Rechtspraak Gerechtshof Den Haag 2024-07-03
ECLI:NL:GHDHA:2024:2921
Rolnummer: 22-003077-21 Parketnummer: 10-961518-20 Datum uitspraak: 3 juli 2024 TEGENSPRAAK Gerechtshof Den Haag meervoudige kamer voor strafzaken Arrest gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 11 oktober 2021 in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986, adres: [woonadres] , [woonplaats] , thans gedetineerd in de [verblijfplaats] . Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. Procesgang In eerste aanleg is de verdachte vrijgesproken van het onder 2 eerste en vierde cumulatief/alternatief tenlastegelegde en veroordeeld ter zake van het onder 1, 2 tweede en derde cumulatief/alternatief, 3 en 4 tenlastegelegde. Kort gezegd gaat het om verschillende vormen van betrokkenheid bij kinderporno en om diverse vormen van seksueel misbruik van het minderjarige nichtje van de verdachte, die gedurende een deel van de periode waarin dit plaatsvond aan zijn zorg was toevertrouwd. Ook is de verdachte veroordeeld voor het heimelijk maken van afbeeldingen van een (eveneens minderjarig) meisje in een woning. De rechtbank heeft aan de verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden opgelegd. Daarnaast is de terbeschikkingstelling (hierna ook: tbs) van de verdachte met voorwaarden gelast. Ook is beslist op de vordering van de benadeelde partij en de inbeslaggenomen voorwerpen, zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep. Namens de verdachte en door de officier van justitie is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld. De advocaat-generaal heeft het door de officier van justitie ingestelde hoger beroep blijkens de opgemaakte ‘Akte intrekking Rechtsmiddel’ op 28 januari 2022 ingetrokken. Ontvankelijkheid van de verdachte in hoger beroep De verdachte is in eerste aanleg vrijgesproken van het aan hem onder feit 2 eerste en vierde cumulatief/alternatief tenlastegelegde. Het hoger beroep is namens de verdachte onbeperkt ingesteld en daarom mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak van deze cumulatief/alternatief ten laste gelegde feiten. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte om die reden niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak van het onder feit 2 eerste en vierde cumulatief/alternatief tenlastegelegde. Tenlastelegging voor zover thans nog aan het oordeel van het hof onderworpen Aan de verdachte is - na aanpassing van de omschrijving van de tenlastelegging op de voet van artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering - tenlastegelegd dat: 1.hij (op een of meer tijdstippen gelegen) in of omstreeks de periode van 11 januari 2015 tot en met 20 oktober 2020 te Zutphen, althans in Nederland meermalen, althans eenmaal afbeeldingen, te weten foto's en/of films/video's — en/of gegevensdragers bevattende afbeeldingen - te weten - een harde schijf (merk Seagate) (beslagnummer H0005.01.01.002) en/of - een harde schijf (merk Ewent) (beslagnummer H0005.05.02.004) en/of - een USB stick (merk Philps) (beslagnummer H0005.02.03.001) en/of - een mobiele telefoon (merk Samsung, type S9+) (beslagnummer H0005.05.05.001) van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft vervaardigd en/of verspreid en/of aangeboden en/of openlijk tentoongesteld en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of verworven en/of in bezit gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een 176: [afbeelding 3] en [afbeelding 4] en [afbeelding 5] en [afbeelding 6] en [afbeelding 7] ) en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt; 2.Hij in of omstreeks de periode van 11 januari 2015 tot en met 10 januari 2019 te Zutphen, in elk geval in Nederland en/of Zwitserland en/of Frankrijk, meermalen met [slachtoffer 1] (geboren [geboortedatum slachtoffer 1] ) die toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft gepleegd, te weten - het tongzoenen, en/of - het aanraken met zijn, verdachtes, vinger(s)/hand van de vagina en/of de clitoris van deze [slachtoffer 1] , en/of - het wrijven met zijn, verdachtes, penis tussen de schaamlippen en/of over de clitoris van die [slachtoffer 1] , en/of - het penetreren van de vagina