Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2026-02-03
ECLI:NL:GHARL:2026:603
Civiel recht; Insolventierecht
Hoger beroep
1,998 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:GHARL:2026:603 text/xml public 2026-02-20T16:00:13 2026-02-03 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-02-03 200.362.278 Uitspraak Hoger beroep NL Arnhem Civiel recht; Insolventierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:603 text/html public 2026-02-20T15:55:57 2026-02-20 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2026:603 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 03-02-2026 / 200.362.278 Artikel 354 lid 1 Fw. De tekortkoming in de nakoming van de afdrachtplicht is deels toerekenbaar. Geen toerekenbaarheid voor zover de tekortkoming het gevolg is van de afdrachtplicht in de Duitse schuldsaneringsregeling. Verlenging van de termijn van de wsnp aan het einde van de looptijd. GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem, afdeling civiel zaaknummer gerechtshof 200.362.278 zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen [nummer] arrest van 3 februari 2026 in de zaak van [appellant] die woont in [woonplaats] , gemeente [gemeentenaam] hierna: [appellant] advocaat: mr. J.M. van der Linden 1 De procedure bij de rechtbank 1.1. De rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, (hierna: de rechtbank) heeft in het vonnis van 1 mei 2024 ten aanzien van [appellant] de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (hierna: wsnp) uitgesproken. Daarbij is [naam1] tot bewindvoerder benoemd (hierna: de bewindvoerder). 1.2. De rechtbank heeft in het vonnis van 28 november 2025 de termijn gedurende welke de wsnp op [appellant] van toepassing is verlengd met twee jaar, tot 1 november 2027. Het hof verwijst naar dat vonnis. 2. De procedure bij het hof 2.1. In het op 5 december 2025 bij het hof binnengekomen beroepschrift heeft [appellant] hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van 28 november 2025. [appellant] verzoekt het hof dat vonnis te vernietigen en te beslissen dat de wsnp wordt verlengd met maximaal drie maanden. 2.2. Het hof heeft kennisgenomen van: - het beroepschrift; - het bericht van 14 januari 2026 namens [appellant] ; - het bericht van 15 januari 2026 namens [appellant] ; - het bericht van 16 januari 2026 namens de bewindvoerder. 2.3. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 27 januari 2026, waarbij [appellant] is verschenen, bijgestaan door mr. Van der Linden. Verder is de bewindvoerder verschenen. 3 De motivering van de beslissing in hoger beroep De beslissing van het hof 3.1. Het hof zal het vonnis van de rechtbank vernietigen en beslissen dat de termijn gedurende welke de wsnp van toepassing is, wordt verlengd met maximaal negen maanden. Het oordeel van de rechtbank 3.2. Volgens de rechtbank heeft [appellant] gedurende de gehele looptijd van de wsnp niet voldaan aan de ‘spontane’ informatieplicht. Daarnaast heeft [appellant] een boedelachterstand van € 5.428,18 laten ontstaan. Die moet hij alsnog afdragen. [appellant] heeft tot slot een nieuwe schuld laten ontstaan die hij nog moet voldoen. De rechtbank heeft de duur van de wsnp daarom verlengd met twee jaar. Het juridisch kader 3.3. Op grond van artikel 354 lid 1 Fw moet aan het einde van de looptijd van de wsnp worden beoordeeld of [appellant] in de nakoming van een of meer uit de wsnp voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten en, als dat zo is, of de tekortkoming aan hem kan worden toegerekend. Alleen als sprake is van een toerekenbare tekortkoming, kan de rechter aan het einde van de looptijd besluiten tot verlenging van de wsnp. Daarnaast kan de rechter in dat geval besluiten tot beëindiging van de wsnp zonder toekenning van de schone lei. Is [appellant] toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van de afdrachtplicht? 