Rechtspraak Gerechtshof Den Haag 2026-04-09
ECLI:NL:GHDHA:2026:1584
GERECHTSHOF DEN HAAG Team Belastingrecht meervoudige kamer nummer BK-25/4 Uitspraak van 9 april 2026 in het geding tussen: Erven van [X] , belanghebbenden, (gemachtigde: A.M.H. Hogervorst) en de Inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur, (vertegenwoordiger: […] ) op het hoger beroep van belanghebbenden tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag (de Rechtbank) van 8 november 2024, nummer SGR 24/4687. Procesverloop 1.1. Aan belanghebbenden is over het jaar 2021 een aanslag de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV 2021) opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 23.280. Bij beschikking is voorts € 38 aan belastingrente in rekening gebracht. 1.2. Bij uitspraak op bezwaar heeft de Inspecteur de bezwaren van belanghebbenden tegen de aanslag en beschikking afgewezen. 1.3. Belanghebbenden hebben tegen de uitspraak op bezwaar beroep bij de Rechtbank ingesteld. Ter zake daarvan is een griffierecht geheven van € 51. De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. 1.4. Belanghebbenden hebben tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld bij het Hof. In verband daarmee is een griffierecht geheven van € 143. De Inspecteur heeft een verweerschrift ingediend. Belanghebbenden hebben op 26 juni 2025 een nader stuk ingediend. 1.5. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van 17 maart 2026. Partijen zijn verschenen. Belanghebbende heeft een pleitnota overgelegd. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt. Feiten 2.1. [naam] (de erflaatster) heeft op 13 april 2022 aangifte IB/PVV voor het jaar 2021 gedaan naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 19.233. Erflaatster heeft uitgaven voor specifieke zorgkosten in aftrek gebracht tot een bedrag van € 4.298. De aftrek is als volgt opgebouwd: Uitgaven vervoer i.v.m. ziekte of invaliditeit € 1.900 Extra uitgaven voor kleding en beddengoed € 300 Uitgaven specifieke zorgkosten € 2.200 Verhoging specifieke zorgkosten € 2.486 Totaal uitgaven specifieke zorgkosten € 4.686 Drempel € 388 Totaal aftrekbaar bedrag specifieke zorgkosten € 4.298 2.2. De erflaatster is op [overlijdensdatum] 2022 overleden. 2.3. Naar aanleiding van de aangifte heeft de Inspecteur aan belanghebbenden een verzoek om informatie gestuurd. Hierop is door de gemachtigde gereageerd. 2.4. De Inspecteur heeft een aanslag opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 23.280. Bij de aanslagoplegging is een bedrag van € 251 aan uitgaven voor specifieke zorgkosten in aftrek toegelaten. De aftrek is als volgt opgebouwd: Uitgaven vervoer i.v.m. ziekte of invaliditeit € 0 Extra uitgaven voor kleding en beddengoed € 300 Uitgaven specifieke zorgkosten € 300 Verhoging specifieke zorgkosten € 339 Totaal uitgaven specifieke zorgkosten € 639 Drempel € 388 Totaal aftrekbaar bedrag specifieke zorgkosten € 251 Bij de aanslag is € 38 aan belastingrente in rekening gebracht. 2.5. Belanghebbenden hebben bezwaar gemaakt tegen de aanslag en de beschikking belastingrente. De Inspecteur heeft op 2 februari 2024 een vooraankondiging uitspraak op bezwaar gestuurd. Daarbij zijn belanghebbenden in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord. Belanghebbenden hebben hier niet op gereageerd. Een hoorgesprek heeft daarom niet plaatsgevonden. 2.6. De Inspecteur heeft het bezwaar op 21 maart 2024 afgewezen. 2.7. Het dossier van het Hof bevat een factuur van de aankoop van een VW Golf 7 1.4 TSI, bonnen met betrekking tot benzinekosten […] en […] , een overzicht periodieke betalingen wegenbelasting en een overzicht periodieke betalingen autoverzekering. Oordeel van de Rechtbank 3. De Rechtbank heeft, voor zover in hoger beroep van belang, geoordeeld, waarbij belanghebbenden zijn aangeduid als eisers en de Inspecteur als verweerder: “7. In geschil is of de aanslag naar een juist bedrag is opgelegd. Het geschil spitst zich toe op de vraag of de aangegeven uitgaven voor vervoer terecht buiten aanmerking zijn gelat