Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag
2024-12-05
ECLI:NL:GHDHA:2024:2306
Strafrecht
Hoger beroep
785 tokens
Inleiding
datum beschikking: 5 december 2024
GERECHTSHOF DEN HAAG
meervoudige raadkamer
BESCHIKKING
gegeven naar aanleiding van het hoger beroep in de zaak van de verdachte, genaamd:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1996 te [geboorteplaats],
thans gedetineerd in [verblijfplaats].
Procesgang
De rechtbank Rotterdam heeft in raadkamer bij beschikking van 14 november 2024 de gevangenhouding van de verdachte bevolen voor de duur van 90 dagen.
Blijkens de akte rechtsmiddel is op 15 november 2024 namens de verdachte hoger beroep tegen die beslissing ingesteld.
Het hof heeft dit hoger beroep op 5 december 2024 in raadkamer behandeld.
In raadkamer zijn gehoord de verdachte, de advocaat mr. N.F. Hoogervorst en de advocaat-generaal mr. H.H.J. Knol.
Het hof heeft in raadkamer kennisgenomen van de stukken die betrekking hebben op de voorlopige hechtenis van de verdachte.
De ontvankelijkheid van het hoger beroep
Bij de rechtbank zijn noch verdachte noch zijn raadsvrouw verschenen in de raadkamer. De raadsvrouw heeft volstaan met het toesturen van een pleitnota. Het hof stelt vast dat er in dergelijke gevallen geen belang is bij het hoger beroep, omdat er ter zitting geen verweer is gevoerd. Echter, in casu heeft de rechtbank de pleitnota toch aan het proces-verbaal gehecht en is door de officier van justitie op de pleitnota gereageerd. Hieruit leidt het hof af dat de rechtbank de pleitnotitie (ten onrechte) bij haar beslissing heeft betrokken. Daarom is er in dit geval wel belang bij het hoger beroep. De verdachte is ontvankelijk in het appel.
Beoordeling
Namens de verdachte is betoogd dat de rechtbank ten onrechte de vordering gevangenhouding heeft toegewezen omdat de ernstige bezwaren ontbreken en omdat voor de voorlopige hechtenis een wettelijke grond ontbreekt.
Het hof is van oordeel – anders dan namens de verdachte is gesteld – dat de ernstige bezwaren aanwezig zijn, gelet op de aangifte, de camerabeelden en de in de [auto] aangetroffen tas met geld.
Het hof verenigt zich met de gronden waarop de bestreden beschikking berust.
Het voorgaande brengt mee dat het hof van oordeel is dat het hoger beroep moet worden afgewezen.
Dictum
Het hof:
Wijst het hoger beroep af.
Deze beschikking is gegeven op 5 december 2024 door
mr. J. Eisses, voorzitter, mr. M.P.J.G. Göbbels en mr. W.B.M. Tomesen, leden, in tegenwoordigheid van mr. L.R.A. Besteman, griffier.
Deze beschikking is ondertekend door de voorzitter en de griffier.
………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Den Haag, 5 december 2024
de advocaat-generaal