Rechtspraak Gerechtshof Den Haag 2024-12-10
ECLI:NL:GHDHA:2024:2906
GERECHTSHOF DEN HAAG Civiel recht Team Handel Zaaknummer hof : 200.319.926/01 Zaaknummer rechtbank : C/10/620490 / HA ZA 21-523 Arrest van 10 december 2024 in de zaak van [appellant] , wonend in [woonplaats], appellant, advocaat: mr. E.B. van den Ouden, kantoorhoudend in Oude-Tonge, tegen EuroCollege Hogeschool Rotterdam B.V. , gevestigd in Rotterdam, geïntimeerde, advocaat: mr. A.J.F. [vestigingsdirecteur], kantoorhoudend in 's-Gravenhage. Het hof zal partijen hierna noemen [appellant] en EuroCollege. 1 De zaak in het kort [appellant] heeft in augustus 2017 een onderwijsovereenkomst gesloten met EuroCollege voor de (versnelde) hbo-opleiding International Business & Entrepreneurship. In oktober 2019 heeft [appellant] de onderwijsovereenkomst ontbonden. In hoger beroep ligt de vraag voor of Eurocollege is tekortgeschoten in de nakoming van de met [appellant] gesloten onderwijsovereenkomst. Het hof laat [appellant] toe tot het leveren van bewijs dat afwijkende, individuele afspraken met EuroCollege zijn gemaakt over intensievere begeleiding van [appellant]. 2 Procesverloop in hoger beroep 2.1 Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken: de dagvaarding van 20 oktober 2022, waarmee [appellant] in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 27 juli 2022 (hierna: het vonnis); het arrest van dit hof van 14 februari 2023, waarin een mondelinge behandeling na aanbrengen is gelast (deze is niet gehouden); de memorie van grieven van [appellant], met bijlagen; de memorie van antwoord van EuroCollege, met bijlagen; de bijlagen 7-9 die [appellant] ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft overgelegd. 2.2 Op 28 juni 2024 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. De advocaten hebben de zaak toegelicht. De advocaat van [appellant] heeft dat gedaan aan de hand van pleitaantekeningen die hij heeft overgelegd. Van de mondelinge behandeling is een proces-verbaal opgemaakt. 3 Feitelijke achtergrond 3.1 De rechtbank is in het vonnis onder 2.1 tot en met 2.14 uitgegaan van een aantal feiten. Met de grieven I tot en met V klaagt [appellant] dat de rechter de feiten in rov. 2.2, 2.4 tot en met 2.6 en 2.8 tot en met 2.13 te beperkt en onvolledig heeft weergegeven. De rechtbank was echter niet gehouden alle feiten te vermelden. Het stond de rechtbank vrij alleen die feiten op te nemen die zij voor haar beoordeling van belang achtte. Deze grieven falen daarom. Dat neemt niet weg dat het hof, voor zover hij daartoe aanleiding ziet, rekening zal houden met wat [appellant] in de toelichting op de grieven heeft aangevoerd. Omdat [appellant] in de grieven I tot en met V de door de rechter (wel) vastgestelde feiten verder niet betwist, zijn deze in hoger beroep niet in geschil en dienen zij daarom ook voor het hof als uitgangspunt. Samengevat en waar nodig aangevuld met andere feiten die als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende betwist zijn komen vast te staan, komen de feiten neer op het volgende. 3.2 Het (particuliere) EuroCollege biedt door het Ministerie van Onderwijs geaccrediteerde opleidingen aan. Dit wil zeggen dat de opleidingen elke zes jaar worden geaccrediteerd door de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (de NVAO). 3.3 Een van de opleidingen die EuroCollege aanbiedt is de (versnelde) hbo-opleiding International Business & Entrepreneurship (hierna: IBE). Het collegegeld voor deze opleiding bedraagt € 15.750,- per jaar. 3.4 Voor deze hbo-opleiding wordt een onderwijsovereenkomst van drie jaar aangegaan. Het is in beginsel mogelijk de opleiding in 2 jaar en 8 maanden te voltooien. Of dat lukt is afhankelijk van de duur van stages en de periodes tussen leerperiodes en stages in en ook van de vraag of de student de laatste vier maanden nog nodig heeft voor het schrijven van de eindscriptie. 