Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag
2023-12-12
ECLI:NL:GHDHA:2023:2461
Civiel recht
Hoger beroep
4,747 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF DEN HAAG
Civiel recht
Team Handel
Zaaknummer hof : 200.320.120/01
Zaaknummer rechtbank : C/09/625799 / HA ZA 22-208
Arrest van 12 december 2023
in de zaak van
[appellant]
,
wonend in [woonplaats] ,
appellant,
advocaat: mr. M.L.A. Verleun, kantoorhoudend in Mijdrecht,
tegen
Glasdraad Groene Hart B.V.,
gevestigd in Hilversum,
verweerster,
niet verschenen.
Het hof zal partijen hierna noemen [appellant] en Glasdraad.
1De zaak in het kort
1.1
Glasdraad heeft schadevergoeding gevorderd van [appellant] omdat hij de kabels uit een glasvezelverdeelpunt heeft gehaald en het verdeelpunt vervolgens uit de grond heeft gehaald. Dat verdeelpunt was onderdeel van een door Glasdraad aangelegd glasvezelnetwerk. [appellant] stelt dat hij het verdeelpunt mocht verwijderen omdat Glasdraad het zonder toestemming had aangelegd in de grond van het perceel dat eigendom is van zijn partner.
1.2
De rechtbank heeft geoordeeld dat Glasdraad het verdeelpunt weliswaar niet daar had mogen aanleggen, maar dat [appellant] de kabels niet uit het verdeelpunt had mogen halen en het verdeelpunt niet uit de grond had mogen verwijderen. Het hof is het daarmee eens. De rechtbank heeft [appellant] vervolgens veroordeeld om de schade te vergoeden voor een bedrag van ruim € 20.000. Het hof oordeelt op dit punt anders. Het hof wijst de schadevergoeding af omdat Glasdraad de schade onvoldoende heeft onderbouwd.
Procesverloop
2.1
Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken:
de dagvaarding van 23 november 2022, waarmee [appellant] in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de rechtbank Den Haag van 9 november 2022;
de memorie van grieven van [appellant] , met bijlagen.
2.2
Glasdraad is in hoger beroep niet verschenen. Tegen haar is verstek verleend.
Feiten
3.1
Glasdraad realiseert glasvezelverbindingen in het buitengebied, waarmee dit gebied wordt voorzien van snel en stabiel internet.
3.2
[appellant] is de levenspartner van [naam 1] . [naam 1] is eigenaar van het perceel [plaats] .
3.3
Glasdraad heeft in maart 2021 door een aannemer glasvezelkabels laten aanbrengen in [woonplaats] .
3.4
Volgens [appellant] heeft de aannemer daarbij ook een glasvezelverdeelpunt (hierna: het verdeelpunt) aangebracht in de grond onder de oprit van het perceel [plaats] . [appellant] heeft hierover sinds maart 2021 herhaaldelijk contact gehad met de aannemer en Glasdraad. Dat heeft niet tot een oplossing geleid.
3.5
Op 17 juni 2021 heeft [appellant] per WhatsApp een foto van het blootgegraven verdeelpunt aan Glasdraad gestuurd met de tekst: “
“Kijk dit is hem
Hij ga er zo uit en niet dreigen”
3.6
Daarna vindt de volgende berichtenwisseling plaats per WhatsApp:
Glasdraad:
Zou het erg jammer vinden als u deze moedwillig nu stuk gaat maken. Er zitten 15 klanten op die dan vanavond geen voetballen kunnen kijken en dan heb ik het nog niet over storingsmonteurs die uit moeten rukken om de storing op te lossen. Ik zou graag rustig in gesprek komen evt per video conference morgen om dit op te lossen. Er vallen volgens mij ook geen doden of gewonden als we even tot morgen hiervoor nemen. Nu met het mes op de keel eisen dat ik binnen een half uur 15 duizend euro moet overmaken of anders gaat die dp kapot gemaakt worden vat ik op als dreigen en ga daar niet op in. Als wij deze dp moeten verplaatsen dan gaan we dat doen naar dat wil ik wel ff zonder mes op de keel met u bespreken.
