Rechtspraak Gerechtshof Den Haag 2026-01-27
ECLI:NL:GHDHA:2026:30
GERECHTSHOF DEN HAAG Civiel recht Team Handel Zaaknummer hof : 200.339.191/01 Zaak- en rolnummer rechtbank : C/09/619067 / HA ZA 21-904 Arrest van 27 januari 2026 in de zaak van Liander N.V. , gevestigd in Arnhem, appellante, advocaat: mr. F.J. van Velsen, kantoorhoudend in Haarlem, tegen Volker Wessels Telecom B.V. , gevestigd in Rotterdam, geïntimeerde, advocaat: mr. S.J.H. Rutten, kantoorhoudend in Amsterdam. Het hof noemt partijen hierna Liander en VWT. 1 De zaak in het kort Liander stelt in deze procedure VWT aansprakelijk voor graafschade. Het hof wijst de vordering af, omdat Liander niet voldoende heeft onderbouwd dat VWT bij de door haar bedoelde graafwerkzaamheden betrokken is geweest of daarvoor verantwoordelijk was. 2 Procesverloop in hoger beroep Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken: de dagvaarding van 21 februari 2024 waarmee Liander in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de rechtbank Den Haag van 22 november 2023 de memorie van grieven van Liander, met bijlagen A1-A10 de memorie van antwoord van VWT, met bijlagen VWT21-VWT25 de akte van Liander de akte van VWT 3 Feitelijke achtergrond 3.1 Liander is en was in de voor deze zaak relevante periode regionaal netbeheerder in de zin van de Elektriciteitswet 1998 in onder meer Voorhout, gemeente Teylingen. 3.2 VWT behoort tot het Volker Wessels bouwconcern en is de moedervennootschap van meerdere dochtervennootschappen die telecominfrastructuur ontwerpen, bouwen en onderhouden. VWT was in de voor deze zaak relevante periode enig aandeelhouder en enig bestuurder van het toenmalige Volker Wessels Telecom Infratechniek Noordwest B.V. (KvK 08043501) (hierna: VWTINW) en Volker Wessels Telecom Infra B.V. (KvK 32091494) (hierna: VWTInfra). 3.3 Op 12 juni 2012 is met het account van het toenmalige VWTInfra een graafmelding gedaan voor graafwerkzaamheden voor het leggen van telecomkabels nabij de [adres 1] met als startdatum 13 juni 2012, met vermelding van “VolkerWessels Telecom” aan de [adres 2] ([betrokkene 1] en diens contactgegevens) als aanvrager, en vermelding van diezelfde “VolkerWessels Telecom”, met dezelfde adresgegevens ([betrokkene 2] en diens contactgegevens), als opdrachtgever. 3.4 Op 17 juli 2012 is bij mechanische graafwerkzaamheden nabij de [adres 3] schade toegebracht aan een netonderdeel van Liander, te weten een ondergrondse olietoevoerleiding met kathodische bescherming van een 50 kV oliedruk hoogspanningskabel. De daardoor gelekte kabelolie heeft grondwater en bodem ter plaatse verontreinigd. 3.5 Per 31 december 2012 is het toenmalige VWTINW door juridische splitsing opgegaan in twee verkrijgende vennootschappen, waaronder het toenmalige VWTInfra. Deze heeft per 1 januari 2013 haar statutaire naam gewijzigd in Volker Wessels Telecom Infratechniek B.V. (hierna, vanaf die datum: VWTI). 3.6 Liander en/of Liandon BV hebben de (gevolg)schade van het op 17 juli 2012 veroorzaakte lek doen inventariseren en herstellen. Liander heeft VWT voor deze schade aansprakelijk gesteld. 4 Procedure bij de rechtbank; vordering in hoger beroep 4.1 Liander heeft VWT gedagvaard en gevorderd haar te veroordelen tot betaling van € 141.661,-, vermeerderd met rente en kosten. De rechtbank heeft Liander niet ontvankelijk verklaard in haar vordering, met veroordeling van Liander in de kosten. 4.2 In hoger beroep vordert Liander vernietiging van het vonnis van de rechtbank en alsnog toewijzing van haar vordering uit de eerste aanleg, met veroordeling van VWT in de kosten van beide instanties. VWT concludeert tot bekrachtiging van het vonnis, met veroordeling van Liander in de kosten van het hoger beroep. 