3.5 Na bij EuroCollege succesvol een mbo-opleiding te hebben afgerond overwoog [appellant] de (versnelde) hbo-opleiding IBE bij EuroCollege te gaan volgen. In dat kader hee Nu blijkt dat hij voor de komende tentamens bijna overal voor uitgesloten is naar wat mij te ore is gekomen, foute conclusies van het secretariaat die vervolgens weigeren dit aan te passen dit heeft tot gevolg dat het motivatie niveau niet het gewenste is. Mijnheer [vestigingsdirecteur], hopelijk begrijpt u onze zorg en mag ik u vragen om de komende weken een extra oogje op [appellant] te houden en hem te ondersteunen bij het studeren, ook wij hebben hem ook reeds aangesproken op zijn verantwoordelijkheid in deze.” 3.11 Op 6 juni 2019 en 20 juni 2019 zijn [appellant] de resultaten toegezonden zoals vastgesteld in de examencommissie van de opdrachten, presentaties en tentamens van semester 4-2019. Op 20 juni 2019 heeft een studievoortgangsgesprek plaatsgevonden met [vestigingsdirecteur]. Bij e-mail van 25 juni 2019 heeft EuroCollege een plan van aanpak aan [appellant] gezonden met daarin de afspraken die met [vestigingsdirecteur] zijn gemaakt tijdens het gesprek van 20 juni 2019. 3.12 [appellant] heeft op 4 juli 2019 een e-mail gestuurd aan het management van EuroCollege Hogeschool. Daarin staat, voor zover van belang: “(…) Afgelopen maanden heb ik mijn zorgen uitgesproken over de gang van zaken binnen het Eurocollege. Na meerdere gesprekken is mij toen nadrukkelijk verteld dat dit opgelost zou worden. Tot op heden is dit niet zo en faalt de Eurocollege formule voornamelijk bij het management. Wij als studenten hebben kunnen zien hoe hoog de druk is op verschillende personeelsleden en hoe die eronder bezweken. Dit gaf onrust in de lessen. Er vanuit gaande dat dit van de bovenste top van het bedrijf komt, ligt de lat dus erg hoog. Hier lijden de studenten ook onder. Daardoor is het vertrouwen in het management bij mij als student volledig verdwenen. Voor mij is de emmer nu vol, en heb ik vandaag voor de zoveelste keer aan de telefoon gehangen hoe dit allemaal komt en of het ooit nog goed komt. Een paar voorbeelden van het afgelopen jaar: - Onzekerheid en boosheid onder studenten over Eurocollege - Slecht scorende tentamens (deels door studenten maar, ook door de school zelf) - Ongeloofwaardigheid over het examenbureau en commissie - Geen motivatie door de gang van zaken Dit zijn slechts een handvol voorbeelden. (…) Vervolgens, in mijn geval, heb ik moeite met de stof en moet ik een stapje harder lopen. (…) De afgelopen paar keer tijdens herkansingen van voornamelijk opdrachten heb ik hetzelfde cijfer teruggekregen terwijl het verbeterd was volgens het beoordelingsformulier. Dit betekent dat het examenbureau dit niet heeft nagekeken, en het examenbureau + commissie een ongeloofwaardig iets is. Ik heb om een verklaring gevraagd en er komt geen duidelijk antwoord naar boven. Tijdens het laatste jaar van het HBO krijgen studenten een project toegewezen, waarbij [begeleider 1] en [begeleider 2] de begeleiders waren en hun uiterste best hebben gedaan voor de studenten. Het is mijn opgevallen dat deze twee mensen het bijzonder goed deden en ons versneld en begeleid hebben geholpen. Wat het Eurocollege ten slotte beloofd. Ik vraag mij met ernstige zorg af waarom het Management van het Eurocollege dit niet kan. Intussen wachten wij nog steeds op de cijfers van het Senior Project. Wat ingeleverd moest worden op 4 juni 2019. (…) Tijdens een aantal gesprekken heb ik al verteld dat mijn ouders en ik een onderzoek willen gaan starten door de inspectie. (…) Want het bedrag dat er maandelijks betaalt moet worden om vervolgens als ik niet uitkijk op een Zadkine te eindigen om het felbegeerde hbo-diploma te halen is wel erg hoog. Er wordt geadverteerd dat Eurocollege de best presterende school is, maar daar is niets van waar, want jullie als Management maken er een potje van. En dan is het onterecht om daarmee te adverteren. Versneld en begeleidt klopt ook niet, want daar wordt niet veel van waar gemaakt. Goed beschouwd is het product waar ik om gevraagd heb niet wat beloofd is, en nog erger mijn ouders betalen voor een product wat niet voldoet a 3.18 Bij brief van 30 oktober 2020 is namens [appellant] medegedeeld aan EuroCollege dat [appellant] de tussen partijen gesloten overeenkomst wenst te ontbinden wegens een tekortkoming van EuroCollege. Daarnaast is namens [appellant] een beroep gedaan op onrechtmatig handelen van EuroCollege en op dwaling aan de zijde van [appellant], respectievelijk misleiding van [appellant] door EuroCollege. [appellant] heeft EuroCollege gesommeerd het betaalde bedrag van € 27.687,50 aan kosten voor de opleiding aan hem terug te betalen. 