Rechtspraak Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2026-01-30
ECLI:NL:GHARL:2026:516
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN zittingsplaats Leeuwarden Zaaknummer : Wahv 200.350.211/01 CJIB-nummer : 255181154 Uitspraak d.d. : 30 januari 2026 Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 12 november 2024, betreffende [betrokkene] (hierna: de betrokkene), wonende te [woonplaats]. De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht. De beslissing van de kantonrechter De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. Het verzoek om een proceskostenvergoeding is afgewezen. Het verloop van de procedure De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend. De gemachtigde van de betrokkene heeft de gelegenheid gekregen het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt. De beoordeling 1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 250,- voor: “R602 - doorgaan bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat”. Deze gedraging zou zijn verricht op 11 januari 2023 om 12.09 uur op de Laan der Verenigde Naties kruising Weeskinderendijk Beneden in Dordrecht met het voertuig met het kenteken [kenteken]. 2. De gemachtigde van de betrokkene stelt zich op het standpunt dat niet kan worden vastgesteld dat de betrokkene het verkeerslicht is gepasseerd toen dit rood licht uitstraalde. Op de overgelegde flitsfoto’s is te zien dat het voertuig van de betrokkene het rood uitstralende verkeerslicht niet is gepasseerd. Het voertuig bevindt zich met de voorwielen ter hoogte van de eerste streep van de voetgangersoversteekplaats. Dat is voor het verkeerslicht. Er kan voorts niet worden uitgesloten dat het voertuig van de betrokkene voor het verkeerslicht tot stilstand is gekomen. De snelheid van het voertuig wordt vastgesteld op het moment dat het voertuig over de lusdetectoren rijdt. Lus 1 bevindt zich kort voor de stopstreep en lus 2 bevindt zich kort na de stopstreep. Op de foto is te zien dat het voertuig de stopstreep al is gepasseerd. De gemeten snelheid kan dan ook afwijken van de snelheid die met het voertuig werd gereden op het moment dat het zich bij het verkeerslicht bevond. Tussen de stopstreep en het verkeerslicht zit immers een aantal meters. 3. De advocaat-generaal heeft twee foto’s van de gedraging overgelegd. Hierop is het voertuig met voormeld kenteken te zien. Voorts hebben de advocaat-generaal en de gemachtigde een afbeelding van Google Maps van de situatie ter plaatse overgelegd. 4. Het hof stelt vast dat op beide foto’s het desbetreffende verkeerslicht rood licht uitstraalt. Dit verkeerslicht bevindt zich boven het wegdek en is bevestigd aan een horizontale balk die steunt op een verticale paal ter rechterzijde van het wegdek. Op de eerste foto is te zien dat het voertuig van de betrokkene zich voor het verkeerslicht bevindt. De achterwielen van het voertuig bevinden zich op de stopstreep. Op de tweede foto is zichtbaar dat het voertuig van de betrokkene verder is gereden, maar niet dat het voertuig het boven het wegdek hangende verkeerslicht is gepasseerd. Op basis van de gegevens in de databalk kan worden aangenomen dat het voertuig van de betrokkene de stopstreep met een snelheid van 51 kilometer per uur is voorbijgereden. 5. Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Wahv kunnen ter zake van de in de bijlage bij deze wet omschreven gedragingen die in strijd zijn met op het verkeer betrekking hebbende voorschriften die gesteld zijn bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994, de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen, de Provinciewet of de Gemeentewet, op de wijze bij deze wet bepaald sancties worden opgelegd. Het derde lid van dit