Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag
2023-12-19
ECLI:NL:GHDHA:2023:2989
Civiel recht
Hoger beroep
3,648 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF DEN HAAG
Civiel recht
Team Handel
Uitspraakdatum : 19 december 2023
Zaaknummer : 200.319.228
Zaak-/rolnummer rechtbank : 638414 / KG ZA 22-388
Arrest
in de zaak van:
TENNET TSO B.V.,
gevestigd te Arnhem,
appellante,
hierna te noemen: TenneT,
advocaat: mr. M.M. van Leeuwen (Rotterdam),
tegen
Julietta D B.V.,
gevestigd te Zeist,
verweerster,
hierna te noemen: JD B.V.,
advocaat: mr. H.C.A. van der Houven van Oordt (Rotterdam).
1Korte omschrijving van het geschil
TenneT heeft conservatoir beslag laten leggen op het zeeschip ‘Julietta D’ van JD B.V. Dat deed zij omdat zij zekerheid wenste voor het verhaal van haar schade die is ontstaan doordat de Julietta D tegen een jacket (poot) van haar transformatieplatform is gevaren. Het beslag is echter weer opgeheven. Dit gebeurde op vordering van JD B.V. in kort geding. Als grond voor opheffing noemt het kort geding vonnis, naast een belangenafweging, dat JD B.V. na de aanvaring een beperkingsfonds heeft gesteld. JD B.V. stelde dit fonds voor het bedrag waartoe, overeenkomstig haar verzoek, haar eventuele aansprakelijkheid voor de schade als gevolg van de aanvaring door de Julietta D van de jacket en nog twee andere objecten is beperkt. Dit bedrag (van haar beperkte aansprakelijkheid en daarmee dat van het beperkingsfonds) ligt echter ver onder het totaalbedrag dat aan schades als gevolg van de aanvaringen is opgevoerd. TenneT stelt zich (daarom) op het standpunt dat de aansprakelijkheidsbeperking, waar JD B.V. om vroeg, niet geldt voor haar vordering. In lijn daarmee wil zij in dit hoger beroep de opheffing van het beslag ongedaan maken. Daarin slaagt zij niet; het kort gedingvonnis wordt bekrachtigd.
Procesverloop
TenneT is bij dagvaarding van 5 juli 2022 in hoger beroep gekomen van het vonnis van 8 juni 2022 dat de voorzieningenrechter van de Rechtbank Rotterdam tussen partijen in kort geding heeft gewezen. Na inschrijving van de zaak bij het hof zijn de volgende processtukken ingediend:
- door TenneT een memorie van grieven (met producties);
- door JD B.V. een memorie van antwoord (met producties);
- door beide partijen (gelijktijdig) een schriftelijke toelichting, met daarin een reactie op elkaars standpunten.
Aansluitend is arrest gevraagd.
3Enkele feiten
3.1
Tijdens een storm op 31 januari 2022 is het aan JD B.V. toebehorende zeeschip
Julietta D losgeslagen van haar anker en op drift geraakt. Dit gebeurde op de Noordzee, in het ankergebied voor de kust van IJmuiden. Het driftende schip is achtereenvolgens in aanraking gekomen met het zeeschip ‘Pechora Star’ van VPS, de fundatie van een windturbine van Vattenfall en de jacket van een transformatiestation van TenneT. Met het oog op haar (mogelijke) aansprakelijkheid voor de hierdoor ontstane schade heeft JD B.V. een beperkingsverzoek ingediend bij de Rechtbank Rotterdam, die dit verzoek bij beschikking van 18 mei 2022 toewees, met daarbij als overweging dat tussen het losslaan van de Julietta D en de onderscheiden aanrakingen een zodanig causaal verband bestaat dat deze gebeurtenissen als éénzelfde voorval, ofwel één incident, moeten worden beschouwd. Consequentie daarvan is dat de door de rechtbank vastgestelde aansprakelijkheidslimiet (SDR 14.916.384, vermeerderd met rente en kosten) daardoor in beginsel geldt voor de vorderingen van VPS, Vattenfall en TenneT tezamen, terwijl die vorderingen opgeteld deze aansprakelijkheidslimiet en het daarvoor gestelde zakenfonds (ver) te boven gaan.