4 Procedure bij de rechtbank 4.1 [appellant] heeft EuroCollege gedagvaard en na vermeerdering van eis gevorderd, samengevat:a) voor recht te verklaren dat [appellant] de overeenkomst met EuroCollege van 2017 rechtsgeldig buitengerechtelijk heeft ontbonden c.q. vernietigd en in het kader daarvan EuroCollege te veroordelen om aan [appellant] te betalen:- in hoofdsom een bedrag van € 27.687,50, zijnde de kosten verbonden aan de opleiding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 november 2020 tot aan de dag der algehele voldoening; - een bedrag van € 1.051,88, zijnde de buitengerechtelijke kosten; - een schadebedrag uit hoofde van de verdere schadeposten als uiteengezet onder randnummer 19 van de inleidende dagvaarding; en - een bedrag van € 43.107,00 (zijnde een vergoeding voor de opgelopen studievertraging).b) voor het geval de rechtbank van mening zou zijn dat er geen buitengerechtelijke ontbinding c.q. vernietiging heeft plaatsgevonden, de overeenkomst tussen partijen primair te ontbinden op grond van wanprestatie c.q. toerekenbare tekortkoming en subsidiair de overeenkomst te vernietigen op grond van dwaling en in het kader daarvan EuroCollege te veroordelen om aan [appellant] te betalen:- in hoofdsom een bedrag van € 27.687,50, zijnde de kosten verbonden aan de opleiding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van inschrijving tot aan de dag der algehele voldoening;- een bedrag van € 1.051,88, zijnde de buitengerechtelijke kosten; - een schadebedrag uit hoofde van de verdere schadeposten als uiteengezet onder randnummer 19 van de inleidende dagvaarding van € 11.176,- + PM in hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de algehele voldoening; en - een bedrag van € 43.107,00, zijnde een vergoeding voor de opgelopen studievertraging.c) EuroCollege te veroordelen in de kosten van het geding. 4.2 [appellant] heeft kort gezegd aan zijn vorderingen ten grondslag gelegd dat hij afspraken met EuroCollege heeft gemaakt over de door hem, bij zijn opleiding, van EuroCollege te ontvangen (intensieve) begeleiding en monitoring, aan welke afspraken door EuroCollege onvoldoende invulling is gegeven c.q. dat EuroCollege haar verplichtingen uit de onderwijsovereenkomst onvoldoende is nagekomen, zodat EuroCollege toerekenbaar tekortgeschoten is. Daarnaast voert [appellant] aan dat hij gedwaald heeft bij de totstandkoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst ten gevolge van een onjuiste voorstelling van zaken door EuroCollege, althans dat EuroCollege hem misleid heeft. Volgens [appellant] lieten de begeleiding en monitoring feitelijk te wensen over, en ook de beschikbaarheid van docenten, de kwaliteit daarvan, en ook die van het geboden lesmateriaal. EuroCollege heeft volgens [appellant] ook slechts reactief gehandeld op klachten van [appellant] of zijn vader in plaats van zelf het initiatief te nemen om enige problematiek met betrekking tot [appellant] aan te kaarten. Het inhaalschema van eind januari 2020 dat EuroCollege heeft gemaakt, is te weinig en te laat, te meer nu het slechts gaat om data op een Excel-bestand . 4.3 EuroCollege heeft gemotiveerd verweer gevoerd. 