Rechtspraak Gerechtshof Den Haag 2026-08-14
ECLI:NL:GHDHA:2026:2658
Veroordeling voor ladingdiefstal. Het hof is van oordeel dat is komen vast te staan dat de oplegger met container met de lading is weggenomen door de verdachte. Verdachte was de enige die over de vrachtwagen kon beschikken en bij het rijden is ook gebruik gemaakt van de chauffeurspas van de verdachte. Het hof passeert het alternatieve scenario dat een ander dan de verdachte de ladingdiefstal heeft begaan, nu daaraan door of namens de verdachte geen verdere concrete invulling of uitleg wordt gegeven. Deels voorwaardelijke gevangenisstraf en onvoorwaardelijke taakstraf. BP niet-ontvankelijk. Beslissingen op het beslag. Rolnummer: 22-003006-25 Parketnummer: 10-170303-25 Datum uitspraak: 14 augustus 2026 TEGENSPRAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Den Haag gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 25 september 2025 in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2002, adres: [woonadres] , [woonplaats] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. Procesgang In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 dagen, met aftrek van voorarrest, en een taakstraf voor de duur van 180 uren, subsidiair 90 dagen hechtenis. Voorts is ter zake van de in beslag genomen voorwerpen beslist, zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep. De officier van justitie heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: hij op of omstreeks 24 mei 2025 te Schiedam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging, althans alleen, a. a) een oplegger (kenteken [kenteken 1] ), b) een container (nr [containernummer] ) en/of c) één of meerdere e-steps (merk Kukirin, type G2) in/uit voornoemde container, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan a. a) [bedrijfsnaam 1] , b) [bedrijfsnaam 2] en/of c) [bedrijfsnaam 3] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking. Vordering van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd met uitzondering van de straf en de beslissing omtrent het beslag en dat de verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden, met aftrek van voorarrest. Het vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet geheel verenigt. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op of omstreeks 24 mei 2025 te Schiedam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging, althans alleen, a. a) een oplegger (kenteken [kenteken 1] ), b) een container (nr . [containernummer] ) en /of c) één of meerdere e-steps (merk Kukirin, type G2) in/uit voornoemde container, in elk geval enig goed, dat/ die geheel of ten dele aan a. a) [bedrijfsnaam 1] , b) [bedrijfsnaam 2] en/of c) [bedrijfsnaam 3] , in elk geval aan een ander toebehoorde ( n ) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking. Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewijsvoering Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring. In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht. Nadere bewijsoverweging Het hof stelt op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep de volgende feiten en omstandigheden vast. De verdachte is op 6 mei 2025 in dienst getreden bij het bedrijf [bedrijfsnaam 4] Ter uitvoering van zijn werkzaamheden, kreeg de verdachte van het bedrijf de beschikking over een vrachtwagen met kenteken [kenteken 2] . Volgens de getuige [getuige] , mede-eigenaar van [bedrijfsnaam 4] , had alleen de verdachte de sleutels van deze vrachtwagen. Ook de verdachte zelf heeft ter terechtzitting in eerste aanleg verklaard dat hij beschikte over die sleutels, zo ook op 24 mei 2025. De bewuste vrachtwagen is in de vroege ochtend van 24 mei 2025 gezien, rijdend in de richting van en nagenoeg op de plaats waar later de weggenomen oplegger met container (zonder lading) is aangetroffen. De oplegger met container (met daarin de kostbare lading) was enige uren daarvoor, om 04:02 uur, weggenomen uit Schiedam door een vrachtwagen van hetzelfde merk en type als de vrachtwagen van de verdachte. Uit de tachograaf van de vrachtwagen van de verdachte - in welke tachograaf op dat moment de bestuurderskaart van de verdachte was ingevoerd - volgt dat met de vrachtwagen rond voornoemd tijdstip werd gereden. De verdachte heeft zowel bij de politie als ter terechtzitting in eerste aanleg slechts ontkend het feit gepleegd te hebben, maar heeft daarbij niet willen ingaan op verdere vragen van feitelijke aard. Gelet op de hiervoor vermelde feiten en omstandigheden, in onderling verband bezien, is het hof - met de rechtbank - van oordeel dat is komen vast te staan dat de oplegger met container met de lading e-steps is weggenomen door de verdachte, met de vrachtwagen waarover hij op dat moment sinds enkele weken beschikte. De verdediging heeft - net als in eerste aanleg - ter terechtzitting in hoger beroep een alternatief scenario opgeworpen, te weten dat iemand anders dan de verdachte de ladingdiefstal heeft begaan en dat diegene daarvoor verdachtes vrachtwagen, sleutels en bestuurderspas heeft gebruikt. Het hof overweegt dat de verdediging niet meer heeft gedaan dan het opperen van een theoretische mogelijkheid, zonder dat een concreet alternatief scenario naar voren is gebracht. Enige onderbouwing dan wel feitelijkheden zijn niet naar voren gebracht. In de kern wordt volstaan met de stelling: omdat de verdachte het niet heeft gedaan, moet iemand anders het dus hebben gedaan. Ook door de verdachte is aan de suggestie van een alternatief scenario door zijn raadsvrouw geen verdere concrete invulling of uitleg gegeven. De verdachte heeft steeds volstaan met een ‘kale’ ontkennende verklaring. Naar het oordeel van het hof is een dergelijk alternatief scenario niet aannemelijk geworden en daarom zal dit worden gepasseerd. