Rechtspraak Gerechtshof Den Haag 2025-12-24
ECLI:NL:GHDHA:2025:2832
Rolnummer: 22-003055-24 Parketnummer: 10-098345-23 Datum uitspraak: 24 december 2025 TEGENSPRAAK Gerechtshof Den Haag meervoudige kamer voor strafzaken Arrest gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 29 augustus 2024 in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994, BRP-adres: [verblijfplaats]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. Procesgang In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1 en 2 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden. De inbeslaggenomen voorwerpen zijn verbeurdverklaard en de vorderingen tot schadevergoeding zijn toegewezen, onder oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, zoals opgenomen in het vonnis waarvan beroep. Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld. Tenlastelegging Aan de verdachte is tenlastegelegd dat: 1.hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 13 juni 2022 tot en met 30 juni 2022 te Schoondijke en/of Etten-Leur en/of Terneuzen en/of Epse en/of Helmond en/of Deventer en/of Goes en/of 's-Gravenhage, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans éénmaal met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door één of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8], (telkens) heeft bewogen tot - afgifte van (een) bankpas(sen) en/of (een) digipas(sen) en/of (een) pincode(s) en/of inloggegeven(s) (behorende bij de bankrekening(en)) van die van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (€ 8351,=) en/of [slachtoffer 3] (€ 186.500,=) en/of [slachtoffer 4] (€ 44.579,44) en/of [slachtoffer 5] (€ 3.000,=) en/of [slachtoffer 6] (€ 14.700,=) en/of [slachtoffer 7] (€ 4.900,=) en/of [slachtoffer 8] (€ 5.213,=) en/of - overboeken en/of afgifte van één of meer geldbedrag(en) (totaal ongeveer € 300.327,44) , in elk geval enig goed, (al dan niet met behulp van ([bank]-)scanner/random reader) en/of door voornoemde slachtoffers te bewegen één of meer overboekingen goed te keuren met behulp van ([bank]-) scanner/random reader) hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) met voren omschreven oogmerk - zakelijk weergegeven -- valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid meermalen, althans éénmaal, (telkens) - zich (telefonisch) (met behulp van spoofing van (een) telefoonnummer(s)) voorgedaan als (een) bonafide bankmedewerker(s) van de [bank], althans een bank, met de mededeling dat er frauduleuze handelingen werden verricht op de bankrekening(en) van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8], en het geld op die bankrekening(en) moest worden veiliggesteld, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of (vervolgens) - verzocht aan die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] om het softwareprogramma 'Anydesk' te downloaden op zijn/haar/hun computer(s), als zijnde dat een antivirusprogramma (maar in werkelijkheid een remote access tool is), waardoor verdachte en/of zijn mededader(s) de computer(s) van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en/of [slachtoffer Hoewel de bezwaren van de verdachte tegen het vonnis uitsluitend zien op de beslissing omtrent de straftoemeting, zijn in hoger beroep alle vragen van de artikelen 348 en 350 van het Wetboek van Strafvordering – waaronder dus de bewijsvraag – aan het oordeel van het hof onderworpen. Het hof komt – ambtshalve – tot een op onderdelen andere bewezenverklaring dan de rechtbank. Vaststaat dat alle door de rechtbank in de bewezenverklaring genoemde aangevers zijn opgelicht door de verdachte en zijn mededaders. De verdachte en zijn mededaders gebruikten daarvoor twee verschillende modi operandi. Een deel van de aangevers werd geïnstrueerd om ‘Anydesk’ te installeren, zodat de verdachte en zijn mededaders toegang konden krijgen tot de internetbankierenomgeving van de aangevers. Bij een ander deel van de aangevers werd een zogenaamde koerier langs gestuurd, aan wie zij hun bankpas overhandigden. Dit onderscheid naar werkwijze komt in de bewezenverklaring van de rechtbank onvoldoende en niet geheel juist tot uitdrukking. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 1.hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 13 juni 2022 tot en met 30 juni 2022 te Schoondijke, en/of Etten-Leur, en/of Terneuzen, en/of Epse, en/of Helmond, en/of Deventer, en/of Goes en /of 's-Gravenhage, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans éénmaal met het oogmerk om zich en /of (een) ander ( en ) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam, en/of een valse hoedanigheid, en/of door een of meer listige kunstgreep en /of door een samenweefsel van verdichtsels [slachtoffer 1] en /of [slachtoffer 2] en /of [slachtoffer 3] en /of [slachtoffer 4] en /of [slachtoffer 5] en /of [slachtoffer 6] en /of [slachtoffer 7] en /of [slachtoffer 8], (telkens) heeft bewogen tot - afgifte van (een) bankpas ( sen ) , en/of (een) digipas(sen), en /of (een) pincode ( s ) en/of inloggegeven(s) (behorende bij de bankrekening ( en ) ) van die van die [slachtoffer 1], en/of [slachtoffer 2] (€ 8351,=) en/of [slachtoffer 3] (€ 186.500,=) en/of [slachtoffer 4] (€ 44.579,44) en/of [slachtoffer 5] (€ 3.000,=) en/of [slachtoffer 6] (€ 14.700,=) en/of [slachtoffer 7] (€ 4.900,=) en /of [slachtoffer 8] (€ 5.213,=) en/of - overboeken en/of afgifte van één of meer geldbedrag(en) (totaal ongeveer € 300.327,44) , in elk geval enig goed, (al dan niet met behulp van ([bank]-)scanner/random reader) en/of door voornoemde slachtoffers die [slachtoffer 2], [slachtoffer 3], [slachtoffer 4], [slachtoffer 6] en [slachtoffer 7] te bewegen één of meer overboekingen goed te keuren met behulp van ([bank]-) scanner/random reader) hebbende verdachte en /of zijn mededader ( s ) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven – valselijk, en/of listiglijk, en/of bedrieglijk en /of in strijd met de waarheid meermalen, althans éénmaal, (telkens) - zich (telefonisch) (met behulp van spoofing van (een) telefoonnummer(s)) voorgedaan als (een) bonafide bankmedewerker(s) van de [bank], althans een bank, met de mededeling dat er frauduleuze handelingen werden verricht op de bankrekening ( en ) van die [slachtoffer 1], en/of [slachtoffer 2], en/of [slachtoffer 3], en/of [slachtoffer 4], en/of [slachtoffer 5], en/of [slachtoffer 6], en/of [slachtoffer 7] en /of [slachtoffer 8], en dat het geld op die bankrekening ( en ) moest worden veiliggesteld, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en /of (vervolgens) - verzocht aan die [slachtoffer 2], en/of [slachtoffer 3], en/of [slachtoffer 4], en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] en /of [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] om het softwareprogramma 'Anydesk' te downloaden op zijn/haar/ hun computer ( s ) , als ware zijnde dat een antivirusprogramma (maar in werkelijkheid zijnde een remote access tool), waardoor verdachte en /of Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewijsvoering Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring. In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het onder 1 bewezenverklaarde levert op: medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd. Het onder 2 bewezenverklaarde levert op: medeplegen van computervredebreuk, meermalen gepleegd. Strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar. Strafmotivering Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan bankhelpdeskfraude, bestaande uit oplichting en computervredebreuk. In een periode van ruim twee weken heeft hij, samen met zijn mededaders, zeven slachtoffers gemaakt en die een schadelast van in totaal bijna anderhalve ton tot gevolg heeft gehad aan schade toegebracht. De verdachte speelde hierbij een cruciale rol: hij was degene die de slachtoffers opbelde, zich voordeed als bankmedewerker, hun vertrouwen won en hun vervolgens wijsmaakte dat hun banktegoed in gevaar was en zij actie moesten ondernemen. Niet zelden was de verdachte urenlang met een slachtoffer in gesprek. De slachtoffers waren bewust uitgezocht op hun gevorderde leeftijd. Daarvan was de verdachte zich bewust en hij heeft in zijn gesprekken met de slachtoffers de verhoogde kwetsbaarheid en het door hem uitgelokte vertrouwen in zijn ogenschijnlijk beste bedoelingen meedogenloos uitgebuit. De slachtoffers zijn door hun bank schadeloos gesteld, dus financieel nadeel hebben zij uiteindelijk niet ondervonden. De bank uiteraard wel. Voor deze vorm van fraude geldt bovendien dat het vertrouwen van de slachtoffers in anderen én in zichzelf vaak ernstig wordt geschaad als het besef doordringt dat en hoe zij zijn opgelicht. Dikwijls