Rechtspraak Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-01-30
ECLI:NL:GHARL:2026:532
Afdeling strafrecht Parketnummer: 21-001132-24 Uitspraakdatum: 30 januari 2026 TEGENSPRAAK Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Zwolle, gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel van 26 februari 2024 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 08-047296-23 en 08-068125-23, 08-112445-23, tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1994 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ), op dit moment verblijvende in P.I. [instelling] . Hoger beroep Verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Overijssel. Onderzoek van de zaak Het hof heeft bij de beslissing betrokken wat op de zitting van het hof van 16 januari 2026 en wat er op de zitting bij de rechtbank besproken is. Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, ertoe strekkende dat verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het hoger beroep met betrekking tot het in de zaak met parketnummer 08-112445-23 (onderzoek Ghana/Egypte) onder 2 primair en subsidiair tenlastegelegde; verdachte wordt veroordeeld voor het tenlastegelegde in de zaak met parketnummer 08-047296-23 (onderzoek Bruno) onder 1 en 2; in de zaak met parketnummer 08-112445-23 (onderzoek Ghana/Egypte) onder 1 en 3; in de zaak met parketnummer 08-068125-23 (Limburgs onderzoek) onder 1 en 2; - verdachte een gevangenisstraf wordt opgelegd voor de duur van acht jaren met aftrek van voorarrest. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overhandigd. Verder heeft het hof kennisgenomen van wat verdachte en zijn raadsman hebben aangevoerd. De omvang van het hoger beroep Verdachte is door de rechtbank Overijssel vrijgesproken van wat aan hem in de zaak met parketnummer 08-112445-23 onder 2 primair en subsidiair is tenlastegelegd. Verdachte heeft het hoger beroep onbeperkt ingesteld. Het hoger beroep is dus ook gericht tegen die vrijspraak. Tegen een beslissing tot vrijspraak staat voor de verdachte geen hoger beroep open. Het hof zal verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep, voor zover het hoger beroep is gericht tegen de in het vonnis gegeven vrijspraak. Het vonnis Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht jaren met aftrek van voorarrest voor het tenlastegelegde in de zaak met parketnummer 08-047296-23 (onderzoek Bruno) onder 1 en 2; in de zaak met parketnummer 08-112445-23 (onderzoek Ghana/Egypte) onder 1 en 3; in de zaak met parketnummer 08-068125-23 (Limburgs onderzoek) onder 1 en 2. Het hof komt in dit arrest tot andere beslissingen over het bewijs en over de op te leggen straf dan de rechtbank Overijssel. Het hof vernietigt daarom het vonnis en doet opnieuw recht. Tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat: Zaak met parketnummer 08-047296-23 (onderzoek Bruno):1.hij op of omstreeks 22 december 2016 te [plaats] , in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht in een woning aan de [adres] , door een (op scherp staande) handgranaat, in elk geval een explosief, in de hal van die woning, in elk geval in die woning te gooien, waarbij/waarna die handgranaat/dat explosief tot ontploffing is gekomen, en daarvan gemeen gevaar voor - ( delen van) die woning en/of (delen van) (een) omliggende woning(en)/pand(en) en/of voor de in die woning en/of in die/dat omliggende woning(en)/pand(en) aanwezige goederen en/of voor in de omgeving van die woning aanwezige goederen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of - levensgevaar voor de in die woning aanwezige perso(o)n(en) en/of voor in (een) omliggende wonig(en)/pand(en) aanwezige perso(o)n(en) en/of voor de in de omgeving van de woning aanwezige perso(o)n(en), in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen en/of - gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de in die woning aanwezige perso(o)n(en), en/of voor in (een) omliggende wonig(en) Zaak met parketnummer 08-068125-23 (Limburgs onderzoek):1.hij op of omstreeks 6 november 2021 te [plaats4] , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, opzettelijk (een grote hoeveelheid) sigaretten en/of shag (met een waarde van ongeveer 14.500 euro) en/of een geldbedrag van (ongeveer) 1072,65 euro, in elk geval enig goed en/of enig geldbedrag, dat geheel of ten dele toebehoorde aan [naam1] (gevestigd aan de [adres3] te [plaats4] ), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en welk(e) goed(eren) en/of welk geldbedrag verdachte en/of zijn mededader(s), uit hoofde van persoonlijke dienstbetrekking, te weten medewerker verkoop (van/in servicestation [naam1] ), in elk geval anders dan door misdrijf, onder zich had/hadden, wederrechtelijk zich heeft/hebben toegeëigend; 2.hij op of omstreeks 30 juni 2022 te [plaats5] , in elk geval in Nederland, opzettelijk een (groot) geldbedrag van (ongeveer) 28.415 euro, in elk geval enig geldbedrag, dat geheel of ten dele toebehoorde aan [naam2] (gevestigd aan de [adres4] te [plaats5] ), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk geldbedrag verdachte uit hoofde van persoonlijke dienstbetrekking, te weten medewerker van/in voornoemde vestiging van [naam2] , in elk geval anders dan door misdrijf, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewijsoverwegingen Inleiding In de periode van 22 december 2016 tot en met 11 november 2017 vond een reeks ernstige misdrijven plaats in de regio [regio] . Uit het dossier kan worden opgemaakt dat dit te maken had met de strijd tussen twee groepen. Het hof noemt deze groepen in het navolgende de groep rondom [naam5] (hierna: [naam5] )/ [motorclub1] en de groep rondom [naam6] (hierna: [naam6] ) en [naam7] (hierna: [naam7] ). Het onderzoek van de politie resulteerde in de aanhouding en veroordeling van meerdere personen. Dit arrest bevat een oordeel over de strafbare feiten die verdachte in verband met deze strijd verweten worden, te weten in de eerste plaats betrokkenheid bij het gooien van een handgranaat in een woning op 22 december 2016 alsmede het voorhanden hebben van een handgranaat (onderzoek Bruno) en in de tweede plaats voorbereidingshandelingen voor een aanslag op een café en/of aan een motorclub gelieerde personen en vuurwapenbezit (onderzoek Ghana/Egypte) in de periode van 3 tot en met 5 juli 2017. Daarnaast bevat het een oordeel over strafbare feiten die verdachte in Limburg gepleegd zou hebben in 2021 en 2022. Zaak met parketnummer 08-047296-23 (onderzoek Bruno) Verdachte wordt onder feiten 1 en 2 kortgezegd verweten dat hij een handgranaat voorhanden heeft gehad en dat hij daarmee opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht in een woning. De vaststelling van relevante feiten en omstandigheden - De aanslag op de woning aan de [adres] in [plaats] Op 22 december 2016 is omstreeks 1:15 uur een handgranaat door de ruit van de voordeur van de woning aan de [adres] in [plaats] gegooid en tot ontploffing gebracht. In de woning waren op dat moment (in elk geval) drie personen aanwezig. Eén van hen, [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ), heeft ter plekke aan de politie verteld dat hij op beelden van de aanwezige camera’s rondom de woning heeft gezien ‘dat het om twee mannen ging.’ Het hof stelt op grond daarvan vast dat er tenminste twee personen betrokken waren bij het gooien en tot ontploffing brengen van de handgranaat. - Forensisch onderzoek Diezelfde nacht is forensisch onderzoek gedaan in de hal van de woning. De ruiten van de voordeur waren vernield. Op het trottoir buiten en op de vloer van de hal lagen glasscherven en -splinters. Aan het eind van de hal lag een aantal stukken van een trottoirtegel. In de laminaatvloer van de hal zat een gat van ongeveer 15 b Het verweer van de verdediging dat geen levensgevaar te duchten was, wordt verworpen. De betrokkenheid van