Rechtspraak Gerechtshof Den Haag 2026-06-23
ECLI:NL:GHDHA:2026:1974
In deze verstekzaak vordert een werkgever van een (oud)werknemer de nakoming van betalingsverplichtingen in verband met een door de werkgever aan de werknemer verstrekte geldlening. De kantonrechter heeft (ambtshalve toetsend) de geldlening aangemerkt als een overeenkomst van consumentenkrediet. Omdat gesteld, noch gebleken is dat voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst een kredietwaardigheidstoets is verricht, heeft de kantonrechter de vordering afgewezen. In hoger beroep betoogt de werkgever dat de geldleningsovereenkomst ten onrechte is aangemerkt als een overeenkomst van consumentenkrediet. Het hoger beroep slaagt niet. GERECHTSHOF DEN HAAG Civiel recht Team Handel Zaaknummer hof : 200.356.553/01 Zaak- en rolnummer rechtbank : 11382184 \ CV EXPL 24-3697 Arrest van 23 juni 2026 in de zaak van Loodgieters- en Verwarmingsbedrijf Wijngaarden B.V. , gevestigd in Alphen aan den Rijn, appellante, advocaat: mr. R.H. Steensma, kantoorhoudend in Rotterdam, tegen [geïntimeerde] , wonend in [woonplaats] , geïntimeerde, niet verschenen. Het hof noemt partijen hierna Wijngaarden B.V. en [geïntimeerde] . 1 De zaak in het kort 1.1 Wijngaarden B.V. vordert in dit geding de terugbetaling van een geldlening die zij heeft verstrekt aan [geïntimeerde] , toen hij een werknemer van haar was. De kantonrechter heeft de geldlening aangemerkt als een overeenkomst van consumentenkrediet. Gelet daarop was het aan Wijngaarden B.V. te stellen en te onderbouwen dat zij voorafgaand aan het sluiten van de geldlening aan haar informatieverplichtingen heeft voldaan en dat de kredietwaardigheidstoets is uitgevoerd. Omdat Wijngaarden B.V. dat niet heeft gedaan, heeft de kantonrechter haar vordering afgewezen. 1.2 In hoger beroep betoogt Wijngaarden B.V. dat de kantonrechter ten onrechte heeft geoordeeld dat de geldlening kwalificeert als een overeenkomst van consumentenkrediet. Het hof is het echter met de kantonrechter eens en nu namens Wijngaarden B.V. ook in hoger beroep is nagelaten een andere grondslag voor haar vordering aan te voeren, bekrachtigt het hof het bestreden vonnis. 2 Procesverloop in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken: de dagvaarding van 26 juni 2025, waarmee Wijngaarden B.V. in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag van 8 mei 2025 (hierna: het bestreden vonnis); de memorie van grieven van Wijngaarden B.V., met bijlagen. 2.2 [geïntimeerde] is in hoger beroep niet verschenen. Aan hem is verstek verleend. 3 Feitelijke achtergrond 3.1 Op of omstreeks 20 december 2023 is tussen Wijngaarden B.V., als werkgever, en [geïntimeerde] , als werknemer, een geldleningsovereenkomst gesloten voor een bedrag van € 50.000,00 met een jaarlijks rentepercentage van zeven procent (hierna: de geldlening). 3.2 Volgens de geldlening mag Wijngaarden B.V. – indien [geïntimeerde] het bedrag dat hij onder de geldlening verschuldigd is niet tijdig betaalt – de onder de geldlening verschuldigde bedragen inhouden van zijn (eerstvolgende) salaris. 3.3 De arbeidsovereenkomst van [geïntimeerde] met Wijngaarden B.V. is op enig moment na de totstandkoming van de geldlening geëindigd. 3.4 [geïntimeerde] heeft niet voldaan aan zijn betalingsverplichtingen onder de geldlening. 4 Procedure bij de kantonrechter 4.1 Wijngaarden B.V. heeft [geïntimeerde] gedagvaard en gevorderd [geïntimeerde] te veroordelen tot betaling van € 51.979,28. 4.2 [geïntimeerde] is niet verschenen en de kantonrechter heeft aan hem verstek verleend. 4.3 Bij rolbeslissing van 5 december 2024 heeft de kantonrechter Wijngaarden B.V. in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de vraag of het geschil valt onder één van de categorieën als genoemd in artikel 93 sub c Rv en over zijn voornemen de zaak te verwijzen naar team handel van de rechtbank Den Haag. 4.4 In haar akte uitlaten na rolbeslissing heeft Wijngaarden B.V. bericht dat de zaak volgens haar wel onder artikel 93 sub c Rv valt omdat de geldlening ‘enkel en alleen door partijen is aangegaan in het kader van hun arbeidsovereenkomst’ en dat Wijngaarden B.V. zich verder refereert aan het oordeel van de kantonrechter. 