Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag
2024-11-08
ECLI:NL:GHDHA:2024:2786
Strafrecht
Hoger beroep
817 tokens
Inleiding
Rolnummer: 22-002628-23
Parketnummer: 09-109806-23
Datum uitspraak: 8 november 2024
Gerechtshof Den Haag
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 22 augustus 2023 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ([land]) op [geboortedatum] 1995,
BRP-adres: [woonadres], [woonplaats].
Geldigheid van de oproeping in hoger beroep
Ter terechtzitting in hoger beroep van 8 november 2024 is komen vast te staan dat de verdachte, die niet is verschenen, op 7 maart 2024 is overgeleverd aan Polen in verband met een aldaar uit te zitten gevangenisstraf en dat de raadsvrouw van de verdachte niet uitdrukkelijk is gemachtigd om de verdediging te voeren, nu zij voorafgaand aan de zitting geen contact heeft gehad met haar cliënt.
Uit de betekeningsstukken blijkt dat voor de zitting van 8 november 2024 oproepingen zijn aangeboden op drie van de verdachte bekende adressen, te weten [woonadres] te[woonplaats], [adres 1] te [plaats 1] en [adres 2] te [plaats 2] in Polen.
Op 22 oktober 2024 zijn de oproepingen van de verdachte voor de zitting van 8 november 2024 uitgereikt aan het openbaar ministerie, met verzending van een afschrift van die oproeping en een vertaling van de oproeping naar de hierboven genoemde adressen.
Uit de door de advocaat-generaal toegezonden stukken, die in het dossier zullen worden gevoegd, blijkt dat de verdachte op 7 maart 2024 is overgeleverd aan Polen.
Op grond van artikel 36e, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, geschiedt de uitreiking aan de geadresseerde van wie de woon- of verblijfplaats in het buitenland bekend is, door toezending van de mededeling, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenkomst van de bevoegde buitenlandse autoriteit of instantie en, voor zover een verdrag van toepassing is, met inachtneming van dat verdrag, door het openbaar ministerie aan dat adres.
Nu reeds ten tijde van de behandeling bij de rechtbank sprake was van een ophanden zijnde overlevering van de verdachte in verband met een uit te zitten gevangenisstraf in Polen, is het hof van oordeel dat het openbaar ministerie onderzoek had moeten doen naar het daadwerkelijke detentieadres van de verdachte in Polen teneinde te bewerkstelligen dat de oproep voor de zitting van heden de verdachte daadwerkelijk zou bereiken. Nu is nagelaten de oproeping aan de verdachte voor de zitting van heden uit te reiken op dit daadwerkelijke detentieadres, is het hof van oordeel dat de oproeping derhalve niet op de bij de wet voorgeschreven wijze is betekend en dient deze op grond daarvan nietig te worden verklaard.
Dictum
Het hof:
Verklaart de oproeping in hoger beroep nietig.
Dit arrest is gewezen door mr. J.P.L.M. Remmerswaal, als voorzitter, mr. G.C. Haverkate en mr. V.M. de Winkel, leden, in bijzijn van de griffier mr. M.T. Huynh.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 8 november 2024.