4.4 De rechtbank heeft de vorderingen van [appellant] afgewezen en kwam, kort samengevat, op de volgende gronden tot dit oordeel: - Ter beoordeling ligt voor of EuroCollege jegens [appellant] toerekenbaar tekortgeschoten is in haar verplichtingen uit hoofde van de tussen partijen geslot [appellant] brengt in de toelichting op deze grieven naar voren dat die beoordeling anders had moet uitpakken, omdat (i) bij de beoordeling rekening had moeten worden gehouden met de afwijkende, althans individuele, afspraken die [appellant] heeft gemaakt met EuroCollege over de aard en intensiteit van zijn begeleiding en (ii) ook wanneer er geen acht wordt geslagen op de specifieke (afwijkende) afspraken, de rechtbank had moeten concluderen dat is gebleken dat EuroCollege niet aan haar verplichtingen heeft voldaan uit hoofde van de tussen partijen gesloten onderwijsovereenkomst. Tekortkoming in de nakoming van de reguliere afspraken in de onderwijsovereenkomst? 6.5 Het hof beoordeelt eerst of Eurocollege, wanneer geen acht wordt geslagen op de door [appellant] gestelde specifieke (afwijkende) afspraken, aan haar verplichtingen uit hoofde van de reguliere afspraken in de onderwijsovereenkomst heeft voldaan (zie rov. 6.4, onder (ii)). 6.6 Bij deze beoordeling gaat het hof voorbij aan het verweer van EuroCollege dat de overeenkomst al was beëindigd en de daaropvolgende ontbinding van de overeenkomst dus niet meer aan de orde kon zijn. EuroCollege heeft niet toegelicht waarom dit niet mogelijk zou zijn. In de stellingen van EuroCollege kan ook geen beroep op rechtsverwerking worden gelezen, laat staan een onderbouwd beroep. Het hof ziet ook geen juridisch beletsel, temeer [appellant] belang heeft bij de ontbinding van de overeenkomst, omdat ontbinding van een overeenkomst er immers toe leidt - anders dan beëindiging - dat voor partijen een verbintenis tot ongedaanmaking van de reeds door hen ontvangen prestaties ontstaat. 6.7 [appellant] brengt ter onderbouwing van zijn stelling uiteengezet in 6.4 onder (ii) in de kern het volgende naar voren: (i) EuroCollege is een onderwijsinstelling die een bijzondere dienst aanbiedt, te weten scholing onder strikte en intensieve begeleiding met extra veel aandacht voor aansturing van studenten. EuroCollege is niet gelijk te trekken met een reguliere hbo-opleiding want zij is vele malen duurder; van een reguliere onderwijsovereenkomst is geen sprake. (ii) EuroCollege is in ernstige mate tekortgeschoten in de nakoming van de verplichtingen uit hoofde van de met [appellant] gesloten onderwijsovereenkomst en het daarvan onderdeel uitmakende handboek studiebegeleiding, omdat [appellant] gedurende zijn studie niet is gemonitord en begeleid in de mate waarin dat van deze onderwijsinstelling verwacht had mogen worden. Dit blijkt onder meer uit het volgende:- [appellant] heeft meermaals aangegeven dat hij meer begeleiding wilde; daar is door EuroCollege niets mee gedaan; - Er is [appellant] nooit een hersteltraject aangeboden. EuroCollege heeft [appellant] op 20 juni 2019 en in januari 2020 slechts een overzicht/opsomming verstrekt van wat nog door [appellant] gedaan moest worden. Docenten/studiebegeleiders waren nimmer beschikbaar om hem daadwerkelijk te helpen en te ondersteunen bij de uitvoering daarvan;- [appellant] kreeg, ondanks dat hij na iedere tentamenweek daarom verzocht, onvoldoende mogelijkheid zijn tentamens na te bespreken met een docent/ studiebegeleider van EuroCollege, waardoor hij steeds niet wist wat hij fout deed bij tentamens;- EuroCollege heeft [appellant] onjuist geïnformeerd over het feit dat hij mocht gaan afstuderen c.q. een afstudeerstage mocht gaan arrangeren.(iii) Uit de stellingen in de memorie van grieven en de stukken in het dossier (de e-mail van 24 april 2019 van de vader van [appellant], de e-mail van 4 juli 2019 van [appellant], de e-mailwisseling tussen de vader van [appellant] en EuroCollege van 8 juli 2019 en het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op p. 5 en 6) blijkt dat sprake is van stelselmatige en inhoudelijke verwijten en niet van niet concrete en summier onderbouwde verwijten. (iii) Het is onjuist te veronderstellen dat alles aan [appellant] en zijn inzet te wijten is. Dat [appellant] nagenoeg altijd aanwezig was volgt