[appellant] :
Ik ben al 4 maanden bezig met jullie jullie doen maar maar ik ben hier De BAAS
Glasdraad:
Normaal hebben wij altijd toestemmingen van mensen om in hun grond te graven of iets te plaatsen. Als dat hier niet goed geregeld is gaan we deze dp verplaatsen. Kan zorgen dat eind volgende week dat gebeurt is.
[appellant] :
Hij gaat zo uit vallen let maar op
3.7
[appellant] heeft diezelfde avond de kabels losgemaakt van het verdeelpunt en het verdeelpunt uit de grond verwijderd.
4Procedure bij de rechtbank
4.1
Glasdraad heeft [appellant] gedagvaard en gevorderd dat [appellant] wordt veroordeeld tot betaling van € 31.714,55 incl. BTW (€ 26.210,37 excl. BTW), te vermeerderen met rente en kosten. Glasdraad heeft daaraan ten grondslag gelegd dat [appellant] onrechtmatig heeft gehandeld door het verdeelpunt onbruikbaar te maken en aansprakelijk is voor de daardoor ontstane schade. Die schade bestaat uit (i) kosten aannemer vanwege herstellen en verplaatsen van het verdeelpunt (€ 23.479,79 excl. BTW), (ii) vergoeding bewoners in verband met storing langer dan 24 uur (€ 330,58 excl. BTW) en (iii) vergoeding voor de tijd die medewerkers van Glasdraad hebben besteed aan het incident (€ 2.400,- excl. BTW).
4.2
De rechtbank heeft de vordering tot schadevergoeding toegewezen tot een bedrag van € 22.606,54, te vermeerderen met wettelijke rente, en heeft [appellant] in de proceskosten veroordeeld. De rechtbank heeft, kort weergegeven, het volgende overwogen:
Het verdeelpunt is aangelegd onder de oprijlaan van het perceel [plaats] .
De eigenaar van dat perceel, [naam 1] , is niet door natrekking eigenaar van het verdeelpunt geworden. Glasdraad is eigenaar gebleven van het verdeelpunt.
Glasdraad had geen toestemming van [naam 1] om het verdeelpunt in haar grond aan te leggen en er was ook geen gedoogbeschikking van de ACM. Gelet daarop hoefde [naam 1] het verdeelpunt niet in haar grond te dulden. Glasdraad was verplicht om het verdeelpunt uit de grond van [naam 1] te verwijderen.
[appellant] heeft echter onrechtmatig gehandeld door op 17 juni 2021 de kabels uit het verdeelpunt te trekken. Glasdraad had namelijk op 17 juni 2021 toegezegd dat zij de zaak zou gaan onderzoeken en dat het verdeelpunt “eind volgende week” kon worden verplaatst, en aan de kant van [appellant] bestond niet een dusdanig dringend belang op grond waarvan hij de resultaten van dit onderzoek niet kon afwachten.
[appellant] moet de schade vergoeden, waarbij de rechtbank voor de verschillende schadeposten het volgende heeft overwogen:
(i) Uit de overgelegde foto blijkt dat als het verdeelpunt enkele tientallen centimeters richting de openbare weg zou zijn verplaatst, het verdeelpunt niet meer op het perceel van [naam 1] zou zijn gelegen. Het enkel verplaatsen naar de berm van de openbare weg was volgens Glasdraad echter niet meer mogelijk omdat de kabels door toedoen van [appellant] beschadigd waren. Glasdraad heeft er verder voor gekozen om het verdeelpunt zekerheidshalve op een geheel andere plek aan te brengen omdat zij wilde voorkomen dat [appellant] het verdeelpunt opnieuw zou beschadigen. Volgens de rechtbank heeft Glasdraad deze afweging in redelijkheid kunnen maken. Dat betekent dat de kosten voor het herstellen en verplaatsen van het verdeelpunt nog in redelijkheid zijn toe te rekenen aan de onrechtmatige daad van [appellant] . Er moet wel rekening mee worden gehouden dat Glasdraad ook zonder het handelen van [appellant] kosten had moeten maken om het verdeelpunt te verplaatsen. De kosten die Glasdraad in dat geval had moeten maken stelt de rechtbank schattenderwijs op € 1.203,83, excl. BTW, waardoor de door [appellant] te betalen aannemerskosten uitkomen op (€ 23.479,79 - € 1.203,83 =) € 22.275,96 excl. BTW. De door Glasdraad gevorderde BTW is niet toewijsbaar.
