Rechtspraak Gerechtshof Den Haag 2026-03-10
ECLI:NL:GHDHA:2026:243
GERECHTSHOF DEN HAAG Civiel recht Team Handel Zaaknummer hof : 200.328.507/01 Zaak- en rolnummer rechtbank : C/09/622099 / HA ZA 21-1092 Arrest van 10 maart 2026 in de zaak van PhoneZone B.V. , gevestigd in Beverwijk, appellante in principaal hoger beroep, geïntimeerde in incidenteel hoger beroep, advocaat: mr. A. Taheri-Bhajan, kantoorhoudend in Capelle aan den IJssel, tegen Stichting de Thuiskopie , gevestigd in Amsterdam, geïntimeerde in principaal hoger beroep, appellante in incidenteel hoger beroep, advocaat: mr. M.S. van der Jagt, kantoorhoudend in Amsterdam. Het hof noemt partijen hierna PhoneZone en De Thuiskopie. 1 De zaak in het kort 1.1 De Thuiskopie vordert van PhoneZone thuiskopievergoedingen voor de periode 2017 tot en met april 2025. Het hof verwerpt in dit arrest bezwaren die PhoneZone heeft opgeworpen tegen het Nederlandse stelsel van thuiskopievergoedingen en wijst de vorderingen toe. 2 Procesverloop in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure in hoger beroep tot aan de hierna bedoelde mondelinge behandeling blijkt uit de volgende stukken: de dagvaarding van 31 mei 2023 waarmee PhoneZone in hoger beroep is gekomen van het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank Den Haag van 1 maart 2023; de memorie van grieven van PhoneZone, met bijlagen; de memorie van antwoord in principaal hoger beroep, tevens houdende grieven in incidenteel hoger beroep en eisvermeerdering van De Thuiskopie, met bijlagen; de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep van Phonezone; de akte houdende wijziging en vermeerdering van eis van De Thuiskopie van 3 juli 2025, met bijlage. 2.2 Op 3 juli 2025 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. De advocaten hebben de zaak toegelicht aan de hand van pleitaantekeningen die zij hebben overgelegd. 2.3 Daarna hebben partijen nog genomen: de akte uitlating wijziging en vermeerdering van eis van Phonezone van 5 augustus 2025; de akte uitlating en vermindering van eis van De Thuiskopie van 9 september 2025. 3 Wettelijk kader 3.1 De Uniewetgever heeft het auteursrechtelijk reproductierecht geharmoniseerd in artikel 2 Auteursrechtrichtlijn (hierna ook: ARl) . Artikel 5 lid 2 aanhef en onder b) ARl (hierna ook: de thuiskopie-uitzondering, en de daar bedoelde reproductie: de thuiskopie) geeft de lidstaten van de EU de mogelijkheid om in hun nationale wetgeving te voorzien in een uitzondering op dat reproductierecht voor thuiskopieën. 3.1.1 Deze uitzondering luidt als volgt: “ de reproductie, op welke drager dan ook, door een natuurlijke persoon voor privé-gebruik gemaakt, en zonder enig direct of indirect commercieel oogmerk, mits de rechthebbenden een billijke compensatie ontvangen (…) ;”. 3.1.2 Artikel 5 lid 5 ARl bepaalt in dat verband: “ De in de leden 1, 2, 3 en 4 bedoelde beperkingen en restricties mogen slechts in bepaalde bijzondere gevallen worden toegepast mits daarbij geen afbreuk wordt gedaan aan de normale exploitatie van werken of ander materiaal en de wettige belangen van de rechthebbenden niet onredelijk worden geschaad. ” 3.1.3 De Uniewetgever heeft deze bepalingen, voor zover hier van belang, als volgt toegelicht in de overwegingen 4, 9, 10, 31, 35 en 38 van de considerans bij de ARl: “(4) Geharmoniseerde rechtsregels op het gebied van het auteursrecht en de naburige rechten zullen voor meer rechtszekerheid zorgen, een hoog niveau van bescherming van de intellectuele eigendom waarborgen en aldus aanzienlijke investeringen in creativiteit en innovatie, met inbegrip van de netwerkinfrastructuur, bevorderen (…). (…) (…) (9) Bij een harmonisatie van het auteursrecht en de naburige rechten moet steeds van een hoog beschermingsniveau worden uitgegaan, omdat die rechten van wezenlijk belang zijn voor scheppend werk.