Rechtspraak 2003-07-17
ECLI:NL:GHARN:2003:AI1628
ECLI:NL:GHARN:2003:AI1628 text/xml public 2024-07-09T22:24:59 2013-04-04 Raad voor de Rechtspraak nl AI1628 Gerechtshof Arnhem 2003-07-17 99-03314 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Bestuursrecht; Belastingrecht Rechtspraak.nl NTFR 2003/1514 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARN:2003:AI1628 text/html public 2013-04-04T19:18:20 2003-09-01 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARN:2003:AI1628 Gerechtshof Arnhem , 17-07-2003 / 99-03314 De Inspecteur maakt met hetgeen hij aanvoert, waaronder het rapport van bevinding BPM d.d. 8 april 1999 van de controlerende ambtenaar, aannemelijk dat belanghebbende ten tijde van de controle in strijd met de aan de vergunning verbonden voorwaarden met de auto in Nederland gebruik maakte van de weg.(...) Gelet op het vorenoverwogene en het bepaalde in artikel 1, vijfde lid, en artikel 5, tweede lid, van de Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 ( BPM) heeft de Inspecteur in dit geval terecht belasting nageheven. Gerechtshof Arnhem vierde enkelvoudige belastingkamer nummer 99/03314 (BPM) Proces-verbaal mondelinge uitspraak belanghebbende : [X] te : [Z] verweerder : de Inspecteur van de Belastingdienst/Douane district [P] aangevallen beslissing : uitspraak d.d. 7 september 1999 op bezwaar betreft : belasting personenauto's en motorrijtuigen nummer : [01] mondelinge behandelingen : op 21 november 2002 en op 3 juli 2003 te Arnhem waarbij verschenen : in de eerste zitting: [belanghebbende, haar gemachtigde en belanghebbendes vader, alsmede de Inspecteur] in de tweede zitting: [belanghebbendes gemachtigde alsmede de Inspecteur] gronden: 1. Op 16 maart 1999 is door ambtenaren van de Belastingdienst/Douanepost [Q], team Mobiel Toezicht Goederen vastgesteld dat belanghebbende, die hier te lande woonachtig is, met een hier te lande niet-geregistreerd motorrijtuig, van het merk Opel, type Omega 2,5, V6 en voorzien van het Duits kenteken [ABC-DE-000], (hierna: de auto) gebruikt maakte van de provinciale weg, genaamd de [a-weg te Z]. 2. Voor de onder 1 bedoelde auto was op 6 december 1996 aan [belanghebbendes vader], wonende te [X, b-weg 2], een schriftelijke vergunning verleend "voor de voorwaardelijke vrijstelling van BPM voor het gebruik door vrijstellingsgenietende voor de in deze vergunning aangewezen personenauto voor het overbruggen van de afstand van de in het buitenland gelegen werkplaats naar de woonplaats en omgekeerd, zonder dat registratie van de personenauto in Nederland noodzakelijk is". [Belanghebbendes vader is] werkgever van belanghebbende. Het bedrijf van [belanghebbendes vader] is gelegen in [R] (D). 3. Ten tijde van de controle was de vergunning in de auto aanwezig. Eén van de vergunningsvoorwaarden luidt als volgt: Het niet nakomen van de voorwaarden en de bepalingen waaronder deze vergunning is verleend is verboden en heeft tot gevolg dat de verschuldigde belasting alsnog verschuldigd wordt. 4. De Inspecteur maakt met hetgeen hij aanvoert, waaronder het rapport van bevinding BPM d.d. 8 april 1999 van de controlerende ambtenaar, aannemelijk dat belanghebbende ten tijde van de controle in strijd met de aan de vergunning verbonden voorwaarden met de auto in Nederland gebruik maakte van de weg. 5. Belanghebbende was ten tijde van het weggebruik op 16 maart 1999 op de hoogte van het feit dat aan haar vader/werkgever voor de onderhavige auto een vergunning was verleend ( motivering beroepschrift d.d. 25 november 1999). Zij stelt evenwel niet de op hoogte te zijn geweest van de aan de vergunning verbonden voorwaarden en beroept zich bovendien op overmacht in verband met haar zwangerschap. 6. Gelet op het vorenoverwogene en het bepaalde in artikel 1, vijfde lid, en artikel 5, tweede lid, van de Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 ( BPM) heeft de Inspecteur in dit geval terecht belasting nageheven. 7. Het beroep van belanghebbende op het zogenaamde herstelbeleid van de staatssecretaris van Financiën ( brief van 20 augustus