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde levert op: diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking. Strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar. Strafmotivering Het hof heeft de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal van een oplegger met container met daarin een lading elektrische steps. Dit was voor hem buitengewoon lucratief. Het ging namelijk om 719 e-steps met een totale waarde van € 50.000,-- In de nacht van 23 op 24 mei 2025 is de betreffende oplegger met container met de lading elektrische steps weggenomen van de plek waar die stond geparkeerd. Daarbij heeft de verdachte de vrachtwagen gebruikt die hij sinds vier weken in gebruik had van zijn nieuwe werkgever. Ladingdiefstallen vormen in het algemeen voor de transportsector een grote bron van schade. Niet alleen in de vorm van directe, materiële schade, maar ook in de vorm van verhoogde verzekeringspremies en de noodzaak tot het nemen van steeds verdergaande maatregelen ter voorkoming van deze vorm van criminaliteit. Dergelijke feiten verstoren bovendien de rechtsorde en brengen in de maatschappij gevoelens van onrust en ergernis naar boven. De verdachte heeft zich om dit alles kennelijk niet bekommerd en alleen oog gehad voor zijn eigen financiële gewin. Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 15 juli 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Het hof heeft voorts acht geslagen op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals die ter terechtzitting in hoger beroep zijn gebleken. De verdachte is nog altijd werkzaam als vrachtwagenchauffeur. Sinds maart van dit jaar werkt hij als ZZP’er fulltime voor een nieuwe, vaste opdrachtgever. De verdachte woont bij zijn moeder, samen met één van zijn broers. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij vreest zijn baan kwijt te raken wanneer hij terug in detentie zou moeten. Voorts zou een terugkeer naar de gevangenis ervoor zorgen dat er thuis problemen ontstaan, omdat de verdachte een belangrijke financiële en praktische bijdrage levert in het huishouden van zijn moeder. Alles afwegende, is het hof van oordeel dat een taakstraf van na te melden duur en een deels voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur - waarbij de verdachte voor wat betreft het onvoorwaardelijk deel (gelet op de duur van zijn reeds ondergane voorlopige hechtenis) niet opnieuw naar de gevangenis moet - een passende en geboden reactie vormen. Het hof komt daarmee tot een hogere strafoplegging dan de rechtbank, nu de door de rechtbank opgelegde straf naar het oordeel van het hof onvoldoende rechtdoet aan de ernst van het door de verdachte gepleegde feit. Teneinde de verdachte ervan te weerhouden zich opnieuw schuldig te maken aan het plegen van soortgelijke of andersoortige strafbare feiten, legt het hof een gedeelte van de gevangenisstraf voorwaardelijk op. Daarbij heeft het hof in aanmerking genomen dat de verdachte opnieuw werkzaam is als vrachtwagenchauffeur, waarbij aan hem het beheer over een vrachtwagen wordt toevertrouwd. Vordering tot schadevergoeding [benadeelde partij bedrijfsnaam] In het onderhavige strafproces heeft [benadeelde partij bedrijfsnaam] zich als benadeelde partij gevoegd. De heer [naam betrokkene] heeft - als gemachtigde van de heer [naam eigenaar] , eigenaar van [benadeelde partij bedrijfsnaam] - een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte tenlastegelegde, tot een bedrag van € 59.280,00. In hoger beroep is deze vordering in z’n geheel, tot het bedrag van € 59.280,00, gehandhaafd door [bedrijfsnaam 2] De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij in de vordering. Volgens de verdediging dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering. Het hof overweegt als volgt. Zoals ook overwogen door de rechtbank, is in hoger beroep (nog altijd) niet gebleken dat de heer [naam betrokkene] op de bij wet voorziene wijze was gemachtigd om namens de benadeelde partij [benadeelde partij bedrijfsnaam] en/of [bedrijfsnaam 2] op te treden. Immers, een handtekening daartoe ontbreekt op het formulier ‘Verzoek tot Schadevergoeding’. In hoger beroep zijn geen nadere stukken ingediend of nieuwe omstandigheden gebleken, die maken dat door het hof inhoudelijk op de vordering van de benadeelde partij kan worden beslist. Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht. Beslag Ten aanzien van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, op de beslaglijst genoemd onder 2, 3, 4, 5, 6, 8, 9, 10, 11 en 12, zal een last worden gegeven tot teruggave aan de verdachte, nu het belang van strafvordering zich daar naar het oordeel van het hof niet tegen verzet. Het in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerp, op de beslaglijst genoemd onder 7, dient te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet. Toepasselijke wettelijke voorschriften Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36b, 36d en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden. BESLISSING Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) weken . Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 6 (zes) weken , niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 180 (honderdtachtig) uren , indien niet naar behoren verricht te vervangen door 90 (negentig) dagen hechtenis . Beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten: 7. Pepperspray ( [nummer 1] ). Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: 2. Telefoon met goednummer [nummer 2] ; 3. Telefoon met goednummer [nummer 3] ; 4. Telefoon met goednummer [nummer 4] ; 5. Telefoon met goednummer [nummer 5] ; 6. DSI patch (onderdeel voertuig) [nummer 6] ; 8. Verbroken containerslot [nummer 7] ); 9. Doos containerslot [nummer 8] ; 10. Zegels (2 stuks) [nummer 9] ; 11. Rolex horloge (nep) [nummer 10] ; 12. HP Laptop [nummer 11] . Vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij bedrijfsnaam] Verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij bedrijfsnaam] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. Dit arrest is gewezen door mr. W.J. van Boven, als voorzitter, mr. F.W. van Lottum en mr. J.P.L.M. Remmerswaal, leden, in bijzijn van de griffier mr. E.E.N. Birkhoff. Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 14 augustus 2026.