van die [slachtoffer 1] met zijn, verdachtes, penis en/of vinger(s), en/of - het bewegen van die [slachtoffer 1] om zichzelf te masturberen, en/of - het pijpen, in elk geval in de mond nemen, van de penis van verdachte door voornoemde [slachtoffer 1] ; en/of hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2015 tot en met 28 juni 2017 te Zutphen, in elk geval in Nederland en/of Zwitserland en/of Frankrijk, meermalen met [slachtoffer 1] (geboren [geboortedatum slachtoffer 1] ) die toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft gepleegd, te weten: - het tongzoenen, en/of - het aanraken met zijn, verdachtes, vingers)/hand van de vagina en/of de clitoris van deze [slachtoffer 1] , en/of - het wrijven met zijn, verdachtes, penis tussen de schaamlippen en/of over de clitoris van die [slachtoffer 1] , en/of - het penetreren van de vagina met zijn, verdachtes, penis en/of vinger(s), en/of - het bewegen van die [slachtoffer 1] om zichzelf te masturberen, en/of - het pijpen, in elk geval in de mond nemen, van de penis van verdachte door voornoemde [slachtoffer 1] ; terwijl die [slachtoffer 1] aan zijn zorg was toevertrouwd. 3.hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2015 tot en met 28 juni 2017 te Zutphen, in elk geval in Nederland en/of Zwitserland en/of Frankrijk, meermalen ontucht heeft gepleegd met een aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, te weten [slachtoffer 1] (geboren [geboortedatum slachtoffer 1] ), door: - het kussen en/of tongzoenen - het (over kleding en/of ondergoed) betasten en/of kussen en/of likken van de borst(en) en/of tepel(s) en/of bil(len) en/of vagina van die [slachtoffer 1] , en/of - het bewegen van de [slachtoffer 1] hem, verdachte, af te trekken, en/of - het bewegen van die [slachtoffer 1] zich te masturberen - het houden en/of bewegen van zijn, verdachtes, penis tussen de schaamlippen en/of tegen de clitoris van die [slachtoffer 1] - het vaginaal penetreren van die [slachtoffer 1] met zijn, verdachtes, penis, en/of - het laten urineren door die [slachtoffer 1] in de mond en/of over het lichaam van hem, verdachte; 4.hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 november 2018 tot en met 1 oktober 2019 te Eindhoven, (telkens) gebruik makende van een technisch hulpmiddel, te weten een mobiele telefoon, waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar was gemaakt (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk van (een) persoon, te weten [slachtoffer 2] (geboren [geboortedatum slachtoffer 2] ) aanwezig op een niet voor het publiek toegankelijke plaats, te weten een achtertuin behorende bij een woning waar die [slachtoffer 2] op die/dat moment(en) woonde/verbleef, en/of op een trap en/of in een slaapkamer, althans op diverse locaties in voornoemde woning, (telkens) een of meerdere afbeelding(en) heeft vervaardigd en/of hierover de beschikking heeft gehad; Vordering van de advocaat-generaal De advocaat-gene hij in of omstreeks de periode van 11 januari 2015 tot en met 10 januari 2019 te Zutphen, in elk geval in Nederland en /of Zwitserland en /of Frankrijk, meermalen met [slachtoffer 1] (geboren [geboortedatum slachtoffer 1] ) die toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft gepleegd, te weten - het tongzoenen, en /of - het aanraken met zijn, verdachtes, vinger ( s ) /hand van de vagina en /of de clitoris van deze [slachtoffer 1] , en /of - het wrijven met zijn, verdachtes, penis tussen de schaamlippen en /of over de clitoris van die [slachtoffer 1] , en /of - het penetreren van de vagina van die [slachtoffer 1] met zijn, verdachtes, penis en /of vinger ( s ) , en /of - het bewegen van die [slachtoffer 1] om zichzelf te masturberen, en /of - het pijpen, in elk geval in de mond nemen, van de penis van verdachte door voornoemde [slachtoffer 1] ; en /of hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2015 tot en met 28 juni 2017 te Zutphen, in elk geval in Nederland en /of Zwitserland en /of Frankrijk, meermalen met [slachtoffer 1] (geboren [geboortedatum slachtoffer 1] ) die toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft gepleegd, te weten: - het tongzoenen, en /of - het