5 Beoordeling in hoger beroep 5.1 Bij voorgenomen graafwerkzaamheden (‘grondroeren’) is de grondroerder – degene onder wiens verantwoordelijkheid of leiding de graafwerkzaamheden zullen worden verricht – verplicht om zijn voornemen te melden bij het kadaster. Het geautomatiseerd systeem van het kadaster waarin deze melding – ook wel aanvraa Weliswaar voerde VWT in die tijd als (in het handelsregister geregistreerde) handelsnaam “VolkerWessels Telecom”, en waren er voor zover uit het dossier blijkt ook geen andere groepsvennootschappen die exact die naam in het handelsregister als handelsnaam hadden geregistreerd, maar dat sloot niet uit dat ook andere (gelieerde) ondernemingen die (alsdan niet geregistreerde) handelsnaam voerden. Niet voldoende gemotiveerd weersproken is dat dit ook werkelijk zo was, te weten dat groepsmaatschappijen ook die naam voerden. Dat geldt in elk geval ook voor het toenmalige VWTINW. De aanduiding “VolkerWessels Telecom” impliceerde dus niet noodzakelijk dat VWT werd aangeduid. Onweersproken is dat VWT haar bedrijfsadres destijds niet had op de [adres 2], en ook nooit heeft gehad. Volgens de overgelegde historische gegevens uit het handelsregister had het toenmalige VWTINW dat adres destijds wél als bedrijfsadres geregistreerd. Datzelfde geldt overigens voor het toenmalige VWTInfra (thans VWTI), maar het gaat er hier niet om welke van deze twee vennootschappen de aanvrager was, maar of VWT dat was. Het hof acht overigens voldoende aannemelijk dat VWTINW haar bedrijfsadres niet alleen volgens het handelsregister maar ook feitelijk op de [adres 2] had, gelet op de foto uit 2014 van de panden op die adressen, waarop het logo van VolkerWessels Telecom is te zien. De foto uit 2009 van [adres 2] die Liander heeft overgelegd, waarop dat logo niet is te zien, doet aan deze bevinding geen afbreuk: volgens de overgelegde historische gegevens uit het handelsregister was VWTINW eerst per 22 maart 2010 op dat adres ingeschreven, tot – na de splitsing en verkrijging door thans VWTI – 31 augustus 2015. Het toenmalige VWTInfra, later VWTI, was zelf sinds 1 februari 2010 op dat adres ingeschreven. VWTINW had, evenals VWT, als geregistreerde bedrijfsactiviteit het leggen van elektriciteits- en telecommunicatiekabels (SBI 4222). Voor zover sprake was van een (voor Liander) onvoldoende duidelijke KLIC-melding c.q. identificatie van de aanvrager, was de feitelijk melder (in het voorliggende geval VWTInfra, de houdster van het account waarmee de melding is gedaan) hierop aan te spreken, en zou deze eventueel aansprakelijk kunnen zijn als schade zou worden geleden door de onduidelijke vermelding. Er is geen grond een (rechts)persoon als aansprakelijk grondroerder aan te merken op de enkele grond dat zijn naam met bepaalde gegevens van de opgegeven aanvrager kan worden geassocieerd, zonder dat hij in die hoedanigheid kan worden geïdentificeerd. Liander heeft nog aangevoerd dat VolkerWessels Telecom-vennootschappen bij andere graafmeldingen steeds specifieke bedrijfsbenamingen hebben gebruikt. Daaruit is af te leiden, zo begrijpt het hof Liander, dat daarbij steeds zorgvuldigheid werd betracht, dat niet generiek steeds “VolkerWessels Telecom” als generieke handelsnaam werd gebezigd, en dat dus waar “VolkerWessels Telecom” als bedrijfsnaam werd gebezigd, (zorgvuldig) werd gedoeld op de enige vennootschap van het concern die specifiek die handelsnaam had geregistreerd: VWT. Ook deze stellingname brengt het hof niet tot een ander oordeel. Uit het door Liander overgelegde overzicht is niet af te leiden dat met de vermelding “VolkerWessels Telecom” als melder of opdrachtgever steeds VWT werd aangeduid, en evenmin dat dit in het voorliggende geval zo was. 5.7 Liander stelt nog dat zij er op grond van latere door of namens VWT gedane mededelingen in redelijkheid op heeft mogen vertrouwen dat VWT de grondroerder in kwestie was, en dat VWT de nu door haar gestelde onjuistheid van die veronderstelling niet aan haar mag tegenwerpen (artikel 3:36 BW). Volgens Liander was in de eerste correspondentie tussen haar expert LiBerty en KAM-coördinator [expert] uitsluitend sprake van VWT. Liander stelde daarop VWT aansprakelijk en gebruikte daarvoor naam en adres zoals opgegeven in de graafmelding, en op deze aansprakelijkstelling werd feilloos gereageerd door VWT – aldus Liander.