verdachte bij het tenlastegelegde - Aangetroffen DNA op de beugel van de handgranaat Zoals hiervoor vermeld is het DNA van verdachte aangetroffen op de beugel van de handgranaat. Dit DNA-materiaal van verdachte is op een – voor het teweegbrengen van een ontploffing – cruciaal onderdeel van de handgranaat aangetroffen. Immers, bij het verwijderen van de pin moet de hefboom met de hand op zijn plaats worden gehouden tot het moment dat men de granaat wil werpen. Verdachte heeft over het aantreffen van zijn DNA op de handgranaat verklaard dat dit op de handgranaat terecht moet zijn gekomen toen hij die handgranaat bij een vriend thuis in een lade zag liggen en hij besloot om van zichzelf met die handgranaat in de hand een foto te maken. Verdachte heeft zijn verklaring echter op geen enkele wijze onderbouwd. Hij heeft ter terechtzitting van de rechtbank geen naam van de vriend willen noemen in wiens woning hij die handgranaat vast zou hebben gehad. Ook weet hij het adres niet meer en weet hij niet meer wanneer hij de handgranaat vast zou hebben gehad en hoe die eruit zag. De foto’s die hij ervan zou hebben gemaakt, heeft hij niet kunnen overleggen. Ter terechtzitting van het hof heeft verdachte ook geen nadere, meer gedetailleerde toelichting op zijn verklaring gegeven Het hof is van oordeel dat de verklaring van verdachte voor het aantreffen van zijn DNA-materiaal op de beugel van de handgranaat niet verifieerbaar en (mede daardoor) niet geloofwaardig is. Het hof gaat dan ook voorbij aan de alternatieve lezing van de verdachte. - De verklaringen van [getuige] Het dossier bevat meerdere verklaringen die [getuige] in verschillende onderzoeken als getuige heeft afgelegd. Daarnaast bevat het dossier een proces-verbaal van bevindingen van 3 oktober 2017, waarin verbalisanten hebben gerelateerd wat zij van [getuige] hebben vernomen. Ook is [getuige] als getuige gehoord bij de rechter-commissaris en de raadsheer-commissaris. De betrouwbaarheid van de verklaringen De raadsman heeft, zakelijk weergegeven bepleit dat de verklaringen van [getuige] en de weergave van zijn mededelingen in het proces-verbaal van bevindingen niet onbetrouwbaar zijn maar ook weer niet dusdanig betrouwbaar dat alles uit zijn verklaringen overgenomen zou moeten worden. De raadsman heeft verzocht behoedzaam om te gaan met zijn verklaringen. Het hof overweegt hieromtrent als volgt. In strafzaken geldt als uitgangspunt dat aangiftes en andere verklaringen kritisch en zorgvuldig worden bezien. Verklaringen dienen te worden beoordeeld op consistentie, accuraatheid en volledigheid. Het enkele feit dat in verklaringen op onderdelen tegenstrijdigheden voorkomen, maakt deze verklaringen op zichzelf nog niet onbetrouwbaar. Het gaat om de totale indruk die de verklaringen maken en de wijze waarop zij zijn afgelegd. Het hof is het eens met de navolgende overwegingen die de rechtbank in haar vonnis ten aanzien van de betrouwbaarheid heeft opgenomen, waarbij aanvullingen door het hof niet-cursief worden weergegeven: Uit de verklaring van [getuige] blijkt dat hij beschikt over een brede kennissenkring bestaande uit personen die in het dossier voorkomen in verschillende min of meer vaste, maar ook wel van samenstelling of loyaliteit veranderende, groepen. Voorts blijkt uit die verklaringen dat [getuige] op min of meer vriendschappelijke voet stond met personen die een rol spelen in/bij de geweldsincidenten die plaatsvonden in 2016/2017 en te maken hadden met de hiervoor genoemde strijd tussen die groepen. Zo onderhield hij contacten met personen gelieerd aan of deel uitmakend van de groep rondom [naam6] en [naam7] . Daarnaast had hij contact met [naam5] en met een groep personen rondom [naam5] , al dan niet (ook) deel uitmakend van de motorclub [motorclub1] of de daarmee in verband gebrachte club [motorclub2] . De scheidslijnen tussen genoemde groeperingen – zo volgt eveneen Door de verdediging is betwist dat verdachte dit chatgesprek heeft gevoerd en is aangevoerd dat de authenticiteit van de chatgesprekken niet kan worden vastgesteld. Naar aanleiding van deze chatconversatie is door de politie onderzoek gedaan naar onder andere de uitlatingen van de eigenaar van de telefoon (BM in de chatconversatie) dat hij ‘overmorgen naar cura gaat.’ Het vermoeden bestond dat daarmee Curaçao bedoeld werd. Uit informatie verkregen van de immigratiedienst op Curaçao kwam naar voren dat verdachte op 6 juli 2017 op Curaçao is aangekomen en het eiland op 8 augustus 2017 weer heeft verlaten. Verdachte heeft hierover ter terechtzitting in hoger beroep desgevraagd verklaard dat deze reis niet alleen een vakantie, maar deels ook een vlucht uit het criminele circuit betrof en dat hij kort na zijn terugkeer uit Curaçao naar Marokko is gegaan om afstand te nemen. Gelet op deze concreet verifieerbare informatie, die leidt naar verdachte, in combinatie met het feit dat zijn telefoon met geweld afhandig is gemaakt, en dat de politie toen - naar aanleiding van een melding over een vechtpartij – met verdachte heeft gesproken, die toen verklaarde dat zijn Iphone was afgepakt door hem onbekende personen maar dat hij geen aangifte wilde doen, is het hof van oordeel dat er geen reden is om aan te nemen dat het door [naam10] aangeleverde chatgesprek niet authentiek is. Daar komt bij dat door verdachte in het chatgesprek wordt gezegd ‘ze denke ik ben [naam11] ’, terwijl op 29 november 2017 door [naam12] (hierna: [naam12] ) op het politiebureau in [plaats3] melding werd gemaakt van het feit dat hij door ene ‘ [naam11] ’ gedwongen was om een Volkswagen [type2] op naam te zetten. Deze ‘ [naam11] ’ zou in een Mercedes [type] , met het kenteken [kenteken] , rijden. Uit de politiesystemen blijkt dat verdachte in deze auto rijdt. Op 9 juli 2018 is [naam12] in het onderzoek Metaal nader door de politie gehoord. Tijdens dat verhoor noemt [naam12] de eerder door hem beschreven ‘ [naam11] ’ echter ‘ [naam13] ’. Door de politie wordt [naam12] een foto getoond van verdachte. Die herkent hij als de man die hij in zijn verklaring omschrijft als ‘ [naam13] .’ Door de verdediging is aangevoerd dat de bewoordingen ‘ze denke ik ben [naam11] ’ juist een aanwijzing vormen dat verdachte dit niet is geweest. Het hof is het daar niet mee eens, omdat de bewoordingen ook anders kunnen worden begrepen, bijvoorbeeld dat verdachte daarmee bedoeld heeft dat men zijn ware identiteit niet kent. Het hof stelt op grond van het voorgaande vast dat verdachte een van de deelnemers aan het gesprek is geweest. Ter terechtzitting in hoger beroep zijn relevante passages van het chatgesprek aan verdachte voorgehouden. Op de vraag of de woorden “appel torrie” kunnen worden geïnterpreteerd als iets doen met een granaat heeft verdachte verklaard dat hij denkt dat het hof dat goed ziet. Aan verdachte is voorgehouden dat ‘gf’ in het chatgesprek zegt: “Toen stuurde ik jou en [naam14] en [naam15] .” Verdachte heeft hierop geen inhoudelijke verklaring gegeven. Het hof heeft verdachte voorgehouden dat deze passage erop lijkt te wijzen dat verdachte door ‘gf’ ergens naar toe is gestuurd en dat in de weergave van het chatgesprek een relatie zou kunnen worden gelegd met ‘appel torrie.’ Verdachte heeft desgevraagd geen andere interpretatie van het gesprek gegeven. In samenhang met de andere bewijsmiddelen gaat het hof ervan uit dat zowel de opmerkingen van verdachte ‘ [getuige] zit jou naam te roepe. Bro (…) [naam6] heeft die appel torie gedaan’ als de opmerkingen van zijn gesprekspartner ‘gf’: ‘Dat is via [naam17] en die weer aan [getuige] . (…) En alleen via hem weten ze, Toen ik stuurde jou en [naam14] en [naam15] , Dus via [getuige] weer bij die club is dat gegaan’ betrekking hebben op het gooien van een handgranaat in de woning op 22 december 2016. . - Een aangetroffen USB-stick Op 6 november 2018 