(…) (10) Auteurs en uitvoerend kunstenaars moeten, willen zij hun scheppende en artistieke arbeid kunnen voortzetten, een passende beloning voor het gebruik van hun werk ontvangen, evenals de producenten om dat werk te kunnen financieren. (…) (…) (31) Er moe Volgens deze regelingen kan restitutie bij uitvoer worden aangevraagd door de inkoopfactuur; de verkoopfactuur en het transportdocument van de betrokken dragers te uploaden op een portal van De Thuiskopie. 4.2 De Thuiskopie biedt aan betalingsplichtigen aan om met hen een incasso-overeenkomst te sluiten waarin, in het geval van in- en uitvoer, nadere afspraken worden gemaakt over de wijze en het moment van opgave daarvan en het moment van betaling van de daarmee verband houdende thuiskopievergoeding. Die incasso-overeenkomst heeft onder andere de volgende voordelen voor betalingsplichtigen die die hebben gesloten (hierna: incasso-contractanten):- incasso-contractanten kunnen onder voorwaarden onderling heffingsvrij aan elkaar leveren en maandelijks achteraf opgave doen bij De Thuiskopie van de transacties die in die maand hebben plaatsgevonden;- incasso-contractanten kunnen de betaling aan Thuiskopie uitstellen totdat de vergoedingsplichtige dragers daadwerkelijk zijn verkocht, in plaats van op het moment van in het verkeer brengen of invoer, zoals artikel 16c lid 3 Aw bepaalt;- de thuiskopievergoeding over uitgevoerde dragers kan bij uitvoer worden verrekend met de verschuldigde, maar nog niet betaalde vergoeding bij invoer, in plaats van dat zij eerst bij invoer moet worden voorgefinancierd en afgedragen en vervolgens met een restitutieverzoek moet worden teruggevraagd. 4.3 PhoneZone houdt zich sinds 2016 bezig met de wereldwijde in- en verkoop van dragers. Zij verkoopt die dragers meestal aan groothandels, maar sporadisch ook aan detailhandels. 4.4 De Thuiskopie heeft vanaf eind 2018 met Phonezone gecorrespondeerd over de opgaves en de afdracht van de thuiskopievergoedingen voor de jaren vanaf 2017. Zij heeft PhoneZone in de loop der jaren verzocht opgave te doen over de jaren 2015-2021 en heeft PhoneZone (voorschot) facturen doen toekomen over de jaren 2017-2021. In 2021 heeft De Thuiskopie, ter verzekering van haar vorderingen met betrekking tot de jaren 2017 en 2019-2021, conservatoir beslag laten leggen ten laste van PhoneZone. 4.5 PhoneZone had eind 2018 geen incasso-overeenkomst met De Thuiskopie en deze heeft Phonezone eind 2020 bericht dat zij die overeenkomst met haar voorlopig niet zou sluiten. In de jaren daarna hebben partijen geen incasso-overeenkomst met elkaar gesloten. 5 Procedure bij de rechtbank 5.1 De Thuiskopie heeft PhoneZone gedagvaard en (na wijziging van eis) gevorderd dat Phonezone, met verklaring van uitvoerbaarheid bij voorraad en veroordeling in de proceskosten, samengevat:[a] wordt veroordeeld tot betaling van: (i) € 95.777,50 aan vergoeding over 2017; (ii) € 349.861,00 aan vergoeding over 2018; (iii) € 321.951,90 aan vergoeding over 2019; en (iv) € 18.389,40, aan vergoeding over 2020;te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf telkens de laatste dag van het betrokken jaar;[b] wordt veroordeeld om aan De Thuiskopie opgave te doen van het aantal door haar in Nederland ingevoerde of vervaardigde vergoedingsplichtige dragers in 2016 en in het deel van 2021 tot aan de datum van het te wijzen vonnis;[c] wordt veroordeeld om aan Thuiskopie opgave te doen van het aantal door haar in Nederland verkochte vergoedingsplichtige dragers in de in vordering [b] bedoelde tijdvakken, met afschriften van stukken waarvan kennisneming noodzakelijk is om vast te stellen of de betrokken betalingsplichtigen daarover de thuiskopievergoeding hebben betaald dan wel wie die betalingsplichtigen zijn;[d] wordt verboden om vergoedingsplichtige dragers in Nederland in te voeren of te verhandelen, waarover geen opgave is gedaan en/of niet de verschuldigde thuiskopievergoeding aan De Thuiskopie is voldaan;de veroordelingen onder [b] tot en met [e] op straffe van dwangsommen. 