(ii) Het bedrag van € 330,48 voor vergoeding bewoners is toewijsbaar.
(iii) De geclaimde kosten voor de tijd die medewerkers van Glasdraad aan de zaak hebben besteed zijn niet toegelicht en worden dus afgewezen.
Beoordeling
5.1
[appellant] is in hoger beroep gekomen. Hij wil dat het hof het vonnis van de rechtbank vernietigt, de vorderingen van Glasdraad alsnog geheel afwijst en Glasdraad veroordeelt om aan [appellant] terug te betalen alles wat [appellant] uit hoofde van het vonnis aan Glasdraad heeft voldaan.
5.2
Glasdraad heeft in hoger beroep verstek laten gaan en heeft dus berust in de afwijzing van de gevorderde BTW (over de bedragen onder (i) en (ii)) en in de afwijzing van vordering (iii). Dat deel van het geschil ligt daarom niet aan het hof voor.
Verdeelpunt onbevoegd aangelegd in de grond van [naam 1]
5.3
De rechtbank heeft geoordeeld dat uit de kadastrale tekeningen en de foto’s van het verdeelpunt voldoende duidelijk blijkt dat het verdeelpunt is aangebracht in de grond onder de oprijlaan van het perceel [plaats] , dat eigendom is van [naam 1] . Het hof komt tot hetzelfde oordeel, te weten dat het verdeelpunt in de grond van [naam 1] was aangelegd.
5.4
Het hof sluit zich ook aan bij het oordeel van de rechtbank dat Glasdraad geen toestemming had van [naam 1] voor de aanleg van de kabels en het verdeelpunt, en dat er ook geen gedoogbeschikking was van de ACM op grond waarvan [naam 1] het verdeelpunt op haar terrein zou moeten dulden. Dit betekent dat Glasdraad niet bevoegd was om kabels en een verdeelpunt aan te leggen in de grond van [naam 1] aan de [plaats] .
[appellant] heeft onrechtmatig gehandeld door verdeelpunt te verwijderen
5.5
De vraag is vervolgens of [appellant] op 17 juni 2021 de kabels uit het verdeelpunt mocht trekken en het verdeelpunt uit de grond mocht halen. [appellant] betoogt dat hij dat mocht doen. Hij voert daartoe het volgende aan:
a) [naam 1] was eigenaar geworden van het verdeelpunt en de kabels die in haar grond waren aangelegd, en [appellant] mocht namens de eigenaar het verdeelpunt weghalen. Volgens [appellant] is de regeling van artikel 5:20 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) niet van toepassing en was [naam 1] door natrekking eigenaar geworden van de kabels en het verdeelpunt die Glasdraad onbevoegd in haar grond had aangelegd.
b) Ook als [naam 1] geen eigenaar was geworden van het verdeelpunt en de kabels, geldt dat [appellant] het verdeelpunt uit de grond mocht halen. [appellant] is namelijk maanden bezig was geweest om Glasdraad zo ver te krijgen dat zij het verdeelpunt zou verplaatsen, en heeft zelfs een termijn gesteld waarbinnen dat zou moeten gebeuren, maar Glasdraad heeft dat niet gedaan.
5.6
Het hof komt tot het oordeel dat beide argumenten van [appellant] falen en licht dat als volgt toe.
