Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag
2023-07-05
ECLI:NL:GHDHA:2023:1268
Strafrecht
Hoger beroep
36,826 tokens
Inleiding
Rolnummer: 22-003209-21
Parketnummer: 10-960177-19
Datum uitspraak: 5 juli 2023
TEGENSPRAAK
Gerechtshof Den Haag
meervoudige kamer voor strafzaken
Arrest
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 27 oktober 2021 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren te [plaats] op [geboortedatum] 1979,
BRP-adres: [adres],
ten tijde van de zitting gedetineerd in [detentieadres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3 primair en 4 tenlastegelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren, met aftrek van voorarrest. Voorts is een beslissing genomen over de inbeslaggenomen voorwerpen.
Namens de verdachte en door de officier van justitie is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen is vermeld in de vordering nadere omschrijving tenlastelegging. De tenlastelegging is als bijlage 1 aan dit arrest gehecht en maakt daar deel van uit.
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van het onder 1, 2, 3 primair en 4 zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren en 9 maanden, met aftrek van voorarrest.
Het vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.
Inleiding
De verdachte is in 2011 vanuit Iran naar Turkije gevlucht. Hij heeft daar de UNHCR vluchtelingenstatus gekregen en heeft zich in 2014 in Nederland gevestigd. Hij beschikt hier over een verblijfsvergunning.
De verdachte is afkomstig uit de regio Ahwaz in Iran, een regio die rijk is aan olie en gas. Iets meer dan de helft van de bewoners van deze regio is Arabier, terwijl de Arabieren een minderheid vormen van de (totale) Iraanse bevolking. In de jaren twintig van de vorige eeuw werd door het Iraanse regime een einde gemaakt aan het vergaande zelfbestuur van de provincie. In de regio zijn etnisch separatistische bewegingen actief die streven naar zelfstandigheid voor de Arabische bevolking. Door het Iraanse regime wordt hard opgetreden tegen het verzet in de regio Ahwaz. De verdachte heeft zich bij het verzet aangesloten en heeft gevangen gezeten in Iran.
De verdachte heeft zich buiten Iran aangesloten bij (de mediatak van) verzetsbeweging ASMLA, die opkomt voor de belangen van de Ahwazi. Hij is voor die beweging in Nederland werkzaam geweest bij een televisiezender.
Naar aanleiding van AIVD-informatie is een strafrechtelijk onderzoek naar de verdachte verricht, waarbij onder meer een grote hoeveelheid door de verdachte gevoerde chatgesprekken is onderzocht.
Procedure in hoger beroep
Het Openbaar Ministerie heeft een zogenaamd strafmaatappel ingesteld. Ter terechtzitting in hoger is door de verdediging geen verweer gevoerd terzake de bewezenverklaring door de rechtbank. Wel is door de verdediging een beroep gedaan op het zogenaamde verzetsrecht en zijn door beide partijen opmerkingen gemaakt over de (eventuele) strafmaat.
Bewijsoverwegingen ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde
Gelet op het voorgaande en het voortbouwend appel zal het hof slechts enkele overwegingen wijden aan de bewezenverklaring.
Het hof stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat sprake is geweest van een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur tussen de verdachte en de in de tenlastelegging genoemde [betrokkene 1] en [betrokkene 2]. Aldus was sprake van een organisatie waarvan de verdachte deel heeft uitgemaakt.
Ten aanzien van het oogmerk van die organisatie, overweegt het hof als volgt.
Uit de in de bewijsmiddelen opgenomen chats blijkt dat de verdachte door personen in Iran werd benaderd om hulp bij het plegen van aanslagen. Deze hulp heeft de verdachte verleend en bestond onder meer uit het (via de chat) geven van adviezen en het verlenen of in het vooruitzicht stellen van financiële steun.
De doelwitten van de voorgenomen aanslagen hadden voornamelijk een connectie met het Iraanse regime, zoals militairen, politiekantoren, controleposten en gebouwen die een economische functie vervulden voor het regime. De verdachte liet op zijn beurt in de chats weten dat het werk gedaan moest worden voor de bevrijding van Ahwaz, dat hun vaderland bezet was door collaborateurs en dat collaborateurs gedood mochten worden.
Het hof leidt uit de chats af dat de organisatie waartoe de verdachte behoorde, het oogmerk had om de Iraanse regering te dwingen het Ahwaz-gebied te verlaten door aanslagen te plegen. Voorts stelt het hof op basis van de bewijsmiddelen vast dat de organisatie het oogmerk had om de fundamentele politieke, economische en sociale structuren van het gebied in Iran te ontwrichten.
Ook leidt het hof uit de in de bewijsmiddelen opgenomen chats af dat de organisatie het oogmerk had om het Perzische deel van de bevolking in Ahwaz ernstige vrees aan te jagen. Uit de chats blijkt immers dat de verdachte aan personen in Iran adviseerde om aanslagen op Perzen te plegen en Perzen angst aan te jagen. Het soort aanslagen dat volgens de verdachte tegen de Perzen gepleegd moet worden, zoals brandstichting en moord, zijn naar hun aard geschikt om angst aan te jagen. Ook vroeg de verdachte de voorgenomen aanslagplegers om filmmateriaal van de aanslag en persoonlijke gegevens van het beoogde slachtoffer, zodat hij dat op zijn kanaal kon publiceren. Hieruit blijkt dat de verdachte ruchtbaarheid wilde geven aan de te plegen aanslagen en nieuws daarvan wilde verspreiden.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 primair en 4 tenlastegelegde heeft begaan, op de wijze zoals in bijlage 2 van dit arrest aangegeven.
Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd.
Conclusie
Het hof is van oordeel dat, gelet op de ernst van de feiten en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals hiervoor beschreven, in beginsel een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden op zijn plaats is. Gelet op de overschrijding van de redelijke termijn, zal het hof de verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 45 maanden opleggen. Een gedeelte, te weten 13 maanden, zal het hof om voornoemde redenen voorwaardelijk opleggen. Alles afwegende is het hof van oordeel dat dit een passende en geboden reactie vormt.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.
Beslag
Over de onder de verdachte inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen worden de volgende beslissingen genomen.
Het hof zal de iPhone 6 verbeurd verklaren, nu de bewezen feiten met behulp van dit voorwerp zijn begaan terwijl het voorwerp aan de verdachte toebehoort.
De inbeslaggenomen HTC One X9 zal worden bewaard ten behoeve van de rechthebbende.
De overige op de beslaglijst genoemde voorwerpen zullen worden teruggegeven aan de verdachte.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 47, 56, 57, 96, 140, 140a en 421 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 primair en 4 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1, 2, 3 primair en 4 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 45 (vijfenveertig) maanden.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 13 (dertien) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
19. JU119.05.02.001 iPhone 6
Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
10. JU119.04.04.002 HTC One X.
Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
1. JU119.01.01.001 Sleutelbos/losse sleutel
2. JU119.02.01.001 Documentatie
3. JU119.02.01.002 Laptop
4. JU119.02.01.003 Samsung TXT
5. JU119.02.01.004 Acer mobiel
6. JU119.02.01.005 USB
7. JU119.04.02.001 SIM STC
8. JU119.04.03.001 Laptop Lenovo
9. JU119.04.04.001 Samsung S7 R58H21 Y6X2A
11. JU119.04.04.003 Externe harde schijf
12. JU119.04.05.001 SIM kaart 8931090700068335953
13. JU119.04.05.002 SIM kaart 8931090100058143915
14. JU119.04.05.003 SIM kaart 8931090100084704466
15. JU119.04.05.004 SIM kaart 8931090700034893598
16. JU119.05.01.001 Samsung A50
17. JU119.05.01.002 Samsung J7
18. JU119.05.01.003 iPhone 4s
20. JU119.05.02.002 Documenten
21. JU119.05.02.003 SIM kaart 8931090100081556676
22. JU119.05.02.004 Sleutelbos voor kluis
23. JU119.05.02.005 HP Laptop
24. JU119.05.02.006 Samsung J7 R58k85yMSd
25. JU119.05.02.007 USB
26. JU119.06.01.001 Boekwerk
27. ST006.02.01.001 Documenten Hong Kong
28. ST006.03.01.001 Laptop Lenovo IDEApad 520
33. ST006.04.05.001 Laptop ACER NXGYEH00181918CBD7600
34. ST006.07.01.001 Desktop HP Z820 CZC2460F4S
35. ST006.07.01.002 Desktop HP Z820 CZC24041C8
36. ST006.07.02.001 Desktop HP Z820 CZC41662TD
39. ST006.07.02.004 Desktop ACER Veriton
40. ST006.07.02.005 Digitale videorecorder EZAP
4K032FFPA26F7EA
42. ST006.07.02.007 HDD (harde schijf) Seagate NA8LVHZW
8TB
43. ST006.07.02.008 HDD (harde schijf) WD Elements
WX61D88RE9SA
44. ST006.07.03.001 HDD (harde schijf) HITACHI
HUA721010KLA330
45. ST006.07.03.002 HDD (harde schijf) HITACHI PLAYOUT
14-10-2018
46. ST006.07.03.003 HDD (harde schijf)
18-12-2017 t/m 14-10-2018
47. ST006.07.03.004 HDD (harde schijf) Seagate archive
03-2019
48. ST006.07.03.005 HDD (harde schijf) Seagate archive
10-2019
49. ST006.07.03.006 HDD (harde schijf) Seagate archive
04-2019
50. ST006.07.03.007 HDD (harde schijf) Seagate archive
05-2019
51. ST006.07.03.008 HDD (harde schijf) Seagate archive
06-2019
52. ST006.07.03.009 HDD (harde schijf) Seagate archive
07-2019
53. ST006.07.03.010 HDD (harde schijf) Seagate 01-08-2019
t/m 31-08-2019
54. ST006.07.03.011 HDD (harde schijf) Seagate archive
09-2019
55. ST006.07.03.012 HDD (harde schijf) Seagate archive
11-2019
56. ST006.07.03.013 HDD (harde schijf) Seagate archive
12-2019
57. ST006.08.01.001 Desktop ASUS 117PDCG000W86
59. ST006.09.02.001 Desktop ASUS H7PDCG000W7J
61. ST006.09.03.002 Laptop DELL P15S 26382192085
Categorie: ICT
62. ST006.10.01.001 143 bankbiljetten a 50 euro en 3
bankbiljetten a 500 euro (8650 euro)
63. ST006.10.01.002 GSM iPhone 6
64. ST006.10.01.003 USB-stick PNY Zwart 8gb
65. ST006.10.01.004 Documenten met organisatiestructuur
ahwazna.net
66. ST006.10.01.005 Sleutelbos a 5 stuks
67. ST006.10.02.001 Brieven
68. ST006.10.02.002 USB-stick Lexar
69. ST006.10.02.003 USB-stick SP roze
70. ST006.10.04.001 HDD (harde schijf) seagate
Dit arrest is gewezen door mr. D.M. Thierry, mr. L.C. van Walree en mr. B. Stapert, in bijzijn van de griffier mr. P.M. Smit.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 5 juli 2023.
Bijlage 1 – de tenlastelegging
1.hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2017 tot en met 3 februari 2020 te Delft en/of Rijswijk en/of (elders) in Nederland en/of Denemarken en/of Iran,
tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen
heeft deelgenomen aan een organisatie bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen,
te weten (onder andere) [betrokkene 1] en/of [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3] en/of een of meer onbekende derde(n),
welke organisatie tot oogmerk had het plegen van terroristische misdrijven, namelijk
A. het opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is en/of levensgevaar voor een ander te duchten is en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is en/of levensgevaar voor een ander te duchten is en dit feit iemands dood ten gevolge heeft (zoals bedoeld in artikel 157 Wetboek van Strafrecht), (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 176a van het Wetboek van Strafrecht), en/of
B. doodslag (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 288a van het Wetboek van Strafrecht), en/of
C. moord (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 289 juncto 83 van het Wetboek van Strafrecht), en/of
D. de samenspanning en/of opzettelijke voorbereiding van en/of bevordering tot eerdervermelde misdrijven (zoals bedoeld in artikel 176b en/of 289a en/of 96 lid 2), en/of
E. het voorhanden hebben van een of meer wapens en/of van munitie van de categorieën II en/of III (zoals bedoeld in artikel 26 lid 1 van de Wet Wapens en Munitie) (te) begaan met een terroristisch oogmerk en/of met het oogmerk om een terroristisch misdrijf voor te bereiden of gemakkelijk te maken (zoals bedoeld in artikel 55 lid 1 en/of lid 5 van de Wet Wapens en Munitie);
2.hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2017 tot en met 3 februari 2020 te Delft en/of Rijswijik en/of (elders) in Nederland en/of Denemarken en/of Iran,
tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen
heeft deelgenomen aan een organisatie bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder andere) [betrokkene 1] en/of [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3] en/of een of meer onbekende derde(n),
welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk
A.
Inleiding
Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsvoering
Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.
In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het onder 1 en 2 bewezenverklaarde levert op:
deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven.
en
deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.
Het onder 3 primair bewezenverklaarde levert op:
medeplegen van met het oogmerk opzettelijk brand stichten en/of ontploffingen teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en/of levensgevaar voor een ander te duchten is en/of dit feit iemands
dood ten gevolge heeft, en/of moord en/of doodslag, te begaan met een terroristisch oogmerk, voor te bereiden of te bevorderen, middelen en inlichtingen tot het plegen van het misdrijf zich of anderen trachten te verschaffen, meermalen gepleegd.
Het onder 4 bewezenverklaarde levert op:
medeplegen van financieren van terrorisme, meermalen gepleegd.
Strafbaarheid van de verdachte
Beroep op verzetsrecht
Standpunten van de partijen
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman bepleit dat de verdachte een beroep kan doen op de ongeschreven schulduitsluitingsgrond, het recht van verzet, waardoor de verdachte zou moeten worden ontslagen van alle rechtsvervolging. De raadsman heeft daartoe – zakelijk weergegeven - aangevoerd dat, hoewel in de Nederlandse rechtspraak en het internationale rechtssysteem het recht op verzet niet sterk is verankerd, dat niet zou betekenen dat een volk dat wordt onderdrukt niet iets zou moeten kunnen ondernemen tegen een tiranniek regime, waarbij ook de toepassing van geweld onder omstandigheden legitiem zou kunnen zijn. De raadsman heeft gemotiveerd betoogd dat het Iraanse regime als een dergelijk regime gezien moet worden, onder meer door de stelselmatige onderdrukking van minderheden in het land, waaronder de Ahwazi, en dat in specifieke en uitzonderlijke gevallen een persoon het recht heeft zich te verzetten tegen een dergelijk regime.
