Rechtspraak Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-02-04
ECLI:NL:GHARL:2026:658
Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-000735-23 Uitspraakdatum: 4 februari 2026 TEGENSPRAAK ONTNEMINGSZAAK Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, van 31 januari 2023 met parketnummer 16-134498-20 op de ontnemingsvordering, in de zaak tegen [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1973 in [geboorteplaats] , wonende te [postcode] [woonplaats] , [adres] . Hoger beroep Betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland. Onderzoek van de zaak Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 21 januari 2026 en wat op de zitting bij de rechtbank Midden-Nederland besproken is. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bevestiging van de beslissing van de rechtbank. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd. Verder heeft het hof kennisgenomen van wat betrokkene en haar raadsman, mr. M.P.K. Ruperti, hebben aangevoerd. Beslissing De rechtbank heeft bij vonnis van 31 januari 2023, waartegen het hoger beroep is gericht, het door betrokkene genoten wederrechtelijk verkregen voordeel en de betalingsverplichting aan de Staat vastgesteld op € 106.259,13. De duur van de gijzeling is daarbij bepaald op 1080 dagen. Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste wijze heeft beslist en daarvoor de goede gronden heeft aangenomen. Het hof bevestigt daarom de beslissing met overneming van die gronden. BESLISSING Het hof: Bevestigt het vonnis waarvan beroep. Dit arrest is gewezen door mr. M.C. Fuhler, mr. L.J. Hofstra en mr. M.B. de Wit, in aanwezigheid van de griffier mr. I.E. van Zalen en is uitgesproken op de openbare zitting van het hof van 4 februari 2026.