(a) [naam 1] is geen eigenaar geworden van verdeelpunt en kabels in haar grond
5.7
Artikel 5:20 lid 2 BW houdt in dat de eigendom van een net bestaande uit een of meer kabels bestemd voor transport van informatie, toebehoort aan de bevoegde aanlegger van dat net en dus niet aan de eigenaar van de grond waarin het net is aangelegd. Het hof is het met [appellant] eens dat deze bepaling niet van toepassing is op het deel van het netwerk dat in de grond van [naam 1] was aangelegd omdat voor dat deel geen sprake was van een bevoegde aanlegger. Glasdraad was immers niet bevoegd om de kabels en het verdeelpunt in de grond van het perceel [plaats] aan te leggen.
5.8
Daarom moet aan de hand van artikel 5:20 lid 1 en 3:4 BW worden bekeken wie eigenaar was van het verdeelpunt en de kabels die (onbevoegd) in de grond van [plaats] waren aangelegd. Uit de tekeningen van het glasvezelnetwerk die Glasdraad in de procedure bij de rechtbank heeft overgelegd, blijkt dat het deel van het netwerk dat in de grond van [naam 1] was aangelegd een relatief gering onderdeel uitmaakte van dat netwerk. [appellant] heeft niet gesteld en ook is niet gebleken dat Glasdraad andere delen van het glasvezelnetwerk onbevoegd heeft aangelegd. Het hof gaat er daarom vanuit dat de rest van het glasvezelnetwerk bevoegd is aangelegd. Op die andere onderdelen van het netwerk is artikel 5:20 lid 2 BW daarom wel van toepassing: Glasdraad is eigenaar van het netwerk dat zij bevoegd in, op of boven de grond van anderen heeft aangelegd. Het (beperkte) deel dat onbevoegd in de grond van het perceel [plaats] was aangelegd, vormde een bestanddeel van dat grotere netwerk (artikel 3:4 BW). Artikel 5:20 lid 1 onder e, slot, BW brengt mee dat niet [naam 1] als eigenaar van de grond (door verticale natrekking) de eigendom van de in haar grond aangelegde kabels en verdeelpunt had verkregen, maar dat Glasdraad (door horizontale natrekking) de eigenaar daarvan was.
5.9
Het voorgaande betekent dat [appellant] zich niet kan beroepen op een eigendomsrecht van [naam 1] ten aanzien van het verdeelpunt en de kabels die in de grond van het perceel [plaats] waren aangelegd. Dat argument kan dus geen grondslag vormen voor het optreden van [appellant] op 17 juni 2021.
(b) [appellant] mocht het verdeelpunt van Glasdraad niet verwijderen op 17 juni 2021
5.10
Het gegeven dat Glasdraad eigenaar was het verdeelpunt en de kabels die zij in de grond van [naam 1] had aangebracht, betekent niet dat Glasdraad het recht had om die zaken daar te laten liggen. Zoals gezegd: Glasdraad was niet bevoegd om dat deel van het netwerk in de grond van [naam 1] aan te leggen en zij moest het dan ook weghalen.