De raadsman heeft betoogd dat de proportionaliteit en de subsidiariteit van het handelen van de verdachte moet worden beoordeeld in het licht van de wreedheid van het regime waartegen verzet werd gepleegd en dat het oogmerk van de verdachte in zijn verzet zuiver was en dienstbaar was aan het nationale belang van het onderdrukte Ahwazi-volk.
De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep betoogd, kort en zakelijk weergegeven, dat het openbaar ministerie het oordeel van de rechtbank dat de verdachte geen recht op verzet toekomt, onderschrijft. Hij heeft aangevoerd dat volgens wetgeving en jurisprudentie van internationale organen het recht op verzet niet wordt erkend als het gaat om terroristische misdrijven. Ook heeft de advocaat-generaal betoogd dat, als het verzetsrecht al zou bestaan in het kader van terroristische misdrijven, het oogmerk van de verdachte niet zuiver was en zijn handelingen niet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit voldeden.
Oordeel van het hof
Het hof stelt voorop oog te hebben voor de context waarin de verdachte de bewezenverklaarde handelingen heeft verricht. De verdachte heeft bij de politie, ter terechtzitting in eerste aanleg en (beperkter) in hoger beroep verklaard wat voor impact het handelen van het Iraanse regime niet alleen op hem en zijn naasten heeft gehad, maar ook op de hele Arabische bevolking van de Ahwaz-regio in Iran.
Het hof stelt vast, zoals ook erkend door de raadsman, dat het beroep op het recht van verzet geen wettelijke grondslag heeft in het Nederlandse recht. Dat hoeft echter niet te betekenen dat het recht van verzet in zijn geheel niet zou kunnen bestaan.
Het hof is echter van oordeel dat het beroep op het verzetsrecht in deze zaak faalt. Zoals uit de bewijsmiddelen blijkt, had de organisatie, waarvan de verdachte deel uitmaakte, het oogmerk om te beschikken over de levens van degenen die zij zag als collaborateurs van het Iraanse regime. Uit het bewijs blijkt ook dat de mogelijkheid van burgerslachtoffers hierbij op de koop toe werd genomen. Zoals hierboven vastgesteld had de organisatie tevens het oogmerk om een deel van de bevolking vrees aan te jagen. Niet valt in te zien hoe die gedragingen kunnen vallen onder een legitiem verzetsrecht.
Er is ook verder geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.
Strafmotivering
Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.
Daarbij heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Ernst van de feiten
De verdachte heeft (onder meer) in Nederland deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit hemzelf en twee anderen, die met geweld de bestaande politieke structuur in de Ahwaz-regio in Iran wilde wijzigen. Dit beoogde geweld bestond onder meer uit het in brand steken van instellingen zoals banken en olie-installaties of het beschieten van Iraanse regeringssoldaten. De verdachte heeft onder andere via Telegramkanalen gecommuniceerd met potentiële uitvoerders van aanslagen. Hij stelde hen betaling in het vooruitzicht als zij een filmopname van een aanslag in Iran stuurden. De verdachte zou deze opname via zijn televisieprogramma vanuit Rijswijk verspreiden. De mediastrategie van de organisatie was gericht op bewustwording van de Arabische gemeenschap van hetgeen zich afspeelt in het zuidwesten van Iran opdat uiteindelijk een omwenteling kon worden bereikt. De organisatie sprak in dit verband van de bevrijding van de bezetter in het gebied. De verdachte heeft hiermee in belangrijke mate aan de terroristische oogmerken van de organisatie bijgedragen.
Door aldus te handelen heeft verdachte zich tevens schuldig gemaakt aan het plegen van voorbereidings- en bevorderingshandelingen van de tenlastegelegde terroristische misdrijven.
De verdachte heeft door het overmaken van geldbedragen het verbod daartoe in zowel de internationale regelgeving als de nationale wetgeving naast zich neergelegd. Deze regelgeving is internationaal gezien van groot belang, omdat het doel ervan is te komen tot een gezamenlijke handhaving of herstel van de internationale vrede en veiligheid en de internationale rechtsorde.
De persoon van de verdachte
Het hof heeft acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 6 juni 2023, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor het plegen van een strafbaar feit.
Voorts heeft het hof acht geslagen op het over de persoon van de verdachte opgemaakte reclasseringsrapport d.d.
Dictum
het zich of een ander opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaffen of trachten te verschaffen tot het plegen van een terroristisch misdrijf dan wel een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf dan wel zich kennis of vaardigheden daartoe verwerven of een ander bijbrengen (zoals bedoeld in artikel 134a van het Wetboek van Strafrecht), en/of
B. het financieren van terrorisme (zoals bedoeld in artikel 421 van het Wetboek van Strafrecht);
3. primairhij in of omstreeks de periode van 1 januari 2017 tot en met 3 februari 2020 te Delft en/of Rijswijk en/of (elders) in Nederland en/of Denemarken en/of Iran,
meermalen, althans eenmaal, (telkens)
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk om (een) misdrij(f)(ven) omschreven in artikel 83 en/of 157 en/of 176a en/of 176b en/of 289(a) en/of 288a van het Wetboek van Strafrecht, te weten:
moord en/of doodslag (te) begaan met een terroristisch oogmerk, en/of
het opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en/of levensgevaar voor een ander te duchten is (te) begaan met een terroristisch oogmerk,
voor te bereiden en/of te bevorderen,
een ander heeft bewogen/ getracht te bewegen om het misdrijf te plegen, te doen plegen of mede te plegen en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen en/of
gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van het misdrijf zich en/of anderen heeft verschaft/ getracht te verschaffen en/of
een of meer voorwerpen, voorhanden heeft gehad waarvan hij wist dat deze bestemd waren tot het plegen van het misdrijf en/of
plannen voor de uitvoering van het misdrijf, welke bestemd waren om aan anderen te worden medegedeeld in gereedheid heeft gebracht of onder zich heeft gehad
immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) tezamen en in vereniging met elkaar, althans alleen, (telkens)
ten behoeve van een of meerdere (te plegen) aanslag(en) op een of meerdere politiebureau(s) en of een of meerdere (gemeentelijke) wachtpost(en) en/of een of meerdere controlepost(en)en/of een of meerdere kazerne(s) en/of een of meerdere bankkanto(o)r(en) in Iran, althans een of meerdere locatie(s) in Iran, en/of op een of meerdere lid/leden van de Iraanse Revolutionaire Garde en/of een of meerdere (Perzische) staflid/stafleden en/of een of meerdere (Perzische) commandant(en) en/of een of meerdere (Perzische) (veiligheids)solda(a)t(en), en/of een of meerdere (invloedrijke) (Perzische) perso(o)n(en) door het gebruik van een of meerdere handgrana(a)t(en) en/of (een) ander(e) explosie(f)(v)(en) en/of een of meerdere (hand)vuurwapen(s) en/of een of meerdere ander(e) wapen(s) en/of brandstichting,
telkens in een of meerdere chat(s) en/of tijdens telefonisch(e) en/of digit(a)al(e) contact(en) (via Telegram en/of WhatsApp):
A.
een foto('s) gedeeld van en/of (versluierd) gesproken over het maken van (een) explosie(f)(ven) met een klok en een ontsteker en/of (een) handleiding(en) gedeeld ten behoeve van het veroorzaken van een kettingexplosie en het verhullen van (dergelijke) explosieven,
(chat(s) op 8 januari 2018 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 1] en Telegramaccount [Telegramaccount 2], p. 1047 e.v. en chat(s) op 15 oktober 2017 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 1] en Telegramaccount [Telegramaccount 2], p. 1100 e.v.) en/of
B.
(versluierd) gesproken over en/of aanwijzingen gegeven over een doelwit/ doelwitten van een of meerdere (door een ander/anderen) (te plegen) aanslag(en),
(chat(s) op 17 augustus 2018 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 1], en Telegramaccount [Telegramaccount 3], p. 1051) en/of
C.
(versluierd) gesproken over het verkrijgen van kogels en/of een of meerdere wapen(s) voor een of meerdere ander(e) perso(o)n(en),
(chat(s) op 19 augustus 2018 en 4 september 2018 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 1] en Telegramaccount [Telegramaccount 3], p. 1052) en/of
D.
(versluierd) gesproken over het in brand steken en/of aanvallen van een of meerdere bank(en) en/of controleposten en/of bewaking van (de) bank(en) en/of trein door een of meerdere ander(e) perso(o)n(en),
(chat(s)op 19 mei 2018 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 4] en [Telegramaccount 5], p. 1967 e.v. en chat(s) op 6 september 2018 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 1] en Telegramaccount [Telegramaccount 3], p. 1053 en chat(s) op 11 oktober 2018 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 1] en Telegramaccount [Telegramaccount 6], p. 544) en/of
E.
(versluierd) gesproken over (een) beloning(e)n voor een persoon/ personen voor het doden van een commandant/ commandanten en/of veiligheidstroepen en/of militairen en/of training en/of uitrusting en/of vervoer en/of bewapening van deze persoon/ personen,
(chat(s) op 14 september 2018 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 1] en Telegramaccount [Telegramaccount 3], p. 1053 en chat(s) op 9 en 11 oktober 2018 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 1] en Telegramaccount [Telegramaccount 6], p. 544 en chat(s) op 4 en 5 juli 2017 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 7] en Telegramaccount [Telegramaccount 8], p. 636) en/of
F.
(versluierd) gesproken over het aanvallen van een kazerne met een olieput, althans een olieput, met drie soldaten/bewakers,
(chat(s) op 8 februari 2017 tussen Telegramaccounts [Telegramaccount 1] en [Telegramaccount 9], p. 575) en/of
G.
(versluierd) gesproken over training en/of scholing en/of (financiële) steun ten behoeve van een of meerder(e) bloedige moordaanslag(en) met een schietijzer en/of het aanvallen van een basis en/of politiebureau en de zich daar bevindende (Arabische) bewaker(s) en/of het (vanuit een auto) beschieten van een auto van de baas van de basis en deze aanval te filmen,
(chat(s) op 7 juni 2017) tussen Telegramaccount [Telegramaccount 1] en Telegramaccount [Telegramaccount 10]', p. 579 e.v.) en chat(s) op 17 juni 2017 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 1] en Telegramaccount [Telegramaccount 10]', p. 593 e.v.) en/of
H.
(versluierd) gesproken over het plegen van een aanslag/ aanslagen en/of het aanvallen van Basij-basis/bases en/of een politieauto('s) en/of het in brand steken van een auto('s) en/of het (ten behoeve van voornoemde aanslag/aanslagen) maken en gebruiken van een molotov-cocktail/ molotov-cocktails,
(chat(s) op 12 februari 2018) tussen Telegramaccount [Telegramaccount 1] en Telegramaccount [Telegramaccount 11], p. 694 e.v.) en/of
I.
(versluierd) gesproken over hulp en/of training en/of lectuur en/of inlichtingen gegeven over het kiezen van een persoon als mededader en/of uit het zicht blijven, chat(s) op 21 februari 2018 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 1] en [Telegramaccount 12] (p. 1781 e.v.) en/of
J.
(versluierd) gesproken over het helpen van een persoon/personen ten behoeve van het beschieten van een politiebureau/ politiebureaus door deze persoon/personen,
(chat(s) op 18 september 2018 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 1] en Telegramaccount [Telegramaccount 3], p. 1054) en/of
K.
Inleiding
2 maart 2023.
Uit deze rapportage volgt dat de verdachte zich heeft voorgenomen het activisme ten aanzien van de situatie in het zuidwesten van Iran achter zich te laten. De verdachte wil zich na zijn detentie niet meer bezighouden met politieke activiteiten. Hij heeft zich in detentie ingezet om enkele certificaten te halen en hij heeft zich ingezet om het Nederlands te verbeteren. Hij is daardoor beter inzetbaar op de arbeidsmarkt. Het recidiverisico voor delicten in Nederland wordt ingeschat op laag.
Afwegingen ten aanzien van de straf
De verdachte is opgegroeid in het zuidwesten van Iran, waar hij behoorde tot de Arabisch sprekende minderheid. Hij werd als jongvolwassene lid van een politieke partij. Hij begon zich bezig te houden met de openbaarmaking van wat in zijn ogen misstanden waren en waaronder de minderheid leed. De verdachte is in 2007 en in 2011 in Iran aangehouden. Hij heeft ter terechtzitting in hoger beroep – maar overigens ook al reeds veel eerder, bijvoorbeeld in zijn gehoor bij de IND - op indringende wijze verteld hoe hij toen is gemarteld en uiteindelijk in een ziekenhuis is beland vanwaar hij heeft kunnen vluchten naar Turkije. Daar is hij erkend als UNHCR vluchteling. Enige tijd later is hij naar Nederland vertrokken, aangezien er door middel van dreiging met de arrestatie van zijn familie in Iran druk op de verdachte werd uitgeoefend terug te keren naar Iran. In Nederland heeft de verdachte een verblijfsvergunning gekregen. Hij is in 2017 gaan werken voor de tv zender van de organisatie.
De verdachte heeft verklaard dat hij deze werkzaamheden heeft verricht met het doel de Arabische bevolking in het zuidwesten van Iran te helpen net zoals hij eerder in Iran had gedaan met zijn politieke activiteiten en zijn inzet van sociale media om aandacht voor zijn standpunten te krijgen. Dit doet op zichzelf niet af aan de strafwaardigheid van de tenlastegelegde feiten, maar het hof houdt hiermee wel in strafmatigende zin rekening bij de bepaling van de op te leggen straf.
Het hof rekent de verdachte aldus enerzijds aan dat hij een bijdrage heeft geleverd aan een organisatie die – naast het organiseren van vreedzaam verzet – ook meende te mogen beschikken over leven en dood van inwoners van Iran, waarbij het slachtofferschap van gewone burgers die geen overheidstaak vervulden op de koop werd toegenomen.
Bij het plegen van aanslagen op overheidsgebouwen, semi openbare locaties zoals banken en het openbaar vervoer vallen nagenoeg altijd ook burgerslachtoffers. Zeker die burgers verdienen bescherming tegen geweld, ook als degenen die het geweld organiseerden vinden dat hun strijd voor de goede zaak is en het doel de bevrijding van de burgers van de regio is.
De verdachte lijkt anderzijds oprecht te zijn geweest in zijn streven naar verlichting van de omstandigheden waaronder de Arabische minderheid leeft in het betrokken gebied. Dit ligt in het verlengde van zijn eigen ervaringen in Iran en met wat hij na zijn arrestaties heeft moeten doorstaan. Het hof houdt er verder rekening meer dat niet is gebleken dat de bijdrage van de verdachte aan de organisatie waarvan hij lid is geweest daadwerkelijk heeft geleid tot geweld in Iran. Uit het dossier kan immers niet worden afgeleid dat degenen met wie de verdachte op Telegram communiceerde over mogelijke doelwitten van aanslagen, daadwerkelijk geweld hebben gebruikt of georganiseerd. De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep erkend dat vanuit Nederland aansturen op geweld in Iran niet de oplossing kan zijn voor wat er in zijn ogen daar mis is. In zoverre acht het hof voldoende aannemelijk dat de verdachte in Nederland geen activiteiten zal ontwikkelen die gevaarlijk voor medeburgers zijn.
