Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag
2025-07-15
ECLI:NL:GHDHA:2025:2956
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Beschikking
2,016 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:GHDHA:2025:2956 text/xml public 2026-03-23T08:56:46 2026-03-19 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Den Haag 2025-07-15 200.337.904/01 Uitspraak Beschikking NL Den Haag Civiel recht; Burgerlijk procesrecht Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2023:9565, Bekrachtiging/bevestiging Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2025:2956 text/html public 2026-03-23T08:48:38 2026-03-23 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHDHA:2025:2956 Gerechtshof Den Haag , 15-07-2025 / 200.337.904/01 Verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor ex artikel 186 (oud) Rv, waarbij getuige zou moeten worden gehoord in verband met door verzoeker eventueel aanhangig te maken geding ter zake van volgens verzoeker door de Sociale Dienst onrechtmatig sturen van post naar het verkeerde adres. Geen belang bij hoger beroep als bedoeld in artikel 3:303 BW, nu bestreden beschikking in verhouding tussen verzoeker en Sociale Dienst in kracht van gewijsde is gegaan en getuige niet langer beoogde wederpartij is in eventueel aanhangig te maken geding. Bovendien geen belang bij verzoek nu onvoldoende onderbouwd dat getuige aansprakelijk is, zodat eventuele vordering in hoofdzaak geen kans van slagen heeft. GERECHTSHOF DEN HAAG Civiel recht Team Handel Zaaknummer hof : 200.337.904/01 Zaak- en rekestnummer rechtbank : 10344983 / VZ VERZ 23-1804 Beschikking van 15 juli 2025 in de zaak van [verzoeker] , wonend in [woonplaats], verzoeker, advocaat: mr. S. van Buuren, kantoorhoudend in Strijen, tegen [verweerster] , wonend op een onbekend adres, verweerster, advocaat: mr. B.J.P.G. Roozendaal, kantoorhoudend in Breda. Het hof noemt partijen hierna [verzoeker] en [verweerster]. 1 De zaak in het kort 1.1 Deze zaak betreft een verzoek van [verzoeker] tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor, waarbij [verweerster] als getuige zou moeten worden gehoord in verband met een door [verzoeker] eventueel aanhangig te maken geding ter zake van het volgens [verzoeker] door [de Sociale Dienst] onrechtmatig sturen van post naar het verkeerde adres. 1.2 De kantonrechter heeft het verzoek afgewezen. Het hof komt tot dezelfde beslissing. 2 Procesverloop in hoger beroep 2.1 Bij beroepschrift, ter griffie ingekomen op 12 januari 2024 is [verzoeker] in hoger beroep gekomen van de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam van 12 oktober 2023. Bij brief van 15 april 2024, ter griffie ingekomen op 16 april 2024, heeft [verzoeker] vijf ontbrekende stukken uit het dossier overgelegd. 2.2 [verweerster] heeft een verweerschrift ingediend dat op 1 juli 2024 is ontvangen ter griffie van het hof. 2.3 Op 19 mei 2025 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. [verweerster] is niet in persoon verschenen. Partijen – [verzoeker] mede door mr. Van Buuren en [verweerster] door mr. Roozendaal – hebben daarbij hun standpunten uiteengezet, mr. Van Buuren aan de hand van pleitnotities. Aan [verzoeker] is akte verleend van het overleggen van producties 4 tot en met 7. Vervolgens is een datum voor de beschikking bepaald. 3 Procedure bij de rechtbank 3.1 Bij verzoekschrift van 20 februari 2023 heeft [verzoeker] de rechtbank verzocht om het houden van een voorlopig getuigenverhoor, waarbij [verweerster], medewerkster bij [de Sociale Dienst], als getuige zou moeten worden gehoord met betrekking tot volgens [verzoeker] onrechtmatige postverzendingen aan het verkeerde adres door [de Sociale Dienst], inmiddels genaamd Gemeenschappelijke Regeling Sociaal. 3.2 [verweerster] en Openbaar Lichaam Sociaal (het krachtens de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal ingestelde openbare lichaam, hierna: OLS) hebben verweer gevoerd. 3.3 Nadat de kantonrechter bij tussenbeschikking van 15 juni 2023 [verzoeker] in de gelegenheid heeft gesteld zich uit te laten over wie moeten worden aangemerkt als zijn wederpartij, heeft [verzoeker] ter gelegenheid van de mondelinge behandeling in eerste aanleg verklaard dat [verweerster] en OLS als zijn wederpartijen hebben te gelden. 