Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag
2025-04-10
ECLI:NL:GHDHA:2025:665
Strafrecht
Hoger beroep
2,123 tokens
Inleiding
Rolnummer: 22-001633-24
Parketnummer: 09-340449-23
Datum uitspraak: 10 april 2025
TEGENSPRAAK
Gerechtshof Den Haag
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 29 april 2024 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
BRP-adres: [woonadres], [woonplaats].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 60 dagen, subsidiair 30 dagen vervangende hechtenis, waarvan 30 uren voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en onder oplegging van bijzondere voorwaarden zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij in of omstreeks de periode 24 december 2023 tot en met 25 december 2023 te Zoetermeer, althans in Nederland, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen "
- " Ik ga jou kapot maken" en/of
- " Je gaat eraan" en/of
- Je zal [slachtoffer 2] nooit meer zien" (gevolgd door) "anders maak ik haar af, dat is ook goed", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd, behoudens ten aanzien van de opgelegde straf en dat de verdachte ter zake van het tenlastegelegde – mede gelet op de geslaagde mediation - zal worden veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 60 uren met een proeftijd van twee jaren.
Het vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.
Nadere bewijsoverweging
De raadsman heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat – verkort en zakelijk weergegeven – de uitingen van zijn cliënt niet strafbaar zijn, nu zijn cliënt later heeft uitgelegd wat er met die uitingen is bedoeld.
Het hof overweegt hieromtrent als volgt.
Het hof stelt voorop dat voor een veroordeling ter zake van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht dan wel zware mishandeling is vereist dat de bedreiging van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij de bedreigde in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat hij of zij het leven zou kunnen verliezen dan wel zwaar lichamelijk letsel zou kunnen oplopen.
Het hof stelt vast dat de verdachte en de aangeefster in de periode van 24 december 2023 tot en met 25 december 2023 een aantal telefoongesprekken met elkaar hebben gehad. In een van de gesprekken zegt de verdachte ‘Ik ga je helemaal kanker kapot maken’ en ‘Je gaat kapot. Helemaal kapot. Kapot, kapot, kapot’. In een volgend telefoongesprek zegt de verdachte ‘Ik ga jou kapot maken’, ‘Je gaat eraan’, ‘Ik ga je helemaal kapot maken’, ‘Je zal [slachtoffer 2] nooit meer zien’ en ‘Ja, en anders maak ik haar af, dat is ook goed’. De aangeefster heeft verklaard dat zij zich bedreigd voelde door de woorden van de verdachte ten opzichte van haarzelf en van hun dochtertje [slachtoffer 2].
Naar het oordeel van het hof leveren de tenlastegelegde uitingen van de verdachte in onderlinge samenhang beschouwd een bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht op. De verdachte heeft meerdere malen gezegd tegen de aangeefster dat hij haar kapot gaat maken en de uitlatingen ‘Je gaat eraan’ en ‘Anders maak ik haar af’ kunnen naar het oordeel van het hof niet anders worden uitgelegd dan een bedreiging met de dood. Het hof overweegt dat de ook woorden ‘Je zal [slachtoffer 2] nooit meer zien’ en ‘anders maak ik haar af’ een strafbare bedreiging opleveren. Voor een veroordeling ter zake bedreiging is niet vereist dat het misdrijf is gericht tegen de bedreigde persoon zelf.
Deze woorden hebben betrekking op het kind van de aangeefster en de verdachte. Naar het oordeel van het hof maakt deze bedreiging niet alleen een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de aangeefster, het kleurt de bedreigende aard en inhoud van hetgeen de verdachte aan aangeefster zelf richt, tevens in.
De verdachte heeft op een later moment uitleg gegeven over zijn uitingen, in die zin dat hij met ‘kapot maken’ niet bedoelde dat hij aangeefster om het leven zou willen brengen maar dat hij het haar juridisch en emotioneel heel moeilijk wilde maken. Het hof overweegt hieromtrent dat deze latere uitleg van zijn bedoeling geen afbreuk doet aan het gegeven dat de vrees, zeker in combinatie met de bedreiging die de verdachte ten aanzien van [slachtoffer 2] heeft geuit, toen reeds was ontstaan. Het hof benadrukt in dit verband dat het bij bedreiging niet om de intentie of de bedoeling gaat van degene die de bedreiging uit, maar om de vraag of door de bedreiging een redelijke vrees kon ontstaan. Het hof beantwoordt deze vraag bevestigend.
Gelet op het voorgaande acht het hof het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen. Het verweer wordt verworpen.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij in of omstreeks de periode 24 december 2023 tot en met 25 december 2023 te Zoetermeer, althans in Nederland, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen "
- " Ik ga jou kapot maken" en/of
- " Je gaat eraan" en/of
- " Je zal [slachtoffer 2] nooit meer zien" (gevolgd door) "anders maak ik haar af, dat is ook goed", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 60 (zestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 30 (dertig) dagen hechtenis.
Bepaalt dat de taakstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Dit arrest is gewezen door mr. O.E.M. Leinarts, als voorzitter, en mr. H.M.D. de Jong en mr. O.M. Harms, leden, in bijzijn van de griffier mr. J.H.M. Peusken.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 10 april 2025.
Mr. H.M.D. de Jong is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.