De door de advocaat-generaal gevorderde straf is in lijn met de gevangenisstraf die het hof doorgaans als vertrekpunt neemt bij een met de onderhavige zaak vergelijkbare bewezenverklaring, maar zonder de zojuist vermelde bijzondere aspecten van deze zaak. Gelet op deze aspecten komt het hof tot een lagere gevangenisstraf dan geëist door de advocaat-generaal. Daarbij zal het hof de gevangenisstraf deels voorwaardelijk opleggen, teneinde de verdachte te waarschuwen en te stimuleren om niet opnieuw strafbare feiten te plegen.
Redelijke termijn
Het hof heeft geconstateerd dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM) zowel in eerste aanleg als in hoger beroep is geschonden.
De verdachte is op 3 februari 2020 in verzekering gesteld en heeft tot 15 januari 2021 in voorlopige hechtenis gezeten. Op 15 januari 2021 is de voorlopige hechtenis geschorst. De meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam heeft op 27 oktober 2021 uitspraak gedaan. Naar oordeel van het hof heeft als uitgangspunt in onderhavige zaak te gelden dat binnen 16 maanden na de aanvang van de voorlopige hechtenis einduitspraak gedaan had moeten zijn. Het hof is derhalve van oordeel dat de redelijke termijn in eerste aanleg is overschreden met bijna 5 maanden.
Op 27 oktober 2021 is de verdachte opnieuw in voorlopige hechtenis gesteld. Namens hem is op 2 november 2021 hoger beroep ingesteld. Het dossier is op 29 augustus 2022 bij het hof binnengekomen. De in onderhavige zaak geldende inzendtermijn van 6 maanden is daarom met bijna 4 maanden overschreden.
Het hof doet uitspraak op 4 juli 2023. Derhalve is de redelijke termijn voor de berechting van de zaak in hoger beroep overschreden met ruim 4 maanden.
Het hof is van oordeel, gelet op genoemd procesverloop, dat de behandeling van de zaak zowel in eerste aanleg als in hoger beroep niet binnen een redelijke termijn heeft plaatsgevonden en dat dit matiging van de hierna te vermelden op te leggen straffen tot gevolg moet hebben.
Dictum
een foto('s) gedeeld van en/of (versluierd) gesproken over het verbranden en/of beschieten van een (gemeentelijke) wachtpost door een derde en/of het leveren van een granaat /granaten en/of uitrusting aan deze persoon,
(chat(s) op 10 en 13 maart 2018 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 1] en Telegramaccount [Telegramaccount 3], p. 1070-1071) en/of
L.
(versluierd) gesproken over het gebruik van een Winchester (geweer) en het maken van slachtoffers en/of het maken van foto's en het doorgeven van namen van deze potentiële slachtoffers
(chat(s) op 30 maart 2018 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 1] en Telegramaccount [Telegramaccount 3], p. 1072) en/of
M.
(versluierd) gesproken over het observeren en in de val lokken van een of meerdere doelwit(ten), althans een persoon/ personen,
(chat(s) op 1 februari 2017 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 13] en Telegramaccount [Telegramaccount 3], p. 1081 e.v.);
N.
(versluierd) gesproken over het verzamelen/aanleveren van een foto/ foto's en/of video/ video's en/of adresgegevens van verschillende doelwitten ten behoeve van het plegen van een moordaanslag door een of meer onbekend(e) personen,
(chat(s) op 6 en 7 juli 2018 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 1] en Telegramaccount [Telegramaccount 14], p. 752 e.v. en chat(s) op 9 en 10 september 2019 tussen WhatsAppgebruiker [Whatsappaccount 1] en WhatsAppgebruiker [Whatsappaccount 2], p.948 e.v.);
O.
aan een of meerdere persone(n) in Iran, geldelijke steun toegezegd ten behoeve van het aanschaffen van (een) wapen(s) en/of (een) vervoermiddel(en), in ruil voor het uitvoeren van operaties en/of het in brand steken van banken en/of een trein,
(chat(s) op 11 mei 2018 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 1] en Telegramaccount [Telegramaccount 15], p. 746 en chat(s) in de periode van 27 november 2018 tot en met 4 december 2018 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 16] en Telegramaccount [Telegramaccount 17], p. 1987 e.v. en chat(s) in de periode van 13 juli tot en met 16 juli 2019 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 1] en Telegramaccount [Telegramaccount 18], p. 768 e.v. en chat(s) op 15 en 16 juli 2018 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 1] en Telegramaccount [Telegramaccount 19], p. 777 en chat(s) op 13 augustus 2018 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 1] en Telegramaccount [Telegramaccount 20], p. 794 en chat(s) op 16 en 17 oktober 2018 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 20] en Telegramaccount [Telegramaccount 21], p. 825 e.v. en chat(s) op 19 mei 2018 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 4] en Telegramaccount [Telegramaccount 5], p. 1967 e.v. en/of
P.
aan een of meerdere persone(n) in Iran, geldelijke steun toegezegd in ruil voor het doden van Perzen en/of Basij en/of politie en/of leden van de Revolutionaire Garde en/of [familienaam] families en/of het aanvallen van een bus met ingenieurs aan boord,
(chat(s) in de periode van 3 september 2018 tot en met 28 oktober 2018 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 22] en Telegramaccount [Telegramaccount 23], p. 796 e.v. en chat(s) in de periode van 27 oktober 2018 tot en met 29 november 2018 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 24] en Telegramaccount [Telegramaccount 21], p. 850 e.v. en chat(s) op 3 oktober 2018 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 25] en Telegramaccount [Telegramaccount 26], p. 2064 e.v.);
Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2017 tot en met 3 februari 2020 te Delft en/of Rijswijk en/of (elders) in Nederland en/of Denemarken en/of Iran,
meermalen, althans eenmaal, (telkens)
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
zich en/of een ander/ anderen,
opzettelijk
gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of heeft getracht te verschaffen,
tot het plegen van een terroristisch misdrijf en/of een misdrijf ter voorbereiding en/of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf, als bedoeld in artikel 83 dan wel artikel 83b Wetboek van strafrecht
dan wel zich kennis en/of vaardigheden daartoe heeft verworven en/of (een) ander(en) heeft bijgebracht,
immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) tezamen en in vereniging met elkaar, althans alleen,
ten behoeve van een of meerdere (te plegen) aanslag(en) op een of meerdere politiebureau(s) en of een of meerdere (gemeentelijke) wachtpost(en) en/of een of meerdere controlepost(en)en/of een of meerdere kazerne(s) en/of een of meerdere bankkanto(o)r(en) in Iran, althans een of meerdere locatie(s) in Iran, en/of op een of meerdere lid/leden van de Iraanse Revolutionaire Garde en/of een of meerdere (Perzische) staflid/stafleden en/of een of meerdere (Perzische) commandant(en) en/of een of meerdere (Perzische) (veiligheids)solda(a)t(en), en/of een of meerdere (invloedrijke) (Perzische) perso(o)n(en) door het gebruik van een of meerdere handgrana(a)t(en) en/of (een) ander(e) explosie(f)(v)(en) en/of een of meerdere (hand)vuurwapen(s) en/of een of meerdere ander(e) wapen(s) en/of brandstichting,
telkens in een of meerdere chat(s) en/of tijdens telefonisch(e) en/of digit(a)al(e) contact(en) (via Telegram en/of WhatsApp):
A.
een foto('s) gedeeld van en/of (versluierd) gesproken over het maken van (een) explosie(f)(ven) met een klok en een ontsteker en/of (een) handleiding(en) gedeeld ten behoeve van het veroorzaken van een kettingexplosie en het verhullen van (dergelijke) explosieven,
(chat(s) op 8 januari 2018 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 1] en Telegramaccount [Telegramaccount 2], p. 1047 e.v. en chat(s) op 15 oktober 2017 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 1] en Telegramaccount [Telegramaccount 2], p. 1100 e.v.) en/of
B.
(versluierd) gesproken over (een) beloning(e)n voor een persoon/ personen voor het doden van een commandant/ commandanten en/of veiligheidstroepen en/of militairen en/of training en/of uitrusting en/of vervoer en/of bewapening van deze persoon/ personen,
(chat(s) op 14 september 2018 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 1] en Telegramaccount [Telegramaccount 3], p. 1053 en chat(s) op 9 en 11 oktober 2018 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 1] en Telegramaccount [Telegramaccount 6], p. 544 en chat(s) op 4 en 5 juli 2017 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 1] en Telegramaccount [Telegramaccount 8], p. 636) en/of
C.
(versluierd) gesproken over training en/of scholing en/of (financiële) steun ten behoeve van een of meerder(e) bloedige moordaanslag(en) met een schietijzer en/of het aanvallen van een basis en/of politiebureau en de zich daar bevindende (Arabische) bewaker(s) en/of het (vanuit een auto) beschieten van een auto van de baas van de basis en deze aanval te filmen,
(chat(s) op 7 juni 2017) tussen Telegramaccount [Telegramaccount 1] en Telegramaccount [Telegramaccount 10]', p. 579 e.v.) en chat(s) op 17 juni 2017 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 1] en Telegramaccount [Telegramaccount 10]', p. 593 e.v.) en/of
D.
(versluierd) gesproken over hulp en/of training en/of lectuur en/of inlichtingen gegeven over het kiezen van een persoon als mededader en/of uit het zicht blijven,
chat(s) op 21 februari 2018 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 1] en [Telegramaccount 12] (p.
Dictum
1781 e.v.) en/of
E.
(versluierd) gesproken over het helpen van een persoon/personen ten behoeve van het beschieten van een politiebureau/ politiebureaus door deze persoon/personen,
(chat(s) op 18 september 2018 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 1] en Telegramaccount [Telegramaccount 3], p. 1054) en/of
F.
een foto('s) gedeeld van en/of (versluierd) gesproken over het verbranden en/of beschieten van een (gemeentelijke) wachtpost door een derde en/of het leveren van een granaat /granaten en/of uitrusting aan deze persoon,
(chat(s) op 10 en 13 maart 2018 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 1] en Telegramaccount [Telegramaccount 3], p. 1070-1071) en/of
G.
(versluierd) gesproken over het observeren en in de val lokken van een of meerdere doelwit(ten), althans een persoon/ personen,
(chat(s) op 1 februari 2017 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 13] en Telegramaccount [Telegramaccount 3], p. 1081 e.v.);
H.
(versluierd) gesproken over het verzamelen/aanleveren van een foto/ foto's en/of video/ video's en/of adresgegevens van verschillende doelwitten ten behoeve van het plegen van een moordaanslag door een of meer onbekend(e) personen,
(chat(s) op 6 en 7 juli 2018 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 1] en Telegramaccount [Telegramaccount 14], p. 752 e.v. en chat(s) op 9 en 10 september 2019 tussen WhatsAppgebruiker [Whatsappaccount 1] en WhatsAppgebruiker [Whatsappaccount 2], p.948 e.v.);
I.
aan een of meerdere persone(n) in Iran, geldelijke steun toegezegd ten behoeve van het aanschaffen van (een) wapen(s) en/of (een) vervoermiddel(en), in ruil voor het uitvoeren van operaties en/of het in brand steken van banken en/of een trein,
(chat(s) op 11 mei 2018 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 1] en Telegramaccount [Telegramaccount 15], p. 746 en chat(s) in de periode van 27 november 2018 tot en met 4 december 2018 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 16]en Telegramaccount [Telegramaccount 17], p. 1987 e.v. en chat(s) in de periode van 13 juli tot en met 16 juli 2019 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 1] en Telegramaccount [Telegramaccount 18], p. 768 e.v. en chat(s) op 15 en 16 juli 2018 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 1] en Telegramaccount [Telegramaccount 19], p. 777 en chat(s) op 13 augustus 2018 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 1] en Telegramaccount [Telegramaccount 20], p. 794 en chat(s) op 16 en 17 oktober 2018 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 20] en Telegramaccount [Telegramaccount 21], p. 825 e.v. en chat(s) op 19 mei 2018 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 4] en Telegramaccount [Telegramaccount 21], p. 1967 e.v.);
4.hij
in of omstreeks de periode van 1 januari 2017 tot en met 3 februari 2020 te Delft en/of Rijswijk en/of (elders) in Nederland en/of Denemarken en/of Iran,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen
meermalen, althans eenmaal
(telkens) zich en/of een ander
opzettelijk
middelen en/of inlichtingen heeft verschaft
die geheel of gedeeltelijk, onmiddellijk of middellijk
dienden om geldelijk steun te verlenen aan het plegen van een terroristisch misdrijf (als bedoeld in artikel 83 van het Wetboek van Strafrecht) en/of een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf (als bedoeld artikel 83b van het Wetboek van strafrecht) dan wel aan het plegen van een van de misdrijven omschreven in artikel 421 lid 1 onder b van het Wetboek van Strafrecht, door
een geldbedrag(en) van 30 en 6 miljoen Iraanse rial (op 8 oktober 2018 omgerekend 747,49 euro), ten behoeve van Telegram-gebruiker [Telegramaccount 26] voor het aankopen van (een) gewe(e)r(en) en/of het brandstichten bij (een) bank(en) en/of het betalen van een onbekende derde persoon om (een) bank(en) in brand te steken] (PV van bevindingen LERCA19030-495 p. 2147 e.v.) en/of
(een) geldbedrag(en) van 80 miljoen en 550 duizend Iraanse rial, ten behoeve van Telegram-gebruiken [betrokkene 4] en/of [betrokkene 5] voor het aankopen van een 'schietijzer' om 'goed werk te doen' (PV van bevindingen LERCA19030-495 p. 2152 e.v.) en/of
(een) geldbedrag(en) van (in totaal) 60 miljoen Iraanse rial, ten behoeve van Whatsapp-gebruiker [whatsappaccount 3] voor het aankopen van een 'schietijzer' en het treffen van doelwitten (PV van bevindingen LERCA19030-495 p. 2153 e.v.)
via hawala bankieren, althans via een of meerdere (deels) onbekend gebleven (tussen)personen naar bovengenoemd(e) perso(o)n(en) te (laten) verzenden, althans een of meerdere geldbedrag(en) via hawala bankieren, althans via een of meerdere (deels) onbekend gebleven (tussen)personen, naar een of meerdere perso(o)n(en) in Iran te (laten) verzenden, terwijl die/dat geldbedrag(en) (telkens) bestemd waren om geldelijke steun te verlenen aan een of meerdere door deze perso(o)n(en) in Iran (te plegen) aanslag(en) op een of meerdere politiebureau(s) en of een of meerdere (gemeentelijke) wachtpost(en) en/of een of meerdere controlepost(en)en/of een of meerdere bankkanto(o)r(en) in Iran, althans een of meerdere locatie(s) in Iran, en/of op een of meerdere lid/leden van de Iraanse Revolutionaire Garde en/of een of meerdere (Perzische) staflid/stafleden en/of een meerdere (Perzische) commandant(en) en/of een of meerdere (Perzische) (veiligheids)solda(a)t(en), en/of een of meerdere (invloedrijke) (Perzische) perso(o)n(en) door het gebruik van een of meerdere handgrana(a)t(en) en/of (een) ander(e) explosie(f)(v)(en) en/of een of meerdere (hand)vuurwapen(s) en/of een of meerdere ander(e) wapen(s) en/of brandstichting, althans ten behoeve van de gewapende strijd van de Ahwazi tegen de Iraanse regering, in welke strijd terroristische misdrijven worden gepleegd en/of aldus diende(n) om geldelijke steun en/of middelen te verlenen aan die gewapende strijd in Iran, in elk geval om geldelijke steun en/of middelen te verlenen aan het plegen van een terroristisch misdrijf of een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf.
