Rechtspraak Gerechtshof Den Haag 2017-12-13
ECLI:NL:GHDHA:2017:4126
GERECHTSHOF DEN HAAG Afdeling Civiel recht Uitspraak : 13 december 2017 Zaaknummer : 200.219.169/01 Rekestnummer rechtbank : EJ VERZ 17-82210 Zaaknummer rechtbank : 5750901 [appellant] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , wonende te [woonplaats] , verzoeker in hoger beroep, hierna te noemen: de rechthebbende, advocaat mr. W.G. Nieman te Leiden. Als belanghebbende zijn aangemerkt: 1. de Stichting [A-Stichting] , gevestigd te [plaatsnaam] , hierna te noemen: [A-Stichting] ; 2. [naam 1] , gevestigd te [plaats] , hierna te noemen: de bewindvoerder. PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP De rechthebbende is op 10 juli 2017 in hoger beroep gekomen van een beschikking van 12 april 2017 van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Leiden (verder: de bestreden beschikking). Bij het hof zijn daarna de volgende stukken ingekomen: van de zijde van de rechthebbende: op 19 september 2017 een brief van 15 september 2017 met bijlage; op 3 november 2017 een brief van 2 november 2017 met bijlage; van de zijde van de bewindvoerder: - op 15 september 2017 een brief van 14 september 2017 met bijlage. De zaak is op 8 november 2017 mondeling behandeld. Ter zitting waren aanwezig: de rechthebbende, bijgestaan door zijn advocaat; [naam 2] namens [A-Stichting] ; de bewindvoerder; Tevens is verschenen [naam 3] , schrijftolk. Bijzondere toegang tot de zitting is verleend aan [naam 4] , de mentor van de rechthebbende. PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN Voor het procesverloop en de beslissing in eerste aanleg verwijst het hof naar de bestreden beschikking. Bij die beschikking zijn de goederen die (zullen) toebehoren aan de rechthebbende onder bewind gesteld wegens zijn lichamelijke of geestelijke toestand en is de bewindvoerder benoemd. Daarbij is bepaald dat het bewind wordt ingeschreven in het openbaar Centraal Curatele- en bewindregister. Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten, voor zover daar in hoger beroep geen grief tegen is gericht. BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP 1. In geschil zijn de onderbewindstelling van de goederen die (zullen) toebehoren aan de rechthebbende, de inschrijving van het bewind in het openbare Centraal Curatele- en bewindregister en de persoon van de bewindvoerder. 2. De rechthebbende verzoekt het hof: primair de bestreden beschikking te vernietigen en het inleidend verzoek alsnog af te wijzen; subsidiair de bestreden beschikking te bekrachtigen voor wat betreft de uitspraak van het beschermingsbewind, maar tot bewindvoerder te benoemen [A BV] , [naam 5] , [adres] . 3. De bewindvoerder verzet zich niet tegen het subsidiaire verzoek. De onderbewindstelling 4. De rechthebbende stelt voorop dat hij niet gehoord is voorafgaand aan de instelling van het bewind. De rechthebbende heeft het idee dat er over in plaats van met hem is beslist, hetgeen zijn vertrouwen in de bewindvoering ondermijnt. De rechthebbende stelt voorts dat de bestreden beschikking niet behoorlijk gemotiveerd is, waardoor het de rechthebbende niet duidelijk is op welke gronden de rechtbank tot haar oordeel is gekomen. Dat maakt acceptatie van de bestreden beschikking lastig. De rechthebbende voert daarnaast aan dat hij altijd in staat is geweest zijn eigen boontjes te doppen. Hij is hoogopgeleid en hij is zakenman geweest. De rechthebbende stelt dat de over hem opgemaakte medische rapportages niet valide zijn, nu die rapportages steunen op testen die zijn afgenomen in een periode dat hij door lichamelijke problemen verzwakt en labiel was. De rechthebbende vraagt zich dan ook af of bewind nodig is. De rechthebbende doet al zijn betalingen nog zelf en de problemen met de fiscus zijn opgelost. Mogelijk dat vrijwillige hulp dan ook volstaat. 