Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag
2023-09-20
ECLI:NL:GHDHA:2023:1831
Strafrecht
Hoger beroep
14,828 tokens
Inleiding
Rolnummer: 22-000913-21
Parketnummers: 09-270415-19, 09-102319-20 en
81-073679-18 (TUL)
Datum uitspraak: 20 september 2023
TEGENSPRAAK
Gerechtshof Den Haag
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag van 16 maart 2021 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging in de strafzaak tegen de verdachte:
[VERDACHTE],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,
adres: [woonadres], [woonplaats].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte van het bij dagvaarding I met parketnummer 09-270415-19 onder 4 tenlastegelegde vrijgesproken en ter zake van het bij die dagvaarding onder 1, 2 en 3 en het bij dagvaarding II met parketnummer 09-102319-20 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden met aftrek van voorarrest.
Voorts is beslist omtrent de vorderingen van de benadeelde partijen en zijn schadevergoedingsmaatregelen opgelegd als nader in het vonnis omschreven.
Tenslotte heeft de rechtbank beslist omtrent de inbeslag-genomen voorwerpen.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
De verdachte is door de rechtbank Den Haag vrijgesproken van hetgeen aan haar in de zaak bij dagvaarding I met parketnummer 09-270415-19 onder 4 is tenlastegelegd.
Het hoger beroep is door de verdachte onbeperkt ingesteld en is derhalve mede gericht tegen de in eerste aanleg gegeven beslissing tot vrijspraak. Gelet op hetgeen is bepaald in artikel 404, vijfde lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte tegen deze beslissing geen hoger beroep open. Het hof zal de verdachte niet-ontvankelijk verklaren in het ingestelde hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de in het vonnis waarvan beroep gegeven vrijspraak.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is – voor zover thans in hoger beroep nog aan de orde en na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg - tenlastegelegd dat:
Zaak met parketnummer 09-270415-19 (dagvaarding I):
1.
zij op één of meer momenten in de periode van 1 april 2019 tot en met 9 november 2019 te Utrecht, Sassenheim en/of Den Bosch, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal met het oogmerk om zich
en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 1] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van
een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten in ieder geval een totaalbedrag van ongeveer € 323.500 en/of een Rolex horloge ([serienummer 1][serienummer 1]) aangekocht voor € 49.500 (p. 458), door valselijk, listig, bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:
- via datingsite www.actief50.nl contact te leggen met die [slachtoffer 1], zich voor te doen als [valse naam 1] en/of [valse naam 2], telefoonnummers uit te wisselen en/of telefonisch contact te hebben;
- in persoon contact te hebben met die [slachtoffer 1] en zich daarbij voor te doen als [valse naam 1] en/of [valse naam 2];
- die [slachtoffer 1] mede te delen en/of te doen geloven dat zij, verdachte, en/of haar mededaders, althans degene die zich voordeed als [valse naam 1], geld nodig had(den) ter betaling van schulden, waaronder schulden bij het CJIB en/of ter betaling van (andere) bekeuringen (die dreigden te worden verhoogd en/of waarvoor gijzeling dreigde),
- die [slachtoffer 1] mede te delen en/of te doen geloven dat zij, verdachte, en/of haar mededaders, althans degene die zich voordeed als [valse naam 1], onder bewind stond(en) en
daarom geen eigen rekening had(den);
- die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, te laten bellen door iemand die zich onder de naam [valse naam 3] heeft voorgedaan als budgetcoach van verdachte, en/of haar mededaders, althans van degene die zich voordeed als [valse naam 1] en/of die [slachtoffer 1] te doen geloven dat verdachte althans degene die zich voordeed als [valse naam 1], een (zekere [valse naam 3] als) budgetcoach had;
- die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, geld over te laten maken op één of meer bankrekeningnummers en/of contante geldbedragen te laten verstrekken aan verdachte en/of haar mededaders, althans aan degene die zich voordeed als [valse naam 1];
- die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, een Rolex horloge af te laten rekenen en vervolgens aan verdachte, en/of haar mededaders, althans aan degene die zich voordeed als [valse naam 1] te verstrekken;
- die [slachtoffer 1] mede te delen en/of te doen geloven dat verdachte, en/of haar mededaders, althans degene die zich voordeed als [valse naam 1] een relatie met hem wilde en/of dat zij samen konden en/of zouden zijn op enig moment, althans nadat haar schulden afbetaald waren.
2.
zij op één of meer momenten in de periode van 1 december 2018 tot en met 9 november 2019 te Utrecht, Sassenheim en/of Den Bosch, althans in Nederland, tezamen en in
vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (van) voorwerpen, te weten:
- een totaalbedrag van ongeveer € 323.500, althans het geldbedrag afkomstig van [slachtoffer 1];
- een Rolex horloge ([serienummer 1]) aangekocht voor € 49.500 (p. 458);
- een ‘Rolex chocolate leather wallet with purse’ aangekocht voor € 465 (p. 458);
- een totaalbedrag van ongeveer € 51.000, althans de geldbedragen afkomstig van [slachtoffer 2] (€ 18.500, p. 546 e.v.), [slachtoffer 3] (€ 1.500, p. 512 e.v.) en [slachtoffer 4]
(€ 31.500, p. 518 e.v.),
de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op die voorwerpen was, en/of die voorwerpen heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet en/of van die voorwerpen gebruik heeft gemaakt,
en/of (van) voorwerpen, te weten:
- een Volkswagen Passat ([kenteken]) (p. 155 en 444);
- een (in de woning van [medeverdachte]aangetroffen) vuurwapen merk Glock, model 45. kaliber 9x19 mm. wapennummer BKTZ258 met (in totaal ongeveer 43 scherpe) patronen (p. 605 e.v.), Rolex horloge ([serienummer 2], aangekocht voor€ 11.660 inclusief btw, p. 1021),
geldbedrag van € 225,40 (goednummer 2298847) en/of autosleutel van een Bentley (goednummer 2298878);
- een (in de woning van [verdachte] aangetroffen) Cartier horloge ([serienummer 4], tweedehands waarde ongeveer
€ 7.500, p. 1036), een Rolex horloge ([serienummer 3],
tweedehands waarde ongeveer € 30.000, p. 1036), meerdere gouden sieraden en/of een geldbedrag van € 7.400 (goednummer 2298910, p.