Bijlage 2 – de bewezenverklaring
1
hij in of omstreeksde periode van 1 januari 2017 tot en met 3 februari 2020 te Delft en/of Rijswijk en/of (elders)in Nederland en/of Denemarken en/of Iran,
tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen
heeft deelgenomen aan een organisatie bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen,
te weten (onder andere) [betrokkene 1] en/of [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3] en/of een of meer onbekende derde(n),
welke organisatie tot oogmerk had het plegen van terroristische misdrijven, namelijk
A. het opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is en/of levensgevaar voor een ander te duchten is en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is en/of levensgevaar voor een ander te duchten is en dit feit iemands dood ten gevolge heeft (zoals bedoeld in artikel 157 Wetboek van Strafrecht), (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 176a van het Wetboek van Strafrecht), en/of
B. doodslag (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 288a van het Wetboek van Strafrecht), en/of
C. moord (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 289 juncto 83 van het Wetboek van Strafrecht), en/of
D.
Dictum
de samenspanning en/of opzettelijke voorbereiding van en/of bevordering tot eerdervermelde misdrijven (zoals bedoeld in artikel 176b en/of 289a en/of 96 lid 2), en/of
E. het voorhanden hebben van een of meer wapens en/of van munitie van de categorieën II en/of III (zoals bedoeld in artikel 26 lid 1 van de Wet Wapens en Munitie) (te) begaan met een terroristisch oogmerk en/of met het oogmerk om een terroristisch misdrijf voor te bereiden of gemakkelijk te maken (zoals bedoeld in artikel 55 lid 1 en/of lid 5 van de Wet Wapens en Munitie);
2
hij in of omstreeksde periode van 1 januari 2017 tot en met 3 februari 2020 te Delft en/of Rijswijik en/of (elders)in Nederland en/of Denemarken en/of Iran,
tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen
heeft deelgenomen aan een organisatie bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder andere) [betrokkene 1] en/of [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3] en/of een of meer onbekende derde(n),
welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk
A. het zich of een ander opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaffen of trachten te verschaffen tot het plegen van een terroristisch misdrijf dan wel een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf dan wel zich kennis of vaardigheden daartoe verwerven of een ander bijbrengen (zoals bedoeld in artikel 134a van het Wetboek van Strafrecht), en/of
B. het financieren van terrorisme (zoals bedoeld in artikel 421 van het Wetboek van Strafrecht);
3
3. primairhij in of omstreeksde periode van 1 januari 2017 tot en met 3 februari 2020 te Delft en/of Rijswijk en/of (elders)in Nederland en/of Denemarken en/of Iran,
meermalen, althans eenmaal, (telkens)
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
met het oogmerk om (een) misdrij(f)(ven) omschreven in artikel 83 en/of 157 en/of 176a en/of 176b en/of 289(a) en/of 288a van het Wetboek van Strafrecht, te weten:
moord en/of doodslag (te) begaan met een terroristisch oogmerk, en/of
het opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en/of levensgevaar voor een ander te duchten is (te) begaan met een terroristisch oogmerk,
voor te bereiden en/of te bevorderen,
5. een ander heeft bewogen/ getracht te bewegen om het misdrijf te plegen, te doen plegen of mede te plegen en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen en/of
6. gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van het misdrijf zich en/of anderen heeft verschaft/ getracht te verschaffen en/of
7. een of meer voorwerpen, voorhanden heeft gehad waarvan hij wist dat deze bestemd waren tot het plegen van het misdrijf en/of
8. plannen voor de uitvoering van het misdrijf, welke bestemd waren om aan anderen te worden medegedeeld in gereedheid heeft gebracht of onder zich heeft gehad
immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) tezamen en in vereniging met elkaar, althans alleen, (telkens)
ten behoeve van een of meerdere (te plegen) aanslag(en) op een of meerdere politiebureau(s) en of een of meerdere (gemeentelijke) wachtpost(en) en/of een of meerdere controlepost(en)en/of een of meerdere kazerne(s) en/of een of meerdere bankkanto(o)r(en) in Iran, althans een of meerdere locatie(s) in Iran, en/of op een of meerdere lid/leden van de Iraanse Revolutionaire Garde en/of een of meerdere (Perzische) staflid/stafleden en/of een of meerdere (Perzische) commandant(en) en/of een of meerdere (Perzische) (veiligheids)solda(a)t(en), en/of een of meerdere (invloedrijke) (Perzische) perso(o)n(en) door het gebruik van een of meerdere handgrana(a)t(en) en/of (een) ander(e) explosie(f)(v)(en) en/of een of meerdere (hand)vuurwapen(s) en/of een of meerdere ander(e) wapen(s) en/of brandstichting,
telkens in een of meerdere chat(s)
en/of tijdens telefonisch(e)
en/of digit(a)al(e) contact(en) (via Telegram en/of WhatsApp):
A.
een
foto
(
's
)
gedeeld van en
/of
(versluierd) gesproken over het maken van (een) explosie(f)(ven) met een klok en een ontsteker en
/of (
een
)
handleiding
(en)
gedeeld ten behoeve van het veroorzaken van een kettingexplosie en het verhullen van
(dergelijke)
explosieven,
(chat(s) op 8 januari 2018 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 1] en Telegramaccount [Telegramaccount 2], p. 1047 e.v. en chat(s) op 15 oktober 2017 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 1] en Telegramaccount [Telegramaccount 2], p. 1100 e.v.) en/of
B.
(versluierd) gesproken over en
/of
aanwijzingen gegeven over een doelwit/ doelwitten van een of meerdere
(
door een
ander/
anderen
) (
te plegen
)
aanslag(en),
(chat(s) op 17 augustus 2018 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 1], en Telegramaccount [Telegramaccount 3], p. 1051) en/of
C.
(versluierd) gesproken over het verkrijgen van kogels en
/of een of meerdere
wapen
(
s
)
voor een of meerdere ander(e) perso(o)n(en),
(chat(s) op 19 augustus 2018 en 4 september 2018 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 1] en Telegramaccount [Telegramaccount 3], p. 1052) en/of
D.
(versluierd) gesproken over het in brand steken en/of aanvallen van
een of meerdere
bank
(
en
)
en
/of
controleposten en
/of
bewaking van
(de)
bank
(
en
)
en
/of
een
trein door een of meerdere ander(e) perso(o)n(en),
(chat(s)op 19 mei 2018 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 4] en [Telegramaccount 5], p. 1967 e.v. en chat(s) op 6 september 2018 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 1] en Telegramaccount [Telegramaccount 3], p. 1053 en chat(s) op 11 oktober 2018 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 1] en Telegramaccount [Telegramaccount 6], p. 544) en/of
E.
(versluierd) gesproken over (een) beloning(e)n voor een persoon/ personen voor het doden van een
commandant/
commandanten en/of veiligheidstroepen en/of militairen en
/of
training
en/of uitrusting
en/of vervoer en/of bewapening van deze persoon/ personen,
(chat(s) op 14 september 2018 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 1] en Telegramaccount [Telegramaccount 3], p. 1053 en chat(s) op 9 en 11 oktober 2018 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 1] en Telegramaccount [Telegramaccount 6], p. 544 en chat(s) op 4 en 5 juli 2017 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 7] en Telegramaccount [Telegramaccount 8], p. 636) en/of
F.
(versluierd) gesproken over het aanvallen van een kazerne met een olieput
, althans een olieput,
met drie soldaten/bewakers,
(chat(s) op 8 februari 2017 tussen Telegramaccounts [Telegramaccount 1] en [Telegramaccount 9], p. 575) en/of
G.
Dictum
(versluierd) gesproken over training en/of scholing en/of
(financiële)
steun ten behoeve van een of meerder(e) bloedige moordaanslag(en) met een schietijzer en/of het aanvallen van een basis en/of politiebureau en de zich daar bevindende (Arabische) bewaker(s)
en/of het (vanuit een auto) beschieten van een auto van de baas van de basis
en deze aanval te filmen,
(chat(s) op 7 juni 2017) tussen Telegramaccount [Telegramaccount 1] en Telegramaccount [Telegramaccount 10]', p. 579 e.v.) en chat(s) op 17 juni 2017 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 1] en Telegramaccount [Telegramaccount 10]', p. 593 e.v.) en/of
H.
(versluierd) gesproken over het plegen van een aanslag/ aanslagen en/of het aanvallen van Basij-basis/bases en/of een politieauto('s) en/of het in brand steken van een auto('s) en/of het (ten behoeve van voornoemde aanslag/aanslagen) maken en gebruiken van een molotov-cocktail/ molotov-cocktails,
(chat(s) op 12 februari 2018) tussen Telegramaccount [Telegramaccount 1] en Telegramaccount [Telegramaccount 11], p. 694 e.v.) en/of
I.
(versluierd) gesproken over hulp en/of training en/of lectuur en/of inlichtingen gegeven over het kiezen van een persoon als mededader en/of uit het zicht blijven,
chat(s) op 21 februari 2018 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 1] en [Telegramaccount 12] (p. 1781 e.v.) en/of
J.
(versluierd) gesproken over het helpen van een persoon/personen ten behoeve van het beschieten van een politiebureau/ politiebureaus door deze persoon/personen,
(chat(s) op 18 september 2018 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 1] en Telegramaccount [Telegramaccount 3], p. 1054) en/of
K.
een foto('s) gedeeld van en/of (versluierd) gesproken over het verbranden en/of beschieten van een (gemeentelijke) wachtpost door een derde en/of het leveren van een granaat /granaten en/of uitrusting aan deze persoon,
(chat(s) op 10 en 13 maart 2018 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 1] en Telegramaccount [Telegramaccount 3], p. 1070-1071) en/of
L.
(versluierd) gesproken over het gebruik van een Winchester (geweer) en het maken van slachtoffers en/of het maken van foto's en het doorgeven van namen van deze potentiële slachtoffers
(chat(s) op 30 maart 2018 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 1] en Telegramaccount [Telegramaccount 3], p. 1072) en/of
M.
(versluierd) gesproken over het observeren en in de val lokken van een of meerdere doelwit(ten), althans een persoon/ personen,
(chat(s) op 1 februari 2017 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 13] en Telegramaccount [Telegramaccount 3], p. 1081 e.v.);
en
N.
(versluierd) gesproken over het verzamelen/aanleveren van een foto/ foto's en/of video/ video's en/of adresgegevens van verschillende doelwitten ten behoeve van het plegen van een moordaanslag door een of meer onbekend(e) personen,
(chat(s) op 6 en 7 juli 2018 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 1] en Telegramaccount [Telegramaccount 14], p. 752 e.v. en chat(s) op 9 en 10 september 2019 tussen WhatsAppgebruiker [Whatsappaccount 1]en WhatsAppgebruiker [Whatsappaccount 2], p.948 e.v.);
en
O.
aan een of meerdere persone(n) in Iran, geldelijke steun toegezegd ten behoeve van het aanschaffen van (een) wapen(s) en/of (een) vervoermiddel(en), in ruil voor het uitvoeren van operaties en/of het in brand steken van banken en/of een trein,
(chat(s) op 11 mei 2018 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 1] en Telegramaccount [Telegramaccount 15], p. 746 en chat(s) in de periode van 27 november 2018 tot en met 4 december 2018 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 16] en Telegramaccount [Telegramaccount 17], p. 1987 e.v. en chat(s) in de periode van 13 juli tot en met 16 juli 2019 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 1] en Telegramaccount [Telegramaccount 18], p. 768 e.v. en chat(s) op 15 en 16 juli 2018 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 1] en Telegramaccount [Telegramaccount 19], p. 777 en chat(s) op 13 augustus 2018 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 1] en Telegramaccount [Telegramaccount 20], p. 794 en chat(s) op 16 en 17 oktober 2018 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 20] en Telegramaccount [Telegramaccount 21], p. 825 e.v. en chat(s) op 19 mei 2018 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 4] en Telegramaccount [Telegramaccount 5], p. 1967 e.v. en/of
P.
aan een of meerdere persone(n) in Iran, geldelijke steun toegezegd in ruil voor het doden van Perzen en/of Basij en/of politie en/of leden van de Revolutionaire Garde
en/of [familienaam] families
en/of het aanvallen van een bus met ingenieurs aan boord,
(chat(s) in de periode van 3 september 2018 tot en met 28 oktober 2018 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 22] en Telegramaccount [Telegramaccount 23], p. 796 e.v. en chat(s) in de periode van 27 oktober 2018 tot en met 29 november 2018 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 24] en Telegramaccount [Telegramaccount 21], p. 850 e.v. en chat(s) op 3 oktober 2018 tussen Telegramaccount [Telegramaccount 25] en Telegramaccount [Telegramaccount 26], p. 2064 e.v.);
4.
hij
in of omstreeks de periode van 1 januari 2017 tot en met 3 februari 2020 te Delft en/of Rijswijk en/of (elders) in Nederland en/of Denemarken en/of Iran,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen
meermalen, althans eenmaal
(telkens) zich en/of een ander
opzettelijk
middelen en/of inlichtingen heeft verschaft
die geheel of gedeeltelijk, onmiddellijk of middellijk
dienden om geldelijk steun te verlenen aan het plegen van een terroristisch misdrijf (als bedoeld in artikel 83 van het Wetboek van Strafrecht) en/of een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf (als bedoeld artikel 83b van het Wetboek van strafrecht) dan wel aan het plegen van een van de misdrijven omschreven in artikel 421 lid 1 onder b van het Wetboek van Strafrecht, door
een geldbedrag(en) van 30 en 6 miljoen Iraanse rial (op 8 oktober 2018 omgerekend 747,49 euro), ten behoeve van Telegram-gebruiker [Telegramaccount 26] voor het aankopen van (een) gewe(e)r(en) en/of het brandstichten bij (een) bank(en) en/of het betalen van een onbekende derde persoon om (een) bank(en) in brand te steken] (PV van bevindingen LERCA19030-495 p. 2147 e.v.) en/of
(een) geldbedrag(en) van 80 miljoen en 550 duizend Iraanse rial, ten behoeve van Telegram-gebruiken [betrokkene 4] en/of [betrokkene 5] voor het aankopen van een 'schietijzer' om 'goed werk te doen' (PV van bevindingen LERCA19030-495 p. 2152 e.v.) en/of
(een) geldbedrag(en) van (in totaal) 60 miljoen Iraanse rial, ten behoeve van Whatsapp-gebruiker [whatsappaccount 3] voor het aankopen van een 'schietijzer' en het treffen van doelwitten (PV van bevindingen LERCA19030-495 p.
