Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag
2025-06-27
ECLI:NL:GHDHA:2025:1348
Strafrecht
Hoger beroep
2,560 tokens
Inleiding
Rolnummer: 22-004273-24
Parketnummer: 10-331605-24
Datum uitspraak: 27 juni 2025
TEGENSPRAAK
Gerechtshof Den Haag
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 11 december 2024 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1949 te [geboorteplaats],
feitelijk woonadres: [woonadres], [[woonplaats].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte naar voren is gebracht.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het tenlastegelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 150 uren, subsidiair 75 dagen hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één maand met een proeftijd van twee jaren. Voorts is een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd, zoals in het vonnis waarvan beroep is omschreven, die dadelijk uitvoerbaar is verklaard. Daarnaast is er een beslissing genomen op het beslag zoals in het vonnis waarvan beroep is omschreven.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 31 augustus 2024 tot en met 4 september 2024, te Nieuw-Beijerland, gemeente Hoeksche Waard, althans in Nederland, als houder van een of meer dieren, te weten een tweetal honden ([hondenras 1], genaamd [hond 1] en/of een [hondenras 2], genaamd [hond 2]) de nodige verzorging aan dat/deze dier(en) heeft onthouden, door
- de honden in de modder en/of uitwerpselen te laten liggen en/of
- niet de beschikking te geven over voldoende en/of schoon drinkwater en/of
- niet de beschikking te geven over voldoende en/of passende voeding en/of
- de honden die ziek en/of gewond lijken/zijn en/of (medische) verzorging nodig heeft/hebben niet op passende wijze te (laten) verzorgen door een persoon die beschikt over voor die verzorging nodige kennis en vaardigheden.
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd.
Het vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.
Partiële vrijspraak
Het hof is van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte de nodige zorg heeft onthouden aan de [hondenras 2], genaamd [hond 2]. Het dossier houdt omtrent deze hond niet meer in dan de waarneming door verbalisanten dat de hond klitten en modder in haar vacht had, dat de hond dik was en dat de hond gulzig uit een emmer dronk. Niet is gebleken dat de hond is onderzocht door een dierenarts. Het hof acht die waarnemingen onvoldoende om te kunnen vaststellen dat de verdachte de hond voordien niet de beschikking heeft gegeven over voldoende schoon drinkwater of haar anderszins de nodige verzorging heeft onthouden. Het hof zal de verdachte in zoverre vrijspreken.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 31 augustus 2024 tot en met 4 september 2024, te Nieuw-Beijerland, gemeente Hoeksche Waard, althans in Nederland, als houder van een of meer dieren, te weten een tweetal honden ([hondenras 1], genaamd [hond 1] en/of een [hondenras 2], genaamd [hond 2]) de nodige verzorging aan dat/deze dier(en) heeft onthouden, door
- de honden in de modder en/of uitwerpselen te laten liggen en/of
- niet de beschikking te geven over voldoende en/of schoon drinkwater en/of
- niet de beschikking te geven over voldoende en/of passende voeding en/of
- de honden die ziek en/of gewond lijken/zijn is en/of (medische) verzorging nodig heeft/hebben niet op passende wijze te (laten) verzorgen door een persoon die beschikt over voor die verzorging nodige kennis en vaardigheden.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
Bewijsvoering
Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.
In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.
Nadere bewijsoverweging
De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat de [hondenras 1], genaamd [hond 1], aan verschillende kwalen leed, maar zij heeft ontkend dat zij de hond de nodige verzorging heeft onthouden.
Het hof leidt uit de bewijsmiddelen af dat [hond 1] aan meerdere kwalen leed - een abces boven haar linkeroog, een ontsteking in haar rechteroor, maden bij de anus, vlooien en een abces bij de uterus – die gezien de aard en ernst al langere tijd aanwezig en waarneembaar moeten zijn geweest. Dat blijkt ook uit de bevindingen van de dierenarts: over de maden heeft zij opgemerkt dat deze reeds een gedeelte bij de billen van de hond hadden weggevreten, terwijl zij over het abces heeft opgemerkt dat dit al langere tijd aanwezig was. Over de oorontsteking heeft de verdachte bovendien zelf verklaard dat deze al jaren aanwezig was. Toen de verdachte [hond 1] op 2 september 2024 naar de dierenarts bracht verkeerden de kwalen in een dusdanig vergevorderd stadium, dat de dierenarts zich genoodzaakt zag de hond na toestemming van de Officier van Justitie te euthanaseren. Voor de verdachte moeten er echter voldoende signalen zijn geweest dat de hond eerder medische zorg behoefde. De verdachte heeft daar niet naar gehandeld. Weliswaar heeft zij verklaard dat zij de oorontsteking behandelde met zalf en lauw water, maar voor de verdachte moet duidelijk zijn geweest dat dit volstrekt inadequaat was, nu de oorontsteking telkens terugkwam. De verdachte heeft aldus de nodige verzorging aan [hond 1] onthouden.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
zich gedragen in strijd met het voorschrift vastgesteld bij artikel 2.2, achtste lid, van de Wet dieren.
Strafbaarheid van de verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
Strafmotivering
Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft haar hond [hond 1] de nodige zorg onthouden.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 100 (honderd) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 50 (vijftig) dagen hechtenis.
Bepaalt dat een gedeelte van de taakstraf, groot 50 (vijftig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 25 (vijfentwintig) dagen hechtenis, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Gelast de teruggave aan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
1. STK Hond, [hondenras 2], genaamd [hond 2].
Gelast de teruggave aan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
1. STK Hond, [hondenras 1], genaamd [hond 1] (dat wil zeggen: de as van deze geëuthanaseerde hond, indien beschikbaar).
Heft op het bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid van de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid, zoals genoemd in het vonnis waarvan beroep.
Dit arrest is gewezen door mr. Chr.A. Baardman, voorzitter, mr. B.W. Mulder en mr. A.J.P. van Beurden, leden, in bijzijn van de griffier mr. K.J. Duyvis.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 27 juni 2025.
Mr. A.J.P. van Beurden is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.