aanraken met zijn, verdachtes, vingers ) /hand van de vagina en /of de clitoris van deze [slachtoffer 1] , en /of - het wrijven met zijn, verdachtes, penis tussen de schaamlippen en /of over de clitoris van die [slachtoffer 1] , en /of - het penetreren van de vagina met zijn, verdachtes, penis en /of vinger ( s ) , en /of - het bewegen van die [slachtoffer 1] om zichzelf te masturberen, en /of - het pijpen, in elk geval in de mond nemen, van de penis van verdachte door voornoemde [slachtoffer 1] ; terwijl die [slachtoffer 1] aan zijn zorg was toevertrouwd 3.hij in of omstreeks de periode van 1 mei 2015 tot en met 28 juni 2017 te Zutphen, in elk geval in Nederland en /of Zwitserland en /of Frankrijk, meermalen ontucht heeft gepleegd met een aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, te weten [slachtoffer 1] (geboren [geboortedatum slachtoffer 1] ), door: - het kussen en /of tongzoenen - het (over kleding en/of ondergoed) betasten en /of kussen en /of likken van de borst ( en) en /of tepel ( s ) en /of bil ( len ) en /of vagina van die [slachtoffer 1] , en /of - het bewegen van d i e [slachtoffer 1] hem, verdachte, af te trekken, en /of - het bewegen van die [slachtoffer 1] zich te masturberen , en - het houden en /of bewegen van zijn, verdachtes, penis tussen de schaamlippen en /of tegen de clitoris van die [slachtoffer 1] , en - het vaginaal penetreren van die [slachtoffer 1] met zijn, verdachtes, penis, en /of - het laten urineren door die [slachtoffer 1] in de mond en /of over het lichaam van hem, verdachte. 4.hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 november 2018 tot en met 1 oktober 2019 te Eindhoven, ( telkens ) gebruik makende van een technisch hulpmiddel, te weten een mobiele telefoon, waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar was gemaakt ( telkens ) opzettelijk en wederrechtelijk van ( een ) persoon, te weten [slachtoffer 2] (geboren [geboortedatum slachtoffer 2] ) aanwezig op een niet voor het publiek toegankelijke plaats, te weten een achtertuin behorende bij een woning waar die [slachtoffer 2] op die /dat moment ( en ) woonde /verbleef , en /of op een trap en /of in een slaapkamer , althans op diverse locaties in voornoemde woning, ( telkens ) een of meerdere afbeelding ( en ) heeft vervaardigd en /of hierover de beschikking heeft gehad. Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. Voor zover in de tenlas Hij lijkt hierbij manipulerend te werk te zijn gegaan. Het seksueel misbruik was veel omvattend en heeft jarenlang geduurd. Hierbij is ernstig inbreuk gemaakt op de lichamelijke en psychische integriteit van het nog zeer jonge slachtoffer. De verdachte heeft het fysieke en psychische welzijn van het slachtoffer ondergeschikt gemaakt aan de bevrediging van zijn eigen seksuele behoeften en daarmee haar (seksuele) ontwikkeling ernstig verstoord. Zelfs als het initiatief tot het hebben van seks (in welke vorm dan ook) van het slachtoffer kwam, zoals de verdachte stelt, had de verdachte hier geen gehoor aan moeten en mogen geven. Het slachtoffer was kwetsbaar en vertrouwde de verdachte, die als oom en later als pleegvader op grove wijze misbruik heeft gemaakt van dat vertrouwen. Jonge slachtoffers van seksueel misbruik ondervinden in de regel nog geruime tijd de (psychische) gevolgen van hetgeen hen is aangedaan. Voorts heeft de verdachte kinderporno vervaardigd (onder meer van zijn nichtje), verspreid en in bezit gehad. Zijn activiteiten vonden plaats op het darkweb en waren langdurig en intensief van aard, waarbij de verdachte in diverse gebruikersgroepen die zich richtten op kinderporno zelfs de belangrijke rol van administrator en/of moderator vervulde. Door zo te handelen heeft de verdachte een wezenlijke bijdrage geleverd aan het bevorderen en in stand houden van misbruik van jonge kinderen. Ten gevolge van dat misbruik lopen deze kinderen dikwijls psychische schade op die gedurende lange tijd diepe sporen nalaat. Ook kunnen zij nog geruime tijd achtervolgd worden door de gevolgen van de productie van de beelden. In de praktijk is namelijk gebleken dat een afbeelding die eenmaal op internet is aangetroffen, vrijwel