is een beveiligde USB-stick in beslag genomen onder [naam18] (hierna: [naam18] ). [n Getuige [naam10] heeft daarentegen verklaard dat [naam15] op weg was naar hem, [naam10] , en dat het daarbij om vergelding van een eerder incident zou gaan. De advocaat-generaal ziet voor deze lezing van [naam10] steun in een chatgesprek dat een dag eerder, vanaf 3 juli 2017 tussen [naam6] en verdachte is gevoerd en waaruit, in de visie van het Openbaar Ministerie, blijkt van een voornemen om de gebroeders [naam10] aan te vallen. Naar het oordeel van het hof kan op grond van het dossier niet worden vastgesteld welk misdadig doel [naam15] met het voorhanden hebben van een AK-47 met bijbehorende munitie voor ogen had. De verklaringen van verschillende getuigen lopen daaromtrent uiteen. Het hof ziet in voornoemd chatgesprek tussen [naam6] en verdachte onvoldoende steun om daaruit af te leiden dat [naam15] de AK-47 met een duidelijke bestemming voorhanden had. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat uit het dossier niet blijkt dat [naam15] op de hoogte is geraakt van het chatgesprek tussen verdachte en [naam6] , nu niet is gebleken van onderling contact tussen verdachte en/of [naam6] enerzijds en [naam15] anderzijds in de periode van 3 tot en met 5 juli 2017. Daar komt nog bij dat uit het chatgesprek tussen verdachte en [naam6] naar het oordeel van het hof niet zonder meer blijkt van een actieve rol van verdachte bij strafbare voorbereidingshandelingen. Het hof wijst in dit verband op een verklaring van [naam7] , die het gesprek aldus uitlegt dat verdachte eromheen draait en zich afzijdig wenst te houden. Het hof komt alles overziend tot de slotsom dat het dossier onvoldoende aanknopingspunten bevat om te spreken van een concreet voorbereid misdrijf, nog daargelaten welke rol verdachte daarin zou hebben gespeeld. Het hof zal verdachte daarom van het onder 1 ten laste gelegde vrijspreken. Met betrekking tot feit 3 Verdachte wordt onder feit 3 verweten dat hij vuurwapens en bijbehorende munitie voorhanden heeft gehad. Het hof stelt voorop dat voor een veroordeling wegens het voorhanden hebben van een wapen of munitie in de zin van artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie allereerst is vereist dat verdachte een wapen of munitie bewust aanwezig heeft gehad. Die bewustheid hoeft zich niet uit te strekken tot de specifieke eigenschappen en kenmerken van het wapen of de munitie of tot de exacte locatie van dat wapen of die munitie. Voor het bewijs van dergelijke bewustheid geldt dat daarvan ook sprake kan zijn in een geval dat het niet anders kan dan dat de verdachte zulke bewustheid heeft gehad. Verder is voor de bewezenverklaring van dat voorhanden hebben nodig dat de verdachte feitelijke macht over het wapen of de munitie heeft kunnen uitoefenen in de zin dat hij daarover heeft kunnen beschikken. De tenlastelegging heeft betrekking op wapens en munitie die zijn aangetroffen in een witte Volkswagen [type2] met kenteken [kenteken2] , die op 4 juli 2018 door de politie in beslag is genomen. Op grond van het dossier kan worden vastgesteld dat dit voertuig in de periode van 6 februari 2017 tot en met 26 februari 2019 op naam heeft gestaan van [naam12] . Getuige [naam12] heeft hierover verklaard dat hij dit voertuig op zijn naam heeft gezet onder dwang van ene ‘ [naam11] ’ dan wel ‘ [naam13] ’, die hij later op een foto heeft herkend als zijnde verdachte. Getuige [getuige3] heeft bij de politie verklaard dat verdachte eigenaar was van het voertuig en daar ook gebruik van maakte. Ook getuige [naam10] heeft dit voertuig aan verdachte gekoppeld. Verdachte heeft ter terechtzitting van 16 januari 2026 bevestigd dat hij gedurende enige tijd over de Volkswagen [type2] kon beschikken wanneer hij deze nodig had, maar dat dit in die periode ook voor anderen gold en dat de sleutel van het voertuig daarbij telkens fysiek werd overgedragen aan