Dictum
2153 e.v.)
via hawala bankieren, althans via een of meerdere (deels) onbekend gebleven (tussen)personen naar bovengenoemd(e) perso(o)n(en) te (laten) verzenden, althans een of meerdere geldbedrag(en) via hawala bankieren, althans via een of meerdere (deels) onbekend gebleven (tussen)personen, naar een of meerdere perso(o)n(en) in Iran te (laten) verzenden, terwijl die/dat geldbedrag(en) (telkens) bestemd waren om geldelijke steun te verlenen aan een of meerdere door deze perso(o)n(en) in Iran (te plegen) aanslag(en) op een of meerdere politiebureau(s) en of een of meerdere (gemeentelijke) wachtpost(en) en/of een of meerdere controlepost(en)en/of een of meerdere bankkanto(o)r(en) in Iran, althans een of meerdere locatie(s) in Iran, en/of op een of meerdere lid/leden van de Iraanse Revolutionaire Garde en/of een of meerdere (Perzische) staflid/stafleden en/of een meerdere (Perzische) commandant(en) en/of een of meerdere (Perzische) (veiligheids)solda(a)t(en), en/of een of meerdere (invloedrijke) (Perzische) perso(o)n(en) door het gebruik van een of meerdere handgrana(a)t(en) en/of (een) ander(e) explosie(f)(v)(en) en/of een of meerdere (hand)vuurwapen(s) en/of een of meerdere ander(e) wapen(s) en/of brandstichting, althans ten behoeve van de gewapende strijd van de Ahwazi tegen de Iraanse regering, in welke strijd terroristische misdrijven worden gepleegd en/of aldus diende(n) om geldelijke steun en/of middelen te verlenen aan die gewapende strijd in Iran, in elk geval om geldelijke steun en/of middelen te verlenen aan het plegen van een terroristisch misdrijf of een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf.
English translation:
Cause list number: 22-003209-21
Public Prosecutor’s Office number: 10-960177-19
Date of judgment: 5 July 2023
JUDGMENT AFTER TRIAL
The Hague Court of Appeal
joint bench for criminal proceedings
Judgment
rendered on appeal against the decision of the Rotterdam District Court of 27 October 2021 in the criminal case against the accused:
[accused],
born in [place of birth] on [day of birth] 1979,
BRP-address: [address in the Personal Records Database],
detained at the time of the hearing in [detention address].
Examination of the case
This judgment was rendered as a result of the examination at the hearing in the first instance and the examination at the hearing in the appeal proceedings of this Court of Appeal.
The Court of Appeal has taken cognisance of the request of the Advocate General and of that which has been put forward by and on behalf of the accused.
Procedure
In the first instance, the accused was sentenced with regard to the primary charges under Counts 1, 2 and 3, and the charges under Count 4 to a term of imprisonment of four years, with credit for the time spent in pre-trial detention. Furthermore, a decision was reached regarding the seized objects.
An appeal was lodged against the decision on behalf of the accused and by the Public Prosecutor.
Indictment
The accused has been charged with that which is stated in the demand for further description of the charges. The indictment is attached to this judgment as Annex 1 and forms part thereof.
Request by the Advocate General
The Advocate General has requested that the accused be sentenced to a term of imprisonment of 5 years and 9 months, with credit for the time spent in pre-trial detention, with regard to the primary charges under Counts 1, 2 and 3, and the charges under Count 4 of the indictment.
The decision appealed against
The decision appealed against cannot be upheld, because the Court of Appeal does not agree with it.
Introduction
The accused fled to Turkey from Iran in 2011. He was granted UNHCR refugee status there and settled in the Netherlands in 2014. He holds a residence permit here.
The accused is from the Ahwaz region of Iran, a region rich in oil and gas. Just over half of the region's inhabitants are Arab, while Arabs form a minority of Iran's (total) population. In the 1920s, the Iranian regime ended the province's far-reaching self-rule. Ethnic separatist movements are active in the region, seeking independence for the Arab population. The Iranian regime is cracking down on resistance in the Ahwaz region. The accused joined the resistance and has been imprisoned in Iran.
Outside Iran, the accused joined (the media branch of) resistance movement ASMLA, which defends the interests of the Ahwazi. He worked for that movement in the Netherlands at a television station.
As a result of AIVD information, a criminal investigation into the accused was conducted, which included examining a large volume of chat conversations conducted by the accused.
Appeal proceedings
The prosecution filed a so-called sentence appeal. At the appeal hearing, the defence did not put forward any defence with regard to the District Court's declaration of charges proven. The defence did invoke the so-called right to resist and both parties commented on the (possible) sentence.
Evidentiary considerations with regard to the charge under Count 1
In view of the foregoing and the cross-appeal, the Court of Appeal will devote its attention to only a few considerations with regard to the declaration of charges proven.
Based on the evidence, the Court of Appeal finds that there was a cooperative relationship with a certain durability and structure between the accused and [party involved 1] and [party involved 2] mentioned in the indictment. Thus, there was an organisation of which the accused was a part.
Regarding the intent of that organisation, the Court of Appeal considers the following.
The chats contained in the evidence show that the accused was approached by persons in Iran for assistance in committing attacks. This assistance was provided by the accused and included giving advice (via the chat) and providing or promising monetary support.
The targets of the planned attacks mainly had a connection to the Iranian regime, including military personnel, police stations, checkpoints and buildings that fulfilled an economic function for the regime. In turn, the accused announced in the chats that the work had to be done for the liberation of Ahwaz, that their homeland was occupied by collaborators and that collaborators could be killed.
The Court of Appeal deduces from the chats that the organisation to which the accused belonged was intent on forcing the Iranian government to leave the Ahwaz area by carrying out attacks. The Court of Appeal further finds, based on the evidence, that the organisation was intent on disrupting the fundamental political, economic and social structures of the area in Iran.
Dictum
The Court of Appeal also deduces from the chats contained in the evidence that the organisation was intent on causing serious fear to the Persian part of the population in Ahwaz. Indeed, the chats show that the accused advised persons in Iran to carry out attacks on Persians and instil fear in Persians. The kinds of attacks the accused says should be carried out against Persians, such as arson and murder, are by their nature suitable for instilling fear. The accused also asked the prospective attackers for film footage of the attack and personal details of the intended victim so that he could publish these on his channel. This shows that the accused wanted to publicise the attacks to be carried out and spread news of them.
Declaration of charges proven
The Court of Appeal deems it lawfully and convincingly proven that the accused committed the primary offence as charged under Counts 1, 2 and 3, and the offence under Count 4, in the manner indicated in Annex 2 to this judgment.
Any additional charges or charges formulated otherwise have not been proven. The accused should be acquitted of these.
Insofar as the indictment contains linguistic and/or writing errors, these have been corrected in the declaration of charges proven. As appears from that which was discussed during the hearing, the defence of the accused was not harmed as a result.
Evidence-based argumentation
The Court of Appeal bases its conviction that the accused has committed the offences as charged on the facts and circumstances that are included in the evidence and that substantiate the declaration of charges proven.
In those cases in which the law requires the judgment to be supplemented with the evidence or, insofar as Article 359, third paragraph, second sentence, of the Code of Criminal Procedure is applied, with an itemisation thereof, this will be done in a supplement that will be annexed to this judgment.
Criminal nature of the proven facts
The charges proven under Counts 1 and 2 constitute:
participation in an organisation whose intent it is to commit terrorist offences.
and
participation in an organisation whose intent it is to commit offences.
The primary charges proven under Count 3 constitute:
co-perpetration with the intent to deliberately commit arson and/or cause explosions, this constituting a general danger to property and/or danger of grievous bodily harm and/or danger to the life of another person and/or this act resulting in someone’s death, and/or preparing or promoting murder and/or manslaughter, to be committed with terrorist intent, or attempting to procure for himself or others means and information for the commission of the offence, committed on several occasions.
The charges proven under Count 4 constitute:
co-perpetration in financing terrorism, committed on several occasions.
Criminal liability of the accused
Invocation of the right to resist
Parties' positions
At the appeal hearing, counsel argued that the accused could invoke the unwritten ground for exclusion of guilt, the right to resist, which would mean that the accused should be discharged from all prosecution. To this end, counsel argued - in short - that, although the right to resist is not strongly anchored in Dutch case law and in the international legal system, this does not mean that an oppressed people should not be able to do something against a tyrannical regime, in which the application of violence could also be legitimate under circumstances. Counsel reasoned that the Iranian regime should be seen as such a regime, partly because of the systematic oppression of minorities in the country, including the Ahwazi, and the fact that in specific and exceptional cases a person has the right to resist such a regime.
Counsel argued that the proportionality and subsidiarity of the accused's actions should be assessed in the light of the cruelty of the regime against which resistance was exercised, and that the accused's intent in his resistance was pure and there to serve the national interest of the oppressed Ahwazi people.
At the appeal hearing, the Advocate General argued, in a brief and objective manner, that the prosecution endorsed the court's opinion that the accused was not entitled to the right to resist. He argued that within legislation and case law of international bodies, the right to resist is not recognised when it comes to terrorist offences. The Advocate General also argued that, if the right to resist existed at all in the context of terrorist offences, the accused's intent was not pure, and his actions did not meet the requirements of proportionality and subsidiarity.
Judgment of the Court of Appeal
First of all, the Court of Appeal is aware of the context in which the accused carried out the proven acts. The accused has stated to the police, at the court hearing in the first instance and (to a more limited extent) on appeal what impact the actions of the Iranian regime had not only on him and his relatives, but also on the entire Arab population of the Ahwaz region in Iran.
The Court of Appeal finds, as also acknowledged by counsel, that invocation of the right to resist has no legal basis in Dutch law. However, this does not necessarily mean that the right to resist could not exist at all.
However, the Court of Appeal is of the opinion that the invocation of the right to resist has failed in this case. As the evidence shows, the organisation, of which the accused was a member, was intent on disposing of the lives of those it saw as collaborators with the Iranian regime. The evidence also shows that the possibility of civilian casualties was taken for granted. As established above, the organisation was also intent on instilling fear in part of the population. It is impossible to see how such conduct could fall under a legitimate right to resist.
No other circumstance has become plausible either that might exclude the criminal liability of the accused. The accused is therefore criminally liable.
Grounds for the sentence
The Court of Appeal has determined the punishment to be imposed on the basis of the seriousness of the offences and the circumstances under which they were committed and on the basis of the personality and the personal circumstances of the accused, as these have appeared from the Court of Appeal hearing.
In so doing, the Court of Appeal has particularly taken the following into account.
The severity of the offences
The accused participated (inter alia) in the Netherlands in an organisation, consisting of himself and two others, which wanted to use violence to change the existing political structure in the Ahwaz region of Iran. This intended violence included setting fire to institutions such as banks and oil installations or shooting at Iranian government soldiers. The accused communicated inter alia via Telegram channels with potential perpetrators of attacks. He promised them payment if they sent a film recording of an attack in Iran.
Dictum
The accused would distribute this recording through his television programme from Rijswijk. The organisation's media strategy was aimed at raising awareness among the Arab community of what was happening in southwestern Iran so that eventually a revolution could be achieved. In this context, the organisation spoke of liberation from the occupying forces in the area. In so doing, the accused contributed significantly to the terrorist aims of the organisation.
Through his actions, the accused was also guilty of committing acts of preparation and promotion of the terrorist offences charged.
By transferring sums of money, the accused disregarded the prohibition to do so in both international regulations and domestic law. These regulations are internationally significant because their purpose is to jointly maintain or restore international peace and security and the international rule of law.
The person of the accused
The Court of Appeal has taken into account an excerpt regarding the accused from the judicial records dated 6 June 2023, which reveals that the accused has not been convicted before for committing criminal offences.
Furthermore, the Court of Appeal has taken into account the probation report dated 2 March 2023 prepared on the person of the accused.
It follows from this report that the accused has resolved to abandon activism regarding the situation in southwestern Iran. The accused no longer intends to engage in political activities after his detention. While in detention, he has made efforts to obtain some certificates, and he has made efforts to improve his Dutch. As a result, he is more employable in the labour market. The risk of recidivism for crimes in the Netherlands is estimated to be low.
Considerations regarding punishment
The accused grew up in southwestern Iran, where he belonged to the Arabic-speaking minority. He joined a political party as a young adult. He began to engage in publicising what he believed were abuses and what was making the minority suffer. The accused was arrested in Iran in 2007 and in 2011. At the appeal hearing - but incidentally much earlier, for example during his hearing at the IND - he gave a penetrating account of how he was tortured at the time and eventually ended up in a hospital from where he was able to flee to Turkey. There he was recognised as a UNHCR refugee. Some time later, he left for the Netherlands, as threats to arrest his family in Iran put pressure on the accused to return to Iran. In the Netherlands, the accused obtained a residence permit. He started working for the organisation's TV channel in 2017.
The accused has stated that he carried out these activities with the aim of helping the Arab population in southwestern Iran just as he had previously done in Iran with his political activities and his use of social media to gain attention for his views. This in itself does not detract from the punishability of the offences charged, but the Court of Appeal has taken this into account in a mitigating sense when determining the sentence to be imposed.
The Court of Appeal thus reproaches the accused, on the one hand, of having contributed to an organisation that - besides organising peaceful resistance - also believed it had the right to dispose of the lives and deaths of residents of Iran, whereby the victimisation of ordinary citizens who were not fulfilling a governmental task was taken for granted.
Attacks on government buildings, semi-public locations such as banks and public transport almost always involve civilian casualties. Certainly those civilians deserve protection from violence, even if those who organised the violence believe their struggle is for a good cause and the goal is the liberation of the region's citizens.
