Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag
2024-07-16
ECLI:NL:GHDHA:2024:2863
Strafrecht
Wraking
750 tokens
Dictum
inzake het schriftelijk verzoek tot wraking, als bedoeld in artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering, gedaan door:
[verzoeker] ,
hierna te noemen: verzoeker.
Procesverloop
1. De wrakingskamer heeft op 17 april 2024 een klaagschrift ex artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) ontvangen, dat is geregistreerd onder K24/220141.
2. Bij e-mail van 2 juli 2024 aan de wrakingskamer van het hof heeft de verzoeker een verzoek tot wraking gedaan gericht tegen “de art 12 Sv beklagkamer in K24/220141”. Het wrakingsverzoek is als volgt onderbouwd: “Op basis van het advies van de AG OM K23/220494, volgend op registratie K24/220141, zou de beklagkamer kamer zich moeten verschonen omdat de advocaat generaal OM bij het Hof door K23/220494 de beklag kamer voor de tweede keer confronteert met K21/220037, onderliggend besluit niet vervolgen van OM Parket Den Haag HO.15.ALG.41174”.
3. Bij e-mail van 4 juli 2024 heeft de verzoeker het wrakingsverzoek aangevuld, en heeft zij onder meer aangevoerd geen vertrouwen te hebben in eerlijke rechtspraak ter zake de onderliggende strafzaak en waarin zij stelt dat binnen het gerechtshof een patroon bestaat van privacy inbreuken, waardoor het advies van de advocaat-generaal partijdigheid en valsheid in geschrifte toont en niet kan worden gevolgd door de beklagkamer.
4. Bij e-mail van 8 juli 2024 heeft de verzoeker het wrakingsverzoek nogmaals aangevuld. Kort gezegd is daarin aangevoerd dat de advocaat-generaal een onjuist advies heeft gegeven in de zaken K24/220141 en/of K23/220494 en K21/220037.
Beoordeling
5. Op grond van artikel 512 Sv kan op verzoek van de verdachte elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. Blijkens vaste jurisprudentie geldt deze bevoegdheid ook voor een klager in een artikel 12 Sv-procedure.
6. De wrakingskamer heeft kennis genomen van de inhoud van het verzoek, alsmede van de aanvullende e-mailberichten – een en ander zoals hiervoor omschreven – en heeft hierin geen motivering van gronden voor wraking aangetroffen.
7. Voorts is het verzoek gericht op “de art 12 Sv beklagkamer” en door de verzoeker is niet aangegeven van welke behandelende raadsheren zij de wraking wenst. De algemene duiding van “de beklagkamer” in het geheel volstaat niet, nu daarmee niet duidelijk wordt op welke raadsheren het verzoek ziet.
8. Het vorengaande brengt mee dat het wrakingsverzoek zonder behandeling ter zitting van de wrakingskamer aanstonds niet-ontvankelijk zal worden verklaard (artikel 4 lid 2 aanhef en onder a en d van het Wrakingsprotocol gerechtshof Den Haag).
Dictum
Het hof:
- verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking;
Deze beslissing is gegeven op 16 juli 2024 door mr. W.J. van Boven, mr E.C. van Veen en mr. J.W. Frieling in aanwezigheid van de griffier mr. K. Roos.