3.2
Het beperkingsverzoek is door JD B.V. ingediend nadat Vattenfall op 11 februari 2022 conservatoir beslag had laten leggen op de Julietta D (voor een door Vattenfall op ruim EUR 57 mln. begrote vordering wegens schade als gevolg van de aanvaring van de fundatie van haar windmolenturbine). Nadat de rechtbank op 18 mei 2022 toewijzend op het beperkingsverzoek had beslist en op 24 mei 2022, desgevraagd door JD B.V., een verklaring ex artikel 642c, lid 6, Rv had gegeven, inhoudende dat JD B.V. aan het bevel tot fondsstorting heeft voldaan, heeft Vattenfall laten weten het door haar gelegde beslag te zullen opheffen.
3.3
Ondertussen (op 7 april 2022) had ook TenneT conservatoir beslag laten leggen op de Julietta D. Dit als zekerheid voor een door haar op EUR 20 mln. her-begrote vordering.
Dictum
4.1
Bij kort gedingvonnis van 8 juni 2022 (hierna kortweg: het vonnis) heeft de voorzieningenrechter op vordering van JD B.V. het door TenneT op 7 april 2022 op de Julietta D gelegde beslag opgeheven. De voorzieningenrechter overwoog daarbij onder meer:
- er is geen aanleiding om af te wijken van het oordeel van de rechtbank in de beperkingsprocedure (beschikking van 28 mei 2022) dat het bij de onderscheiden aanvaringen door de Julietta D op 31 januari 2022 gaat om één incident (distinct occasion) en niet om meerdere incidenten (4.5);
- de vorderingen die voortvloeien uit dit incident kunnen uitsluitend via het inmiddels door JD B.V. gestelde fonds worden afgewikkeld; conservatoire maatregelen tegen andere vermogensbestanddelen van JD B.V., zoals het schip, zijn uitgesloten (4.6);
- daarmee is nog niet gezegd dat het beslag moet worden opgeheven; een beslissing tot opheffing van een beslag in kort geding vergt in beginsel immers een afweging van de wederzijdse belangen (4.7);
- de ratio van het LLMC-verdrag brengt mee dat daarbij groot gewicht moet worden toegekend aan het belang van de scheepseigenaar om - na fondsvorming - weer over het schip te kunnen beschikken (4.8);
- dit zou wellicht anders zijn indien rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat de veroorzaker van de schade niet gerechtigd is tot beperking van zijn aansprakelijkheid (vgl. Rb. Rotterdam 26 oktober 2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BU4843), omdat de benadeelde zich in dat geval juist wel op andere vermogensbestanddelen van de veroorzaker mag verhalen; die situatie doet zich hier echter niet voor (4.8).
4.2
Na opheffing van het beslag en voltooiing van de reparaties is de Julietta D uit Rotterdam /Nederland vertrokken.
4.3
In de beperkingsprocedure hebben TenneT, Vattenfall en VPS hun vorderingen (voorwaardelijk) ingediend bij de vereffenaar. Op de (op 21 november 2022 gehouden) verificatievergadering zijn zij en JD B.V. voor het twistpunt of JD B.V. haar aansprakelijkheid middels het (ene) gestelde fonds kan beperken naar de renvooiprocedure verwezen.
4.4
Tegen de toewijzende beschikking van 28 mei 2022 in de beperkingsprocedure is hoger beroep ingesteld, onder andere door TenneT, evenwel tevergeefs. Bij beschikking van heden van dit hof (zaaknummers 200.313.605 en 200.313.753) is besloten tot bekrachtiging van de bestreden beschikking van de rechtbank.