Dictum
Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het bij dagvaarding I in de zaak met parketnummer
09-270415-19 onder 4 tenlastegelegde.
Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het bij dagvaarding I met parketnummer
09-270415-19 onder 1, 2 en 3 en het bij dagvaarding II met parketnummer 09-102319-20 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot
6 (zes) maandenniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, zoals dit onder nummer 7 is vermeld op de in kopie aan dit arrest gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 1] ter zake van het bij dagvaarding I met parketnummer 09-270415-19 onder 1 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 367.948,56 (driehonderdzevenenzestigduizend negenhonderdachten-veertig euro en zesenvijftig cent) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte voorts de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer 1], ter zake van het bij dagvaarding I met parketnummer 09-270415-19 onder 1 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 367.948,56 (driehonderdzevenen-zestigduizend negenhonderdachtenveertig euro en zesenvijftig cent) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste
365 (driehonderdvijfenzestig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of haar mededader aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 1 oktober 2019.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 3] ter zake van het bij dagvaarding II met parketnummer 09-102319-20 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte voorts de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd
[slachtoffer 3], ter zake van het bij dagvaarding II met parketnummer 09-102319-20 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 1.500,00 (duizend vijfhonderd euro) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 0 (nul) dagen nu de maximale termijn voor gijzeling reeds is bepaald voor een andere schadevergoedingsmaatregel.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of haar mededader aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 14 februari 2019.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer 2] ter zake van het bij dagvaarding II met parketnummer 09-102319-20 bewezenverklaarde tot het bedrag van € 17.500,00 (zeventienduizend vijfhonderd euro) ter zake van materiële schade, waarvoor de verdachte met de mededader hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Verklaart de benadeelde partij voor het overige
niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte voorts de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd
[slachtoffer 2], ter zake van het bij dagvaarding II met parketnummer 09-102319-20 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 17.500,00 (zeventienduizend vijfhonderd euro) als vergoeding voor materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 0 (nul) dagen nu de maximale termijn voor gijzeling reeds is bepaald voor een andere schadevergoedingsmaatregel.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of haar mededader aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op 13 februari 2019.
Beveelt de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 8 januari 2019, parketnummer 81-073679-18, te weten van:
een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand.
Dit arrest is gewezen door mr. M. Koole, mr. J.W. van den Hurk en mr. F.W. Pieters, in bijzijn van de griffier
A. van der Schalk.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 20 september 2023.
Mr. J.W. van den Hurk is buiten staat dit arrest te ondertekenen.
Inleiding
35),
de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op die voorwerpen was, en/of die voorwerpen heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen
en/of omgezet en/of van die voorwerpen gebruik heeft gemaakt,
terwijl zij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - (mede) afkomstig waren uit enig (eigen) misdrijf, en zij van het plegen van dit feit een gewoonte heeft gemaakt;
3.
zij op één of meer momenten in de periode van I december 2018 tot en met 9 november 2019 te Utrecht, Sassenheim en/of Den Bosch, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkings-verband van natuurlijke personen, te weten (onder andere en in ieder geval) [medeverdachte] en [verdachte], welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven;
Zaak met parketnummer 09/102319-20 (dagvaarding II):
zij op één of meer momenten in de periode van 1 december 2018 tot en met 9 november 2019 te Utrecht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
[slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten in ieder geval totaalbedragen van
ongeveer € 18.500 ([slachtoffer 2], p. 546 e.v.) en/of € 1.500 ([slachtoffer 3], p. 512 e.v.) en/of € 31.500 ([slachtoffer 4], p. 518 e.v.), door valselijk, listig, bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:
- via een datingsite (www.nieuwerelatie.nl en/of www.lexa.nl) contact te leggen met die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], telefoonnummers uit te wisselen en/of telefonisch en/of in persoon contact te hebben met die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en zich daarbij voor
te doen als [valse naam 4] en/of [valse naam 5] en/of [valse naam 6];
- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] mede te delen en/of te doen geloven dat zij, verdachte, en/of haar mededaders, althans degene die zich voordeed als [valse naam 4] en/of [valse naam 5], geld nodig had(den) ter betaling van schulden, waaronder schulden bij het CJIB, en/of ter betaling van (andere) bekeuringen (die dreigden te worden verhoogd en/of waarvoor gijzeling dreigde), en/of als borg voor een nieuwe woning en meubels in die
