Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2026-02-03
ECLI:NL:GHARL:2026:568
Civiel recht
Hoger beroep
2,004 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:GHARL:2026:568 text/xml public 2026-02-12T09:26:38 2026-02-03 Raad voor de Rechtspraak nl Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-02-03 200.356.604/01 Uitspraak Hoger beroep NL Arnhem Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHARL:2026:568 text/html public 2026-02-12T09:26:09 2026-02-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:GHARL:2026:568 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 03-02-2026 / 200.356.604/01 Het hof stelt een tijdelijke omgangsregeling tussen vader en zoon vast in afwachting van de resultaten van een onderzoek door NIKA. GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN locatie Arnhem afdeling civiel recht zaaknummer gerechtshof 200.356.604 (zaaknummer rechtbank Midden-Nederland 586268) beschikking van 3 februari 2026 over de omgangsregeling met [minderjarige] [verzoeker] (de vader) die woont in [woonplaats1] advocaat: mr. T. de Jong en de gecertificeerde instelling Stichting Samen Veilig Midden-Nederland (de GI) die kantoor houdt in Utrecht en [belanghebbenden] (de pleegouders) die wonen in [woonplaats2] . 1 Samenvatting De rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, heeft het verzoek van de vader tot uitbreiding van de omgangsregeling met [minderjarige] afgewezen. Het hof houdt de behandeling van de zaak met zes maanden aan in afwachting van het NIKA-traject. Vanaf februari 2026 zal - voorlopig - de omgang tussen de vader en [minderjarige] met een overnachting in de vier weken worden uitgebreid. Het hof legt hierna uit waarom. 2 De feiten 2.1. De vader en [de moeder] zijn de ouders van [minderjarige] , geboren [in] 2020. De vader heeft [minderjarige] erkend. 2.2. De GI is sinds 28 mei 2020 de voogd van [minderjarige] . 2.3. [minderjarige] woont sinds 9 juni 2020 bij zijn pleegouders. In januari 2021 is door de GI het opvoedbesluit genomen dat [minderjarige] in dit pleeggezin zal opgroeien. 2.4. De rechtbank heeft op 7 december 2022 een omgangsregeling tussen de vader en [minderjarige] vastgesteld van minimaal één keer per week drie uur, waarbij de GI bepaalt of de omgang begeleid of onbegeleid plaatsvindt en de GI de mogelijkheid heeft de omgang in duur en frequentie uit te breiden voor zover dit in het belang is van [minderjarige] en dit de draagkracht van [minderjarige] niet overschrijdt. 2.5. De GI heeft in overleg met de vader deze omgangsregeling stap voor stap uitgebreid naar onbegeleide omgang van eens in de twee weken op zaterdag van 10.00 uur tot 16.00 uur. 3 De procedure bij de rechtbank 3.1. De vader heeft de rechtbank verzocht de omgangsregeling te wijzigen naar om de twee weken van vrijdag uit school tot zondag 17.00 uur. 3.2. De rechtbank heeft het verzoek van de vader afgewezen. 3.3. Die beslissing is vastgelegd in een beschikking van 7 april 2025. 4 De procedure bij het hof 4.1. De vader is het niet eens met de beslissing van de rechtbank. Hij komt daarvan in hoger beroep. Hij wil dat het hof de beslissing van de rechtbank ongedaan maakt en zijn verzoek alsnog toewijst. 4.2. De GI wil dat de beslissing in stand blijft. De informatie die het hof heeft ontvangen 4.3. Het hof heeft de volgende stukken ontvangen: het beroepschrift het standpuntstuk van de GI met producties. 4.4. De zitting bij het hof was op 16 december 2025. Aanwezig waren: de vader met zijn advocaat een vertegenwoordiger van de GI de pleegouders. 