Rechtspraak Gerechtshof Den Haag 2017-12-19
ECLI:NL:GHDHA:2017:3798
GERECHTSHOF DEN HAAG Team Belastingrecht meervoudige kamer nummer BK-17/00653 uitspraak van 19 december 2017 in het geding tussen: [X] te [Z] , belanghebbende, en de heffingsambtenaar van de belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland , de heffingsambtenaar, op het hoger beroep van de heffingsambtenaar tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag (de Rechtbank) van 24 mei 2017, nummer SGR 17/279, betreffende de onder 1.1 vermelde naheffingsaanslag. Naheffingsaanslag, bezwaar en geding in eerste aanleg 1.1. De heffingsambtenaar heeft belanghebbende op 6 mei 2016 de onder 3.3 vermelde naheffingsaanslag in de parkeerbelastingen van de gemeente [Z] opgelegd. 1.2. De heffingsambtenaar heeft het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. 1.3. Belanghebbende heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld bij de Rechtbank. De Rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd, de naheffingsaanslag vernietigd, de heffingsambtenaar veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van € 987 en de heffingsambtenaar opgedragen het griffierecht van € 46 aan de belanghebbende te vergoeden. Loop van het geding in hoger beroep 2.1. De heffingsambtenaar heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank hoger beroep ingesteld. Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend. 2.2. De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad ter zitting van het Hof van 23 november 2017. De heffingsambtenaar is verschenen. Belanghebbende, die door de griffier bij aangetekende brief, verzonden op 1 november 2017, onder vermelding van plaats, datum en tijdstip is uitgenodigd om op de zitting te verschijnen, heeft niet om uitstel van de zitting verzocht en is daar zonder bericht niet verschenen. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt. Vaststaande feiten 3.1. Op 6 mei 2016 om 20:19 uur stond een auto met kenteken [A] geparkeerd in de [Y] te [Z] . Voor het parkeren van een voertuig in de [Y] is ingevolge de Verordening parkeerbelastingen 2016 van de gemeente [Z] en de daarbij behorende Tarieventabel parkeerbelasting verschuldigd. 3.2. Belanghebbende is sinds 19 april 2016 eigenaar van een auto met het onder 3.1 genoemde kenteken. Ten tijde van het parkeren was een auto met dit kenteken op naam van belanghebbende ingeschreven in het kentekenregister, bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994. 3.3. Aan belanghebbende is op 6 mei 2016 een naheffingsaanslag in de parkeerbelastingen opgelegd. Op 28 mei 2016 heeft de heffingsambtenaar een duplicaat van de naheffingsaanslag aan belanghebbende gezonden. In het duplicaat is onder meer het volgende vermeld: “datum en tijdstip : 06-05-2016 20:19 kosten naheffing € 60,00 plaats van constatering : [Y] [Z] tarief parkeerheffing € 3,90 kenteken : [A] merk : [B] belastbaar feit: : GEEN GELDIG PARKEERRECHT”. 3.4. Op 6 september 2013 zijn voor het kenteken [A] kentekenplaten met duplicaatcode 1 afgegeven. Op 19 oktober 2016 zijn voor dit kenteken opnieuw kentekenplaten afgegeven, ditmaal met duplicaatcode 2. 3.5. De parkeercontroleur die het parkeren op 6 mei 2016 heeft geconstateerd, heeft toen ook foto’s van de auto gemaakt. Eén foto toont de kentekenplaat met het kenteken [A] zonder duplicaatcode boven het eerste liggende streepje. De andere foto toont de voorruit van de auto; door de voorruit is onder meer de achteruitkijkspiegel en een daaraan opgehangen zogeheten ‘geurboompje’ te zien. 3.6. In hoger beroep heeft de heffingsambtenaar zes foto’s van een auto met het kenteken [A] overgelegd. Deze foto’s zijn door het Centraal Juridisch Incasso Bureau gemaakt en desgevraagd aan de heffingsambtenaar verstrekt: gemaakt op duplicaatcode 06-06-2014 geen 05-06-2016 geen 17-08-2016 geen 23-08-2016 geen 29-10-2016 duplicaatcode 2 15-12-2016 duplicaatcode 2 3.7. Verder heeft de heffingsambtenaar een foto overgelegd die in januari 2017 is gemaakt in de straat waar belanghebbende woont. Deze foto toont het vooraanzicht van een auto met het kenteken [A] . Boven het eerst