nieuwe woning;
- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] mede te delen en/of te doen geloven dat zij, verdachte, en/of haar mededaders, althans degene die zich voordeed als [valse naam 4] en/of [valse naam 5], (i) op het adres [adres]te Utrecht samenwoonde met [medeverdachte]als huisgenoot en/of iemand die zich voordeed als [valse naam 6] (en die van Griekse afkomst was), (ii) vrijgezel was en in haar vorige relatie was mishandeld en daarom vanuit
Den Haag naar Utrecht was verhuisd, (iii) eenzaam was, (iv) geen inkomen had, (v) in de gevangenis zat vanwege schulden, en/of (vi) geen familie had in Nederland;
- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] meermalen, althans eenmaal, te laten bellen door iemand die zich (onder de naam [valse naam 3] en/of [valse naam 7]) heeft voorgedaan als
Budgetcoach van verdachte, en/of haar mededaders, althans van degene die zich voordeed als [valse naam 4] en/of [valse naam 5], en/of die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] te doen geloven dat verdachte althans degene die zich voordeed als [valse naam 4] en/of [valse naam 5],
een (zekere [valse naam 3] en/of [valse naam 7]als) budgetcoach had;
- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] meermalen, althans eenmaal, te laten bellen door iemand die zich voordeed als iemand van het CJIB;
- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] meermalen, althans eenmaal, geld over te laten maken op één of meer bankrekeningnummers en/of contante geldbedragen te laten
verstrekken aan verdachte en/of haar mededaders, althans aan degene die zich voordeed als [valse naam 4] en/of [valse naam 5] en/of [valse naam 6] (al dan niet onder de toezegging dat die geldbedragen zouden worden terugbetaald);
- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] mede te delen en/of te doen geloven dat verdachte, en/of haar mededaders, althans degene die zich voordeed als [valse naam 4] en/of [valse naam 5] een vriendschappelijke relatie en/of liefdesrelatie wilde en/of dat zij samen konden
en/of zouden zijn op enig moment, althans nadat haar schulden afbetaald waren.
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het bij dagvaarding I met parketnummer
09-270415-19 onder 1, 2 en 3 en het bij dagvaarding II met parketnummer 09-102319-20 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van
30 maanden met aftrek van voorarrest.
Het vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het bij dagvaarding I met parketnummer
09-270415-19 onder 1, 2 en 3 en het bij dagvaarding II met parketnummer 09-102319-20 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
Zaak met parketnummer 09-270415-19 (dagvaarding I):
1.
zij op één of meer momenten in de periode van 1 april 2019 tot en met 9 november 2019 te Utrecht, Sassenheim en/of Den Bosch, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal met het oogmerk om zich
en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 1] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van
een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten in ieder geval een totaalbedrag van ongeveer € 323.500 en/of een Rolex horloge ([serienummer 1]), aangekocht voor € 49.500 (p.
Inleiding
458), door valselijk, listig, bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:
- via datingsite www.actief50.nl contact te leggen met die [slachtoffer 1], zich voor te doen als [valse naam 1] en/of [valse naam 2], telefoonnummers uit te wisselen en/of telefonisch contact te hebben;
- in persoon contact te hebben met die [slachtoffer 1] en zich daarbij voor te doen als [valse naam 1] en/of [valse naam 2];
- die [slachtoffer 1] mede te delen en/of te doen geloven dat zij, verdachte, en/of haar mededaders, althans degene die zich voordeed als [valse naam 1], geld nodig had(den) ter betaling van schulden, waaronder schulden bij het CJIB en/of ter betaling van (andere) bekeuringen (die dreigden te worden verhoogd en/of waarvoor gijzeling dreigde),
- die [slachtoffer 1] mede te delen en/of te doen geloven dat zij, verdachte, en/of haar mededaders, althans degene die zich voordeed als [valse naam 1], onder bewind stond(en) en
daarom geen eigen rekening had(den);
- die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, te laten bellen door iemand die zich onder de naam [valse naam 3] heeft voorgedaan als budgetcoach van verdachte, en/of haar mededaders, althans van degene die zich voordeed als [valse naam 1] en/of die [slachtoffer 1] te doen geloven dat verdachte althans degene die zich voordeed als [valse naam 1], een (zekere [valse naam 3] als) budgetcoach had;
- die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, geld over te laten maken op één of meer bankrekeningnummers en/of contante geldbedragen te laten verstrekken aan verdachte en/of haar mededaders, althans aan degene die zich voordeed als [valse naam 1];
- die [slachtoffer 1] meermalen, althans eenmaal, een Rolex horloge af te laten rekenen en vervolgens aan verdachte, en/of haar mededaders, althans aan degene die zich voordeed als [valse naam 1] te verstrekken;
- die [slachtoffer 1] mede te delen en/of te doen geloven dat verdachte, en/of haar mededaders, althans degene die zich voordeed als [valse naam 1] een relatie met hem wilde en/of dat zij samen konden en/of zouden zijn op enig moment, althans nadat haar schulden afbetaald waren.