Beoordeling
5.1
Met grief I vraagt TenneT aandacht voor (nieuwe) feiten en omstandigheden sedert de behandeling van het opheffingskort geding bij de rechtbank. Enkele ervan staan hiervoor vermeld. De grief bevat niet een zelfstandige grond voor vernietiging van het bestreden vonnis en kan daarom verder onbesproken blijven.
5.2
Grief II is gericht tegen overweging 4.2 van het vonnis. Volgens TenneT oordeelt de voorzieningenrechter daarin dat is voldaan aan de voorwaarde voor opheffing als bedoeld in art. 13, lid 2, LLMC. Daarbij gaat zij echter uit van een verkeerde lezing van de desbetreffende overweging. Die geeft (slechts) het standpunt van TenneT weer, te weten dat het feit dat is voldaan aan voorwaarde (a) van art. 13, lid 2, LLMC - dus dat een limitatiefonds is gesteld ‘at the port where the occurence took place, or, if it took place out of port, at the first port of call thereafter’ - dwingend meebrengt dat het beslag op het schip moet worden opgeheven. Uit het vervolg van het vonnis blijkt dat de voorzieningenrechter daarbij ruimte ziet voor een belangenafweging. De grief is daarnaast ongegrond omdat zij blijkens de toelichting als onjuist uitgangspunt neemt (vgl. m.v.g. 2.4) dat JD B.V. beperking van haar aansprakelijkheid heeft verzocht met betrekking tot een andere aanvaring (te weten die van de Vattenfall-paal) dan die van haar jacket. In het beperkingsverzoek (overgelegd als prod. E.2 bij inleidende dagvaarding) stelt JD B.V. in punt 3 dat zij haar aansprakelijkheid wenst te beperken ten opzichte van eenieder die als gevolg van bovengenoemd incident (curs., hof) schade meent te hebben geleden. Met ‘bovengenoemd incident’ bedoelt zij blijkens punt 2 van het verzoek: het van haar anker slaan van de Julietta D en het vervolgens als onmanoeuvreerbaar schip in aanraking komen met de Pechora Star, de fundatie van een windturbine en de jacket van een platform.
5.3
Grief III is gericht tegen overweging 4.3 van het vonnis, waarin de voorzieningenrechter overweegt dat niet ter discussie staat dat JD B.V. op zichzelf genomen bevoegd is om haar aansprakelijkheid te beperken. Ter toelichting stelt TenneT dat het niet de vraag is of JD B.V. op zichzelf bevoegd is om haar aansprakelijkheid te beperken, maar of zij metterdaad haar aansprakelijkheid heeft beperkt ten aanzien van de aanvaring van de jacket van TenneT. Die stelling laat de juistheid van bedoelde overweging 4.3 echter onverlet, reden waarom ook deze grief niet tot vernietiging van het bestreden vonnis kan leiden. De door de TenneT bedoelde vraag of het toegewezen beperkingsverzoek ook haar vordering uit hoofde van de aanvaring van haar jacket omvat is aan de orde in de overwegingen 4.5 en 4.6 van het vonnis. Daartegen richt zich grief IV.
5.4.1
Grief IV bevat samengevat als klacht dat de voorzieningenrechter zich ten onrechte heeft aangesloten bij het oordeel van de rechtbank in de beschikking van 18 mei 2022 dat de onderscheiden aanvaringen zijn te beschouwen als ‘a distinct occasion’ in de zin van het LLMC. Of sprake is van eenzelfde voorval, dan wel verscheidene voorvallen vergt een feitelijk en juridisch onderzoek, waarvoor in kort geding geen ruimte is, aldus TenneT, die vindt dat de voorzieningenrechter daarom had moeten oordelen dat geen aanleiding bestaat voor opheffing van het beslag zolang niet vaststaat dat inderdaad sprake is van één gebeurtenis.