5.2 De Thuiskopie heeft het volgende ten grondslag gelegd aan de hiervoor bedoelde vorderingen:[a] de betalingsplicht van artikel 16c lid 2 Aw, waarbij de wettelijk rente op grond van artikel 16c lid 3 Aw in het geval van invoer ontstaat bij die invo Zij heeft haar eis daarom aldus gewijzigd dat het hof het bestreden vonnis vernietigt voor zover de rechtbank haar vorderingen heeft afgewezen en, deels opnieuw rechtdoende, Phonezone veroordeelt tot betaling van, samengevat, de volgende bedragen:(i) € 45.657,50 aan vergoeding over 2016;(ii) de wettelijke rente over € 95.550,00 (vergoeding 2017) vanaf 31 december 2017;(iii) de wettelijke rente over € 347.688,40 (vergoeding 2018) vanaf 31 december 2018;(iv) de wettelijke rente over € 321.951,90 (vergoeding 2019) vanaf 31 december 2019;(v) de wettelijke rente over € 18.013,10 (vergoeding 2020) vanaf 31 december 2020;(vi) € 83.983,80 aan vergoeding over 2021;(vii) € 50.410,90 aan vergoeding over 2022;(viii) € 604.841,09 aan vergoeding over januari tot en met september 2023;(ix) € 23.270,00 aan vergoeding over oktober tot en met december 2023;(x) € 26.506,30 aan vergoeding over 2024;(xi) € 298.899,00 aan vergoeding over januari tot en met april 2025;te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf telkens de laatste dag van het betrokken jaar in het geval van de bedragen (i), (vi), (vii), (ix) en (x), vanaf 30 september 2023 in het geval van het bedrag (viii) en vanaf 30 april 2025 in het geval van het bedrag (xi), met afgifte van een certificaat in de zin van artikel 53 van Verordening Brussel I bis . 7 Beoordeling in hoger beroep Toelaatbaarheid van de vermeerdering van eis 7.1 Phonezone heeft bezwaar gemaakt tegen de vermeerdering van eis die De Thuiskopie heeft ingesteld bij akte voorafgaand aan de mondelinge behandeling: volgens Phonezone is deze vermeerdering in strijd met de eisen van een goede procesorde. Het hof verwerpt dat bezwaar. Thuiskopie heeft haar akte houdende vermeerdering van eis op 20 juni 2025 genomen en Phonezone heeft daarop kunnen reageren tijdens die mondelinge behandeling en is ook in de gelegenheid gesteld om daarna daarop te reageren, bij afzonderlijke akte. Het hof heeft hiervoor onder 6.2 de eis van De Thuiskopie weergegeven, zoals aldus vermeerderd (en daarna weer verminderd). Verenigbaarheid van het Nederlandse stelsel van thuiskopievergoeding met artikel 5 lid 2 onder b ARl - Vraag naar de rechtstreekse werking van de Auteursrechtrichtlijn 7.2 Phonezone stelt dat de door De Thuiskopie gevorderde vergoedingen niet kunnen worden toegewezen omdat het Nederlandse stelsel van thuiskopievergoeding in strijd is met artikel 5 lid 2 onder b ARl. Of zij daarbij terecht bepleit dat zij zich ten opzichte van De Thuiskopie kan beroepen op rechtstreekse werking van artikel 5 lid 2 onder b) ARl kan daarbij in het midden blijven, omdat het hof van oordeel is dat op dit punt geen sprake is van een onjuiste omzetting van de ARl. - Stellingen van Phonezone en rechtspraak van het HvJ EU 7.3 Tussen partijen is niet in geschil dat het Nederlandse wettelijk stelsel, waarbij de plicht tot betaling van de vergoeding op grond van artikel 16c lid 3 Aw ontstaat bij het in het verkeer brengen door de fabrikant respectievelijk het invoeren door de importeur, niet voorziet in heffing bij de privégebruiker en evenmin in een vrijstelling vooraf voor dragers die (uiteindelijk) zakelijk worden gebruikt. Phonezone voert aan dat dat stelsel niet voldoet aan de door het HvJ EU ontwikkelde vereisten dat, onder andere:- het heffen zonder onderscheid tussen privégebruik en zakelijk gebruik wordt gerechtvaardigd door praktische moeilijkheden; en- het stelsel voorziet in een recht op teruggave bij zakelijk gebruik dat doeltreffend is en de teruggave niet uiterst moeilijk maakt.Hierdoor voldoet dat Nederlandse stelsel volgens Phonezone niet aan het in overweging 31 van de considerans van de Auteursrechtrichtlijn gestelde vereiste van een rechtvaardig evenwicht tussen de rechthebbenden en de gebruikers van beschermd materiaal. 