2.
zij op één of meer momenten in de periode van 1 december 2018 tot en met 9 november 2019 te Utrecht, Sassenheim en/of Den Bosch, althans in Nederland, tezamen en in
vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (van) voorwerpen, te weten:
- een totaalbedrag van ongeveer € 318.448, althans het geldbedrag afkomstig van [slachtoffer 1];
- een Rolex horloge ([serienummer 1]) aangekocht voor € 49.500 (p. 458);
- een ‘Rolex chocolate leather wallet with purse’ aangekocht voor € 465 (p. 458);
- een totaalbedrag van ongeveer € 50.000, althans de geldbedragen afkomstig van [slachtoffer 2] (€ 17.500, p. 546 e.v.), [slachtoffer 3] (€ 1.500, p. 512 e.v.) en [slachtoffer 4]
(€ 31.500, p. 518 e.v.),
de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op die voorwerpen was, en/of die voorwerpen heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet en/of van die voorwerpen gebruik heeft gemaakt,
en/of (van) voorwerpen, te weten:
- een Volkswagen Passat ([kenteken]) (p. 155 en 444);
- een (in de woning van [medeverdachte]aangetroffen) vuurwapen merk Glock, model 45. kaliber 9x19 mm. wapennummer BKTZ258 met (in totaal ongeveer 43 scherpe) patronen (p. 605 e.v.), Rolex horloge ([serienummer 2], aangekocht voor€ 11.660 inclusief btw, p. 1021),
geldbedrag van € 225,40 (goednummer 2298847) en/of autosleutel van een Bentley (goednummer 2298878);
- een (in de woning van [verdachte] aangetroffen) Cartier horloge ([serienummer 4], tweedehands waarde ongeveer
€ 7.500, p. 1036), een Rolex horloge ([serienummer 3],
tweedehands waarde ongeveer € 30.000, p. 1036), meerdere gouden sieraden en/of een geldbedrag van € 7.400 (goednummer 2298910, p. 35),
de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op die voorwerpen was, en/of die voorwerpen heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen
en/of omgezet en/of van die voorwerpen gebruik heeft gemaakt,
terwijl zij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - (mede) afkomstig waren uit enig (eigen) misdrijf, en zij van het plegen van dit feit een gewoonte heeft gemaakt;
en
zij op één of meer momenten in de periode van 1 december 2018 tot en met 9 november 2019 te Utrecht, Sassenheim en/of Den Bosch, althans in Nederland, tezamen en in
vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (van) voorwerpen, te weten:
- een totaalbedrag van ongeveer € 323.500, althans het geldbedrag afkomstig van [slachtoffer 1];
- een Rolex horloge ([serienummer 1]) aangekocht voor € 49.500 (p. 458);
- een ‘Rolex chocolate leather wallet with purse’ aangekocht voor € 465 (p. 458);
- een totaalbedrag van ongeveer € 51.000, althans de geldbedragen afkomstig van [slachtoffer 2] (€ 18.500, p. 546 e.v.), [slachtoffer 3] (€ 1.500, p. 512 e.v.) en [slachtoffer 4]
(€ 31.500, p. 518 e.v.),
verhuld, en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op die voorwerpen was, en/of die voorwerpen heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet en/of van die voorwerpen gebruik heeft gemaakt, de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of
verhuld, en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op die voorwerpen was, en/of die voorwerpen heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen
en/of omgezet en/of van die voorwerpen gebruik heeft gemaakt,
terwijl zij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - (mede) afkomstig waren uit enig (eigen) misdrijf, en zij van het plegen van dit feit een gewoonte heeft gemaakt;
en/of (van) voorwerpen, te weten:
- een Volkswagen Passat ([kenteken]) (p. 155 en 444);
- een (in de woning van [medeverdachte]aangetroffen) vuurwapen merk Glock, model 45. kaliber 9x19 mm. wapennummer BKTZ258 met (in totaal ongeveer 43 scherpe) patronen (p. 605 e.v.), Rolex horloge ([serienummer 2], aangekocht voor€ 11.660 inclusief btw, p. 1021),
geldbedrag van € 225,40 (goednummer 2298847) en/of autosleutel van een Bentley (goednummer 2298878);
- een (in de woning van [verdachte] aangetroffen) Cartier horloge ([serienummer 4], tweedehands waarde ongeveer
€ 7.500, p. 1036), en een Rolex horloge ([serienummer 3],
tweedehands waarde ongeveer € 30.000, p. 1036), meerdere gouden sieraden en/of een geldbedrag van € 7.400 (goednummer 2298910, p.
Inleiding
35),
de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op die voorwerpen was, en/of die voorwerpen heeft verworven, voorhanden gehad, overgedragen
en/of omgezet en/of van die voorwerpen gebruik heeft gemaakt,
terwijl zij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die voorwerpen geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - (mede) afkomstig waren uit enig (eigen) misdrijf, en zij van het plegen van dit feit een gewoonte heeft gemaakt;
3.