3.4 De kantonrechter heeft vervolgens bij de bestreden beschikking van 12 oktober 2023 [verweerster] en OLS aangemerkt als wederpartij en het verzoek afgewezen met veroordeling van [verzoeker] in de proceskosten. De kantonrechter heeft hiertoe geoordeeld dat (samengevat) het verzoek moet worden afgewezen, ten eerste vanwege gebrek aan belang (artikel 3:303 BW) en ten tweede vanwege misbruik van bevoegdheid (artikel 3:13 BW). 4 Verzoek in hoger beroep 4.1 [verzoeker] verzoekt in zijn beroepschrift, dat niet tegen OLS is gericht maar enkel tegen [verweerster], de beschikking te vernietigen en het verzoek om de getuige te horen alsnog toe te wijzen. 4.2 [verweerster] heeft verweer gevoerd. 5 Beoordeling van het hoger beroep 5.1 Bij de beoordeling neemt het hof op grond van vaste rechtspraak van de Hoge Raad het volgende tot uitgangspunt. 5.2 Een voorlopig getuigenverhoor als bedoeld in het op deze zaak toepasselijke artikel 186 Rv (oud) strekt onder meer ertoe belanghebbenden bij een eventueel naderhand bij de burgerlijke rechter aanhangig te maken geding de gelegenheid te bieden vooraf opheldering te verkrijgen omtrent de feiten, teneinde hen in staat te stellen hun positie beter te beoordelen. 5.3 Een verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor kan, als het overigens aan de eisen voor toewijzing daarvan voldoet, worden afgewezen op de grond dat van de bevoegdheid tot het bezigen van dit middel misbruik wordt gemaakt (artikel 3:13 BW), op de grond dat het verzoek strijdig is met een goede procesorde, en op de grond dat het verzoek afstuit op een ander, door de rechter zwaarwichtig geoordeeld bezwaar. Voorts bestaat geen bevoegdheid tot het verzoeken van een voorlopig getuigenverhoor indien de verzoeker bij toewijzing daarvan onvoldoende belang heeft (artikel 3:303 BW). De verzoeker heeft onder meer onvoldoende belang bij toewijzing van zijn verzoek indien het verzoek betrekking heeft op een vordering in de hoofdzaak die geen kans van slagen heeft. 5.4 Het verzoek van [verzoeker] tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor heeft, gelet op de pleitnotities van mr. Van Buuren in hoger beroep, sub 16, tot doel het horen van [verweerster] als getuige, waarna [verzoeker] mogelijk een procedure wil starten om [de Sociale Dienst] op straffe van een dwangsom te laten stoppen met post naar het verkeerde adres te sturen. Volgens het inleidend verzoekschrift, sub 26, zal de hoofdprocedure zich richten tegen de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal. 5.5 De kantonrechter heeft bij de bestreden beschikking zowel [verweerster] als OLS aangemerkt als wederpartij en het verzoek afgewezen op de hiervoor in rechtsoverweging 3.4 kort weergegeven gronden. [verzoeker] heeft in zijn beroepschrift vervolgens slechts [verweerster] in hoger beroep betrokken. Uit het zojuist genoemde punt 16 van de pleitnotities van mr. Van Buuren in hoger beroep is af te leiden dat [verweerster] niet (langer) als wederpartij in de hoofdprocedure wordt beschouwd. Mr. Roozendaal heeft ter gelegenheid van de mondelinge behandeling in hoger beroep hieromtrent aangevoerd dat alleen hoger beroep is ingesteld tegen een natuurlijk persoon en niet tegen OLS terwijl er een vordering ligt tegen OLS en dat hij daarom uitkomt op niet-ontvankelijkheid. In reactie hierop heeft [verzoeker] verklaard dat de wederpartij had moeten zijn òf de [gemeente], óf GR Sociaal als bestuursorgaan, òf OLS. Gelet hierop heeft [verzoeker] zijn hoger beroep derhalve niet gericht tegen de partij waarvan hij stelt dat het zijn wederpartij is in het eventueel naderhand door hem aanhangig te maken geding ter zake van het door hem gestelde onrechtmatig sturen van post naar het verkeerde adres. 5.6 Naar het oordeel van het hof heeft [verzoeker] gegeven het voorgaande geen belang bij zijn hoger beroep als bedoeld in artikel 3:303 BW. In de verhouding tussen [verzoeker] en OLS is de bestreden beschikking in kracht van gewijsde gegaan. In die verhouding staat derhalve vast dat het verzoek tot het houden van het voorlopig getuigenverhoor moet worden afgewezen.