The accused, on the other hand, appears to have been sincere in his efforts to alleviate the conditions under which the Arab minority lives in the area in question. This follows from his own experiences in Iran and with what he had to endure after his arrests. The Court of Appeal further takes into account the fact that there is no evidence that the accused's contribution to the organisation of which he was a member actually led to violence in Iran. After all, it cannot be deduced from the case file that those with whom the accused communicated on Telegram about possible targets of attacks actually used or organised violence. During the appeal hearing, the accused acknowledged that inciting violence in Iran from the Netherlands cannot be the solution for what he considers to be wrong there. In that respect, the Court of Appeal considers it sufficiently plausible that the accused will not develop activities in the Netherlands that are dangerous to fellow citizens.
The sentence requested by the Advocate General is in line with the prison term that the Court of Appeal usually takes as a starting point in a declaration of charges proven similar to that in the present case but without the special aspects of this case just mentioned. In view of these aspects, the Court of Appeal has reached a lower prison sentence than that demanded by the Advocate General. In so doing, the Court of Appeal will impose the prison sentence partly on probation, in order to warn and encourage the accused not to commit offences again.
Reasonable time limit
The Court of Appeal found that the reasonable time referred to in Article 6 of the European Convention on Human Rights and Fundamental Freedoms (ECHR) had been violated both in the first instance and on appeal.
The accused was taken into police custody on 3 February 2020 and remained in pre-trial detention until 15 January 2021. Pre-trial detention was suspended on 15 January 2021. The joint bench of the Rotterdam District Court delivered its judgment on 27 October 2021. In the opinion of the Court of Appeal, the premise in the present case is that a final judgment should have been rendered within 16 months of the commencement of the pre-trial detention. The Court of Appeal is therefore of the opinion that the reasonable time limit in the first instance was exceeded by almost 5 months.
On 27 October 2021, the accused was remanded in custody again. An appeal was lodged on his behalf on 2 November 2021. The file was received by the Court of Appeal on 29 August 2022. The 6-month submission deadline applicable in the present case was therefore exceeded by almost 4 months.
The Court of Appeal delivers its judgment on 4 July 2023. Therefore, the reasonable time limit for trial on appeal has been exceeded by more than 4 months.
The Court of Appeal is of the opinion, in view of the aforementioned proceedings, that the hearing of the case both in the first instance and on appeal did not take place within a reasonable time limit and that this should result in mitigation of the sentences to be imposed below.
Conclusion
The Court of Appeal is of the opinion that, in view of the seriousness of the offences and the personal circumstances of the accused as described above, in principle, a term of imprisonment of 48 months is appropriate. In view of the exceeding of the reasonable time limit, the Court of Appeal will impose a prison sentence of 45 months on the accused. Part of this sentence, i.e. 13 months, will be imposed conditionally for the above-mentioned reasons. All in all, the Court of Appeal is of the opinion that this constitutes an appropriate and warranted response.
Dictum
Enforcement of the imposed prison sentence will take place entirely within the prison facility, until such time as the convicted person becomes eligible for participation in a prison programme, within the meaning of Article 4 Custodial Institutions (Framework) Act, or the arrangement of conditional release, within the meaning of Article 6:2:10 of the Code of Criminal Procedure, comes into play.
Seizure
The following decisions will be taken on the items seized from the accused and not yet returned.
The Court of Appeal will forfeit the iPhone 6, as the proven offences were committed using this object and the object belongs to the accused.
The confiscated HTC One X9 will be kept for the benefit of its rightful owner.
The remaining items listed on the list of seized items will be returned to the accused.
Applicable legal provisions
The Court of Appeal has taken into account Articles 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 47, 56, 57, 96, 140, 140a and 421 of the Criminal Code, as they apply or applied in law.
JUDGMENT
The Court of Appeal:
Sets aside the decision appealed against and pronounces judgment anew:
Declares, as considered above, that it has been proven that the accused has committed the primary charges under Counts 1, 2, and 3, and the charges under Count 4.
Declares that any additional charges or charges formulated otherwise than those proven above have not been proven and acquits the accused thereof.
Declares the facts proven relating to the primary charges under Counts 1, 2 and 3, and those relating to the charges under Count 4 punishable, qualifies them as stated above and declares the accused punishable.
Sentences the accused to a term of imprisonment of 45 (forty-five) months.
Orders that a part of the term of imprisonment, of
13 (thirteen) monthswill not be enforced unless the judge later orders otherwise because the accused has, before the end of a probationary period of 2 (two) years, been guilty of a criminal offence.
Orders that the time spent by the accused in any form of pre-trial detention within the meaning of Article 27, paragraph 1 of the Criminal Code before the enforcement of this judgment, shall be deducted when implementing the prison sentence imposed, insofar as that time has not already been deducted from another sentence.
Declares forfeited the seized object not yet returned, namely:
19. JU119.05.02.001 iPhone 6
Orders custody for the benefit of the rightful owner of the seized object not yet returned, namely:
10. JU119.04.04.002 HTC One X.
Orders the return to the accused of the seized objects not yet returned, namely:
1. JU119.01.01.001 Bunch of keys/loose keys
2. JU119.02.01.001 Documentation
3. JU119.02.01.002 Laptop
4. JU119.02.01.003 Samsung TXT
5. JU119.02.01.004 Acer mobile
6. JU119.02.01.005 USB
7. JU119.04.02.001 SIM STC
8. JU119.04.03.001 Laptop Lenovo
9. JU119.04.04.001 Samsung S7 R58H21 Y6X2A
11. JU119.04.04.003 External hard disk drive
12. JU119.04.05.001 SIM card 8931090700068335953
13. JU119.04.05.002 SIM card 8931090100058143915
14. JU119.04.05.003 SIM card 8931090100084704466
15. JU119.04.05.004 SIM card 8931090700034893598
16. JU119.05.01.001 Samsung A50
17. JU119.05.01.002 Samsung J7
18. JU119.05.01.003 iPhone 4s
20. JU119.05.02.002 Documents
21. JU119.05.02.003 SIM card 8931090100081556676
22. JU119.05.02.004 Bunch of keys to safe
23. JU119.05.02.005 HP Laptop
24. JU119.05.02.006 Samsung J7 R58k85yMSd
25. JU119.05.02.007 USB
26. JU119.06.01.001 Printed matter
27. ST006.02.01.001 Documents Hong Kong
28. ST006.03.01.001 Laptop Lenovo IDEApad 520
33. ST006.04.05.001 Laptop ACER NXGYEH00181918CBD7600
34. ST006.07.01.001 Desktop HP Z820 CZC2460F4S
35. ST006.07.01.002 Desktop HP Z820 CZC24041C8
36. ST006.07.02.001 Desktop HP Z820 CZC41662TD
39. ST006.07.02.004 Desktop ACER Veriton
40. ST006.07.02.005 Digital video recorder EZAP
4K032FFPA26F7EA
42. ST006.07.02.007 HDD (hard disk drive) Seagate NA8LVHZW
8TB
43. ST006.07.02.008 HDD (hard disk drive) WD Elements
WX61D88RE9SA
44. ST006.07.03.001 HDD (hard disk drive) HITACHI
HUA721010KLA330
45. ST006.07.03.002 HDD (hard disk drive) HITACHI PLAYOUT
14/10/2018
46. ST006.07.03.003 HDD (hard disk drive)
18/12/2017 up to and including 14/10/2018
47. ST006.07.03.004 HDD (hard disk drive) Seagate archive
03-2019
48. ST006.07.03.005 HDD (hard disk drive) Seagate archive
10-2019
49. ST006.07.03.006 HDD (hard disk drive) Seagate archive
04-2019
50. ST006.07.03.007 HDD (hard disk drive) Seagate archive
05-2019
51. ST006.07.03.008 HDD (hard disk drive) Seagate archive
06-2019
52. ST006.07.03.009 HDD (hard disk drive) Seagate archive
07-2019
53. ST006.07.03.010 HDD (hard disk drive) Seagate 01/08/2019
up to and including 31/08/2019
54. ST006.07.03.011 HDD (hard disk drive) Seagate archive
09-2019
55. ST006.07.03.012 HDD (hard disk drive) Seagate archive
11-2019
56. ST006.07.03.013 HDD (hard disk drive) Seagate archive
12-2019
57. ST006.08.01.001 Desktop ASUS 117PDCG000W86
59. ST006.09.02.001 Desktop ASUS H7PDCG000W7J
61. ST006.09.03.002 Laptop DELL P15S 26382192085
Category: ICT
62. ST006.10.01.001 143 50 euro banknotes and 3
500 euro banknotes (8650 euro)
63. ST006.10.01.002 GSM iPhone 6
64. ST006.10.01.003 USB-stick PNY Black 8gb
65. ST006.10.01.004 Documents with organisational structure ahwazna.net
66. ST006.10.01.005 Bunch of keys with 5 pieces
67. ST006.10.02.001 Letters
68. ST006.10.02.002 USB stick Lexar
69. ST006.10.02.003 USB stick SP pink
70. ST006.10.04.001 HDD (hard disk drive) seagate
This judgment was delivered by D.M. Thierry LLM,
L.C. van Walree LLM and B. Stapert LLM, in the presence of P.M. Smit LLM, Court Clerk.
It was pronounced at the public hearing of the Court of Appeal on 5 July 2023.
Annex 1 – The indictment
1.in or around the period from 1 January 2017 up to and including 3 February 2020, in Delft and/or Rijswijk and/or (elsewhere) in the Netherlands and/or Denmark and/or Iran,
either alone or jointly and in conjunction with (an)other person(s),
participated in an organisation consisting of a partnership of natural persons,
namely, (inter alia) [person concerned 1] and/or [person concerned 2] and/or [person concerned 3] and/or one or more unknown third party/parties,
an organisation whose intent it was to commit terrorist offences, namely,
A. arson and/or causing an explosion, this constituting a general danger to property and/or danger of grievous bodily harm and/or danger to the life of another person, and this act resulting in someone's death (within the meaning of Article 157 Criminal Code) (to be) committed with terrorist intent (within the meaning of Article 176a Criminal Code), and/or
B.
Dictum
manslaughter (to be) committed with terrorist intent (within the meaning of Article 288a of the Criminal Code) and/or;
C. murder (to be) committed with terrorist intent (within the meaning of Article 289 in conjunction with Article 83 of the Criminal Code) and/or;
D. conspiracy and/or deliberate preparation of and/or abetment to commit the aforementioned offences (within the meaning of Articles 176b and/or 289a and/or 96, paragraph 2) and/or;
E. possession of one or more category II and/or III weapons and/or ammunition (within the meaning of Article 26, paragraph 1 of the Weapons and Ammunition Act) (to be) committed with terrorist intent and/or with the intent to prepare or facilitate a terrorist offence (within the meaning of Article 55, paragraph 1 and/or paragraph 5 of the Weapons and Ammunition Act);
2.in or around the period from 1 January 2017 up to and including 3 February 2020 in Delft and/or Rijswijik and/or (elsewhere) in the Netherlands and/or Denmark and/or Iran,
either alone or jointly and in conjunction with (an)other person(s),
participated in an organisation consisting of a partnership of natural persons, namely, (inter alia) [person concerned 1] and/or [person concerned 2] and/or [person concerned 3] and/or one or more unknown third party/parties,
an organisation whose intent it was to commit offences, namely,
A. intentionally providing or attempting to provide oneself or another person with the opportunity, means or information to commit a terrorist offence or an offence in preparation or facilitation of a terrorist offence, or acquiring or imparting to another person knowledge or skills to do so (within the meaning of Article 134a of the Criminal Code), and/or
B. financing terrorism (within the meaning of Article 421 of the Criminal Code);
3. Primary chargesin or around the period from 1 January 2017 up to and including 3 February 2020, in Delft and/or Rijswijk and/or (elsewhere) in the Netherlands and/or Denmark and/or Iran,
several times, or at least once, (on each occasion)
either alone or jointly and in conjunction with (an)other person(s),
to prepare and/or promote,
with the intent to commit (an) offence(s) described in Article 83 and/or 157 and/or 176a and/or 176b and/or 289(a) and/or 288a of the Criminal Code, namely:
(to) commit murder and/or manslaughter with terrorist intent, and/or
intentionally committing arson and/or causing an explosion, this constituting a general danger to property and/or danger of grievous bodily harm and/or danger to the life of another person, (to be) committed with terrorist intent,
9. induced/attempted to induce another to commit, cause to be committed or assist in committing the offence and/or to assist in doing so and/or to provide the opportunity, means or information to do so and/or
10. provided/attempted to provide himself and/or others with the opportunity, means and/or information to commit the offence and/or
11. possessed one or more objects, which he knew were intended for the commission of the offence and/or
12. prepared or held plans for the execution of the offence, which were intended to be communicated to others
after all, the accused and/or his co-perpetrator(s), together and in association with each other, or at least alone, have (on each occasion)
for the purpose of one or more attack(s) (to be carried out) on one or more police station(s) and or one or more (municipal) guard post(s) and/or one or more checkpoint(s) and/or one or more barracks and/or one or more bank branch(es) in Iran, or at least one or more location(s) in Iran and/or on one or more member(s) of the Iranian Revolutionary Guard and/or one or more (Persian) staff member(s) and/or one or more (Persian) commander(s) and/or one or more (Persian) (security) soldier(s) and/or one or more (influential) (Persian) person(s) by using one or more hand grenade(s) and/or (an)other explosive(s) and/or one or more (hand) firearm(s) and/or one or more other weapon(s) and/or arson,
on each occasion in one or more chat(s) and/or during telephone and/or digital contact(s)/conversation(s) (via Telegram and/or WhatsApp):
A.
shared (a) photograph(s) of and/or talked (covertly) of making (an) explosive(s) with a clock and detonator, and/or shared (a) manual(s) for the purpose of causing a chain explosion and concealing (such) explosives,
(chat(s) on 8 January 2018 between Telegram account [Telegram account 1] and Telegram account [Telegram account 2], p. 1047 et seq. and (a) chat(s) on 15 October 2017 between Telegram account [Telegram account 1] and Telegram account [Telegram account 2], p. 1100 et seq.) and/or
B.
talked (covertly) about and/or gave instructions regarding (a) target(s) of one or more attack(s) (to be committed) (by another/others),
(chat(s) on 17 August 2018 between Telegram account [Telegram account 1], and Telegram account [Telegram account 3], p. 1051) and/or
C.
talked (covertly) of obtaining bullets and/or one or more weapon(s) for one or more other person(s),
(chat(s) on 19 August 2018 and 4 September 2018 between Telegram account [Telegram account 1] and Telegram account [Telegram account 3], p. 1052) and/or
D.
talked (covertly) of setting fire to and/or attacking one or more bank(s) and/or checkpoints and/or security of the bank(s) and/or train by one or more other person(s),
(chat(s) on 19 May 2018 between Telegram account [Telegram account 4] and [Telegram account 5], p. 1967 et seq. and (a) chat(s) on 6 September 2018 between Telegram account [Telegram account 1] and Telegram account [Telegram account 3], p. 1053 and (a) chat(s) on 11 October 2018 between Telegram account [Telegram account 1] and Telegram account [Telegram account 6], p. 544) and/or
E.
talked (covertly) about (a) reward(s) for a person/persons for killing (a) commander/commanders and/or security forces and/or military and/or training and/or equipment and/or transportation and/or arming this/these person(s),
(chat(s) on 14 September 2018 between Telegram account [Telegram account 1] and Telegram account [Telegram account 3], p. 1053 and (a) chat(s) on 9 and 11 October 2018 between Telegram account [Telegram account 1] and Telegram account [Telegram account 6], p. 544 and (a) chat(s) on 4 and 5 July 2017 between Telegram account [Telegram account 7] and Telegram account [Telegram account 8], p. 636) and/or
F.
talked (covertly) of attacking a barracks with an oil well, or at least an oil well, with three soldiers/guards,
(chat(s) on 8 February 2017 between Telegram accounts [Telegram account 1] and [Telegram account 9], p. 575) and/or
G.