zij op één of meer momenten in de periode van 1 december 2018 tot en met 9 november 2019 te Utrecht, Sassenheim en/of Den Bosch, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder andere en in ieder geval) [medeverdachte]en
[verdachte], welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven;
ten aanzien van dagvaarding II (parketnummer
09-102319-20):
zij op één of meer momenten in de periode van 1 december 2018 tot en met 9 november 2019 te Utrecht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,
[slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten in ieder geval totaalbedragen van
ongeveer
€ 17.500 ([slachtoffer 2], p. 546 e.v.) en/of € 1.500 ([slachtoffer 3], p. 512 e.v.) en/of € 31.500 ([slachtoffer 4], p. 518 e.v.), door valselijk, listig, bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:
- via een datingsite (www.nieuwerelatie.nl en/of www.lexa.nl) contact te leggen met die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4], telefoonnummers uit te wisselen en/of telefonisch en/of in persoon contact te hebben met die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en zich daarbij voor
te doen als [valse naam 4] en/of [valse naam 5] en/of [valse naam 6];
- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] mede te delen en/of te doen geloven dat zij, verdachte, en/of haar mededaders, althans degene die zich voordeed als [valse naam 4] en/of [valse naam 5], geld nodig had(den) ter betaling van schulden, waaronder schulden bij het CJIB, en/of ter betaling van (andere) bekeuringen (die dreigden te worden verhoogd en/of waarvoor gijzeling dreigde), en/of als borg voor een nieuwe woning en meubels in die
nieuwe woning;
- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] mede te delen en/of te doen geloven dat zij, verdachte, en/of haar mededaders, althans degene die zich voordeed als [valse naam 4] en/of [valse naam 5], (i) op het adres [adres]te Utrecht samenwoonde met [medeverdachte]als huisgenoot en/of iemand die zich voordeed als [valse naam 6] (en die van Griekse afkomst was),
(ii) vrijgezel was en in haar vorige relatie was mishandeld en daarom vanuit Den Haag naar Utrecht was verhuisd,
(iii) eenzaam was,
(iv) geen inkomen had,
( v) in de gevangenis zat vanwege schulden,
en/of (vi) geen familie had in Nederland;
- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] meermalen, althans eenmaal, te laten bellen door iemand die zich (onder de naam [valse naam 3] en/of [valse naam 7]) heeft voorgedaan als
budgetcoach van verdachte, en/of haar mededaders, althans van degene die zich voordeed als [valse naam 4] en/of [valse naam 5], en/of die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] te doen geloven dat verdachte althans degene die zich voordeed als [valse naam 4] en/of [valse naam 5],
een (zekere [valse naam 3] en/of [valse naam 7]als) budgetcoach had;
- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] meermalen, althans eenmaal, te laten bellen door iemand die zich voordeed als iemand van het CJIB;
- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] meermalen, althans eenmaal, geld over te laten maken op één of meer bankrekeningnummers en/of die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] contante geldbedragen te laten verstrekken aan verdachte en/of haar mededaders, althans aan degene die zich voordeed als [valse naam 4] en/of [valse naam 5] en/of [valse naam 6] (al dan niet onder de toezegging dat die geldbedragen zouden worden terugbetaald);
- die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] mede te delen en/of te doen geloven dat verdachte, en/of haar mededaders, althans degene die zich voordeed als [valse naam 4] en/of [valse naam 5] een vriendschappelijke relatie en/of een liefdesrelatie wilde en/of dat zij samen konden
en/of zouden zijn op enig moment, althans nadat haar schulden afbetaald waren.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijf-fouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsvoering
Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.
In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.
Nadere bewijsoverweging
De raadsman heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep -op gronden als vermeld in de pleitnota- op het standpunt gesteld dat de verdachte wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs dient te worden vrijgesproken van de haar tenlastegelegde feiten.
Het hof overweegt hieromtrent het volgende.
- Ter zake van dagvaarding I, feit 1 (oplichting van
[slachtoffer 1])
Het hof is op grond van de bewijsmiddelen van oordeel dat sprake is geweest van een samenweefsel van verdichtsels waardoor bij [slachtoffer 1] de indruk is gewekt dat de verdachte [verdachte] in een penibele situatie verkeerde wegens haar schulden.
Het hof acht ook bewezen dat [slachtoffer 1] door het oplichtingsmiddel “het aannemen van een valse hoedanigheid” is bewogen tot de afgifte van de goederen, te weten: een geldbedrag van ruim € 323.500,- en een Rolex horloge, dat is gekocht voor € 49.500,-.
Ter ondersteuning van het onware verhaal dat [verdachte] in een penibele situatie verkeerde vanwege haar schulden, is een zekere [valse naam 3] ingeschakeld die meerdere malen naar [slachtoffer 1] heeft gebeld om te praten over
“de schulden” van [verdachte]. Die [valse naam 3] heeft daarbij een valse hoedanigheid aangenomen nu hij zich valselijk heeft voorgedaan als de budgetcoach van [verdachte].
De verdediging heeft betoogd dat de aangevers zelf niet de in het maatschappelijk verkeer vereiste omzichtigheid hebben betracht en dat zij de onjuiste voorstelling van zaken door de verdachte hadden moeten doorzien. Dat geldt naar de mening van de verdediging in hogere mate voor aangever [slachtoffer 1] nu hij ondanks een waarschuwing van zijn bank is doorgegaan met het geven van geld aan de verdachte.
Het hof is van oordeel dat aangevers de van hen in het maatschappelijk verkeer te verwachten omzichtigheid in voldoende mate hebben betracht. De aangevers werden benaderd via een datingsite.
Inleiding
Daardoor speelden de verdachten in op de wens van aangevers nieuwe contacten te leggen. In die context is het feit dat aangevers het verhaal van de verdachten serieus namen, begrijpelijk en is hun oplettendheid naar het oordeel van het hof niet beneden het niveau gezakt dat in het maatschappelijk verkeer minimaal mag worden verwacht.
Dat geldt ook voor aangever [slachtoffer 1] voor de periode nadat zijn bank hem had gewaarschuwd. Het gedrag van de verdachten is na deze waarschuwing voortgegaan, voortbouwend op het eerder opgezette stelsel van verzinsels. Het heeft hem er toe gebracht geld te blijven betalen.