7.4 Voor de beoordeling van die klachten is van belang dat het HvJ EU artikel 5 lid 2 onder b ARl, voor zover hier van belang, als volgt heeft uitgelegd in onder andere zijn arresten Padawan , De Thuiskopie , Amazon.com , Een dergelijk stelsel is alleen geoorloofd als de invoering ervan wordt gerechtvaardigd door praktische moeilijkheden en de betalingsplichtigen de mogelijkheid hebben te verzoeken om vrijstelling van de heffing of tenminste beschikken over een recht op terugbetaling van deze compensatie wanneer zij niet verschuldigd is. Voorts moet het recht op terugbetaling doeltreffend zijn en de teruggave van de betaalde compensatie niet uiterst moeilijk maken, hetgeen inhoudt dat de reikwijdte, de doeltreffendheid, de beschikbaarheid, de bekendheid en de eenvoud van toepassing van het recht op terugbetaling een compensatie moeten vormen voor eventuele onevenwichtigheden die door het stelsel voor compensatie voor het kopiëren voor privégebruik zijn veroorzaakt om tegemoet te komen aan de geconstateerde praktische moeilijkheden. In een geval waarin het betrokken stelsel geen afdoende garanties biedt voor vrijstelling van de compensatie voor producenten en importeurs die aantonen dat de dragers zijn aangeschaft voor duidelijk andere doeleinden dan het kopiëren voor privégebruik, moet het in elk geval een dergelijk recht op terugbetaling van de compensatie behelzen. Als het betrokken vergoedingsstelsel de betalingsplichtigen de mogelijkheid biedt de heffing af te wentelen op de eindgebruiker van de drager, die aldus de lasten draagt, is het in beginsel in overeenstemming met het rechtvaardige evenwicht van overweging 31 van de considerans van de ARl dat enkel die eindverwerver terugbetaling van deze vergoeding kan krijgen, met als voorwaarde dat hij een verzoek daartoe indient bij de organisatie die de compensatie beheert. - In een stelsel waarin de thuiskopieheffing wordt betaald door personen die installaties, apparaten en dragers ter beschikking stellen aan gebruikers of aan hen reproductiediensten verlenen, kan de heffing niet anders dan forfaitair zijn, omdat het bedrag daarvan wordt vastgesteld voordat effectief reproducties worden gemaakt en daarom niet kan worden bepaald op basis van het criterium van de daadwerkelijke schade. - Heffing voordat sprake kan zijn van een thuiskopie 7.5 Phonezone voert aan dat het Nederlandse stelsel van heffing bij de fabrikant dan wel importeur met zich brengt dat wordt geheven op een moment waarop met de betrokken dragers nog geen thuiskopieën kunnen worden gemaakt en er daarom nog geen aanspraak kan zijn op enige vergoeding voor die kopieën. Dat stelsel verplicht die betalingsplichtige bovendien om de vergoeding voor te financieren voordat hij enige drager heeft verkocht, hetgeen leidt tot een oneigenlijk rentevoordeel bij De Thuiskopie en een incassorisico bij de betalingsplichtige. Het stelsel voorziet ook niet in situaties waarin een importeur geen opgave heeft gedaan van een bepaalde invoer. PhoneZone meent dat importeurs door dit stelsel onevenredig worden belast. Heffing zou volgens Phonezone in ieder geval achterwege moeten blijven indien De Thuiskopie weet of redelijkerwijs kan weten dat dragers (uiteindelijk) niet zullen belanden bij een privégebruiker. 7.6 Het hof volgt Phonezone niet in deze bezwaren. 7.6.1 Zoals weergegeven hiervoor onder 7.4, vierde streepje, heeft het HvJ EU aanvaard dat de vergoeding niet rechtstreeks wordt geheven bij de privégebruiker, maar bij “personen die (…) dragers (…) ter beschikking stellen aan natuurlijke personen, gebruikers”. Het HvJ EU heeft daarbij uitdrukkelijk aanvaard dat de heffing wordt opgelegd “voordat de kopieën voor privégebruik worden gemaakt”. In datzelfde oordeel ligt besloten dat het HvJ EU heeft aanvaard dat die distributeur die heffing moet voorfinancieren, met de mogelijkheid dat hij een incassorisico loopt, en dat de heffende instantie in zoverre een rentevoordeel kan genieten. 