Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2026-02-03
ECLI:NL:GHARL:2026:604
Civiel recht; Insolventierecht
Hoger beroep
2,034 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:GHARL:2026:604 text/xml public 2026-02-20T15:48:05 2026-02-03 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-02-03 200.362.179 Uitspraak Hoger beroep NL Arnhem Civiel recht; Insolventierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:604 text/html public 2026-02-20T15:44:14 2026-02-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2026:604 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 03-02-2026 / 200.362.179 Artikel 349a lid 2 Fw. Toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen uit de wsnp. Niet informeren van de bewindvoerder over het bestaan van een Bulgaarse bankrekening. Voortzetting wsnp met een verlenging van de looptijd met maximaal twee jaar. GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem, afdeling civiel zaaknummer gerechtshof 200.362.179 zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen [nummer] arrest van 3 februari 2026 in de zaak van [appellant] die woont in [woonplaats] hierna: [appellant] advocaat: mr. C.C.W. Plaat 1 De procedure bij de rechtbank 1.1. De rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, (hierna: de rechtbank) heeft in het vonnis van 5 september 2024 ten aanzien van [appellant] de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (hierna: wsnp) uitgesproken. Daarbij is [naam1] tot bewindvoerder benoemd (hierna: de bewindvoerder). 1.2. In het vonnis van 27 november 2025 heeft de rechtbank het verzoek van de bewindvoerder om de toepassing van de wsnp ten aanzien van [appellant] tussentijds te beëindigen toegewezen en bepaald dat de toepassing van de wsnp vier weken nadat het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan eindigt. 2. De procedure bij het hof 2.1. In het op 3 december 2025 bij het hof binnengekomen beroepschrift heeft [appellant] hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van 27 november 2025. Hij heeft het hof verzocht dat vonnis te vernietigen en te bepalen dat de toepassing van de wsnp ten aanzien van hem wordt voortgezet, met een verlenging van de looptijd. 2.2. Het hof heeft kennisgenomen van: - het beroepschrift; - het bericht van 30 december 2025 van de bewindvoerder; - het bericht van 21 januari 2026 namens [appellant] ; - het bericht van 22 januari 2026 namens [appellant] . 2.3. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 27 januari 2026, waarbij [appellant] is verschenen, bijgestaan door mr. Plaat. Verder is de bewindvoerder verschenen. 3 De motivering van de beslissing in hoger beroep De beslissing 3.1. Het hof zal het vonnis van de rechtbank vernietigen. Het verzoek tot tussentijdse beëindiging zal worden afgewezen en de toepassing van wsnp zal worden voortgezet met een verlenging van de looptijd met maximaal twee jaar. Het verzoek en het oordeel van de rechtbank 3.2. Volgens de bewindvoerder heeft [appellant] het bestaan van een Bulgaarse bankrekening verzwegen. Op die bankrekening is in de periode van 16 augustus 2024 tot 11 juli 2025 ruim € 6.500 bijgeboekt. Dat bedrag moet toekomen aan de boedel. Het is voor [appellant] echter niet haalbaar dat bedrag binnen de reguliere looptijd van de wsnp te voldoen. Daarnaast wijst de bewindvoerder op een betaling van de Bulgaarse bankrekening van € 1.789,52 onder vermelding van ‘ [omschrijving] ’ (hierna: [naam2] ) ongeveer twee weken voor de toelating tot de wsnp. Hieruit volgt volgens de bewindvoerder dat [appellant] inkomsten heeft verzwegen en vermogensbestanddelen buiten de boedel heeft gehouden. Daarnaast heeft [appellant] een boedelachterstand en een nieuwe schuld laten ontstaan. 