Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag
2025-10-23
ECLI:NL:GHDHA:2025:2268
Strafrecht
Raadkamer
769 tokens
Inleiding
datum beschikking: 23 oktober 2025
GERECHTSHOF DEN HAAG
meervoudige raadkamer
BESCHIKKING
gegeven naar aanleiding van het verzoek tot schorsing in de zaak van de verdachte, genaamd:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1987 te [geboorteplaats] ( [land] ),
thans gedetineerd in [verblijfplaats] .
Procesgang
Op 15 oktober 2025 is een verzoekschrift strekkende tot schorsing van de voorlopige hechtenis binnengekomen bij de raadkamer van het gerechtshof Den Haag.
Het hof heeft dit verzoek op 23 oktober 2025 in raadkamer behandeld.
In raadkamer zijn gehoord de verdachte, advocaat mr. M. van Stratum en de advocaat-generaal mr. H.H.J. Knol.
Het hof heeft in raadkamer kennisgenomen van de stukken die betrekking hebben op de voorlopige hechtenis van de verdachte.
De ontvankelijkheid van het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis
Namens de verdachte is verzocht om schorsing van de voorlopige hechtenis voor een periode van twee weken, gelet op de persoonlijke belangen van de verdachte. Als belang van de verdachte bij schorsing van de voorlopige hechtenis is aangevoerd dat de verdachte zijn zieke schoonvader wil bezoeken en zijn vrouw wil ondersteunen.
Ingevolge artikel 80, lid 7, van het Wetboek van Strafvordering blijft in de gevallen waarin verlof kan worden verleend op grond van het bepaalde bij of krachtens de Penitentiaire beginselenwet, de paragraaf betreffende de bevoegdheid van de rechter om te beslissen op een verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis buiten toepassing.
Het hof beoordeelt het namens de verdachte gedane verzoek als een verzoek dat is gestoeld op artikel 21 van de Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting, dat de mogelijkheid geeft voor incidenteel verlof voor het bijwonen van gebeurtenissen in de persoonlijke sfeer van de gedetineerde waarbij zijn aanwezigheid noodzakelijk is. Op grond hiervan is het hof van oordeel dat het niet bevoegd is om een beslissing op het onderhavige verzoek te nemen.
Gelet daarop zal de verdachte niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn verzoek.
Dictum
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Deze beschikking is gegeven op 23 oktober 2025 door
mr. F. Rutten, voorzitter, mr. J.M. Reinking en
mr. E.J. van As, leden, in tegenwoordigheid van
B. Budak, griffier.
Deze beschikking is ondertekend door de voorzitter en de griffier.
………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Den Haag, 23 oktober 2025
de advocaat-generaal