7.6.2 Gelet op het voorgaande betoogt De Thuiskopie terecht dat Phonezone zelf de gevolgen moet dragen van het feit dat zij, zoals tussen partijen vaststaat, in strijd met de artikelen 16c lid 3 en 16f Aw jarenlang dragers heeft ingevoerd zonder onverwijld (i) daarva Volgens haar is daarbij sprake van een ongelijke bewijslastverdeling die ten nadele werkt van de betalingsplichtige die om restitutie verzoekt, omdat importfacturen voldoende zijn om een betalingsplicht in het leven te roepen, terwijl voor een restitutieverzoek niet kan worden volstaan met een verkoopfactuur en een verklaring van de afnemer dat deze de betrokken dragers heeft geëxporteerd. Volgens Phonezone is dit systeem voor een handelaar onuitvoerbaar, omdat hij daarvoor een zeer kostbare en tijdrovende administratie moet voeren, bijvoorbeeld op het niveau van het IMEI-nummer ( International Mobile Equipment Identity Number ). 7.10 Deze klachten stuiten af op het volgende. 7.10.1 Uit de hiervoor weergegeven rechtspraak van het HvJ EU volgt dat de lidstaten die de thuiskopie-uitzondering hebben ingevoerd binnen de grenzen van de Auteursrechtrichtlijn en het Unierecht een ruime beoordelingsmarge hebben om de aspecten en parameters van het daarvoor te hanteren vergoedingsstelsel in te richten, maar dat dat stelsel enerzijds moet verzekeren dat de daadwerkelijke inning van die vergoeding wordt gewaarborgd en anderzijds moet voorzien mechanismen, waaronder terugbetalingsmechanismen, om situaties te corrigeren waarin overcompensatie plaatsvindt ten nadele van gebruikers. 7.10.2 Artikel 16c lid 4 Aw bepaalt in dat verband dat de verplichting tot betaling van de vergoeding vervalt indien de betalingsplichtige een drager uitvoert. Dit houdt in dat wanneer de vergoeding bij invoer of het in het verkeer brengen is afgedragen, deze moet worden terugbetaald. De Thuiskopie wijst er terecht dat een betalingsplichtige daarvoor onder andere een beroep kan doen op de algemene actie uit onverschuldigde betaling van artikel 6:203 BW. 7.10.3 Procesrechtelijk vertaalt zich dat op grond van de hoofdregel van artikel 150 Rv als volgt: (i) wanneer De Thuiskopie zich wenst te beroepen op de rechtsgevolgen van artikel 16c leden 2 en 3 Aw, namelijk dat een vergoeding verschuldigd is, zal zij moeten stellen, en bij voldoende onderbouwde betwisting bewijzen, dat een betalingsplichtige dragers in het verkeer heeft gebracht dan wel heeft ingevoerd; en(ii) wanneer een betalingsplichtige zich na uitvoer wenst te beroepen op de rechtsgevolgen van artikel 16c lid 4 Aw en/of artikel 6:203 BW, namelijk dat de vergoeding moet worden terugbetaald, zal hij moeten stellen, en bij voldoende onderbouwde betwisting bewijzen, dat de betrokken dragers zijn uitgevoerd.Deze verdeling is op zichzelf symmetrisch. 7.10.4 De Thuiskopie voert terecht aan dat voor restitutie niet voldoende is dat de betalingsplichtige een verkoopfactuur en verklaringen overlegt, aangezien De Thuiskopie: (i) een inkoopfactuur nodig heeft om te controleren of over de betrokken dragers wel een vergoeding is afgedragen; en (ii) transportstukken nodig heeft om te controleren of die dragers daadwerkelijk zijn uitgevoerd. Anders riskeert zij namelijk dat zij een vergoeding terugbetaalt die daarvoor niet aan haar was afgedragen. 7.10.5 Daarbij geldt dat daar waar restitutie in het geval van Phonezone en haar afnemers in het verleden spaak is gelopen, dat niet het gevolg is geweest van onvolkomenheden in het door De Thuiskopie gehanteerde restitutiestelsel of het door haar daarvoor ter beschikking gestelde portal , maar van het feit dat Phonezone, zoals tussen partijen vaststaat, dragers heeft ingevoerd en doorverkocht zonder daarvoor een vergoeding af te dragen en door te berekenen in haar verkoopprijs. Het spreekt dan voor zich dat noch Phonezone noch haar afnemers voor restitutie in aanmerking komen. Phonezone heeft geen concrete voorbeelden gegeven van restitutieverzoeken die De Thuiskopie niet heeft gehonoreerd terwijl Phonezone voor de betrokken dragers haar aankoopfactuur, haar verkoopfactuur en een transportdocument heeft overgelegd waaruit blijkt dat zij over die dragers de vergoeding heeft betaald en dat die dragers vervolgens zijn uitgevoerd. 