3.4. [appellant] is op 10 oktober 2019 toegelaten tot een Duitse schuldsaneringsregeling (een Verbrauchersinsolvenzverfahren). Hij had in dat kader een aflossingsverplichting van € 236,15 per maand. De rechter-commissaris heeft op 31 mei 2024 ingestemd met het voorstel van de bewindvoerder dat zolang de Duitse schuldsaneringsregeling loopt [appellant] maandelijks slechts een beperkt bedrag aan de wsnp-boedel hoeft af te dragen, waarbij voor het restant een boedelachterstand zou ontstaan. Die achterstand zou dan na afloop van de Duitse schuldsaneringsregeling moeten worden ingelopen. De Duitse schuldsaneringsregeling is geëindigd per 10 oktober 2025 met een schone lei, na afloop van de reguliere termijn van zes jaar. 3.5. Het staat vast dat [appellant] niet volledig aan zijn afdrachtplicht heeft voldaan. Ter beoordeling ligt voor of die tekortkoming aan [appellant] kan worden toegerekend. 3.6. Rekening houdend met de afdrachtverplichting in de Duitse schuldsaneringsregeling resteerde er maandelijks nog altijd een bedrag boven het vrij te laten bedrag voor de aflossing in de wsnp. [appellant] heeft dat bedrag niet volledig afgedragen. Ten tijde van de behandeling bij de rechtbank stond in dat kader nog een bedrag van € 1.157 open. Inmiddels heeft [appellant] daarvan € 500 afgelost, zodat nog een bedrag van € 657 resteert. Volgens [appellant] was het voor hem niet duidelijk welke bedragen hij in de wsnp moest afdragen, maar de bewindvoerder heeft op de mondelinge behandeling verklaard dat hij [appellant] periodiek op de hoogte heeft gebracht van zijn afdrachtverplichting. Het niet nakomen van deze reguliere afdrachtverplichting kan [appellant] worden toegerekend. Hij zal de gelegenheid krijgen de achterstand van € 657 in te lopen tijdens een verlenging van de termijn van de wsnp. 3.7. Volgens de bewindvoerder moet [appellant] daarnaast nog een bedrag van € 4.250,70 afdragen. [appellant] heeft maandelijks € 236,15 moeten afdragen in de Duitse schuldsaneringsregeling, zodat dat bedrag niet aan de wsnp-boedel kon worden afgedragen. De rechter-commissaris heeft kort na aanvang van de wsnp besloten dat [appellant] de achterstand die daardoor ontstaat achteraf moet inlopen en de rechtbank heeft daar in het vonnis van 28 november 2025 ook toe beslist. Het hof ziet dat echter anders. Ten tijde van de beoordeling van het verzoek tot toelating tot de wsnp was de Duitse schuldsaneringsregeling al op [appellant] van toepassing. De bewindvoerder verklaarde op de mondelinge behandeling dat bij het verzoek tot toelating stukken waren gevoegd waaruit dat volgde, zodat de rechtbank daarvan op de hoogte was of had kunnen zijn. [appellant] is toegelaten tot de wsnp (blijkens het vonnis van 1 mei 2024 als hoofdinsolventieprocedure in de zin van artikel 3 lid 1 van de Verordening (EU) 2015/848 betreffende insolventieprocedures) ondanks het feit dat hij in een Duitse schuldsaneringsregeling zat. Op dat moment is (de afdrachtverplichting in) de Duitse procedure geen reden geweest voor een beslissing tot verlenging van de looptijd en ook later was dat geen reden voor een tussentijdse beëindiging, bijvoorbeeld omdat [appellant] niet in staat was aan zijn uit de wsnp voortvloeiende verplichtingen te voldoen. 3.8. Waar het Duitse schuldsaneringstraject mogelijk een rol had kunnen spelen in de fase van toelating tot de wsnp of eventuele tussentijdse beëindiging of verlenging, is dat nu niet langer het geval. In dit stadium van de procedure (aan het einde van de looptijd) kan alleen tot een verlenging van de looptijd (of beëindiging zonder toekenning van de schone lei) worden besloten voor zover sprake is van een toerekenbare tekortkoming. Dat [appellant] niet in staat was het bedrag dat hij verschuldigd was in de Duitse schuldsaneringsregeling af te dragen aan de wsnp-boedel kan hem niet worden toegerekend, zoals de rechtbank ook terecht heeft geoordeeld. Dat bedrag van € 4.250,70 hoeft hij daarom niet alsnog af te dragen en moet buiten beschouwing blijven bij de vaststelling van de verlenging van de termijn van de wsnp op dit moment. De informatieplicht en de nieuwe schuld 3.9. De bewindvoerder heeft op de mondelinge behandeling verklaard dat hij niet goed geïnformeerd werd over het verloop van het Duitse schuldsaneringstraject, maar dat hij in het kader van de informatieverplichting geen concrete informatie mist.