5.4.2
Naar aanleiding van deze grief wordt er in de eerste plaats op gewezen dat de beschikking van 18 mei 2022, met daarin het oordeel van de rechtbank dat sprake is eenzelfde voorval, in hoger beroep heeft standgehouden. In de heden genomen beslissing op het hoger beroep tegen die beschikking wordt overwogen dat JD B.V. (voorshands) voldoende heeft onderbouwd dat de tweede en derde schadevaring (met respectievelijk de fundatie van Vattenfall en de jacket van TenneT) zijn toe te schrijven aan dezelfde oorzaak als die van de aanvaring met de Pechora Star, waarbij de Julietta D lek stootte. Verder wordt geconstateerd dat het ook in dit hoger beroep ontbreekt aan aanwijzingen dat (toch wel) sprake is van duidelijk van elkaar te onderscheiden zelfstandige schadeoorzaken. Anders gezegd is niet aannemelijk geworden dat het aan een andere voor rekening en risico van JD B.V. komende omstandigheid - dan het losslaan/driften en het vervolgens lekraken van de Juliette D - is te wijten dat er na de aanvaring met de Pechora Star nog aanrakingen met de fundatie en de jacket volgden. Het wordt er daarom voor gehouden dat die latere aanrakingen in de gegeven omstandigheden het noodzakelijk gevolg zijn geweest van dat losslaan/driften en lekraken van de Julietta D. Dat er achteraf scenario’s met een ander verloop denkbaar zijn, geeft geen aanleiding tot een ander oordeel. Dit betekent dat JD B.V. de voor het voorval vastgestelde aansprakelijkheidslimiet ook aan TenneT kan tegenwerpen.
5.5
Met grief V beklaagt TenneT zich erover dat de door de voorzieningenrechter toegepaste belangenafweging in haar nadeel is uitgevallen. Zij betwist niet dat er ruimte moet zijn voor een belangenafweging, die ook past bij de wijze waarop de beperkingsprocedure hier te lande is vormgegeven. Ook is zij het met de voorzieningenrechter eens dat er na het instellen van een beperkingsfonds groot gewicht moet worden toegekend aan de daarmee beoogde bescherming van scheepseigenaren, maar tekent hierbij aan dat het laatste alleen geldt in de verhouding tot crediteuren die hun vordering tegen het gestelde beperkingsfonds kunnen en moeten vervolgen. Of zij zo’n crediteur is, is nog onderwerp van debat. Daarom had haar belang bij instandhouding van het beslag zwaarder moeten wegen dan dat van JD B.V., die met hulp van de verzekeraar het beslag eenvoudig kon opheffen door een garantie te stellen, aldus TenneT. Zij heeft hierin geen gelijk. Zoals hiervoor is overwogen moet het er voorshands voor worden gehouden dat TenneT de vastgestelde aansprakelijkheidslimiet tegen zich moet laten gelden. De fondsstelling hier te lande bracht daarom mee dat het beslag diende te worden opgeheven. Zoals de voorzieningenrechter overwoog zou dit anders kunnen zijn indien er ernstige aanwijzingen zijn dat JD B.V. uiteindelijk toch niet beperkingsgerechtigd zal blijken te zijn en/of dat sprake is van meerdere schadevoorvallen, waardoor de limitering van de aansprakelijkheid voor de schade uit het ene schadevoorval niet tegelijk geldt voor de schade uit het andere voorval. Daarvan is hier geen sprake. Daarom faalt ook deze grief.
5.6
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het bestreden vonnis dient te worden bekrachtigd. Zo luidt dan ook hieronder de beslissing. Omdat TenneT in het ongelijk wordt gesteld moet zij de kosten van het hoger beroep dragen.
Dictum
Het hof:
- bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;
- veroordeelt TenneT in de kosten van de procedure in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van JD B.V. bepaald op € 783 aan verschotten en op € 2.366 aan salaris voor de advocaat;
- verklaart dit arrest ten aanzien van de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Aldus gewezen door mrs. J.M. van der Klooster, A.J.P. Schild en W. van der Velde en en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 december 2023 in aanwezigheid van de griffier.