- Ter zake van dagvaarding II (oplichting van
[slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4])
Het hof is op grond van de bewijsmiddelen die zich in het dossier bevinden van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat [slachtoffer 2] € 17.500,- heeft betaald, [slachtoffer 3]
€ 1.500,- heeft betaald en [slachtoffer 4] € 31.000,- heeft betaald.
Daarbij is komen vast te staan dat bij de aangevers valselijk de indruk is gewekt dat de verdachte [verdachte] in een penibele situatie verkeerde en daarom dringend geld nodig had, met name ter aflossing van haar schulden en dat bij aangever [slachtoffer 2] daarnaast valselijk de indruk is gewekt dat [verdachte] een relatie met hem aan wilde gaan.
De handelingen waardoor de aangevers zijn bewogen tot de afgifte van geld beschouwt het hof als een ernstige vorm van bedrieglijk handelen omdat dit handelen niet slechts
heeft bestaan uit een enkele onware mededeling, maar uit een opeenstapeling van leugens.
Ter ondersteuning van het onware verhaal dat [verdachte] in een penibele situatie verkeerde vanwege haar schulden is namelijk in alle gevallen een man ingeschakeld die de aangevers in het kader van “haar schulden” meerdere malen heeft gebeld en zich daarbij ofwel valselijk voor heeft gedaan als budgetbeheerder (in de gevallen van [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4]) ofwel zich daarbij valselijk voor heeft gedaan als medewerker van het CJIB (in het geval van [slachtoffer 3]).
Gelet hierop acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat sprake is geweest van een samenweefsel van
verdichtsels en “het aannemen van een valse hoedanigheid”, waardoor de aangevers zijn bewogen tot de afgifte van geld.
Gelet op het bovenstaande is het hof van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat de aangevers [slachtoffer 2],
[slachtoffer 4] en [slachtoffer 3] zijn opgelicht.
- Ter zake van dagvaarding I, feit 2 (eenvoudig
witwassen)
Om tot een bewezenverklaring van witwassen te kunnen komen, dient in ieder geval te worden bewezen dat het tenlastegelegde witwasvoorwerp in kwestie geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig misdrijf. Dit kan ook een eigen misdrijf
betreffen.
Het geldbedrag van € 323.500,- van aangever [slachtoffer 1] en het Rolex horloge is afkomstig uit eigen misdrijf. Bewezen kan worden verklaard eenvoudig witwassen van een bedrag van € 318.448. Uit het dossier blijkt dat
[slachtoffer 1] in totaal een bedrag van € 324.550 aan de verdachte [verdachte] en/of haar medeverdachte [medeverdachte] heeft betaald. De bank heeft hiervan een bedrag van
€ 6.101,44 tegengehouden en terugbetaald aan [slachtoffer 1]. Dit bedrag van € 6.101,44 is derhalve niet door verdachte [verdachte] witgewassen.
Het geldbedrag van € 50.000,- afkomstig van aangevers [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4], is eveneens afkomstig uit eigen misdrijf.
Het hof acht daarom wettig en overtuigd bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van eenvoudig witwassen van € 318.448,- en een Rolex horloge, afkomstig van [slachtoffer 1] en € 50.000,- afkomstig van aangevers [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4].
- Ter zake van dagvaarding I, feit 2 (schuldwitwassen)
Ten aanzien van het in de woning van de verdachte aangetroffen Cartier horloge en het Rolex horloge merkt het hof op dat deze zijn aangetroffen in een heuptasje van de verdachte [verdachte], tezamen met enige sieraden.
Dat deze horloges uit enig misdrijf afkomstig zijn, kan bewezen worden geacht indien het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders
kan zijn dan dat deze horloges uit enig misdrijf afkomstig zijn.
In dit kader acht het hof van belang dat de verdachte een laag besteedbaar inkomen heeft en nauwelijks vermogen.
De aanzienlijke waarde van de twee horloges in verhouding tot de geringe inkomsten van de verdachte rechtvaardigen naar het oordeel van het hof het vermoeden dat deze horloges, direct of indirect, uit enig misdrijf afkomstig zijn.
Gelet hierop, mag van de verdachte worden verlangd dat zij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft voor de herkomst van deze voorwerpen.
De raadsman wijst in dit kader op de omstandigheid dat de verdachte heeft verklaard dat zij een auto-ongeluk heeft gehad en daarom een schadevergoeding van € 25.000,- heeft
ontvangen en dat zij gedurende een aantal jaren geld heeft gespaard, namelijk € 2.000,- per kwartaal, van de kinderbijslag.
Gelet op haar beperkte inkomsten, acht het hof het echter hoogst onaannemelijk dat zij gedurende een periode van twee jaren € 2.000,- per kwartaal heeft kunnen sparen van haar
legale inkomsten.
Dat de verdachte een schadevergoeding van € 25.000,- heeft ontvangen, blijkt uit de vaststellingsovereenkomst van een auto-ongeluk waarbij zij betrokken is geweest.
De vraag is of de verdachte de horloges zou kunnen hebben aangeschaft met de door haar ontvangen schadevergoeding.
Het hof concludeert dat dit niet mogelijk is, omdat de
tweedehandswaarde van deze horloges, te weten in totaal
€ 37.500,- het schadevergoedingsbedrag van € 25.000,- ruim te boven gaat.
Dat de verdachte beide horloges heeft aangeschaft met dit schadevergoedingsbedrag acht het hof dan ook niet aannemelijk geworden.
