Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag
2024-04-09
ECLI:NL:GHDHA:2024:1515
Strafrecht
Hoger beroep
1,640 tokens
Inleiding
Rolnummer: 22-001153-22
Parketnummer: 10-996692-18
Datum uitspraak: 9 april 2024
TEGENSPRAAK
Gerechtshof Den Haag
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 6 april 2022 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte]
gevestigd te [woonadres][woonplaats]
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte vrijgesproken van het tenlastegelegde.
De officier van justitie heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
zij in of omstreeks de periode van 1 maart 2017 tot en met heden, te Reeuwijk en/of IJmuiden, althans (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, een voorwerp, te weten: een woning gelegen aan de [adres] te [plaats] heeft/hebben verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet en/of van die woning gebruik heeft/hebben gemaakt, terwijl zij en/of haar mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat die woning geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf.
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, dat het tenlastegelegde bewezen zal worden verklaard en dat aan de verdachte ter zake van het tenlastegelegde geen straf zal worden opgelegd.
Het vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd nu het hof tot een andere motivering van de vrijspraak komt.
Vrijspraak
Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.
Het volgende is daartoe van belang.
De woning aan het [adres] te [plaats] is door de verdachte, [verdachte], waarvan [naam] (hierna: [naam]) de bestuurder was, verworven met geld dat (middellijk) afkomstig was uit betalingen die [bedrijf 1] (hierna: [bedrijf 1]) heeft ontvangen van [bedrijf 2](hierna: [bedrijf 2]).
[naam] heeft erkend dat aan deze betalingen facturen ten grondslag lagen ten titel van ‘financiële consultancy’ van [bedrijf 1], terwijl de betalingen daadwerkelijk betrekking hadden op bonussen c.q. prestatiebeloningen voor [naam] wegens werkzaamheden die hij voor [bedrijf 2] had verricht.
De vermeldingen in de facturen waren daarmee in strijd met de waarheid. [bedrijf 1] heeft vervolgens een bedrag doorbetaald dat is aangewend ten behoeve van de aanschaf van de woning door [verdachte]. Aan deze betaling door [bedrijf 1] is achteraf de titel van geldlening ten grondslag gelegd, doordat alsnog een leenovereenkomst is opgesteld.
De advocaat-generaal acht bewezen dat de verdachte zich tezamen en in vereniging met haar bestuurder [naam] (hierna: [naam]) heeft schuldig gemaakt aan witwassen bij het verwerven van de woning. Het motief voor deze gang van zaken ziet de advocaat-generaal in een oneigenlijk belastingvoordeel dat [naam] op deze manier heeft kunnen behalen doordat hij ten onrechte inkomsten uit bonussen niet heeft opgegeven in zijn aangifte(n) ter zake van de inkomstenbelasting. [naam] heeft zich daarmee schuldig gemaakt aan overtreding van artikel 69 van de Algemene wet inzake Rijksbelastingen (AWR), aldus de advocaat-generaal. Hij heeft zich op het standpunt gesteld dat de woning hiermee afkomstig is uit enig misdrijf en dat [naam] en [verdachte] dit wisten.
Het hof volgt de advocaat-generaal hierin niet.
Voor zover zou kunnen worden vastgesteld dat [naam] zich schuldig heeft gemaakt aan overtreding van artikel 69 AWR geldt immers dat de aangifte Inkomstenbelasting achteraf is gedaan, na de verwerving van de woning door [verdachte]. Dit fiscale delict – indien gepleegd – kan niet gelden als gronddelict voor het witwassen, nu het niet aan de tenlastegelegde witwashandelingen is voorafgegaan.
De stelling van de advocaat-generaal dat [naam] reeds voorafgaand aan de uitbetaling van de gelden en de verwerving van de woning daarmee, nooit de intentie zou hebben gehad hier belasting over te betalen, maakt dat niet anders.
Ook kan niet worden geoordeeld dat de woning (middellijk) afkomstig is van het plegen van valsheid in geschrift omdat deze is betaald met geld dat is verkregen met gebruikmaking van valse facturen. Dat ter verkrijging van die betalingen gebruik is gemaakt van valse facturen, maakt de betalingen niet reeds daardoor afkomstig uit enig misdrijf. Het dossier biedt voorts geen aanknopingspunten om te oordelen dat de betalingen anderszins uit misdrijf afkomstig zijn.
De verdachte dient te worden vrijgesproken van het medeplegen van witwassen van de woning.
Beslag
Ten aanzien van het onroerend registergoed, te weten: de woning [adres] [plaats], zal het hof – gelet op de hiervoor gegeven beslissing tot vrijspraak – de teruggave aan de verdachte gelasten.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Gelast de teruggave aan de verdachte van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
- een onroerend registergoed, woning [adres] [plaats].
Dit arrest is gewezen door mr. A. de Lange, mr. W.J. van Boven en mr. M.S. Lamboo, in bijzijn van de griffier
A. van der Schalk.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 9 april 2024.