kampen zij met gevoelens van angst, stress en schaamte. Meer in algemene zin geldt dat met deze vorm van fraude het vertrouwen dat door de samenleving moet kunnen worden gesteld in het gedigitaliseerde betalingsverkeer en bankwezen, wordt ondermijnd. De verdachte heeft zich van dit alles niets aangetrokken en zich uitsluitend laten leiden door geldelijk gewin. De ernst van de feiten, waarbij het hof tevens het benadelingsbedrag en het aantal slachtoffers betrekt, rechtvaardigt in beginsel oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden. Vervolgens dient te worden nagegaan of de persoon van de verdachte of zijn persoonlijke omstandigheden invloed hebben op de strafoplegging en zo ja, in welke mate. Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 25 november 2025, waaruit blijkt dat de verdachte onherroepelijk tot gevangenisstraf is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke feiten. Deze veroordeling dateert echter van na de thans bewezenverklaarde feiten en weegt als zodanig dus niet in het nadeel van de verdachte. De verdachte heeft naar voren gebracht – en met stukken on Hoewel het onder 1 en 2 bewezenverklaarde impact op de benadeelde partij zal hebben gehad is het hof – anders dan de rechtbank – van oordeel dat de aard en de ernst van de normschending en de nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde niet zozeer voor de hand liggen dat een aantasting in de persoon ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen. Daarmee is onvoldoende gebleken van een grondslag voor toekenning van immateriële schadevergoeding. De benadeelde partij de gelegenheid geven de vordering nader te onderbouwen, zou het strafproces onevenredig belasten. Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht. Vordering tot schadevergoeding [slachtoffer 9] In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer 9] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1 en 2 bewezenverklaarde, tot een bedrag van € 149.404,00. In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag van € 149.404,00. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte betwist, in die zin dat is aangevoerd dat de verdachte als een van de acht deelnemers aan de bewezenverklaarde feiten slechts voor een achtste deel van de schade aansprakelijk is. Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde. De verdediging heeft de gestelde schadeposten, bestaande enerzijds uit de schadeloosstelling door de bank van haar door oplichting gedupeerde klanten en anderzijds uit onderzoekskosten, niet betwist. Naar het oordeel van het hof is de verdachte voor het gehele schadebedrag aansprakelijk. Het hof overweegt daartoe als volgt. Artikel 6:166, lid 1 BW bepaalt dat indien één van tot een groep behorende personen onrechtmatig schade toebrengt en de kans op het aldus toebrengen van schade deze personen had behoren te weerhouden van hun gedragingen in groepsverband, zij hoofdelijk aansprakelijk zijn indien deze gedragingen hun kunnen worden toegerekend. Blijkens de wetsgeschiedenis voorziet deze bepaling in een individuele aansprakelijkheid van tot een groep behorende personen (deelnemers) voor onrechtmatig vanuit de groep toegebrachte schade. De mate van betrokkenheid van de afzonderlijke deelnemers bij het onrechtmatig handelen is niet van belang. Deze individuele aansprakelijkheid vindt haar rechtvaardiging in een ieders bijdrage aan het in het leven roepen van de kans dat zodanige schade zou ontstaan (Hoge Raad 3 november 2020, ECLI:NL:HR:2020:1726). In het licht van het voorgaande vindt de stelling van de verdediging dat de verdachte slechts voor een achtste deel van de schade aansprakelijk is, geen steun in het recht. Bewezenverklaard is immers dat de verdachte de feiten heeft gepleegd tezamen en in vereniging met anderen. Op grond van de groepsaansprakelijkheid van artikel 6:166 BW acht het hof de verdachte dan ook hoofdelijk aansprakelijk voor de schade. De vordering van de benadeelde partij zal dus hoofdelijk worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag der algehele voldoening. Daarbij gaat het hof uit van de data waarop de bank haar klanten schadeloos heeft gesteld en voor de onderzoekskosten van de datum van de laatste schadeloosstelling. Gelet op het voorgaande dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de ben