De verdachte heeft aldus geen aannemelijke verklaring kunnen geven voor de legale herkomst van deze horloges. Gelet hierop in combinatie met de aanzienlijk waarde van deze voorwerpen in verhouding tot de geringe inkomsten van de verdachte, is het hof van oordeel dat het niet anders kan dan dat deze horloges geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - uit enig misdrijf afkomstig zijn.
Gelet op de hoge waarde van deze horloges had de verdachte redelijkerwijs moeten vermoeden dat deze horloges een illegale herkomst hadden toen zij deze voorhanden kreeg.
Gelet op de bovenstaande feiten en omstandigheden acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het schuldwitwassen van een Cartier horloge en een Rolex horloge.
- Ter zake van dagvaarding I, feit 3 (criminele
organisatie)
Naar vaste rechtspraak is van een criminele organisatie in de zin van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht sprake als een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband van twee of meer personen met een bepaalde organisatiegraad bestaat, dat het plegen van
misdrijven als oogmerk heeft. Dit samenwerkingsverband kan blijken uit het bestaan van een zekere rolverdeling tussen de verschillende deelnemers.
Inleiding
Van een duurzaam, min of meer gestructureerd samenwerkingsverband kan al sprake zijn als er gedurende een vaste periode door bepaalde personen volgens een vast patroon wordt samengewerkt.
De verdachte [verdachte] heeft zich samen met de medeverdachte [medeverdachte] op de bewezenverklaarde wijze schuldig gemaakt aan de oplichting van vier slachtoffers, te weten aangevers [slachtoffer 1], [slachtoffer 2], [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4].
Het hof is van oordeel van oordeel dat tussen deze twee
verdachten sprake is geweest van een duurzaam, min of meer gestructureerd samenwerkingsverband, omdat zij gedurende een vaste periode, te weten ruim 11 maanden,
volgens een vast patroon hebben samengewerkt met betrekking tot deze oplichtingsfeiten.
Het hof wijst in dit kader op de wijze waarop deze oplichtingsfeiten steeds door hen werden gepleegd en de vaste rolverdeling tussen hen.
[verdachte] zocht via een datingsite eerst contact met het slachtoffer en vroeg tijdens het eerste contact met het slachtoffer om geld om daarmee - niet bestaande - schulden te kunnen aflossen.
Om een slachtoffer te bewegen geld te geven waarmee deze “schulden” konden worden afgelost, vertelde [verdachte] aan het slachtoffer meerdere leugens.
Ze maakte een slachtoffer bijvoorbeeld wijs dat zij zou worden gegijzeld als zij haar schulden niet af zou betalen. Om het leugenachtige verhaal over de schuldenproblematiek van [verdachte] te onderbouwen, werd vaak gebruik gemaakt van een derde persoon die zich
voordeed als budgetbeheerder van [verdachte] of medewerker van het CJIB die het slachtoffer opbelde om hem te bewegen geld over te maken in verband met “de schulden” van [verdachte].
De medeverdachte [medeverdachte] hielp [verdachte] bij de oplichting van een slachtoffer door [verdachte] te vergezellen bij ontmoetingen die [verdachte] met een slachtoffer had, haar huis beschikbaar te stellen voor die ontmoetingen, haar bankrekening beschikbaar te stellen en enkele keren door mee te gaan bij het ophalen van geld. Naar dit rekeningnummer maakte een slachtoffer een of meer geldbedragen over.
Ook heeft [medeverdachte] het geld dat oplichtingsslachtoffers over hadden gemaakt naar haar rekening door anderen
van haar rekening te laten pinnen.
Gelet op hetgeen het hof hiervoor heeft overwogen met betrekking tot de oplichtingsfeiten die [verdachte] en [medeverdachte] samen hebben gepleegd, was het doel van deze
duurzame en min of meer gestructureerde samenwerking tussen beide verdachten onmiskenbaar het plegen van oplichtingen.
Gelet op de bovengenoemde feiten en omstandigheden acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte [verdachte] zich schuldig heeft gemaakt aan deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven, te weten oplichtingen en dat deze organisatie onder andere uit [verdachte] en [medeverdachte] heeft bestaan.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bij dagvaarding I met parketnummer 09-270415-19 onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde levert op:
1: medeplegen van oplichting;
2: eenvoudig witwassen, meermalen gepleegd
en
schuldwitwassen, meermalen gepleegd;
3: deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;
het bij dagvaarding II met parketnummer 09-102319-20 bewezenverklaarde levert op:
medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd.
Strafbaarheid van de verdachte
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
Strafmotivering
Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.
Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan oplichting van vier slachtoffers, een en ander op de wijze zoals bewezen verklaard, waarbij een groot geldbedrag en een Rolex horloge ter waarde van
€ 49.500,- zijn buit gemaakt.
Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van eenvoudig witwassen van het totale geldbedrag en het horloge die zijn buitgemaakt met
voornoemde oplichtingsfeiten en het schuldwitwassen van twee andere horloges (met een tweedehandswaarde van in totaal € 37.500,-).
Ten slotte heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan deelneming aan een criminele organisatie, welke criminele organisatie het plegen van oplichtingsfeiten tot doel had.
De bewezenverklaarde oplichtingen zijn op geraffineerde wijze gepleegd. Nadat de verdachte met de oplichtings-slachtoffers in contact was gekomen via een datingsite, is bij hen ten onrechte de indruk gewekt dat de verdachte in een penibele situatie verkeerde wegens haar schulden en/of dat zij een relatie met hen aan wilde gaan.