7.10.6 De Thuiskopie heeft ook onweersproken aange Anders dan Phonezone aanvoert, kan er onder de incasso-overeenkomst geen rapportageplicht ontstaan van een verkoper naar De Thuiskopie wanneer een betalingsplichtige als Phonezone dragers anders dan op grond van zo’n overeenkomst heffingsvrij aan die verkoper heeft geleverd: de incasso-overeenkomst regelt namelijk alleen de mogelijkheid en gevolgen van heffingsvrije levering tussen incasso-contractanten. De Thuiskopie heeft tijdens de mondelinge behandeling onweersproken toegelicht dat geen van de drie afnemers van Phonezone die Phonezone bij die mondelinge behandeling had meegenomen een incasso-contractant is.- Met betrekking tot artikel 16ga Aw wijst De Thuiskopie er terecht op dat een verkoper van dragers op grond van die bepaling kan worden verplicht om gegevens te verstrekken over het in het verkeer brengen, de invoer en de afdracht, maar niet over een eventuele uitvoer. 7.12.3 De Thuiskopie wijst er ten slotte terecht op dat het overnemen van onderzoekwerkzaamheden die eigenlijk voor rekening en risico komen van de restitutieverzoeker tot aanzienlijke apparaatskosten zou leiden die in aftrek zouden komen van de gelden die zij aan de rechthebbende kan uitkeren. Phonezone heeft ook niet duidelijk gemaakt wat de meerwaarde zou zijn van verzoeken om opheldering van De Thuiskopie aan de door Phonezone opgegeven afnemers met betrekking tot de uitvoer van bepaalde partijen dragers ten opzichte van de situatie waarin Phonezone die afnemers zelf om opheldering zou vragen. 7.13 Phonezone klaagt dat De Thuiskopie de restitutie in haar geval onevenredig moeilijk en belastend maakt doordat zij weigert om met haar een incasso-overeenkomst te sluiten. In antwoord daarop heeft De Thuiskopie terecht aangevoerd dat zij die overeenkomst aanbiedt als vergemakkelijking ten opzichte van het wettelijke stelsel van de artikelen 16c e.v. Aw, maar dat het haar vrijstaat om die te weigeren bij betalingsplichtigen zoals Phonezone die structureel niet aan hun aangifte- en betalingsplichten hebben voldaan, zoals in deze zaak tussen partijen vaststaat. - Rechtvaardig evenwicht 7.14 Het voorgaande houdt in dat niet is komen vast te staan dat het Nederlandse stelsel niet voldoet aan het in overweging 31 van de considerans bij de Auteursrechtrichtlijn bedoelde vereiste van een rechtvaardig evenwicht tussen de belangen van de rechthebbenden en de gebruikers van beschermd materiaal. Het beroep van Phonezone op verrekening - Omkering van de bewijslast wegens een risico op dubbele heffing 7.15 PhoneZone heeft in eerste aanleg een beroep gedaan op verrekening van de vorderingen van De Thuiskopie met eigen vorderingen van haar op De Thuiskopie op grond van restitutie na uitvoer. Volgens Phonezone doet zich in deze zaak een bijzondere omstandigheid voor die een omkering rechtvaardigt van de bewijslast met betrekking tot de feiten en omstandigheden waarmee zij de betrokken restitutievorderingen moet onderbouwen. In de onderhavige zaak bestaat volgens PhoneZone namelijk een risico van dubbele heffing: De Thuiskopie vordert van Phonezone een vergoeding met betrekking tot bepaalde dragers, maar De Thuiskopie kan op de voet van artikel 16ga Aw ook de verkopers van die dragers hebben aangesproken of aanspreken, met als gevolg dat die verkopers met betrekking tot dezelfde dragers al een vergoeding kunnen hebben betaald, althans zullen moeten betalen. 