onmogelijk blijvend van internet te verwijderen is en nog jarenlang kan opduiken. Dat de verdachte hieraan een bijdrage heeft geleverd, rekent het hof de verdachte zwaar aan. Tot slot heeft de verdachte heimelijk beeldmateriaal gemaakt van een ander minderjarig meisje. Hij heeft hierover seksueel getinte berichten verstuurd. Het valt op dat de verdachte eerst een vriendschappelijke- en vertrouwensband had opgebouwd met de moeder van dat meisje, om vervolgens in haar woning die opnames te maken. Ook hier geldt dus dat de verdachte calculerend en manipulatief is geweest. Justitiële Documentatie Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 30 mei 2024, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van een strafbaar feit. De persoon van de verdachte De verdachte is op meerdere momenten door verschillende deskundigen onderzocht. Laatstelijk was dit bij opname in het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie, locatie Pieter Baan Centrum (PBC). Het hof heeft – gelet op de ouderdom ervan met instemming van de advocaat-generaal en de verdediging - acht geslagen op het PBC-rapport van 28 november 2022, opgemaakt door [arts in opleiding tot psychiater] (arts in opleiding tot psychiater) onder supervisie van M.J. van Haaren (psychiater) en door P.E. Geurkink (GZ-psycholoog). Het hof heeft tevens acht geslagen op de beantwoording van de aanvullende vraagstelling door P.E Geurkink d.d. 25 april 2023. De deskundigen M.J. van Haaren en P.E. Geurkink hebben ter terechtzitting in hoger beroep de rapportages nader toegelicht. Voorts heeft het hof acht geslagen op de Reclasseringsrapportages van 12 juni 2023, 4 september 2023 en 11 maart 2024, opgemaakt door reclasseringswerker [reclasseringswerker] . Ook [reclasseringswerker] heeft op de terechtzitting van het hof de rapportages toegelicht. Toerekeningsvatbaarheid De deskundigen van het PBC hebben bij de verdachte een tweetal psychische stoornissen vastgesteld. De eerste betreft een andere gespecificeerde neurobiologische ontwikkelingsstoornis, met deficiënties in de sociale interactie, fixaties en detailgerichtheid, waarbij de verdachte niet voldoet aan de criteri Tot zover maakt het hof deze bevindingen en de getrokken conclusies tot de zijne, met dien verstande dat het hof voor wat betreft de mate van toerekenbaarheid uit gaat van een zogenaamde ‘driepuntsschaal’ (toerekeningsvatbaar, verminderd toerekeningsvatbaar, ontoerekeningsvatbaar). Het hof komt op basis daarvan tot het oordeel dat bij de verdachte tijdens het begaan van de feiten een ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond en dat deze de gedragskeuzen en het handelen van de verdachte ten tijde van het bewezenverklaarde zodanig hebben beïnvloed dat de feiten 2 en 3 hem slechts in verminderde mate kunnen worden toegerekend. Recidiverisico Op basis van de inhoud van de hierboven genoemde rapportages stelt het hof verder vast dat het recidiverisico op de korte tot middellange termijn matig tot hoog moet worden geacht. Desondanks zien de deskundigen, gelet op het feit dat de stoornissen blijvend van aard en nauwelijks te behandelen zijn (in engere zin), onvoldoende aanknopingspunten om een behandeling te adviseren. Eventuele interventies zouden zich volgens de deskundigen daarom op de situatieve en contextuele factoren dienen te richten en daarmee meer het karakter hebben van toezicht dan van een behandeling. Zij adviseren derhalve langdurig toezicht binnen een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Dergelijk toezicht wordt uitgeoefend door de reclassering. Daarnaast zou de verdachte volgens de deskundigen baat kunnen hebben bij het behandelaanbod voor zedendelinquenten in een ambulante setting, bijvoorbeeld bij De Waag. Daarbij heeft de deskundige P. Geurkink ter terechtzitting van het hof aangetekend zich ervan bewust te zijn dat uitoefening van toezicht op zedendelinquenten lastig is, nu de delicten zich doorgaans afspelen in het verborgene. De behandelmodules die poliklinisch bestaan voor zedenproblematiek richten zich met name op het creëren van inzicht in de eigen problematiek, maar ook daarbij geldt dat openheid een vereiste