5.11
Dat betekent echter nog niet dat [appellant] het verdeelpunt weg mocht halen. Het hof oordeelt, evenals de rechtbank, dat [appellant] onrechtmatig heeft gehandeld door op 17 juni 2021 het verdeelpunt, dat eigendom was van Glasdraad, onbruikbaar te maken door de kabels eruit te halen en het uit de grond te verwijderen. [appellant] heeft betoogd dat hij dat wel mocht doen omdat hij Glasdraad ruimschoots in de gelegenheid had gesteld om dat zelf te doen, maar het hof gaat daar niet in mee. In de periode voor 17 juni 2021 heeft [appellant] , onder andere via WhatsApp-berichten, contact gehad met een medewerker van Glasdraad en met de aannemer. Op 17 juni 2021 werd de directeur van Glasdraad bij de discussie betrokken. Deze zegt dezelfde dag nog toe dat hij de situatie zal onderzoeken en dat, als blijkt dat het verdeelpunt ten onrechte op het perceel van [naam 1] is aangebracht, het verdeelpunt “eind volgende week” zal worden verwijderd. Met de rechtbank is het hof van oordeel dat niet is gebleken dat er aan de kant van [appellant] een dusdanig dringend belang bestond op grond waarvan het resultaat van het onderzoek van de directeur van Glasdraad niet kon worden afgewacht. Van belang is ook dat door de actie van [appellant] de tv-, internet- en telefoonverbinding bij de op het verdeelpunt aangesloten gebruikers is uitgevallen, iets waar de directeur van Glasdraad [appellant] bovendien ook nog op heeft gewezen. In hoger beroep heeft [appellant] nog aangevoerd dat hij al op 1 april 2021 via WhatsApp had laten weten dat Glasdraad “twee weken de tijd krijgt om het eruit te halen”, maar die mededeling (die blijkens de door [appellant] overgelegde WhatsApp berichten aan de aannemer, [naam 3] , en dus niet aan Glasdraad zelf was gestuurd) maakt nog niet dat [appellant] op 17 juni 2021 de kabels mocht doorknippen/beschadigen en het verdeelpunt zelf weg mocht halen, nadat de directeur van Glasdraad op die dag had toegezegd dat het verdeelpunt uiterlijk eind van de week daarna eruit gehaald zou worden.
Schadevergoeding wordt afgewezen
5.12
Omdat [appellant] onrechtmatig heeft gehandeld, moet hij de schade vergoeden die Glasdraad als gevolg daarvan heeft geleden. Het is aan Glasdraad om de door haar gevorderde schade voldoende te onderbouwen.
Conclusie
5.16
Ook het hof is van oordeel dat [appellant] onrechtmatig heeft gehandeld, maar anders dan de rechtbank concludeert het hof dat de vorderingen (i) en (ii) niet toegewezen kunnen worden. In dat opzicht slaagt het hoger beroep van [appellant] . Hoewel de afwijzing van de BTW en vordering (iii) strikt genomen niet aan het hof voorligt, zal het hof ten behoeve van de leesbaarheid het hele vonnis vernietigen en opnieuw rechtdoende alsnog alles afwijzen.
5.17
Omdat de schadevordering geheel wordt afgewezen, wordt Glasdraad als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten in eerste aanleg en in hoger beroep.
Dictum
Het hof:
- vernietigt het vonnis van de rechtbank Den Haag van 9 november 2022;
en opnieuw rechtdoende:
wijst de vorderingen van Glasdraad af;
veroordeelt Glasdraad in de proceskosten van de procedure in eerste aanleg, aan de zijde van [appellant] begroot op € 1.301,- aan griffierecht en € 1.442,- aan salaris gemachtigde, en in de proceskosten van het hoger beroep, aan de zijde van [appellant] tot op heden begroot op € 908,03 aan verschotten en € 1.531,- aan salaris advocaat, en € 173,- aan nasalaris, te verhogen met € 90,- indien niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan dit arrest is voldaan en vervolgens betekening van dit arrest heeft plaatsgevonden;
bepaalt dat binnen veertien dagen na de dag van deze uitspraak dan wel, wat betreft het bedrag van € 90,-, na de datum van betekening, aan deze kostenveroordeling moet zijn voldaan, bij gebreke waarvan de bedragen worden vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf het einde van genoemde termijn van veertien dagen tot aan de dag van algehele voldoening;
veroordeelt Glasdraad om aan [appellant] terug te betalen al hetgeen [appellant] ter uitvoering van het vonnis aan Glasdraad heeft voldaan, te weten € 27.626,73, te vermeerderen met wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf de dag van betaling, te weten 14 november 2022, tot aan de dag van voldoening.
Dit arrest is gewezen door mr. H.J.M. Burg, mr. E.M. Dousma-Valk en mr. A.F.J.A. Leijten, en is in het openbaar uitgesproken op 12 december 2023 in aanwezigheid van de griffier.