Dictum
talked (covertly) about training and/or instruction and/or (monetary) support for the purpose of one or more bloody murder attack(s) with a rifle and/or attacking a base and/or police station and the (Arab) guard(s) located there and/or shooting (from a car) a car of the base boss and filming that attack,
(chat(s) on 7 June 2017) between Telegram account [Telegram account 1] and Telegram account [Telegram account 10]', p. 579 et seq.) and (a) chat(s) on 17 June 2017 between Telegram account [Telegram account 1] and Telegram account [Telegram account 10]', p. 593 et seq.) and/or
H.
talked (covertly) of committing an attack/attacks and/or attacking Basij base/bases and/or (a) police car(s) and/or setting fire to (a) car(s) and/or making and using a Molotov cocktail/ Molotov cocktails (for the purpose of the aforementioned attack/attacks),
(chat(s) on 12 February 2018) between Telegram account [Telegram account 1] and Telegram account [Telegram account 11], p. 694 et seq.) and/or
I.
talked (covertly) about help and/or training and/or reading material and/or supplied information on choosing a person as a co-perpetrator and/or staying out of sight,
chat(s) on 21 February 2018 between Telegram accounts [Telegram account 1] and [Telegram account 12] (p. 1781 et seq.) and/or
J.
talked (covertly) of helping (a) person(s) for the purpose of this/these person’s/persons’ firing at (a) police station(s),
(chat(s) on 18 September 2018 between Telegram account [Telegram account 1] and Telegram account [Telegram account 3], p. 1054) and/or
K.
shared (a) photograph(s) of and/or talked (covertly) of a third party burning and/or firing at a (municipal) guard post and/or delivering (a) grenade/grenades and/or equipment to this person,
(chat(s) on 10 and 13 March 2018 between Telegram account [Telegram account 1] and Telegram account [Telegram account 3], p. 1070-1071) and/or
L.
talked (covertly) of using a Winchester (rifle) and causing casualties and/or taking photographs and providing names of these potential victims
(chat(s) on 30 March 2018 between Telegram account [Telegram account 1] and Telegram account [Telegram account 3], p. 1072) and/or
M.
talked (covertly) of observing and entrapping one or more target(s), or at least (a) person(s),
(chat(s) on 1 February 2017 between Telegram account [Telegram account 13] and Telegram account [Telegram account 3], p. 1081 et seq.);
N.
talked (covertly) of collecting/providing a photograph/photographs and/or video/videos and/or address details of various targets for the purpose of one or more unknown person(s) committing an assassination
(chat(s) on 6 and 7 July 2018 between Telegram account [Telegram account 1] and Telegram account [Telegram account 14], p. 752 et seq. and (a) chat(s) on 9 and 10 September 2019 between WhatsApp user [WhatsApp account 1] and WhatsApp user [WhatsApp account 2], p.948 et seq.);
O.
pledged monetary support to one or more person(s) in Iran, for the purpose of acquiring (a) weapon(s) and/or means of transport, in exchange for carrying out operations and/or setting fire to banks and/or a train,
(chat(s) on 11 May 2018 between Telegram account [Telegram account 1] and Telegram account [Telegram account 15], p. 746 and (a) chat(s) in the period from 27 November 2018 up to and including 4 December 2018 between Telegram account [Telegram account 16] and Telegram account [Telegram account 17], p. 1987 et seq. and (a) chat(s) in the period from 13 July up to and including 16 July 2019 between Telegram account [Telegram account 1] and Telegram account [Telegram account 18], p. 768 et seq. and (a) chat(s) on 15 and 16 July 2018 between Telegram account [Telegram account 1] and Telegram account [Telegram account 19], p. 777 and (a) chat(s) on 13 August 2018 between Telegram account [Telegram account 1] and Telegram account [Telegram account 20], p. 794 and (a) chat(s) on 16 and 17 October 2018 between Telegram account [Telegram account 20] and Telegram account [Telegram account 21], p. 825 et seq. and (a) chat(s) on 19 May 2018 between Telegram account [Telegram account 4] and Telegram account [Telegram account 5], p. 1967 et seq. and/or
P.
pledged monetary support to one or more person(s) in Iran, in exchange for killing Persians and/or Basij and/or police and/or Revolutionary Guard members and/or [family name] families and/or attacking a bus with engineers on board,
(chat(s) in the period from 3 September 2018 up to and including 28 October 2018 between Telegram account [Telegram account 22] and Telegram account [Telegram account 23], p. 796 et seq. and (a) chat(s) in the period from 27 October 2018 up to and including 29 November 2018 between Telegram account [Telegram account 24] and Telegram account [Telegram account 21], p. 850 et seq. and (a) chat(s) on 3 October 2018 between Telegram account [Telegram account 25] and Telegram account [Telegram account 26], p. 2064 et seq.);
As a lesser charge, insofar as the above should not or could not lead to a conviction:
in or around the period from 1 January 2017 up to and including 3 February 2020, in Delft and/or Rijswijk and/or (elsewhere) in the Netherlands and/or Denmark and/or Iran,
several times, or at least once, (on each occasion)
either alone or jointly and in conjunction with (an)other person(s),
deliberately
provided, or attempted to provide
oneself or another person
with the opportunity and/or means and/or information
to commit a terrorist offence and/or an offence in preparation and/or facilitation of a terrorist offence, within the meaning of Article 83 or Article 83b of the Criminal Code
or acquired knowledge and/or skills to do so and/or imparted this/these to (an)other(s) person(s),
after all, the accused and/or his co-perpetrator(s), together and in association with each other, or at least alone, have
for the purpose of one or more attack(s) (to be carried out) on one or more police station(s) and or one or more (municipal) guard post(s) and/or one or more checkpoint(s) and/or one or more barracks and/or one or more bank branch(es) in Iran, or at least one or more location(s) in Iran and/or on one or more member(s) of the Iranian Revolutionary Guard and/or one or more (Persian) staff member(s) and/or one or more (Persian) commander(s) and/or one or more (Persian) (security) soldier(s) and/or one or more (influential) (Persian) person(s) by using one or more hand grenade(s) and/or (an)other explosive(s) and/or one or more (hand) firearm(s) and/or one or more other weapon(s) and/or arson,
on each occasion in one or more chat(s) and/or during telephone and/or digital contact(s)/conversation(s) (via Telegram and/or WhatsApp):
A.
Dictum
shared (a) photograph(s) of and/or talked (covertly) of making (an) explosive(s) with a clock and detonator, and/or shared (a) manual(s) for the purpose of causing a chain explosion and concealing (such) explosives,
(chat(s) on 8 January 2018 between Telegram account [Telegram account 1] and Telegram account [Telegram account 2], p. 1047 et seq. and (a) chat(s) on 15 October 2017 between Telegram account [Telegram account 1] and Telegram account [Telegram account 2], p. 1100 et seq.) and/or
B.
talked (covertly) about (a) reward(s) for a person/persons for killing a commander/commanders and/or security forces and/or military and/or training and/or equipment and/or transportation and/or arming this/these person(s),
(chat(s) on 14 September 2018 between Telegram account [Telegram account 1] and Telegram account [Telegram account 3], p. 1053 and (a) chat(s) on 9 and 11 October 2018 between Telegram account [Telegram account 1] and Telegram account [Telegram account 6], p. 544 and (a) chat(s) on 4 and 5 July 2017 between Telegram account [Telegram account 7] and Telegram account [Telegram account 8], p. 636) and/or
C.
talked (covertly) about training and/or instruction and/or (monetary) support for the purpose of one or more bloody murder attack(s) with a rifle and/or attacking a base and/or police station and the (Arab) guard(s) located there and/or shooting (from a car) a car of the base boss and filming that attack,
(chat(s) on 7 June 2017) between Telegram account [Telegram account 1] and Telegram account [Telegram account 10]', p. 579 et seq.) and (a) chat(s) on 17 June 2017 between Telegram account [Telegram account 1] and Telegram account [Telegram account 10]', p. 593 et seq.) and/or
D.
talked (covertly) about help and/or training and/or reading material and/or supplied information on choosing a person as a co-perpetrator and/or staying out of sight,
chat(s) on 21 February 2018 between Telegram accounts [Telegram account 1] and [Telegram account 12] (p. 1781 et seq.) and/or
E.
talked (covertly) of helping (a) person(s) for the purpose of this/these person’s/persons’ firing at (a) police station(s),
(chat(s) on 18 September 2018 between Telegram account [Telegram account 1] and Telegram account [Telegram account 3], p. 1054) and/or
F.
shared (a) photograph(s) of and/or talked (covertly) of a third party burning and/or firing at a (municipal) guard post and/or delivering (a) grenade/grenades and/or equipment to this person,
(chat(s) on 10 and 13 March 2018 between Telegram account [Telegram account 1] and Telegram account [Telegram account 3], p. 1070-1071) and/or
G.
talked (covertly) of observing and entrapping one or more target(s), or at least (a) person(s),
(chat(s) on 1 February 2017 between Telegram account [Telegram account 13] and Telegram account [Telegram account 3], p. 1081 et seq.);
H.
talked (covertly) of collecting/providing a photograph/photographs and/or video/videos and/or address details of various targets for the purpose of one or more unknown person(s) committing an assassination,
(chat(s) on 6 and 7 July 2018 between Telegram account [Telegram account 1] and Telegram account [Telegram account 14], p. 752 et seq. and (a) chat(s) on 9 and 10 September 2019 between WhatsApp user [WhatsApp account 1] and WhatsApp user [WhatsApp account 2], p.948 et seq.);
I.
pledged monetary support to one or more person(s) in Iran, for the purpose of acquiring (a) weapon(s) and/or means of transport, in exchange for carrying out operations and/or setting fire to banks and/or a train,
(chat(s) on 11 May 2018 between Telegram account [Telegram account 1] and Telegram account [Telegram account 15], p. 746 and (a) chat(s) in the period from 27 November 2018 up to and including 4 December 2018 between Telegram account [Telegram account 16] and Telegram account [Telegram account 17], p. 1987 et seq. and (a) chat(s) in the period from 13 July up to and including 16 July 2019 between Telegram account [Telegram account 1] and Telegram account [Telegram account 18], p. 768 et seq. and (a) chat(s) on 15 and 16 July 2018 between Telegram account [Telegram account 1] and Telegram account [Telegram account 19], p. 777 and (a) chat(s) on 13 August 2018 between Telegram account [Telegram account 1] and Telegram account [Telegram account 20], p. 794 and (a) chat(s) on 16 and 17 October 2018 between Telegram account [Telegram account 20] and Telegram account [Telegram account 21], p. 825 et seq. and (a) chat(s) on 19 May 2018 between Telegram account [Telegram account 4] and Telegram account [Telegram account 21], p. 1967 et seq. and/or
4
in or around the period from 1 January 2017 up to and including 3 February 2020, in Delft and/or Rijswijk and/or (elsewhere) in the Netherlands and/or Denmark and/or Iran,
either alone or jointly and in conjunction with (an)other person(s),
several times, or at least once
(on each occasion)
deliberately
provided himself and/or another person
with resources and/or information,
which in whole or in part, directly or indirectly
served to provide monetary support for the commission of a terrorist offence (within the meaning of Article 83 of the Criminal Code) and/or an offence preparing or facilitating a terrorist offence (within the meaning of Article 83b of the Criminal Code) or for the commission of one of the offences described in Article 421 paragraph 1 under b of the Criminal Code, by
(an) amount(s) of money of 30 and 6 million Iranian rial (converted on 8 October 2018 to 747.49 euros), for the benefit of Telegram user [Telegram account 26] to purchase (a) rifle(s) and/or setting fire to (a) bank(s) and/or paying an unknown third party to set fire to (a) bank(s)] (official report of findings LERCA19030-495 p. 2147 et seq.) and/or
(an) amount(s) of money of 80 million and 550 thousand Iranian rial, for the benefit of Telegram-using [person concerned 4] and/or [person concerned 5] to purchase a 'shotgun' to 'do good work' (official report of findings LERCA19030-495 p. 2152 et seq.) and/or
(an) amount(s) of money of 60 million Iranian rial (in total), for the benefit of Whatsapp user [whatsapp account 3] to purchase a 'shotgun' and strike targets (official report of findings LERCA19030-495 p.
Dictum
2153 et seq.)
to send (have sent) through hawala banking, or at least through one or more (partly) unknown (intermediary) persons to the abovementioned person(s), or at least to have one or more amounts of money sent through hawala banking, or at least through one or more (partly) unknown (intermediary) persons, to one or more person(s) in Iran, while that/those amount(s) of money were (on each occasion) intended to provide monetary support for one or more attack(s) (to be committed) by that/those person(s) in Iran on one or more police station(s) and or one or more (municipal) guard post(s) and/or one or more checkpoint(s) and/or one or more bank branch(es) in Iran, or at least one or more location(s) in Iran and/or on one or more member(s) of the Iranian Revolutionary Guard and/or one or more (Persian) staff member(s) and/or one or more (Persian) commander(s) and/or one or more (Persian) (security) soldier(s) and/or one or more (influential) (Persian) person(s) by using one or more hand grenade(s) and/or other explosive(s) and/or one or more (hand) firearm(s) and/or one or more other weapon(s) and/or arson, or at least for the benefit of the Ahwazi armed struggle against the Iranian government, in which struggle terrorist offences are committed and/or thus serve(d) to provide monetary support and/or means to that armed struggle in Iran, or in any case to provide monetary support and/or means for the commission of a terrorist offence or an offence to prepare or facilitate a terrorist offence.