is. Als de betrokkene iets achterhoudt, komt dat niet aan het licht. Namens de reclassering heeft [reclasseringswerker] ter terechtzitting in hoger beroep aangegeven grote twijfels te hebben bij de effectiviteit en uitvoerbaarheid van reclasseringstoezicht om het recidiverisico terug te dringen. Daarbij zijn mede van belang de gebeurtenissen die zich hebben voorgedaan gedurende de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte, zoals deze zijn beschreven in de reclasseringsrapportages. Gebeurtenissen tijdens schorsing voorlopige hechtenis De voorlopige hechtenis van de verdachte is van 15 december 2022 tot 16 februari 2024 onder voorwaarden geschorst geweest, waardoor hij de behandeling van zijn zaak in hoger beroep gedurende 14 maanden in vrijheid heeft kunnen afwachten. Onder de schorsingsvoorwaarden vielen onder andere een contactverbod met het slachtoffer (zijn – inmiddels meerderjarige - nichtje) en het volgen van een ambulante behandeling. Uit de rapportages van de reclassering blijkt dat een ambulante behandeling gedurende de schorsing van de voorlopige hechtenis niet van de grond is gekomen. In januari 2023 is de verdachte aangemeld bij de forensisch ambulante polikliniek van Transfore, welke een zedenbehandeling van 3 á 4 dagen per week heeft geadviseerd. De verdachte ging hier niet mee akkoord, omdat hij een behandeling van hooguit 1 á 2 uur per week voldoende achtte en hij prioriteit gaf aan het behouden van zijn baan. Vervolgens is de verdachte aangemeld bij GGNet De Boog, maar die achtte een behandeling aldaar, gelet op de combinatie van de delicten, de hardnekkige problematiek en de beperkte openheid van de verdachte, ontoereikend om het recidiverisico te verlagen. Ten slotte is de verdachte in september 2023 aangemeld bij de forensische polikliniek van De Waag. Hoewel De Waag de kans op slagen van een ambulante zedenbehandeling minimaal achtte, werd aan de verdachte een proefbehandeling aangeboden. Kort da De advocaat-generaal stelt zich op het standpunt dat bijzondere voorwaarden in het kader van een voorwaardelijk strafdeel niet uitvoerbaar zijn gebleken en dat – mede gelet op de houding van de verdachte ten opzichte van tbs met voorwaarden – een behandeling in het kader van tbs met dwangverpleging geboden is. Het hof heeft ter beantwoording van de vraag welke straf en/of maatregel in het onderhavige geval passend is – afgezien van de maatregel ex artikel 38z Sr - een aantal mogelijkheden afgewogen, te weten oplegging van: - een deels voorwaardelijke gevangenisstraf, met oplegging van bijzondere voorwaarden; - tbs met voorwaarden ofwel met dwangverpleging, al dan niet in combinatie met een gevangenisstraf. Het hof stelt vast dat aan de wettelijke vereisten voor de oplegging van een tbs-maatregel is voldaan. De bewezenverklaarde feiten betreffen, behoudens het onder 4 bewezenverklaarde, misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld en tijdens het begaan van de feiten bestond bij de verdachte een ziekelijke stoornis van de geestvermogens. Hoewel de deskundigenrapportages en adviezen geen oplegging van een tbs-maatregel adviseren, is het hof daaraan niet gebonden. De waardering van de rapportages en adviezen is immers aan de rechter voorbehouden. Het hof stelt ook vast dat, nu de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep stellig en herhaaldelijk blijft bij zijn weigering om mee te werken aan gestelde voorwaarden bij een eventueel op te leggen tbs met voorwaarden, oplegging van die maatregel niet mogelijk is. Dat brengt met zich dat de vraag is of een deels voorwaardelijke gevangenisstraf, met oplegging van bijzondere voorwaarden, of TBS met dwangverpleging, al dan niet in combinatie met een gevangenisstraf aangewezen is. Naar het oordeel van het hof heeft verplichte behandeling als bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijk strafdeel onvoldoende kans van slagen. Het hof is mede op grond van het onderzoek ter terechtzitting er onvoldoende van overtuigd dat de verdachte daartoe op dit moment voldoende intrinsieke motivatie heeft en duurzaam in staat zal zijn zich aan een dergelijke behandeling te conformeren. Daarbij wordt