3.3. De rechtbank heeft het verzoek van de bewindvoerder om de wsnp van [appellant] tussentijds te beëindigen toegewezen. Volgens de rechtbank is sprake van een ernstige tekortkoming en kan [appellant] dat worden verweten. Het juridisch kader 3.4. De wsnp kent een aantal (strikte) verplichtingen. Zo heeft de schuldenaar de verplichting om de bewindvoerder gevraagd en ongevraagd alle inlichtingen te verschaffen die van belang zijn voor een doeltreffende uitvoering van de regeling (hierna: de informatieverplichting). Als de schuldenaar een of meer van zijn uit de wsnp voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren nakomt, kan de rechter de toepassing van de wsnp beëindigen (artikel 350 lid 3 aanhef en onder c Fw). De rechter kan ook de termijn verlengen gedurende welke de wsnp van toepassing is (artikel 349a lid 2 Fw). De beoordeling door het hof 3.5. Nadat [appellant] is toegelaten tot de wsnp heeft de bewindvoerder hem gevraagd om de IBAN-nummers van zijn bankrekeningen. [appellant] heeft de bewindvoerder toen niet geïnformeerd over het bestaan van zijn Bulgaarse bankrekening. Gedurende de looptijd van de wsnp en kort daarvoor (op 16 en 27 augustus 2024) ontving hij daarop in totaal een bedrag van € 6.674,92. Dat bedrag, waarvan [appellant] niet heeft weersproken dat als hij de bankrekening wel had gemeld aan de bewindvoerder, dat ten goede was gekomen van de boedel, heeft [appellant] niet aan de boedel afgedragen. 3.6. Het niet informeren van de bewindvoerder over het bestaan van de Bulgaarse bankrekening zou voldoende aanleiding kunnen geven om de wsnp van [appellant] tussentijds te beëindigen. Op de mondelinge behandeling bij de rechtbank is [appellant] niet verschenen en hij heeft in die procedure geen verweer gevoerd. Op de mondelinge behandeling bij het hof heeft [appellant] wel een toelichting gegeven. Daarbij heeft hij het hof ervan kunnen overtuigen dat hem een laatste kans moet worden geboden om zijn regeling voort te zetten. Daarvoor is het volgende redengevend. 3.7. [appellant] heeft verklaard dat hij in de veronderstelling was dat de bewindvoerder op de hoogte was van het bestaan van de Bulgaarse bankrekening en dat de vraag naar IBAN-nummers om Nederlandse bankrekeningen ging. De Bulgaarse bankrekening was volgens [appellant] bekend bij de schuldhulpverlener van de gemeente en de bewindvoerder heeft het dossier van hem overgenomen na de toelating tot de wsnp. Daarnaast was de bankrekening bekend bij de Belastingdienst. [appellant] verklaarde dat hij op die bankrekening geld van zijn vader ontving om te reizen naar zijn zieke moeder in Bulgarije. [appellant] was zich er niet van bewust dat hij die gelden had moeten afdragen aan de boedel of dat hij hierover moest overleggen met de bewindvoerder. Toen er door één van zijn schuldeisers beslag werd gelegd op de Bulgaarse bankrekening heeft [appellant] daarvan zelf melding gemaakt bij de bewindvoerder. Ook verklaarde hij dat hij dat niet had gedaan als hij dacht dat de bewindvoerder de bankrekening niet kende en hij die bankrekening voor hem verborgen had willen houden. De bewindvoerder beaamde op de mondelinge behandeling dat het feit dat [appellant] hem alsnog heeft geïnformeerd over de bankrekening in zijn voordeel spreekt. 3.8. Eén van de schuldeisers van [appellant] heeft kort na de toelating tot de wsnp contact opgenomen met de bewindvoerder, omdat hij het niet eens was met de toelating van [appellant] tot de wsnp. Volgens hem zou [appellant] in het buitenland bezittingen en banktegoeden hebben. Tussen de bewindvoerder en [appellant] is in discussie of zij naar aanleiding van die melding telefonisch hebben gesproken over het al dan niet bestaan van buitenlandse bezittingen. Volgens [appellant] heeft de bewindvoerder hem niet expliciet gevraagd naar buitenlandse bankrekeningen. Het was voor hem daarnaast niet duidelijk dat de bankrekening ook onder de door de bewindvoerder bedoelde ‘bezittingen’ viel. [appellant] verstond onder het woord ‘bezittingen’ eerder dingen als zaken of onroerend goed en die had hij niet, zo verklaarde hij op de mondelinge behandeling. 3.9. Over de betaling van het bedrag van € 1.789,52 onder vermelding van ‘ [omschrijving] ’ heeft [appellant] uitgelegd dat hij die betaling heeft gedaan om zijn vader te helpen. Omdat zijn vader geen toegang had tot zijn zakelijke bankrekening heeft hij [appellant] gevraagd de betaling van de hypotheek van [naam2] , een familiebedrijf waarvan [appellant] vader bestuurder en aandeelhouder was, te voldoen. [appellant] heeft bij zijn vader aangegeven daarvoor geen geld te hebben (zo’n bedrag stond toen ook niet op de bankrekening).