5. Het hof overweegt als volgt. Op grond van artikel 1:431, eerste lid, Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kantonrechter indien een meerderjarige tijdelijk of duurzaam niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen, als gevolg van zi Aangezien inschrijving van een bewind in het register ertoe kan leiden dat de wederpartij het bewind had behoren te kennen, is de meerwaarde van de inschrijving in het register erin gelegen dat de bewindvoerder de ongeldigheid van een door de rechthebbende verrichte rechtshandeling aan de wederpartij kan tegenwerpen. Dit betekent dat de extra bescherming van de inschrijving van het bewind in het register (alleen) geboden is in die gevallen waarin het gevaar bestaat dat de rechthebbende, ondanks het bewind, voor hem nadelige rechtshandelingen zal verrichten. 14. Naar het oordeel van het hof is in onderhavige zaak het gevaar dat de rechthebbende ondanks het bewind voor hem nadelige rechtshandelingen zal verrichten niet, althans in zeer beperkte mate, aanwezig. Dit zeer beperkte risico rechtvaardigt naar het oordeel van het hof niet de inperking van de privacy die de registratie van het bewind voor de rechthebbende meebrengt. Het hof zal de bestreden beschikking dan ook vernietigen voor zover daarin is bepaald dat het bewind in het openbare Centraal Curatele- en bewindregister wordt ingeschreven. De persoon van de bewindvoerder 15. De rechthebbende verzoekt het hof subsidiair om - indien het hof de gronden voor het bewind aanwezig acht - een andere bewindvoerder te benoemen, namelijk [naam 7] van [A BV] . De advocaat van de rechthebbende heeft ter terechtzitting verklaard dat het wel klikt tussen de rechthebbende en de huidige bewindvoerder, maar dat de huidige bewindvoerder om medische redenen het bewind niet kan voortzetten. 16. De bewindvoerder heeft bevestigd dat zij het bewind niet kan voortzetten en het hof verzocht om haar te ontslaan van haar taak. 17. Het hof overweegt als volgt. Op grond van artikel 1:448, tweede lid, BW wordt een bewindvoerder ontslag verleend hetzij op eigen verzoek, hetzij wegens gewichtige redenen of omdat hij niet meer voldoet aan de eisen om bewindvoerder te kunnen worden. Het hof zal het verzoek van de bewindvoerder om ontslag derhalve toewijzen. 18. Op grond van artikel 1:435, derde lid, BW volgt de rechter bij de benoeming van een bewindvoerder de uitdrukkelijke voorkeur van de rechthebbende, tenzij gegronde redenen zich tegen zodanige benoeming verzetten. Het hof zal [naam 7] [A BV] tot opvolgend bewindvoerder benoemen, nu zij zich bereid heeft verklaard de bewindvoering op zich te nemen en niet is gebleken van enige redenen die zich tegen deze benoeming verzetten. 19. Dit leidt tot de volgende beslissing. BESLISSING OP HET HOGER BEROEP Het hof: vernietigt de bestreden beschikking voor zover daarin is bepaald dat het bewind wordt ingeschreven in het openbaar Centraal Curatele- en bewindregister; bekrachtigt de bestreden beschikking voor wat betreft het ingestelde bewind en de benoeming van de bewindvoerder; ontslaat met ingang van heden op grond van artikel 1:448, tweede lid, BW [naam 1] voornoemd op eigen verzoek als bewindvoerder over alle goederen die (zullen) toebehoren aan de rechthebbende; benoemt met ingang van heden tot bewindvoerder over de bij de bestreden beschikking onder bewind gestelde goederen, die toebehoren of zullen toebehoren aan de rechthebbende, [naam 7] van [A BV] , gevestigd aan de [adres] ; bepaalt dat de voormalig bewindvoerder eindrekening en eindverantwoording over het gevoerde bewind dient af te leggen aan de opvolgend bewindvoerder; stelt vast dat de voormalig bewindvoerder gerechtigd is om voor het opmaken van de eindrekening en -verantwoording een eenmalige vergoeding in rekening te brengen conform artikel 3 lid 5 sub d van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren van € 194,80; stelt vast dat de opvolgend bewindvoerder gerechtigd is om maandelijks voor de werkzaamheden een vergoeding in rekening te brengen, als beloning zoals vermeld in artikel 3 lid 2 sub a van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren; verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad; verzoekt de griffier krachtens het bepaalde in artikel 1:391 B