degene die de auto in gebruik nam. Voorafgaand aan zijn reis naar Curaçao in de zomer van 2017 heeft verdachte de auto naar eigen zeggen (voor het laatst) ingeleverd bij een ander. Het dossier biedt st Bewezenverklaring Het hof acht op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 08-047296-23 onder 1 en 2 en in de zaak met parketnummer 08-068125-23 onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: Zaak met parketnummer 08-047296-23 (onderzoek Bruno): 1.hij op of omstreeks 22 december 2016 te [plaats] , in ieder geval in Nederland , tezamen en in vereniging met een of meer anderen , althans alleen , opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht in een woning aan de [adres] , door een ( op scherp staande ) handgranaat , in elk geval een explosief , in de hal van die woning , in elk geval in die woning te gooien, waarbij/ waarna die handgranaat /dat explosief tot ontploffing is gekomen, en daarvan gemeen gevaar voor - ( delen van) die woning en/of (delen van) (een) omliggende woning(en)/pand(en) en /of voor de in die woning en/of in die/dat omliggende woning(en)/pand(en) aanwezige goederen en/of voor in de omgeving van die woning aanwezige goederen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en /of - levensgevaar voor de in die woning aanwezige perso (o) n ( en ) en/of voor in (een) omliggende wonig(en)/pand(en) aanwezige perso(o)n(en) en/of voor de in de omgeving van de woning aanwezige perso(o)n(en), in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen en/of - gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de in die woning aanwezige perso ( o ) n ( en ), en/of voor in (een) omliggende wonig(en)/pand(en) aanwezige perso(o)n(en) en/of voor de in de omgeving van de woning aanwezige perso(o)n(en), in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was; 2.hij op of omstreeks 22 december 2016 te [plaats] , in ieder geval in Nederland , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een wapen van categorie II, onder 7 van de Wet wapens en munitie, te weten scherfhandgranaat (type M75P3), zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing, voorhanden heeft gehad. Zaak met parketnummer 08-068125-23 (Limburgs onderzoek): 1.hij op of omstreeks 6 november 2021 te [plaats4] , in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen , opzettelijk ( een grote hoeveelheid ) sigaretten en /of shag ( met een waarde van ongeveer 14.500 euro ) en /of een geldbedrag van (ongeveer) 1072,65 euro, in elk geval enig goed en/of enig geldbedrag, dat geheel of ten dele toebehoorde aan [naam1] (gevestigd aan de [adres3] te [plaats4] ) , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en welk ( e ) goed ( eren ) en /of welk geldbedrag verdachte en/of zijn mededader(s), uit hoofde van persoonlijke dienstbetrekking, te weten medewerker verkoop (van/in servicestation [naam1] ), in elk geval anders dan door misdrijf, onder zich had/ hadden, wederrechtelijk zich heeft /hebben toegeëigend; 2.hij op of omstreeks 30 juni 2022 te [plaats5] , in elk geval in Nederland, opzettelijk een ( groot ) geldbedrag van (ongeveer) 28.415 euro , in elk geval enig geldbedrag , dat geheel of ten dele toebehoorde aan [naam2] (gevestigd aan de [adres4] te [plaats5] ) , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk geldbedrag verdachte uit hoofde van persoonlijke dienstbetrekking, te weten medewerker van/in voornoemde vestiging van [naam2] , in elk geval anders dan door misdrijf, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend. Het hof spreekt verdachte vrij van die onderdelen van de tenlastelegging die hierboven niet bewezen zijn verklaard. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het bewezenverklaarde is strafbaar. Het in de zaak met parketnummer 08-047296-23 onder 1 en 2 bewezenverklaarde levert op: de eendaadse samenloop van feit 1 medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ande