Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag
2025-06-03
ECLI:NL:GHDHA:2025:1261
Civiel recht
Hoger beroep
642 tokens
Dictum
in de zaak van
[appellant]
,
[appellante],
beiden wonend in [woonplaats],
appellanten,
advocaat: mr. A.A.M. Knol, kantoorhoudend in Den Haag,
tegen
[verweerder],
wonend in [woonplaats],
verweerder,
advocaat: voorheen mr. H. Eijer, kantoorhoudend in Zoetermeer (onttrokken).
Het hof heeft op 28 januari 2025 in bovengenoemde zaak arrest gewezen.
Het hof heeft kennis genomen van het verzoek van mr. Knol, bij H16 formulier van 17 februari 2025, om aan de voornamen van appellanten als vermeld in de kop van het arrest, de voornamen van appellanten vermeld in de memorie van grieven toe te voegen.
Het hof heeft, nu mr. Eijer geschrapt is als advocaat, het (voormalig) kantoor van mr. Eijer verzocht het bericht waarmee [verweerder] in de gelegenheid werd gesteld om op het verzoek te reageren, door te sturen aan [verweerder]. Daarop is geen reactie ontvangen.
Het hof zal het verzoek toewijzen. Daartoe overweegt het hof dat het niet vermelden van alle voornamen van appellanten als een kennelijke fout als bedoeld in artikel 31 Rv kan worden aangemerkt, die zich leent voor eenvoudig herstel. Waar in de appeldagvaarding alleen de eerste voornaam van appellanten is opgenomen staan in de partijaanduiding in de memorie van grieven twee respectievelijk drie voornamen. Die voornamen komen overeen met de voornamen opgenomen in de partijaanduiding in de memorie van antwoord en komen eveneens overeen met de op verzoek van het hof door mr. Knol overgelegde uittreksels basisregistratie personen met betrekking tot appellanten.
Dictum
Het hof:
herstelt het tussen partijen gewezen arrest van 28 januari 2025 in dier voege dat de vermelding van de namen van appellanten op de eerste pagina daarvan:
“ 1. [appellant],
2. [appellante],”
komt te luiden
“ 1. [appellant],
2. [appellante],”
Deze verbetering wordt aangebracht op de minuut en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2025.
Voor het overige blijft het arrest, ook wat betreft de datum van uitspraak, geheel in stand.
Deze beslissing is gegeven door mrs. P. Volker, J.M.T. van der Hoeven-Oud en R.W. Polak.