4.5 Bij rolbeslissing van 13 maart 2025 heeft kantonrechter geoordeeld dat de vordering uit hoofde van de geldleningsovereenkomst geen vordering betreffende een arbeidsovereenkomst is, maar dat de kantonrechter wel bevoegd is om kennis te nemen van deze zaak indien de geldlening valt te kwalificeren als een overeenkomst van consumentenkrediet als bedoeld in artikel 7:57 BW. Wijngaarden B.V. is daarop in de gelegenheid gesteld zich daarover uit te laten. 4.6 In reactie daarop heeft Wijngaarden B.V. gemeld dat dat de geldlening volgens haar geen overeenkomst is van consumentenkrediet. 4.7 In het bestreden vonnis heeft de kantonrechter geoordeeld dat de geldlening kwalificeert als een overeenkomst van consumentenkrediet en de vorderingen van Wijngaarden B.V. afgewezen omdat Wijngaarden B.V. niet had gesteld en onderbouwd dat zij voorafgaand aan het sluiten van de geldlening aan haar informatieverplichtingen heeft voldaan en dat ‘de kredietwaardigheidstoets’ is uitgevoerd, voor het verstrekken van de geldlening. 5 Beoordeling in hoger beroep 5.1 Wijngaarden B.V. bestrijdt met haar twee grieven – die zich lenen voor gezamenlijke behandeling – het oordeel van de kantonrechter dat de geldlening kwalificeert als een overeenkomst van consumentenkrediet. Wijngaarden B.V. wil dat het hof haar vorderingen alsnog toewijst. 5.2 Volgens Wijngaarden B.V. is zij geen kredietgever in de zin van artikel 7:57 BW omdat zij de lening als werkgever heeft verstrekt aan [geïntimeerde] (als werknemer). De terugbetaling van de lening liep synchroon met de salarisbetalingen. Daarmee is de lening een onherroepelijk onderdeel geworden van de arbeidsovereenkomst, aldus Wijngaarden B.V. 5.3 Bij de beoordeling wordt het volgende vooropgesteld. 5.4 Artikel 7:57 lid 1 onder c BW definieert een (consumenten-)kredietovereenkomst als een overeenkomst “waarbij een kredietgever aan een consument krediet verleent of toezegt in de vorm van uitstel van betaling, een lening of een andere, soortgelijke betalingsfaciliteit, met uitzondering van overeenkomsten voor doorlopende dienstverlening en doorlopende levering van dezelfde goederen, waarbij de consument, zolang de diensten respectievelijk goederen worden geleverd, de kosten daarvan in termijnen betaalt”. 5.5 Artikel 7:58 lid 2 onder f BW maakt een uitzondering voor “kredietovereenkomsten waarbij het krediet als nevenactiviteit door een werkgever rentevrij of tegen een jaarlijks kostenpercentage dat lager is dan gebruikelijk op de markt, aan zijn werknemers wordt toegekend, en die niet aan het publiek in het algemeen worden aangeboden”. 5.6 De door Wijngaarden B.V. verstrekte lening valt binnen de in artikel 7:57 lid 1 onder c BW gegeven definitie van een consumentenkredietovereenkomst. De omstandigheid dat Wijngaarden B.V. niet alleen geldgever, maar toen ook de werkgever was van [geïntimeerde] , maakt niet dat zij in dit geval niet als een ‘kredietgever’ in de zin van deze bepaling (zie ook art. 7:57 lid 1 onder b BW) kan worden beschouwd. De wet voorziet immers in een regeling voor werkgevers die tevens krediet hebben verstrekt. In artikel 7:58 lid 2 onder f BW wordt de werkgever genoemd voor wie een uitzondering wordt gemaakt van de verplichtingen van onder meer art. 7:60 BW zolang het gaat om kredietovereenkomsten die werkgevers aan werknemers (als nevenactiviteit) verstrekken tegen een kostenpercentage dat lager is dan gebruikelijk is op de markt. 5.7 Wijngaarden B.V. voert niet aan dat de door haar als werkgeefster aan [geïntimeerde] verstrekte geldlening tegen een jaarlijks kostenpercentage is verstrekt dat lager is dan gebruikelijk op de markt. Het rentepercentage van zeven procent valt ook op voorhand niet als kostenpercentage te beschouwen dat ‘lager dan gebruikelijk is op de markt’. 5.8 De conclusie is dat het oordeel van de kantonrechter dat de geldlening een overeenkomst van consumentenkrediet is, voor juist moet worden gehouden. 5.9 Voor zover Wijngaarden B.V.