Rechtspraak Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-02-17
ECLI:NL:GHARL:2026:913
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.353.168/01 CJIB-nummer : 253722229 Uitspraak d.d. : 17 februari 2026 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Gelderland van 11 februari 2025, betreffende [betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [woonplaats]. De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie gedeeltelijk gegrond verklaard en de sanctie gematigd tot een bedrag van € 187,50. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is toegewezen tot een bedrag van € 151,17. Het verloop van de procedure De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De beoordeling 1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 250,- voor: “de lichtdoorlatendheid van voorruit/voorste zijruit(en) bedraagt minder dan 55%”. Deze gedraging zou zijn verricht op 10 november 2022 om 14:46 uur op de Schoenaker in Beuningen met het voertuig met het kenteken [kenteken]. De kantonrechter heeft het bedrag van de sanctie gematigd in verband met de overschrijding van de redelijke termijn van berechting in eerste aanleg. 2. De gemachtigde van de betrokkene voert aan dat voor aanvang van de meting de 0% en 100% transmittantiewaarden gesimuleerd moeten worden om de goede werking van het apparaat te controleren. Uit het dossier blijkt niet dat dit is gebeurd. Ook ontbreekt een NMi-verklaring, waardoor niet kan worden vastgesteld dat het gebruikte meetmiddel ten tijde van de gedraging gekalibreerd en gecertificeerd was. Gelet hierop dient aan de meting te worden getwijfeld en kan de gedraging niet worden vastgesteld, zo stelt de gemachtigde. 3. Een daartoe aangewezen ambtenaar kan op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wahv een administratieve sanctie opleggen voor een gedraging die door deze ambtenaar zelf of op geautomatiseerde wijze is vastgesteld. Dat de gedraging is verricht, moet voldoende blijken uit de beschikbare gegevens. Of van de juistheid van deze gegevens kan worden uitgegaan, is ervan afhankelijk of de betrokkene argumenten heeft aangevoerd die leiden tot twijfel aan de juistheid van (delen van) die gegevens dan wel het dossier daar aanleiding toe geeft. 4. De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens: “Ik zag dat op de naast de bestuurder aanwezige zijruiten van het voertuig een folie was aangebracht waardoor deze ruiten er aanmerkelijk donkerder uitzagen dan gebruikelijk voor dit merk en type voertuig. Ik zag dat vanaf de bestuurderszitplaats het zicht door deze ruiten naar buiten ook beduidend minder was dan het zicht dat bij soortgelijke voertuigen gebruikelijk is. Daarnaast is in de artikelen 5.2.42, 5.3(A).42, 5.5.42 en 5.6.42 alle derde lid van de Regeling voertuigen bepaald dat de lichtdoorlatendheid van de voorruit en de naast de bestuurderszitplaats aanwezige zijruiten niet minder dan 55% mag bedragen. Vervolgens heb ik, met een voor de meting gekalibreerd, NMi gecertificeerd en op de voorgeschreven wijze gebruikt meetmiddel, merk Tintman, de lichtdoorlatendheid van de zijruiten gemeten. Conform de in de geldende Instructie meting lichtdoorlatendheid van het College van procureurs-generaal voorgeschreven werkwijze heb ik per zijruit drie metingen verricht. Gemeten waard