breder geworden en de vloeren verder verzakt. In het rapport staat onder meer het volgende: “ Aangeraden verbeteringen Waarschijnlijk mag nu worden aangenomen dat de zetting gestabiliseerd zijn en is reparatie van meerdere zettingen en scheuren een noodzaak. Aangeraden wordt de grote scheuren in de woonkamer geheel te wapenen ( met corrosie vrije wapeningsstaven) over meerdere lagen metselwerk en minimaal 50 cm scheur overlappend, met een corrosie vrije wapening De kleinere scheuren ter plaatse uithakken en wapenen met een glasvlies wapening voordat het pleisterwerk hersteld wordt, De vloerbedekking (Laminaat), op de vloeren in de gang en woonvertrekken waar verza 5 Vorderingen in hoger beroep 5.1 [appellant c.s.] wil dat het hof de bestreden vonnissen vernietigt en de vorderingen van [geïntimeerde] alsnog afwijst. Ook wil hij dat het hof [geïntimeerde] veroordeelt om al hetgeen [appellant c.s.] ter uitvoering van de bestreden vonnissen mocht hebben betaald aan [appellant c.s.] terug te betalen, met rente. Tot slot wil [appellant c.s.] veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten van beide instanties. 5.2 Kort gezegd zien de bezwaren van [appellant c.s.] op het volgende. [geïntimeerde] heeft de verkeerde partij gedagvaard en moet niet-ontvankelijk in haar vorderingen worden verklaard (grief 1). De feitenvaststelling is onjuist (grief 2). [appellant c.s.] is niet aansprakelijk voor de schade omdat de schade al eerder (door werkzaamheden van een ander) is ontstaan (grief 3). Het onderzoek ter plaatse door de deskundige is buiten aanwezigheid van [appellant 1] gedaan en het rapport moet daarom buiten beschouwing worden gelaten (grief 4). De omvang van de schade is niet juist (grief 5) en de gederfde huurinkomsten hadden afgewezen moeten worden (grief 6) evenals de kosten van vaststelling van de schade (grief 7). 5.3 [geïntimeerde] eist in incidenteel hoger beroep dat Bascon Constructies B.V. in de procedure betrokken wordt en op gelijke wijze is aan te spreken als de eenmanszaak (grief 1), dat het hof uitgaat van de kostenraming van Cocon Vastgoedonderhoud ter hoogte van € 85.397,86 (grief 2) en dat het hof de huurinkomsten vaststelt op € 450,- per maand vanaf 1 februari 2016 tot het moment dat de schade aan het appartement zal zijn hersteld (grief 3). 5.4 Kort gezegd meent [geïntimeerde] dat sprake is van verhaalsfrustratie omdat de eenmanszaak is ingebracht in Bascon Constructies B.V., dat de materiaalkosten en arbeidskosten flink zijn gestegen en dat in het rapport van De Haan niet de volledige schade is geraamd en dat het appartement onbewoonbaar is geworden zodat sprake is van huurderving van € 450,- per maand. 6 Beoordeling in hoger beroep Verkeerde partij; ontvankelijkheid? 6.1 Volgens [appellant c.s.] heeft de rechtbank ten onrechte overwogen dat [appellant 1] in de plaats kan worden gesteld van [Vof appellant 1] B.V. Er is hier geen sprake van een kennelijke vergissing omdat in het deurwaardersexploot van de dagvaarding wordt verwezen naar het KvK-uittreksel met nummer 6707486; dit is het nummer waaronder [Vof appellant 1] B.V. stond geregistreerd. Deze BV bestaat echter niet meer. Daarnaast voert [appellant c.s.] aan dat [geïntimeerde] een rechtspersoon wilde dagvaarden en niet een natuurlijk persoon; dat is een andere partij. Tot slot is de rechtbank er volgens [appellant c.s.] aan voorbij gegaan dat [appellant 1] ernstig in zijn belangen wordt geschaad doordat de vonnissen zijn gewezen tussen [geïntimeerde] en [appellant 1] in privé terwijl de eenmanszaak is gevrijwaard voor alle aanspraken van derden door Bascon Constructies B.V. [geïntimeerde] moet daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vorderingen. 6.2 Met de rechtbank is het hof van oordeel dat hier sprake is van een (kenbare) kennelijke vergissing. Vast staat dat [geïntimeerde] [Vof appellant 1] B.V. heeft gedagvaard en dat deze vennootschap op het moment van dagvaarden niet meer bestond. Niet [Vof appellant 1] B.V. heeft de werkzaamheden aan het winkelpand verricht maar de eenmanszaak. De eenmanszaak heeft de offerte aan [naam 1] verstrekt (zie hiervoor onder 3.4) en ook de facturen aan [naam 1] zijn op naam van de eenmanszaak gesteld. [geïntimeerde] heeft in december 2015 de eenmanszaak [Vof appellant 1] in gebreke gesteld (zie onder 3.7). Verder blijkt dat Joelemsing bij het dagvaardingsexploot als productie 1 het KvK-uittreksel van de eenmanszaak heeft overgelegd. Dit betreft een uittreksel van de eenmanszaak [Vof appellant 1] met als vestigingsnummer 000006704786. Dit nummer komt overeen met het nummer in de dagvaarding. [appellant c.s.] had dan ook moeten begrijpen dat [geïntimeerde] de eenmanszaak in de p