mede in aanmerking genomen dat het stellen van een bijzondere voorwaarde die inhoudt dat de verdachte een ambulante behandeling voor zijn zedenproblematiek dient te volgen gedurende de schorsing van de voorlopige hechtenis niet tot resultaat heeft geleid, nu een dergelijke behandeling ondanks meerdere pogingen tijdens de schorsing niet van de grond is gekomen. De verdachte weigerde immers behandeling wanneer deze niet conform zijn voorkeur werd aangeboden en is afspraken niet nagekomen. Het slagen van een ambulante behandeling staat of valt met het (kunnen) maken en nakomen van afspraken in combinatie met een zekere mate van inzicht in de eigen problematiek. Het is het hof gebleken dat de verdachte hiertoe op dit moment niet in staat is. Tot het volgen van een klinische behandeling was en is de verdachte niet bereid. Gelet op de aard en ernst van de problematiek en het ontbreken van andere realistische mogelijkheden, is het hof bij de huidige stand van zaken van oordeel dat de veiligheid van anderen, danwel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van de tbs-maatregel eist. Bij de verdachte is om die redenen en vanwege het door de deskundigen ingeschatte recidivegevaar, dwangverpleging noodzakelijk om behandeling te waarborgen. De maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege wordt opgelegd wegens een misdrijf dat gericht is tegen de onaantastbaarheid van het lichaam van een persoon, zodat de duur van die terbeschikkingstelling niet gemaximeerd is. Het hof is van oordeel dat, gelet op de ernst van de feiten, naast een terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege, een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 37 maanden, met aftrek van voorarrest, in beginsel een Ten tweede verzoekt de verdachte om teruggave van de niet als pornografisch aan te merken foto’s van aangeefster en ander niet strafbaar materiaal op de gegevensdrager met beslagcode HO05.01.01.002 (het hof begrijpt: HO005.01.01.002). Volgens de verdachte staan op deze gegevensdrager slechts 7 strafbare afbeeldingen (hetgeen zou blijken uit dossier pagina B02-178). De rest bestaat uit werk gerelateerde documenten en e-mails van de verdachte, zijn huwelijksakte en andere persoonlijke documenten. Verzoeker vraagt om deze 7 strafbare afbeeldingen van de gegevensdrager te wissen, en de gegevensdrager vervolgens terug te geven, dan wel de niet-strafbare afbeeldingen naar een, door verdachte aan te leveren nieuwe gegevensdrager te kopiëren en de niet-strafbare afbeeldingen aldus terug te geven. Overwegingen van het hof: Het hof constateert allereerst dat, zoals de verdachte ook toegeeft, de verdachte het ertoe heeft geleid dat op deze gegevensdrager zowel strafbare als niet-strafbare afbeeldingen vermengd zijn geraakt. Uitgangspunt is dan dat de afbeeldingen de gegevensdrager ‘volgen’. Dat wil zeggen dat met de in beslagname van de gegevensdrager ook alle daarop aanwezige gegevens/afbeeldingen in beslag worden genomen. Indien op de gegevensdrager zowel strafbaar als niet-strafbaar materiaal staat, dan is in beginsel een grond aanwezig voor onttrekking van de gegevensdrager, inclusief alle, dus ook de niet-strafbare, daarop voorkomende afbeeldingen/gegevens. Het Nederlandse Wetboek van Strafvordering geeft de verdachte niet de mogelijkheid om teruggave van specifieke (bestanden met) gegevens te vragen. De verdachte doet een gemotiveerd en specifiek verzoek om, gelet op zijn persoonlijke ‘family life’ belangen, het niet strafbare materiaal terug te geven. Gelet op de recente ontwikkelingen in de jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) met betrekking tot schending van artikel 8 EVRM (zie voor een uitgebreid overzicht daarvan ECLI:NL:GHDHA:2019:391) en op het gegeven dat in het bij de Tweede Kamer aanhangig gemaakte wetsvoorstel Modernisering van het Wetboek van Strafvordering, naast het bestaande beslag op voorwerpen ook een beslag op gegevens wordt geïntroduceerd, is het hof van oordeel dat de verdachte de mogelijkheid moet hebben om een zo goed mogelijk gespecificeerd verzoek tot teruggave van gegevens/afbeeldingen te doen. Vervolgens dient een belangenafweging te