Rechtspraak Gerechtshof Den Haag 2018-10-15
ECLI:NL:GHDHA:2018:3193
Strafrecht
Rolnummer: 22-000791-18 Parketnummers: 09-008142-18 en 09-171013-17 Datum uitspraak: 15 oktober 2018 TEGENSPRAAK Gerechtshof Den Haag meervoudige kamer voor strafzaken Arrest gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Den Haag van 12 februari 2018 in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortejaar] 1997, thans zonder vaste woon- of verblijfplaats, ter terechtzitting in hoger beroep opgegeven verblijfsadres [adres]. Onderzoek van de zaak Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op 1 oktober 2018. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht. Procesgang In eerste aanleg is de verdachte ter zake van de dagvaarding met parketnummer 09-171013-17 veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 290,-, subsidiair 5 dagen vervangende hechtenis en ter zake van de dagvaarding met parketnummer 09-008142-18 veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van € 200,-, subsidiair 4 dagen vervangende hechtenis. Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: Zaak met parketnummer 09-008142-18: hij op of omstreeks 12 januari 2018 te 's-Gravenhage opzettelijk twee, althans ambtena(a)r(en), te weten [aangever 1] (hoofdagent van politie Eenheid Den Haag) en/of [aangever 2] (brigadier van politie Eenheid Den Haag), gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/hun bediening, in diens/dier tegenwoordigheid, mondeling en/of door een feitelijkheid heeft beledigd, door - hem/hen de woorden (al dan niet schreeuwend) toe te voegen: 'kurwa', althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of - een of meerdere malen zijn middelvinger in de richting van die [aangever 1] en/of [aangever 2] heeft opgestoken; Zaak met parketnummer 09-171013-17 (ter terechtzitting gevoegd): hij op of omstreeks 03 september 2017 te 's-Gravenhage een busje pepperspray, zijnde een wapen van de categorie II, heeft gedragen. Vordering van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden bevestigd. Het vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering. Verzoek om verwijzing De verdediging heeft ter terechtzitting in hoger beroep in de zaak met parketnummer 09-171013-17 primair om verwijzing verzocht naar de kantonrechter. De politierechter zou niet bevoegd zijn geweest om deze zaak te behandelen aangezien het een overtreding betreft. De advocaat-generaal heeft zich niet verzet tegen het verzoek om verwijzing. Het hof overweegt hieromtrent als volgt. De dagvaarding met parketnummer 09-171013-17 bevat één ten laste gelegd feit, welk feit een overtreding is. Een overtreding moet ingevolge artikel 382 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) voor de kantonrechter worden vervolgd. De dagvaarding was echter aangebracht bij de politierechter. Artikel 349 lid 2 Sv bepaalt dat in een dergelijke omstandigheid de politierechter het feit op verzoek van de verdachte of ambtshalve “kan” verwijzen naar de kantonrechter. De politierechter heeft derhalve een discretionaire bevoegdheid en is niet verplicht om tot verwijzing over te gaan. Het hof is van oordeel dat er onvoldoende termen aanwezig zijn om terug te wijzen naar de kantonrechter, nu er geen andere argumenten door de verdediging zijn aangevoerd dan dat een eventuele veroordeling door een kantonrechter, mede gelet op de vermelding daarvan op het strafblad van de verdachte, te verkiezen valt boven een veroordeling door de politierechter. Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: Zaak met parketnummer 09-008142-18: hij op of omstreeks 12 januari 2018 te 's-Gravenhage opzettelijk twee, althans ambtena(a)r(en), te weten [aangever 1] (hoofdagent van politie Eenheid Den Haag) en/of [aangever 2] (brigadier van politie Eenheid Den Haag), gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/hun bediening, in diens/dier tegenwoordigheid, mondeling en/of door een feitelijkheid heeft beledigd, door - hem/hen de woorden het woord (al dan niet schreeuwend) toe te voegen: 'kurwa', althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of - een of meerdere malen zijn middelvinger in de richting van die [aangever 1] en/of [aangever 2] heeft opgestoken; Zaak met parketnummer 09-171013-17 (ter terechtzitting gevoegd): hij op of omstreeks 03 september 2017 te 's-Gravenhage een busje pepperspray, zijnde een wapen van de categorie II, heeft gedragen. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. Bewijsvoering Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring. In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht. Nadere bewijsoverweging De raadsvrouw heeft zich ter terechtzitting in hoger beroep met betrekking tot de zaak met parketnummer 09-171013-17 op het standpunt gesteld dat uit het proces-verbaal van de politie niet blijkt dat het de verdachte is geweest die een busje pepperspray bij zich heeft gehad, derhalve kan dit feit niet worden bewezen. Met betrekking tot de zaak met parketnummer 09-008142-18 heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat het door de verdachte gebruikte woord ‘kurwa’ niet als belediging was bedoeld en door de verbalisanten niet als beledigend kan zijn ervaren nu niet is gebleken dat zij de Poolse taal machtig zijn, dan wel de betekenis van dit Poolse woord kennen en de eventueel beledigende strekking van het woord niet algemeen bekend is. Naar het oordeel van de raadsvrouw dient vrijspraak te volgen. Het hof overweegt hieromtrent als volgt. Ten aanzien van de tenlastelegging met parketnummer 09-171013-17: Uit het proces-verbaal van verhoor van de getuige [getuige], beveiliger, d.d. 3 september 2017 blijkt dat toen hij twee jongens bij bar/dancing Picasso fouilleerde bij één van hen een busje pepperspray wordt aangetroffen. De getuige omschrijft deze persoon als de langere van de twee met een tenger postuur en een blauwe jas aan. De andere verdachte is een kleiner persoon met een stevig postuur en een legertrui aan. De getuige doet hiervan melding bij de politie. Kort na de melding worden de twee verdachten door de politie gesignaleerd. Het hof: Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht: Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 09-008142-18 en in de zaak met parketnummer 09-171013-17 ten laste gelegde heeft begaan. Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart het in de zaak met parketnummer 09-008142-18 en in de zaak met parketnummer 09-171013-17 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar. Ten aanzien van het bewezen verklaarde in de zaak met parketnummer 09-008142-18: Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 200,00 (tweehonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 4 (vier) dagen hechtenis. Ten aanzien van het bewezen verklaarde in de zaak met parketnummer 09-171013-17: Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 290,00 (tweehonderdnegentig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 (vijf) dagen hechtenis. Dit arrest is gewezen door mr. A.J.M. Kaptein, mr. H.M.D. de Jong en mr. F.W. van Lottum, in bijzijn van de griffier mr. M.S. Ferenczy. Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 15 oktober 2018.