Door deze onjuiste voorstelling van zaken zijn zij bewogen tot de afgifte van geld. Om deze onjuiste voorstelling van zaken in stand te houden, werden meerdere leugens aan hen verteld.
Daarnaast werden slachtoffers in het kader van "de schulden” van de verdachte, gebeld door een persoon die zich valselijk voordeed als een medewerker van het CJIB of als budgetcoach van de verdachte.
Het hof heeft voorts bij de op te leggen straf rekening gehouden met het feit dat verdachte de grootste rol heeft gehad in de gezamenlijk gepleegde feiten, aangezien zij de voornaamste contactpersoon van de slachtoffers is geweest en zij, in vergelijking tot haar medeverdachte, de meeste handelingen heeft verricht in het kader van deze oplichtingsfeiten.
Het hof heeft in het nadeel van de verdachte acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 16 augustus 2023, waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor het plegen van een fraudedelict.
Dat heeft haar er kennelijk niet van weerhouden de onderhavige feiten te plegen.
Het hof acht een gevangenisstraf voor de duur van
20 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren in beginsel passend en geboden.
Het hof neemt evenwel in aanmerking dat de behandeling van de zaak niet heeft plaatsgevonden binnen de redelijke termijn in de zin van artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden. Immers, de redelijke termijn van berechting in hoger beroep is met 6 maanden overschreden (op 29 maart 2021 is hoger beroep ingesteld, op 20 september 2023 wordt dit arrest gewezen).
Daarnaast is in hoger beroep de inzendtermijn van het dossier met 1 maand overschreden.
Het hof zal de geconstateerde overschrijding op navolgende wijze verdisconteren in de straf.
Inleiding
Het hof zal in plaats van de in beginsel passende gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden waarvan
6 maanden voorwaardelijk, een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren opleggen.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.
Beslag
Ten aanzien van het inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerp zoals dit onder nummer 7 vermeld is op de in kopie aan dit arrest gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen, volgens opgave van verdachte aan haar toebehorend, zal het hof de verbeurdverklaring gelasten, nu met behulp van dit voorwerp het bij dagvaarding I onder 1 bewezenverklaarde is begaan.
Het hof heeft hierbij rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.
Ten aanzien van de inbeslaggenomen en nog niet terug-gegeven voorwerpen, zoals deze onder de nummers 1, 2, 3, 4, 5, 6, 8, 9, 10 en 11 vermeld zijn op de in kopie aan dit arrest gehechte lijst van inbeslaggenomen voorwerpen, zal het hof geen beslissing nemen, nu op deze voorwerpen conservatoir beslag rust.
Vorderingen tot schadevergoeding
1. In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer 1] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het aan de verdachte in de zaak van dagvaarding I met parketnummer 09-270415-19 onder 1 tenlastegelegde, tot een bedrag van € 367.948,56.
In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag van € 367.948,56.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte betwist.
Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het in de zaak van dagvaarding I met parketnummer 09-270415-19 onder 1 bewezenverklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve hoofdelijk worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 oktober 2019 tot aan de dag der algehele voldoening.
Gelet op het voorgaande dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer
[slachtoffer 1]
Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van
€ 367.948,56 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de hoofdelijke verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1].
2. In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer 3] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële schade als gevolg van het bij dagvaarding II met parketnummer 09-102319-20 aan de verdachte tenlastegelegde, tot een bedrag van
€ 1.500,-.
In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag van € 1.500,-.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte betwist.
Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat de gestelde materiële schade is geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het bij dagvaarding II met parketnummer 09-102319-20 bewezenverklaarde. De vordering van de benadeelde partij zal derhalve hoofdelijk worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 februari 2019 tot aan de dag der algehele voldoening.
Gelet op het voorgaande dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, welke kosten het hof vooralsnog begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer
[slachtoffer 3]
Nu vaststaat dat de verdachte tot een bedrag van
€ 1.500,00 aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde is toegebracht, zal het hof aan de verdachte de hoofdelijke verplichting opleggen dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3].
3. In het onderhavige strafproces heeft [slachtoffer 2] zich als benadeelde partij gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van geleden materiële en immateriële schade als gevolg van het bij dagvaarding II met parketnummer 09-102319-20 aan de verdachte tenlastegelegde, tot een bedrag van in totaal
€ 18.000,-.
In hoger beroep is deze vordering aan de orde tot dit in eerste aanleg gevorderde en in hoger beroep gehandhaafde bedrag van € 18.000,-.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 17.500,- bestaande uit materiële schade, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De vordering van de benadeelde partij is door en namens de verdachte betwist.
Naar het oordeel van het hof heeft de benadeelde partij aangetoond dat tot een bedrag van € 17.500,- materiële schade is geleden. Deze schade is een rechtstreeks gevolg is van het bij dagvaarding II met parketnummer
09-102319-20 bewezenverklaarde.
De vordering van de benadeelde partij zal derhalve tot dat bedrag hoofdelijk worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf 13 februari 2019 tot aan de dag der algehele voldoening.
Voor het overige levert behandeling van de vordering van de benadeelde partij naar het oordeel van het hof een onevenredige belasting van het strafgeding op.
Het hof zal dan ook bepalen dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering tot vergoeding van de geleden schade.