uit de Deze meetings bestonden min of meer uit hoe het ervoor stond en of je het als student nog naar je zin had. Een bijpraat-uurtje met de gehele klas. Hier werd specifiek per persoon gesproken over de knelpunten die je tegenkwam tijdens je studie. De steunlessen vonden plaats de week voordat de tentamens begonnen dit was ingedeeld tijdens de ‘studieweek’. De steunlessen bestonden uit een extra les die een docent gaf die kennis had van het vak waar het over ging en legde hier nog de moeilijke hoofdstukken in uit en kon je terecht voor vragen. Dit was een extra les en gingen we in het kort nog door de stof heen. Dit gold niet voor alle vakken maar alleen voor bepaalde vakken zoals; Bedrijfseconomie en M&O. Deze steunlessen deed je met de gehele klas en waren onderdeel van de opleiding dit was niet de extra ondersteuning waarom gevraagd is. Tijdens die studieweken werd er van je verwacht dat je 8 uur per dag aan zelfstudie deed en op sommige dagen waren er ook nog steunlessen. Er wordt verondersteld dat er gedurende die weken docenten aanwezig waren die je alle hulp aan konden bieden die je nodig had. Die stelling klopt niet. Had was namelijk zelfstudie waarbij een student die je ook in de studie-uren had erbij zat. Zoveel meer was had niet. (…) Naast het theoretische gedeelte binnen de opleiding had ik ook een praktijk gedeelte dit bestond uit; verschillende stages en je uiteindelijke eindscriptie. Naast de stages hadden we ook de Senior Projects (…) Hierin hadden we verschillende lessen. Dit waren de projectlessen waarin er een begeleider waar je vragen aan kon stellen en je had de voorzitterstrainingen die bedoelde waren voor de projectvoorzitters. (…) Hierin was ruimte voor vragen en advies. (…)De docent werd meer een begeleider en wilde dat het slaagde. Maar het had niet te maken met de problematiek die ik had met de rest van de studie. Tijdens je stage kreeg je een stagebegeleider toegewezen die eens in de zoveel tijd contact met je opnam of alles goed ging en hoe het met de opdrachten was die je moest maken. Ze kwamen ook langs om een gesprek te hebben met mijzelf en de stagebegeleider. En dat was had ook wel. Je schreef een stageverslag en dat leverde je in. Daar kreeg je feedback op en een uitleg wat er mis was en hielpen ze je waar nodig. Bovenstaande punten zijn dan ook de algemene punten die al in de opleiding zaten en niets te maken hadden met de professionele begeleiding of indien nodig 1 op 1 begeleiding waar ik [..] in het intakegesprek afspraken over heb gemaakt met [algemeen directeur]. (…) De gemaakte afspraken vanaf het begin met [algemeen directeur] waren loze beloftes want de extra begeleiding die ik gevraagd voorafgaand aan de studie is er nooit gekomen. Ik had verwacht dat dit vooraf dat ik begon aan de opleiding hadden besproken en als ik om hulp ging vragen er een plan was voor mij hoe het EC dacht van zo gaan we helpen je krijgt extra begeleiding we kijken samen met jou waar de knelpunten zitten en gaan daar aan werken. (…) Vervolgens kregen we de [vestigingsdirecteur] die beloofde dat het allemaal goed zou gaan komen en zou er alles aan gaan doen dat het beter zou gaan. Ik zou de juiste begeleiding krijgen als ik hulp nodig had werd het geregeld. (…) Ik zou steunlessen en begeleiding krijgen gedurende mijn studie als extra ondersteuning op de reguliere begeleiding. Ik dacht bij mijzelf dan gaat het toch nog goed komen. De beloofde hulp die [vestigingsdirecteur] heeft geboden is niet gekomen. Het was gewoon mee met het reguliere en verder niet. Ik heb meerdere malen gevraagd nogmaals kunnen jullie mij helpen. Maar de extra begeleiding kwam er niet (…) ” 6.14 In zijn eigen verklaring bevestigt [appellant] dat hij de mate van begeleiding en monitoring heeft ontvangen behorend tot het reguliere programma. [appellant] verwijt EuroCollege in zijn verklaring met name dat hij geen extra ondersteuning boven op de reguliere begeleiding heeft gekregen, terwijl [appellant] dit naar eigen zeggen bij aanvang van de stud [appellant] heeft bovendien niets overgelegd waaruit blijkt dat hij EuroCollege te kennen heeft gegeven van mening te zijn dat hij onvoldoende begeleiding kreeg bij het realiseren van de plannen van aanpak. 