Rechtspraak 1995-02-22
ECLI:NL:GHARN:1995:AA4670
G E R E C H T S H O F A R N H E M BELASTINGKAMER Nr. 940410 Het gerechtshof te Arnhem, tweede meervoudige belastingkamer; Gezien het beroepschrift van *X, thans wonende te *Z, ingekomen op 17 februari 1994 en gericht tegen de uitspraak d.d. 17 december 1993 van de inspecteur van de Belastingdienst/Particulieren *P op het bezwaar van belanghebbende tegen de hem voor het jaar 1992 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting; Gezien de overige stukken, waaronder de door de gemachtigde van belanghebbende en de inspecteur overgelegde notities van hun bij de mondelinge behandeling gehouden pleidooien, welke als in deze uitspraak ingelast moeten worden beschouwd; Gehoord ter zitting van 2 november 1994 te Arnhem belanghebbende, zijn gemachtigde *A, bijgestaan door *B, alsmede de inspecteur; Overwegende, dat bij de uitspraak waarvan beroep de voormelde aanslag, berekend naar een belastbaar inkomen van f 68.988,-- met inachtneming van een belastingvrije som van f 5.225,--, is gehandhaafd; Overwegende, dat belanghebbende in beroep vermindering van de aanslag verzoekt tot een, berekend naar een belastbaar inkomen van f 58.121,-- met inachtneming van dezelfde belastingvrije som, terwijl de inspecteur concludeert tot bevestiging van de uitspraak; Overwegende, dat op grond van de stukken en het ter zitting verhandelde het volgende als voor dit geding vaststaand kan worden aangemerkt: 1.1. Belanghebbende, geboren in 1962, sloot op 12 oktober 1990 een kapitaalverzekering met lijfrenteclausule af bij *F. Het verzekerd kapitaal uit te keren bij in leven zijn van belanghebbende op 12 september 2027 bedroeg f 707.691,--. De premie bedroeg f 10.000,-- per jaar van 12 oktober 1990 tot 12 oktober 2026 en f 9.166,67 van 12 oktober 2026 tot 12 september 2027. Bij overlijden van belanghebbende vóór 12 september 2027 wordt de tot dan betaalde nominale premie uitgekeerd. 1.2. Op de afgesloten verzekering zijn onder meer de volgende clausules (kort samengevat) van toepassing: - optierecht nr. *a: de verzekeringnemer (belanghebbende) heeft het recht de lijfrentepremie voor de verzekering te verhogen met maximaal het bedrag waarmee het in de Wet op de inkomstenbelasting 1964 vermelde maximum voor lijfrentepremieaftrek wordt verhoogd; - betalingsvariant nr. *b (vanaf 1991 nr. *c): de verzekeringnemer heeft het recht de premie tussentijds voor de periode van een jaar te verlagen. Het kapitaal bij leven kan tot het oorspronkelijke niveau worden hersteld door verhoging van de premie. 1.3. In 1991 is de premie op grond van de clausule betalingsvariant eenmalig verlaagd tot f 6.000,--. In verband daarmee is het verzekerd kapitaal bij leven verlaagd tot f 688.523,--. 1.4. In 1992 is de premie verhoogd tot f 10.867,-- per jaar voor de periode 12 oktober 1992 tot 12 oktober 2026 en f 9.961,42 voor de periode van 12 oktober 2026 tot 12 september 2027. In verband daarmee is het verzekerd kapitaal bij leven verhoogd tot f 744.581,--. 1.5. Belanghebbende heeft de in 1992 betaalde premie ten bedrage van f 10.867,-- op zijn inkomen in mindering gebracht. De inspecteur heeft aftrek van deze premie geweigerd, omdat naar zijn mening de premieverhoging in verband met het in 1.2. bedoelde optierecht in 1992 niet meer dan f 524,-- - de voor dat jaar geldende verhoging van de maximaal aftrekbare lijfrentepremie - mocht belopen. Het verschil tussen f 867,-- en f 524,--, te weten f 343,--, is het bedrag van de voor 1991 geldende verhoging van de maximaal aftrekbare lijfrentepremie. Dit bedrag kan in de zienswijze van de inspecteur, nu de premie in 1991 is verlaagd, niet nadien worden "ingehaald". 1.6. Na ontvangst van de op 29 mei 1993 gedagtekende aanslag inkomstenbelasting voor het onderhavige jaar is van de zijde van belanghebbende achtereenvolgens aan de inspecteur verzocht - om de premieverhoging van f 343,-- naast het bedrag van f 524,-- op grond van het optierecht alsnog te accepteren, - dan wel om de polis alsnog per 12 oktober 1992 te wijziging in een polis die vold