Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag
2023-09-19
ECLI:NL:GHDHA:2023:1892
Civiel recht
Hoger beroep
1,472 tokens
Dictum
in de zaak met zaaknummer 200.303.254/01 van
[naam accountantskantoor] Accountants & Adviseurs B.V.,
gevestigd in Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer,
appellante in het principaal hoger beroep,
verweerster in het incidenteel hoger beroep van Heilbron,
advocaat: mr. J.S. van Daal, kantoorhoudend in Amsterdam,
tegen
1AIG Europe S.A.,
gevestigd in Capelle aan den IJssel,
verweerster in het principaal hoger beroep,
advocaat: mr. W.A.M. Rupert, kantoorhoudend in Rotterdam,
en
2Heilbron Leusden B.V.,
gevestigd in Leusden,
verweerster in het principaal hoger beroep,
appellante in het incidenteel hoger beroep,
advocaat: mr. F. van Kersbergen, kantoorhoudend in Den Haag,
en in de zaak met zaaknummer 200.304.294/01 van
Coöperatieve Rabobank U.A.,
gevestigd te Amsterdam,
appellante,
advocaat: mr. F.M.A. ’t Hart, kantoorhoudend te Amsterdam,
tegen
1
[naam accountantskantoor] Accountants & Adviseurs B.V.,
gevestigd in Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer,
verweerster,
advocaat: mr. J.S. van Daal, kantoorhoudend in Amsterdam,
2AIG Europe S.A.,
gevestigd in Capelle aan den IJssel,
verweerster,
advocaat: mr. W.A.M. Rupert, kantoorhoudend in Rotterdam
en
3Heilbron Leusden B.V.,
gevestigd in Leusden,
verweerster,
advocaat: mr. F. van Kersbergen, kantoorhoudend in Den Haag.
Het hof zal partijen hierna noemen [naam accountantskantoor], AIG, Heilbron en Rabobank.
Ter verbetering van het arrest van het gerechtshof Den Haag van 18 juli 2023, nrs. 200.303.254/01 en 200.304.294/01 gewezen op het hoger beroep van [naam accountantskantoor] in zaak 200.303.254/01 respectievelijk Rabobank in zaak 200.304.294/01 tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 4 augustus 2021, nr. C/10/597491 / HA ZA 20-531.
1Het arrest in het geding
1.1.
Het gerechtshof Den Haag heeft in deze zaak op 18 juli 2023 arrest gewezen. Nadien heeft het hof geconstateerd dat het arrest twee misslagen bevat die redelijkerwijs voor partijen kenbaar waren, en die verbetering behoeven.
1.2.
In zaak 200.303.254/01 heeft het hof in het dictum onder andere overwogen:
veroordeelt [naam accountantskantoor] in de kosten van de procedure in het principaal hoger beroep,aan de zijde van AIG tot op heden begroot op € 5.610,- aan verschotten en € 2.366,- voor salaris advocaat en € 173,- aan nasalaris, te verhogen met € 90,00 indien niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan dit arrest is voldaan en vervolgens betekening van dit arrest heeft plaatsgevonden;
aan de zijde van Heilbron tot op heden begroot op € 5.610,- aan verschotten en € 2.366,- voor salaris advocaat en € 173,- aan nasalaris, te verhogen met € 90,00 indien niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan dit arrest is voldaan en vervolgens betekening van dit arrest heeft plaatsgevonden;
1.3.
Het hof is er door mr. S. Boes namens [naam accountantskantoor] op gewezen dat de verschotten op een te hoog bedrag zijn vastgesteld, aangezien het een zaak van onbepaalde waarde betreft. Het juiste bedrag moet zijn € 772,--.
1.4.
Het hof heeft geconstateerd dat dit juist is. Bij beslissing van 4 september 2023 heeft de griffier het griffierecht ambtshalve verminderd. Het dictum wordt als volgt gewijzigd:
veroordeelt [naam accountantskantoor] in de kosten van de procedure in het principaal hoger beroep,aan de zijde van AIG tot op heden begroot op € 772,- aan verschotten en € 2.366,- voor salaris advocaat en € 173,- aan nasalaris, te verhogen met € 90,00 indien niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan dit arrest is voldaan en vervolgens betekening van dit arrest heeft plaatsgevonden;
aan de zijde van Heilbron tot op heden begroot op € 772,- aan verschotten en € 2.366,- voor salaris advocaat en € 173,- aan nasalaris, te verhogen met € 90,00 indien niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan dit arrest is voldaan en vervolgens betekening van dit arrest heeft plaatsgevonden;
1.5.
In de zaken 200.303.254/01 en 200.304.294/01 heeft het hof, als datum van het in het openbaar doen van de uitspraak, de datum 18 juli 2022 vermeld. Het hof heeft geconstateerd dat dit 18 juli 2023 behoort te zijn. In de kop is de datum wel juist vermeld. Het arrest wordt als volgt gewijzigd:
Dit arrest is gewezen door mr. M.C.M. van Dijk, mr. J.M.T. van der Hoeven - Oud en
mr. L. Reurich en in het openbaar uitgesproken op 18 juli 2023 in aanwezigheid van de griffier.
Dictum
Het hof:
In de zaak 200.303.254/01
- verbetert het arrest op de hiervoor onder 1.4 aangegeven wijze;
In de zaken 200.303.254/01 en 200.304.294/01
- verbetert het arrest op de hiervoor onder 1.4 en 1.5 aangegeven wijze.
Deze verbeteringen worden aangebracht op de minuut en dit herstelarrest is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 19 september 2023.
Voor het overige blijft het arrest geheel in stand.
Deze beslissing is gegeven door mrs. M.C.M. van Dijk, mr. J.M.T. van der Hoeven - Oud en
mr. L. Reurich.