Annex 2 – Declaration of charges proven
1
in or aroundthe period from 1 January 2017 up to and including 3 February 2020, in Delft and/or Rijswijk and/or (elsewhere)in the Netherlands and/or Denmark and/or Iran,
either alone or jointly and in conjunction with (an)other person(s),
participated in an organisation consisting of a partnership of natural persons,
namely, (inter alia) [person concerned 1] and/or [person concerned 2] and/or [person concerned 3] and/or one or more unknown third party/parties,
an organisation whose intent it was to commit terrorist offences, namely,
A. arson and/or causing an explosion, this constituting a general danger to property and/or danger of grievous bodily harm and/or danger to the life of another person, and this act resulting in someone's death (within the meaning of Article 157 Criminal Code) (to be) committed with terrorist intent (within the meaning of Article 176a Criminal Code), and/or
B. manslaughter (to be) committed with terrorist intent (within the meaning of Article 288a of the Criminal Code) and/or;
C. murder (to be) committed with terrorist intent (within the meaning of Article 289 in conjunction with Article 83 of the Criminal Code) and/or;
D. conspiracy and/or deliberate preparation of and/or abetment to commit the aforementioned offences (within the meaning of Articles 176b and/or 289a and/or 96, paragraph 2) and/or;
E. possession of one or more category II and/or III weapons and/or ammunition (within the meaning of Article 26, paragraph 1 of the Weapons and Ammunition Act) (to be) committed with terrorist intent and/or with the intent to prepare or facilitate a terrorist offence (within the meaning of Article 55, paragraph 1 and/or paragraph 5 of the Weapons and Ammunition Act);
2
in or aroundthe period from 1 January 2017 up to and including 3 February 2020 in Delft and/or Rijswijk and/or (elsewhere)in the Netherlands and/or Denmark and/or Iran,
either alone or jointly and in conjunction with (an)other person(s),
participated in an organisation consisting of a partnership of natural persons, namely, (inter alia) [person concerned 1] and/or [person concerned 2] and/or [person concerned 3] and/or one or more unknown third party/parties,
an organisation whose intent it was to commit offences, namely,
A. intentionally providing or attempting to provide oneself or another person with the opportunity, means or information to commit a terrorist offence or an offence in preparation or facilitation of a terrorist offence, or acquiring or imparting to another person knowledge or skills to do so (within the meaning of Article 134a of the Criminal Code), and/or
B. financing terrorism (within the meaning of Article 421 of the Criminal Code);
3
3. Primary chargesin or aroundthe period from 1 January 2017 up to and including 3 February 2020, in Delft and/or Rijswijk and/or (elsewhere)in the Netherlands and/or Denmark and/or Iran,
several times, or at least once, (on each occasion)
either alone or jointly and in conjunction with (an)other person(s),
to prepare and/or promote,
with the intent to commit (an) offence(s) described in Article 83 and/or 157 and/or 176a and/or 176b and/or 289(a) and/or 288a of the Criminal Code, namely:
(to) commit murder and/or manslaughter with terrorist intent, and/or
intentionally committing arson and/or causing an explosion, this constituting a general danger to property and/or danger of grievous bodily harm and/or danger to the life of another person, (to be) committed with terrorist intent,
13. induced/attempted to induce another to commit, cause to be committed or assist in committing the offence and/or to assist in doing so and/or to provide the opportunity, means or information to do so and/or
13. provided/attempted to provide himself and/or others with the opportunity, means and/or information to commit the offence and/or
13. possessed one or more objects, which he knew were intended for the commission of the offence and/or
13. prepared or held plans for the execution of the offence, which were intended to be communicated to others
after all, the accused and/or his co-perpetrator(s), together and in association with each other, or at least alone, have (on each occasion)
for the purpose of one or more attack(s) (to be carried out) on one or more police station(s) and or one or more (municipal) guard post(s) and/or one or more checkpoint(s) and/or one or more barracks and/or one or more bank branch(es) in Iran, or at least one or more location(s) in Iran and/or on one or more member(s) of the Iranian Revolutionary Guard and/or one or more (Persian) staff member(s) and/or one or more (Persian) commander(s) and/or one or more (Persian) (security) soldier(s) and/or one or more (influential) (Persian) person(s) by using one or more hand grenade(s) and/or other explosive(s) and/or one or more (hand) firearm(s) and/or one or more other weapon(s) and/or arson,
on each occasion in one or more chat(s)
and/or during telephone
and/or digital contact(s)
/conversation(s)
(via Telegram and/or WhatsApp):
A.
shared
(a)
photograph
(
s
)
of and
/or
talked (covertly) of making (an) explosive(s) with a clock and detonator, and
/or
shared
(
a
)
manual
(s)
for the purpose of causing a chain explosion and concealing
(such)
explosives,
(chat(s) on 8 January 2018 between Telegram account [Telegram account 1] and Telegram account [Telegram account 2], p. 1047 et seq. and (a) chat(s) on 15 October 2017 between Telegram account [Telegram account 1] and Telegram account [Telegram account 2], p. 1100 et seq.) and/or
B.
Dictum
talked (covertly) about and
/or
gave instructions regarding (a) target(s) of one or more attack(s)
(
to be committed
) (
by
another/
others
)
,
(chat(s) on 17 August 2018 between Telegram account [Telegram account 1], and Telegram account [Telegram account 3], p. 1051) and/or
C.
talked (covertly) of obtaining bullets and
/or one or more
weapon
(
s
)
for one or more other person(s),
(chat(s) on 19 August 2018 and 4 September 2018 between Telegram account [Telegram account 1] and Telegram account [Telegram account 3], p. 1052) and/or
D.
talked (covertly) of setting fire to and/or attacking
one or more
bank
(
s
)
and
/or
checkpoints and
/or
security of
the
bank
(
s
)
and
/or
a
train by one or more other person(s),
(chat(s) on 19 May 2018 between Telegram account [Telegram account 4] and [Telegram account 5], p. 1967 et seq. and (a) chat(s) on 6 September 2018 between Telegram account [Telegram account 1] and Telegram account [Telegram account 3], p. 1053 and (a) chat(s) on 11 October 2018 between Telegram account [Telegram account 1] and Telegram account [Telegram account 6], p. 544) and/or
E.
talked (covertly) about (a) reward(s) for (a) person/persons for killing (a)
commander/
commanders and/or security forces and/or military and
/or
training
and/or equipment
and/or transportation and/or arming this/these person(s),
(chat(s) on 14 September 2018 between Telegram account [Telegram account 1] and Telegram account [Telegram account 3], p. 1053 and (a) chat(s) on 9 and 11 October 2018 between Telegram account [Telegram account 1] and Telegram account [Telegram account 6], p. 544 and (a) chat(s) on 4 and 5 July 2017 between Telegram account [Telegram account 7] and Telegram account [Telegram account 8], p. 636) and/or
F.
talked (covertly) of attacking a barracks with an oil well
, or at least an oil well,
with three soldiers/guards,
(chat(s) on 8 February 2017 between Telegram accounts [Telegram account 1] and [Telegram account 9], p. 575) and/or
G.
talked (covertly) about training and/or instruction and/or
(monetary)
support for the purpose of one or more bloody murder attack(s) with a rifle and/or attacking a base and/or police station and the (Arab) guard(s) located there
and/or shooting (from a car) a car of the base boss
and filming that attack,
(chat(s) on 7 June 2017) between Telegram account [Telegram account 1] and Telegram account [Telegram account 10]', p. 579 et seq.) and (a) chat(s) on 17 June 2017 between Telegram account [Telegram account 1] and Telegram account [Telegram account 10]', p. 593 et seq.) and/or
H.
talked (covertly) of committing an attack/attacks and/or attacking Basij base/bases and/or (a) police car(s) and/or setting fire to (a) car(s) and/or making and using a Molotov cocktail/ Molotov cocktails (for the purpose of the aforementioned attack/attacks),
(chat(s) on 12 February 2018) between Telegram account [Telegram account 1] and Telegram account [Telegram account 11], p. 694 et seq.) and/or
I.
talked (covertly) about help and/or training and/or reading material and/or supplied information on choosing a person as a co-perpetrator and/or staying out of sight,
chat(s) on 21 February 2018 between Telegram accounts [Telegram account 1] and [Telegram account 12] (p. 1781 et seq.) and/or
J.
talked (covertly) of helping (a) person(s) for the purpose of this/these person’s/persons’ firing at (a) police station(s),
(chat(s) on 18 September 2018 between Telegram account [Telegram account 1] and Telegram account [Telegram account 3], p. 1054) and/or
K.
shared (a) photograph(s) of and/or talked (covertly) of a third party burning and/or firing at a (municipal) guard post and/or delivering (a) grenade/grenades and/or equipment to this person,
(chat(s) on 10 and 13 March 2018 between Telegram account [Telegram account 1] and Telegram account [Telegram account 3], p. 1070-1071) and/or
L.
talked (covertly) of using a Winchester (rifle) and causing casualties and/or taking photographs and providing names of these potential victims
(chat(s) on 30 March 2018 between Telegram account [Telegram account 1] and Telegram account [Telegram account 3], p. 1072) and/or
M.
talked (covertly) of observing and entrapping one or more target(s), or at least (a) person(s),
(chat(s) on 1 February 2017 between Telegram account [Telegram account 13] and Telegram account [Telegram account 3], p. 1081 et seq.);
and
N.
talked (covertly) of collecting/providing a photograph/photographs and/or video/videos and/or address details of various targets for the purpose of one or more unknown person(s) committing an assassination
(chat(s) on 6 and 7 July 2018 between Telegram account [Telegram account 1] and Telegram account [Telegram account 14], p. 752 et seq. and (a) chat(s) on 9 and 10 September 2019 between WhatsApp user [WhatsApp account 1] and WhatsApp user [WhatsApp account 2], p.948 et seq.);
and
O.
pledged monetary support to one or more person(s) in Iran, for the purpose of acquiring (a) weapon(s) and/or means of transport, in exchange for carrying out operations and/or setting fire to banks and/or a train,
(chat(s) on 11 May 2018 between Telegram account [Telegram account 1] and Telegram account [Telegram account 15], p. 746 and (a) chat(s) in the period from 27 November 2018 up to and including 4 December 2018 between Telegram account [Telegram account 16] and Telegram account [Telegram account 17], p. 1987 et seq. and (a) chat(s) in the period from 13 July up to and including 16 July 2019 between Telegram account [Telegram account 1] and Telegram account [Telegram account 18], p. 768 et seq. and (a) chat(s) on 15 and 16 July 2018 between Telegram account [Telegram account 1] and Telegram account [Telegram account 19], p. 777 and (a) chat(s) on 13 August 2018 between Telegram account [Telegram account 1] and Telegram account [Telegram account 20], p. 794 and (a) chat(s) on 16 and 17 October 2018 between Telegram account [Telegram account 20] and Telegram account [Telegram account 21], p. 825 et seq. and (a) chat(s) on 19 May 2018 between Telegram account [Telegram account 4] and Telegram account [Telegram account 5], p. 1967 et seq. and/or
P.
Dictum
pledged monetary support to one or more person(s) in Iran, in exchange for killing Persians and/or Basij and/or police and/or Revolutionary Guard members
and/or [family name] families
and/or attacking a bus with engineers on board,
(chat(s) in the period from 3 September 2018 up to and including 28 October 2018 between Telegram account [Telegram account 22] and Telegram account [Telegram account 23], p. 796 et seq. and (a) chat(s) in the period from 27 October 2018 up to and including 29 November 2018 between Telegram account [Telegram account 24] and Telegram account [Telegram account 21], p. 850 et seq. and (a) chat(s) on 3 October 2018 between Telegram account [Telegram account 25] and Telegram account [Telegram account 26], p. 2064 et seq.);
4
in or aroundthe period from 1 January 2017 up to and including 3 February 2020, in Delft and/or Rijswijk and/or (elsewhere)in the Netherlands and/or Denmark and/or Iran,
either alone or jointly and in conjunction with (an)other person(s),
several times, or at least once
(on each occasion)
deliberately
provided himself and/or another person
with means and/or information,
which in whole or in part, directly or indirectly
served to provide monetary support for the commission of a terrorist offence (within the meaning of Article 83 of the Criminal Code) and/or an offence preparing or facilitating a terrorist offence (within the meaning of Article 83b of the Criminal Code) or for the commission of one of the offences described in Article 421(1)(b) of the Criminal Code,
(an) amount(s) of money of 30 and 6 million Iranian rial (on 8 October 2018, converted to 747.49 euros), for the benefit of Telegram user [Telegram account 26] to purchase (a) rifle(s) and/or setting fire to (a) bank(s) and/or paying an unknown third party to set fire to (a) bank(s)] (official report of findings LERCA19030-495 p. 2147 et seq.) and/or
(an) amount(s) of money of 80 million and 550 thousand Iranian rial, for the benefit of Telegram-using [person concerned 4] and/or [person concerned 5] to purchase a 'shotgun' to 'do good work' (official report of findings LERCA19030-495 p. 2152 et seq.) and/or
(an) amount(s) of money of 60 million Iranian rial (in total), for the benefit of Whatsapp user [whatsapp account 3] to purchase a 'shotgun' and strike targets (official report of findings LERCA19030-495 p. 2153 et seq.)
to send (have sent) through hawala banking, or at least through one or more (partly) unknown (intermediary) persons to the abovementioned person(s), or to have one or more amounts of money sent through hawala banking, or at least through one or more (partly) unknown (intermediary) persons, to one or more person(s) in Iran, while that/those amount(s) of money were (on each occasion) intended to provide monetary support for one or more attack(s) (to be committed) by that/those person(s) in Iran on one or more police station(s) and or one or more (municipal) guard post(s) and/or one or more checkpoint(s) and/or one or more bank branch(es) in Iran, or at least one or more location(s) in Iran and/or on one or more member(s) of the Iranian Revolutionary Guard and/or one or more (Persian) staff member(s) and/or one or more (Persian) commander(s) and/or one or more (Persian) (security) soldier(s) and/or one or more (influential) (Persian) person(s) by using one or more hand grenade(s) and/or (an)other explosive(s) and/or one or more (hand) firearm(s) and/or one or more other weapon(s) and/or arson, or at least for the benefit of the Ahwazi armed struggle against the Iranian government, in which struggle terrorist offences are committed and/or thus serve(d) to provide monetary support and/or means to that armed struggle in Iran, or in any case to provide monetary support and/or means for the commission of a terrorist offence or an offence to prepare or facilitate a terrorist offence.