6.19 Tegen de achtergrond van zijn eigen verklaring en de hiervoor weergegeven onderbouwde betwisting van EuroCollege zijn de verwijten die van [appellant] EuroCollege maakt naar het oordeel van het hof te weinig concreet geworden om er juridische gevolgen aan te kunnen verbinden. Het had op de weg van [appellant], als eisende partij, gelegen specifieker te maken welke begeleiding hij op grond van artikel 4, 5 en 6 van de onderwijsovereenkomst had moeten ontvangen maar niet heeft gehad, door onderbouwd aan te geven wanneer, voor welk vak, voor welk tentamen of welke opdracht de begeleiding tekortschoot. 6.20 [appellant] heeft weliswaar een aantal e-mails overgelegd, maar die vormen naar het oordeel van het hof onvoldoende onderbouwing voor de stelling dat [appellant] niet de begeleiding heeft gehad die hij mocht verwachten op grond van de bepalingen in de onderwijsovereenkomst. 6.21 Het verwijt in de e-mail van 24 april 2019 van de vader van [appellant] ziet op het ontbreken van de beloofde extra begeleiding. Dat verwijt is onderdeel van de beoordeling in rov. 6.29 e.v. Daarnaast ziet het verwijt in die e-mail op de foute conclusies van het secretariaat waardoor [appellant] zou zijn uitgesloten van tentamens en dus niet direct op het ontbreken van voldoende begeleiding. Bovendien vindt dit verwijt onvoldoende steun in de feiten. Tijdens de mondelinge behandeling in eerste aanleg heeft de rechtbank [appellant] vragen gesteld over onder meer de door EuroCollege overgelegde presentielijst van semester 4-2019, het semester waarin de vader van [appellant] zijn e-mail heeft gestuurd. In reactie op die vragen heeft [appellant] erkend dat daar waar hij werd uitgesloten van een tentamen vanwege onvoldoende aanwezigheid dit klopte met de regels. De stellingen van [appellant] in hoger beroep kunnen deze erkenning niet ongedaan maken. [appellant] heeft in hoger beroep, onder verwijzing naar diezelfde presentielijst uit semester 4-2019, namelijk niets anders gesteld dan dat hij nagenoeg altijd aanwezig was. 6.22 Het verwijt dat EuroCollege wordt gemaakt in de e-mail van 4 juli 2019 van [appellant] ziet op het falen van het management en het examenbureau en de wijze waarop EuroCollege omgaat met personeel en docenten op de vestiging. Dit verwijt ziet dus ook niet direct op de begeleiding. Het hof onderkent dat falend management kan leiden tot ondermaatse begeleiding, maar uit de e-mail wordt onvoldoende duidelijk tot welk gebrek in de begeleiding het falende management volgens [appellant] precies leidde en op welke wijze [appellant] daar zelf precies last van heeft gehad. Vooral ook omdat uit de e-mail van 4 juli 2019 blijkt dat hij zich ook positief uitlaat over twee van zijn begeleiders ([begeleider 1] en [begeleider 2]) en drie leden van het management van de vestiging Rotterdam ([vestigingsdirecteur], [naam 1] en [naam 2]). Het in de e-mail van 4 juli 2019 gemaakte verwijt aan het examenbureau is ook onvoldoende concreet geworden. Tijdens de mondelinge behandeling in hoger beroep is [appellant] gevraagd op welk probleem bij het examenbureau zijn e-mail precies zag. [appellant] heeft toen aangegeven dat wanneer hij een herkansing maakte hij steeds hetzelfde cijfer terugkreeg, maar dat de cijfers niet hetzelfde konden zijn, omdat hij alles had aangepast in overeenstemming met de eerdere beoordeling. Uit de stukken is het hof echter onvoldoende gebleken dat sprake is geweest van belemmerend handelen van het examenbureau. Uit de e-mail van 8 juli 2019 van de vader van [appellant], die voortbouwt op de e-mail van 4 juli 2019 van [appellant], klinkt weliswaar onvrede door over de gang van zaken op EuroCollege, maar ook dit is te weinig concreet. 