7.16 Het hof volgt Phonezone niet in dit standpunt. Tussen partijen staat vast dat Phonezone dragers heeft ingevoerd en dat zij daarover geen vergoeding heeft afgedragen. Deze wordt in deze procedure voor het eerst door De Thuiskopie gevorderd. Omdat De Thuiskopie weet dat de betrokken dragers door Phonezone zijn ingevoerd, is voor de toekomst uitgesloten dat De Thuiskopie met betrekking tot diezelfde dragers een tweede betaling zal vorderen van een verkoper op grond van artikel 16ga Aw. Anders dan Phonezone aanvoert is dat niet slechts een kwestie van goed vertrouwen. Als de verkoper aantoont dat Phonezone de importeur i 7.22 Met betrekking tot producties 24 en 28 heeft De Thuiskopie onweersproken toegelicht dat de daar opgenomen stukken al hebben geleid tot creditfacturen respectievelijk een vermindering van eis in eerste aanleg. De nieuwe hoofdsomvorderingen in hoger beroep van De Thuiskopie 7.23 De Thuiskopie heeft in hoger beroep nieuwe hoofdsomvorderingen ingesteld voor de jaren 2016 en 2021 tot en met 2024 en de eerste vier maanden van 2025, eerst bij memorie van antwoord in principaal hoger beroep, tevens grieven in incidenteel hoger beroep en daarna, toen nieuwe gegevens beschikbaar waren gekomen, bij akte wijziging en vermeerdering van eis. 7.24 Tegenover deze met stukken van Phonezone zelf onderbouwde hoofdsomvorderingen van De Thuiskopie heeft Phonezone slechts algemene betwistingen gesteld die zij niet met stukken heeft onderbouwd, terwijl dat wel op haar weg had gelegen. 7.24.1 Phonezone heeft bij memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep niet anders op de eerste eisvermeerdering gereageerd dan door een herhaling van haar bezwaren in principaal hoger beroep tegen diverse aspecten van het Nederlandse stelsel en de daarbij gehanteerde bewijslastverdeling. Het hof heeft deze bezwaren hiervoor verworpen. 7.24.2 Tijdens de mondelinge behandeling heeft Phonezone op beide vermeerderingen van eis gereageerd met algemene betwistingen van de door De Thuiskopie gevorderde bedragen, onder andere dat de door De Thuiskopie als heffingsgrondslag genomen aantallen dragers niet overeenstemmen met de aantallen die Phonezone eerder had opgegeven, zonder die betwistingen te onderbouwen met de onderliggende stukken. Hetzelfde geldt voor de stelling van Phonezone tijdens de mondelinge behandeling dat De Thuiskopie, anders dan zij zelf aangeeft, niet alle door Phonezone ingediende restitutieverzoeken voor de doeleinden van deze procedure ongecontroleerd heeft overgenomen en de betrokken bedragen heeft afgetrokken van haar vorderingen. 7.24.3 In haar akte uitlating na de mondelinge behandeling heeft Phonezone na een herhaling van eerdere, hiervoor verworpen, standpunten volstaan met het woordelijk aanhalen van een bericht van haar boekhouder aan haar, waarin deze toelicht dat de voor restitutie benodigde gegevens voor een deel beschikbaar zijn en aan Phonezone worden toegezonden en voor een ander deel niet. Daarna wijst de boekhouder op wat volgens hem discrepanties zijn in de door De Thuiskopie opgelegde heffingen en goedgekeurde restituties, maar Phonezone heeft geen onderliggende stukken in het geding gebracht waarmee het hof zou kunnen controleren of op die punten inderdaad sprake is van een discrepantie. 7.25 De nieuwe hoofdsomvorderingen zijn daarom toewijsbaar. De rente over de hoofdsommen 7.26 De Thuiskopie voert aan dat bewoording en doel van artikel 16c lid 3 Aw met zich brengen dat de thuiskopievergoeding van rechtswege verschuldigd is op het moment van het in het verkeer brengen respectievelijk de invoer van een drager, en dat daarmee sprake is van een fatale termijn die maakt dat zij bij niet-betaling rente mag vorderen vanaf die datum. 7.27 Phonezone betwist dat: volgens haar ontstaat de betalingsverplichting weliswaar bij invoer dan wel in het verkeer brengen, maar is dat tijdstip niet een fatale termijn die maakt dat de betalingsplichtige bij niet-betaling meteen in verzuim raakt. Uit artikel 16f Aw volgt dat de betalingsplichtige eerst opgave moet doen, hetgeen De Thuiskopie in staat stelt om een factuur op te stellen waarin zij een betalingstermijn kan stellen, in de praktijk “per omgaande”, hetgeen volgens PhoneZone inhoudt dat er geen rente verschuldigd kan zijn voor de factuurdatum. De door De Thuiskopie voorgestelde werkwijze waarbij een betalingsplichtige meteen bij invoer dan wel in het verkeer brengen een bedrag op de rekening van De Thuiskopie zou kunnen storten is volgens haar boekhoudkundig niet mogelijk omdat op dat moment nog geen sprake is van een factuurnummer en van een gecontroleerde, onbetwiste vordering. 