worden gemaakt tussen het strafvorderlijk en maatschappelijk belang van onttrekking aan het verkeer en het persoonlijke (privacy) belang van de verdachte. Genoemd proces-verbaal LERDE20004-510 (dossier pagina B01-998-1004) kent een bijlage 3 dat (op pagina B01-1013) vermeldt dat gegevensdrager HO005.01.01.002 inderdaad slechts 7 strafbare afbeeldingen bevat, die in de betreffende kolom als “carved” worden aangemerkt. Uit het proces-verbaal volgt voorts dat met “carved” wordt bedoeld dat het afbeeldingen zijn die niet zonder specialistische forensische software zichtbaar kunnen worden gemaakt. Uit het feit dat de politie heeft geconcludeerd dat deze 7 afbeeldingen strafbaar materiaal bevatten, concludeert het hof dat de politie beschikt over dergelijke specialistische, forensische software. Het hof gaat er vanuit dat, al dan niet met dergelijke software, de overige niet-strafbare afbeeldingen op een nieuwe, door de verdachte aan te leveren, gegevensdrager kunnen worden gezet. Het hof gaat er voorts vanuit dat een dergelijke exercitie de politie niet een disproportionele hoeveelheid tijd kost, temeer nu de politie die 7 afbeeldingen al heeft getraceerd. De niet-strafbare afbeeldingen betreffen familiefoto’s, vakantiefoto’s, werk gerelateerde documenten en andere afbeeldingen van delen van het persoonlijk leven van de verdachte. Deze hebben voor de verdachte een grote emotionele waarde, temeer nu hij niet beschikt over kopieën van die afbeeldingen. Het hof zal dan ook gelasten dat de niet-strafbare gegevens/afbeeldingen op deze gegevensdrager aa Nu de verdachte geen bijzondere omstandigheden heeft aangevoerd die meebrengen dat van deze hoofdregel moet worden afgeweken zal het hof geen gevolg geven aan dit verzoek van de verdachte. Résumé Ten aanzien van de op de beslaglijst voorkomende in beslag genomen en nog niet teruggegeven gegevensdragers zal het hof de onttrekking aan het verkeer bevelen, in de hierboven sub 1 – 4 genoemde gevallen eerst te effectueren nadat kopieën van het daar bedoelde niet-strafbare materiaal ten behoeve van de verdachte zijn gemaakt. Het gaat hier om gegevensdragers die (mogelijk) strafbaar materiaal bevatten dan wel die niet konden worden onderzocht zodat de kans bestaat dat deze strafbaar materiaal bevatten. Het ongecontroleerde bezit van de in beslag genomen gegevensdragers is in strijd met de wet of het algemeen belang. Vordering tot schadevergoeding [slachtoffer 1] In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer 1] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden immateriële schade als gevolg van het aan de verdachte onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde, tot een bedrag van € 15.000,00. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de benadeelde partij haar vordering gematigd tot een bedrag van € 5.100,-. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte niet betwist. Het hof is van oordeel dat aannemelijk is geworden dat de benadeelde partij immateriële schade heeft geleden en dat deze schade het rechtstreeks gevolg is van het onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde. De vordering ter zake van geleden immateriële schade leent zich - naar maatstaven van billijkheid - voor toewijzing tot het gevorderde bedrag, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 11 januari 2015 tot aan de dag der algehele voldoening. Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van € 5.100,00 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] . Gelet op het voorgaande dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken. Toepasselijke wettelijke voorschriften Het hof heeft gelet op de artikelen 36b, 36c, 36f, 37a, 37b, 55, 57, 139f, 240b, 245, 248 en 249 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden. BESLISSING Het hof: Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 2 eerste en vierde cumulatief/alternatief tenlastegelegde. Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het onder 1, 2, 3 en 4 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 (zesendertig) maanden . Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht. Gelast dat de verdachte ter beschikking word