6.23 [appellant] heeft in de procedure geen andere stukken overgelegd die als onderbouwing kunn 6.30 De rechtbank heeft in het vonnis geoordeeld dat [appellant] niet concreet en gespecificeerd heeft aangegeven welke afwijkende afspraken hij met EuroCollege heeft gemaakt en dat [appellant] zijn stellingen ten aanzien van die afwijkende afspraken tijdens de mondelinge behandeling onvoldoende gemotiveerd en gespecificeerd heeft gehandhaafd. Bij gebreke van een bewijsaanbod, heeft de rechtbank bij de beoordeling geen rekening gehouden met die stelling. 6.31 [appellant] brengt in de toelichting bij grief VI naar voren dat hij wel degelijk heeft aangetoond dat door EuroCollege met hem afwijkende, althans individuele, afspraken zijn gemaakt over de aard en de intensiteit van zijn begeleiding, die samengevat neerkomen op extra persoonlijke begeleiding, het monitoren van de voortgang en eventueel ingrijpen, betere communicatie tussen [appellant] en diens begeleider dan gedurende de mbo-opleiding, indien nodig een persoonlijk leerplan en een individueel op de noden van [appellant] samengesteld studie- en begeleidingstraject. Kortom: dat voorkomen zou worden dat “[appellant] uit de rails zou lopen”. Dat die afspraken zijn gemaakt volgt volgens [appellant] onder meer uit de verklaringen van [appellant] en zijn vader tijdens de mondelinge behandeling in eerste aanleg, de in hoger beroep overgelegde schriftelijke verklaring van de vader van [appellant] van 22 september 2022 en van [appellant] van 3 oktober 2022 en de e-mail van de vader van [appellant] van 24 april 2019 aan EuroCollege (zie rov. 3.10) waarin hij schrijft “ In eerdere gesprekken met U en andere ([algemeen directeur]) heb ik deze zorgen uitgesproken en steeds heeft men mij verzekerd “het gaat goed komen”. Echter wat blijkt, [appellant] haalt weinig voldoendes, krijg niet de door u beloofde extra begeleiding (een enkel gesprekje daargelaten) ” 6.32 EuroCollege weerspreekt dat er tijdens het intakegesprek afwijkende, althans individuele, afspraken zijn gemaakt over de aard en de intensiteit van de begeleiding van [appellant]. In reactie op wat door [appellant] en zijn vader in hun verklaringen naar voren is gebracht, heeft EuroCollege een verklaring van 3 augustus 2023 overgelegd van [algemeen directeur] over zijn contacten met [appellant]. De suggestie van [appellant], dat hij op een speciale wijze is ingeschreven is onterecht, aldus EuroCollege. 6.33 Op basis van de wederzijdse stellingen van partijen en de in het geding gebrachte stukken kan voorshands niet worden uitgegaan van de juistheid van de stelling van [appellant] dat er tijdens het intakegesprek op 24 augustus 2017 afwijkende, althans individuele, afspraken zijn gemaakt over de aard en de intensiteit van de begeleiding en de door [appellant] gestelde inhoud daarvan. De bewijslast ter zake rust op [appellant] omdat hij zich op de rechtsgevolgen van deze afspraken beroept. Nu [appellant] gespecificeerd getuigenbewijs heeft aangeboden op dit punt, zal hij worden toegelaten tot het bewijs van die stelling. 6.34 In afwachting van de bewijslevering zal het hof de verdere behandeling van de grieven aanhouden. De vordering tot vergoeding van de opgelopen studievertraging 6.35 [appellant] heeft een vordering van € 43.107,00 ingesteld als vergoeding van de opgelopen studievertraging. Ter onderbouwing van die vordering heeft [appellant] naar voren gebracht dat hij vertragingsschade heeft geleden, omdat hij door het volgen van een voor hem nutteloze hbo-opleiding, twee jaar en een maand later de arbeidsmarkt heeft betreden. Daardoor heeft hij gedurende die tijd inkomsten misgelopen. Volgens [appellant] kan de hoogte van zijn schade begroot worden aan de hand van de Normbedragen uit de Richtlijn Studievertraging van de Letselschaderaad. 6.36 EuroCollege betwist de vordering. Volgens EuroCollege is de Letselschaderichtlijn niet van toepassing, omdat de vertraging nog niet is ingetreden. Daarbij komt dat het onderwijs niet nutteloos was, omdat hij twee jaar en een maand onderwijs heeft ontvangen overeenkomstig hetgeen hij mo