7.28 He 7.33 Het hof zal PhoneZone als de in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de proceskosten van de hoger beroepen. Het hof ziet aanleiding om voor de begroting van de kosten van het incidenteel hoger beroep af te wijken van de regel van punt 6 van de Richtsnoeren Liquidatietarieven gerechtshoven en rechtbanken (versie van 1 februari 2026) dat het tarief wordt berekend op de helft van het tarief van het principaal hoger beroep, aangezien het incidenteel hoger beroep (na eisvermeerdering) zelfstandige beroepsgronden betrof en zelfstandig betrekking had op bedragen die optellen tot een bedrag in de tariefgroep VII. Het hof begroot de proceskosten aan de zijde van De Thuiskopie daarom op: griffierecht € 5.689,00 salaris principaal € 11.238,00 (2 punten × tarief VII) salaris incidenteel € 14.047,50 (2,5 punten × tarief VII) nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 31.163,50. 8 Beslissing Het hof: vernietigt de beslissingen onder 6.1 en 6.7 van het tussen partijen gewezen vonnis van de rechtbank Den Haag van 1 maart 2023, bekrachtigt dat vonnis voor het overige, en in zoverre deels opnieuw rechtdoende: veroordeelt Phonezone tot betaling aan De Thuiskopie van:* € 45.657,50, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 december 2016;* € 95.550,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 december 2017;* € 347.688,40, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 december 2018;* € 321.951,90, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 december 2019;* € 18.013,10, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 december 2020;* € 83.983,80, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 december 2021;* € 50.410,90, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 december 2022;* € 604.841,09, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 september 2023;* € 23.270,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 december 2023;* € 26.506,30, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 december 2024;* € 298.899,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 april 2025; veroordeelt PhoneZone in de kosten van de procedure in principaal en incidenteel hoger beroep, aan de zijde van De Thuiskopie begroot op € 31.163,50; bepaalt dat als PhoneZone niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en De Thuiskopie haar vervolgens dit arrest laat betekenen, PhoneZone de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 98,-; verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad; wijst af wat in hoger beroep meer of anders is gevorderd. Dit arrest is gewezen door mrs. H.M.H. Speyart van Woerden, J.I. de Vreese-Rood en R.S. Le Poole en in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2026 in aanwezigheid van de griffier. Richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij, PbEG 2001, L 167, p. 10. Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken. HvJ EU 21 oktober 2010, C-467/08, ECLI:EU:C:2010:620 ( Padawan/SGAE ). HvJ EU 16 juni 2011, C462/09, ECLI:EU:C:2011:397 ( De Thuiskopie/Opus ) HvJ EU 11 juli 2013 C521/11, ECLI:EU:C:2013:515 ( Amazon.com/Austro Mechana ). HvJ EU 5 maart 2015, C463/12, ECLI:EU:C:2015:144 ( Copydan Båndkopi/Nokia ). HvJ EU 12 november 2015, C572/13, ECLI:EU:C:2015:750 ( HP/Reprobel ). HvJ EU 9 juni 2016, C-470/14, ECLI:EU:C:2016:418 ( EGEDA ). HvJ EU 22 september 2016, C-110/15, ECLI:ECLI:EU:C:2016:717 ( Microsoft/SIAE ). Arresten Padawan , punt 37, De Thuiskopie/Opus , punt 23; Amazon.com , punten 20 en 21, Copydan Båndkopi , punt 20, EGEDA , punten 22 en 23, en Microsoft/SIAE , punt 27. Arrest EGEDA , punt 25. Arrest Microsoft/SIAE , punt 54. Arresten Padawan , punt 41, Copydan Båndkopi , punt 22