5 Het oordeel van het hof Wat staat in de wet? 5.1. De rechter kan op verzoek van de ouders of van een van hen of van degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind een beslissing inzake de omgang wijzigen op de grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan (artikel 1:377e van het Burgerlijk Wetboek (BW)). Achtergrond 5.2. De vader is tijdens de zwangerschap van de moeder niet in beeld geweest. Volgens de moeder wilde de vader, toen zij hem voor de volgens haar onherroepelijke keuze stelde wel of geen rol te hebben in het leven van de (toen nog ongeboren) [minderjarige] , geen rol spelen in het leven van het kind. De verklaring van de moeder blijkt uit het raadsrapport van 24 juni 2022. De moeder was toen [minderjarige] werd geboren 15 jaar, de vader was 20 jaar. Volgens de vader is hij door de moeder juist weggehouden van het kind. In het najaar van 2020 heeft de vader contact opgenomen met de GI om zijn taak als vader op zich te nemen. [minderjarige] woonde op dat moment net een paar maanden in het huidige pleeggezin. Volgens de vader stond hij daardoor, zonder dat hij daar iets aan kon doen, op achterstand in de hechtingsrelatie met [minderjarige] . 5.3. De Rading heeft in december 2020 een gezinsonderzoek uitgevoerd bij de grootouders (vaderszijde) van [minderjarige] , omdat zij de zorg van hun kleinzoon op zich wilden nemen, zodat hij binnen de familie van de vader zou kunnen opgroeien. De GI stond, volgens haar verklaring, voor de keuze tussen continuering van de opvoeding van [minderjarige] in het huidige pleeggezin en het laten opgroeien van [minderjarige] bij zijn familie. In januari 2021 heeft de GI ervoor gekozen [minderjarige] blijvend in het pleeggezin te laten opgroeien. Daarbij speelde een rol dat elke breuk in een gehechtheidsrelatie voor een kind beschadigend is, en dat de moeder van [minderjarige] zich nadrukkelijk heeft uitgesproken tegen een overplaatsing van [minderjarige] en tegen plaatsing bij de grootouders. Sindsdien is er discussie over de omgang met de vader, aldus de GI. De moeder is nauwelijks meer in beeld bij [minderjarige] . Oordeel hof 5.4. Uit de stukken blijkt dat al in 2021 is besloten systeemtherapie in te zetten. Voor het hof is onduidelijk waarom dit niet van de grond is gekomen. In ieder geval is er vervolgens voor gekozen eerst rust te creëren. In november 2024 zijn de pleegouders gestart met een eigen traject, gericht op het reduceren van de stress en het leren omgaan met alle emoties die het proces met zich brengt. De pleegouders hebben dit traject voor de zomer van 2025 afgerond. De vader is niet gestart met een individueel traject om zijn rol als vader op afstand te accepteren. Dat is omdat de vader, aldus de GI, aangeeft dat de gesprekken geen zin hebben zonder de aanwezigheid van de pleegouders. 5.5. Er is een woord en beeld verhaal gemaakt, zodat [minderjarige] zich een beeld kan vormen van zijn verleden en de mensen die belangrijk voor hem zijn. De volgende stap, zo heeft het hof op de mondelinge behandeling gehoord, is het NIKA-traject. Dat is een kortlopende interventie die gebruik maakt van video feedback. De vader en de pleegouders hebben ieder een intakegesprek gehad bij NIKA. Dit traject is echter on hold gezet in afwachting van de beslissing van dit hof. Volgens informatie van de GI is de verwachting dat dit traject in totaal zes maanden in beslag zal nemen. 5.6. Intussen is er bij [minderjarige] sprake van oplopende spanningen rondom de omgang. Volgens de pleegouders houdt die spanning bij hem dagen aan. Volgens de raad op de mondelinge behandeling is er duidelijk sprake van een loyaliteitsconflict bij [minderjarige] . Dat wil zeggen dat [minderjarige] worstelt om zijn pleegouders en zijn vader met zijn familie een plek in zijn leven te geven. Het recente verslag van het gesprek dat [minderjarige] heeft gehad bij de GI en De Rading bevestigt dit beeld. Zonder de uitkomsten van het NIKA-traject is voor het hof nog onvoldoende duidelijk waar dit loyaliteitsconflict van [minderjarige] vandaan komt. 5.7. Wel duidelijk is dat [minderjarige] zich goed ontwikkelt in het pleeggezin. Ook is duidelijk dat de vader over voldoende opvoedvaardigheden beschikt. De vader lijkt inmiddels ook te accepteren dat [minderjarige] opgroeit in het pleeggezin. Zo zegt de vader dat de pleegouders liefdevol zijn naar [minderjarige] en heeft de vader op de mondelinge behandeling gezegd dat hij niet wil dat [minderjarige] bij hem opgroeit. Het hof heeft dit zo opgevat dat de vader de wens dat [minderjarige] bij hem opgroeit uit liefde voor [minderjarige] heeft laten varen. 5.8.